Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 JANUARI 2004. - Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs.
Titre
12 JANVIER 2004. - Loi modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, et la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires financiers et conseillers en placements.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (42)
Texte (42)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en heeft de omzetting tot doel van richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 4 december 2001 tot wijziging van richtlijn 91/308/EEG van de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution et vise à transposer la directive 2001/97/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 décembre 2001 modifiant la directive 91/308/CEE du Conseil relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux.
Art. 2. Het opschrift van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld wordt vervangen door het volgende opschrift :
" Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. "
" Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. "
Art. 2. L'intitulé de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux est remplacé par l'intitulé suivant :
" Loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme. "
" Loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme. "
Art. 3. In artikel 2 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 april 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 maart 1995 en van 28 december 1999 en bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 17°, worden de woorden " in artikel 3, 1°, van hetzelfde besluit ", vervangen door de woorden " in artikel 3 van hetzelfde besluit ";
2° het eerste lid, 18°, wordt vervangen als volgt :
" 18° de bewakingsondernemingen die met toepassing van de artikelen 1, § 1, 3°, en 2 van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, een vergunning hebben verkregen om diensten te verlenen van toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden; ";
3° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 20° de marktondernemingen van de Belgische gereglementeerde markten, behoudens wat hun openbare opdrachten betreft;
21° handelaren in diamant die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002;
22° verzekeringsbemiddelaars zoals bedoeld in de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen in de groep van activiteiten " leven " waarvan sprake in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. ".
1° in het eerste lid, 17°, worden de woorden " in artikel 3, 1°, van hetzelfde besluit ", vervangen door de woorden " in artikel 3 van hetzelfde besluit ";
2° het eerste lid, 18°, wordt vervangen als volgt :
" 18° de bewakingsondernemingen die met toepassing van de artikelen 1, § 1, 3°, en 2 van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, een vergunning hebben verkregen om diensten te verlenen van toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden; ";
3° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
" 20° de marktondernemingen van de Belgische gereglementeerde markten, behoudens wat hun openbare opdrachten betreft;
21° handelaren in diamant die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002;
22° verzekeringsbemiddelaars zoals bedoeld in de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen in de groep van activiteiten " leven " waarvan sprake in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. ".
Art. 3. A l'article 2 de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, remplacé par l'arrêté royal du 22 avril 1994 et modifié par les arrêtés royaux du 24 mars 1995 et du 28 décembre 1999 et par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, 17°, les mots " à l'article 3, 1°, du même arrêté ", sont remplacés par les mots " à l'article 3 du même arrêté ";
2° l'alinéa 1er, 18°, est remplacé par le texte suivant :
" 18° les entreprises de gardiennage autorisées, en application de l'article 1er, § 1er, 3°, et de l'article 2 de la loi du 10 avril 1990 sur les entreprises de gardiennage, sur les entreprises de sécurité et sur les services internes de gardiennage, à fournir des services de surveillance et de protection de transport de valeurs; ";
3° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 20° les entreprises de marché des marchés réglementés belges, sauf en ce qui concerne leurs missions de nature publique;
21° les commerçants en diamants enregistrés en application de l'article 169, § 3, de la loi-programme du 2 août 2002;
22° les intermédiaires d'assurances visés par la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances, qui exercent leurs activités professionnelles, en dehors de tout contrat d'agence exclusive, dans le groupe d'activités " vie " visé par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances. ".
1° à l'alinéa 1er, 17°, les mots " à l'article 3, 1°, du même arrêté ", sont remplacés par les mots " à l'article 3 du même arrêté ";
2° l'alinéa 1er, 18°, est remplacé par le texte suivant :
" 18° les entreprises de gardiennage autorisées, en application de l'article 1er, § 1er, 3°, et de l'article 2 de la loi du 10 avril 1990 sur les entreprises de gardiennage, sur les entreprises de sécurité et sur les services internes de gardiennage, à fournir des services de surveillance et de protection de transport de valeurs; ";
3° l'alinéa 1er est complété comme suit :
" 20° les entreprises de marché des marchés réglementés belges, sauf en ce qui concerne leurs missions de nature publique;
21° les commerçants en diamants enregistrés en application de l'article 169, § 3, de la loi-programme du 2 août 2002;
22° les intermédiaires d'assurances visés par la loi du 27 mars 1995 relative à l'intermédiation en assurances et à la distribution d'assurances, qui exercent leurs activités professionnelles, en dehors de tout contrat d'agence exclusive, dans le groupe d'activités " vie " visé par la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances. ".
Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende :
" Art. 2ter. - Voor zover zij daarin uitdrukkelijk voorzien, zijn de bepalingen van deze wet eveneens van toepassing op de advocaten :
1° wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met :
a) de aan- of verkoop van onroerend goed of bedrijven;
b) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
c) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
d) het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de uitbating of het beheer van vennootschappen;
e) de oprichting, uitbating of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren;
2° of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed. ".
" Art. 2ter. - Voor zover zij daarin uitdrukkelijk voorzien, zijn de bepalingen van deze wet eveneens van toepassing op de advocaten :
1° wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met :
a) de aan- of verkoop van onroerend goed of bedrijven;
b) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
c) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
d) het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de uitbating of het beheer van vennootschappen;
e) de oprichting, uitbating of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren;
2° of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed. ".
Art. 4. Un article 2ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 2ter. - Dans la mesure où elles le prévoient expressément, les dispositions de la présente loi sont également applicables aux avocats :
1° lorsqu'ils assistent leur client dans la préparation ou la réalisation de transactions concernant :
a) l'achat ou la vente de biens immeubles ou d'entreprises commerciales;
b) la gestion de fonds, de titres ou d'autres actifs appartenant au client;
c) l'ouverture ou la gestion de comptes bancaires ou d'épargne ou de portefeuilles;
d) l'organisation des apports nécessaires à la constitution, à la gestion ou à la direction de sociétés;
e) la constitution, la gestion ou la direction de trusts, de sociétés ou de structures similaires;
2° ou lorsqu'ils agissent au nom de leur client et pour le compte de celui-ci dans toute transaction financière ou immobilière. ".
" Art. 2ter. - Dans la mesure où elles le prévoient expressément, les dispositions de la présente loi sont également applicables aux avocats :
1° lorsqu'ils assistent leur client dans la préparation ou la réalisation de transactions concernant :
a) l'achat ou la vente de biens immeubles ou d'entreprises commerciales;
b) la gestion de fonds, de titres ou d'autres actifs appartenant au client;
c) l'ouverture ou la gestion de comptes bancaires ou d'épargne ou de portefeuilles;
d) l'organisation des apports nécessaires à la constitution, à la gestion ou à la direction de sociétés;
e) la constitution, la gestion ou la direction de trusts, de sociétés ou de structures similaires;
2° ou lorsqu'ils agissent au nom de leur client et pour le compte de celui-ci dans toute transaction financière ou immobilière. ".
Art. 5. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een § 1bis wordt ingevoegd, luidende als volgt :
" § 1bis. Voor de toepassing van deze wet wordt financiering van terrorisme verstaan in de zin van artikel 2, § 2, b), van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijdingen en van artikel 2 van het Internationaal verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, goedgekeurd te New York op 9 december 1999. ";
2° in § 2, 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste gedachtestreepje wordt het woord " terrorisme " vervangen door de woorden " terrorisme of de financiering van terrorisme ";
b) in het achtste gedachtestreepje worden de woorden " illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, antihormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking of illegale handel in dergelijke stoffen " vervangen door de woorden " illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen ";
c) in het tiende gedachtestreepje worden de woorden " van de Europese Unie " vervangen door de woorden " van de Europese Gemeenschappen ";
d) in het twaalfde gedachtestreepje worden de woorden " omkoping van openbare ambtenaren " vervangen door de woorden " verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en omkoping ";
e) 1° wordt vervolledigd door de volgende streepjes :
" - ernstige milieucriminaliteit;
- namaak van muntstukken of bankbiljetten;
- namaak van goederen;
- zeeroverij. ";
3° in § 2, 2°, worden de woorden " of een onwettig openbaar aantrekken van spaargelden " vervangen door de woorden " , het onwettig openbaar aantrekken van spaargelden of het verlenen van beleggingsdiensten, diensten van valutahandel of van geldoverdracht zonder vergunning ";
4° in § 2, 3°, worden de woorden " een financiële oplichting " vervangen door de woorden " een oplichting, een misbruik van vertrouwen, een misbruik van vennootschapsgoederen " en worden de woorden " een bedrieglijke bankbreuk " vervangen door de woorden " een misdrijf dat verband houdt met de staat van faillissement ";
5° in § 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de woorden " in artikel 2 " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
b) de woorden " van witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " van witwassen van geld en van financiering van terrorisme ".
1° een § 1bis wordt ingevoegd, luidende als volgt :
" § 1bis. Voor de toepassing van deze wet wordt financiering van terrorisme verstaan in de zin van artikel 2, § 2, b), van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijdingen en van artikel 2 van het Internationaal verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, goedgekeurd te New York op 9 december 1999. ";
2° in § 2, 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste gedachtestreepje wordt het woord " terrorisme " vervangen door de woorden " terrorisme of de financiering van terrorisme ";
b) in het achtste gedachtestreepje worden de woorden " illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, antihormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking of illegale handel in dergelijke stoffen " vervangen door de woorden " illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen ";
c) in het tiende gedachtestreepje worden de woorden " van de Europese Unie " vervangen door de woorden " van de Europese Gemeenschappen ";
d) in het twaalfde gedachtestreepje worden de woorden " omkoping van openbare ambtenaren " vervangen door de woorden " verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en omkoping ";
e) 1° wordt vervolledigd door de volgende streepjes :
" - ernstige milieucriminaliteit;
- namaak van muntstukken of bankbiljetten;
- namaak van goederen;
- zeeroverij. ";
3° in § 2, 2°, worden de woorden " of een onwettig openbaar aantrekken van spaargelden " vervangen door de woorden " , het onwettig openbaar aantrekken van spaargelden of het verlenen van beleggingsdiensten, diensten van valutahandel of van geldoverdracht zonder vergunning ";
4° in § 2, 3°, worden de woorden " een financiële oplichting " vervangen door de woorden " een oplichting, een misbruik van vertrouwen, een misbruik van vennootschapsgoederen " en worden de woorden " een bedrieglijke bankbreuk " vervangen door de woorden " een misdrijf dat verband houdt met de staat van faillissement ";
5° in § 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de woorden " in artikel 2 " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
b) de woorden " van witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " van witwassen van geld en van financiering van terrorisme ".
Art. 5. A l'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 7 avril 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° un § 1erbis est inséré, rédigé comme suit :
" § 1erbis. Aux fins de l'application de la présente loi, le financement du terrorisme s'entend au sens de l'article 2, § 2, b), de la décision-cadre du Conseil de l'Union européenne du 13 juin 2002 relative à la lutte contre le terrorisme et de l'article 2 de la Convention internationale pour la répression du financement du terrorisme, faite à New York le 9 décembre 1999. ";
2° au § 2, 1°, sont apportées les modifications suivantes :
a) au premier tiret, les mots " au terrorisme " sont remplacés par les mots " au terrorisme ou au financement du terrorisme ";
b) au huitième tiret, les mots " à l'utilisation illégale chez les animaux de substances à effet hormonal, à effet antihormonal, à effet bêta-adrénergique ou à effet stimulateur de production ou au commerce illégal de telles substances " sont remplacés par les mots " à l'utilisation illégale, chez les animaux, de substances à effet hormonal ou au commerce illégal de telles substances ";
c) au dixième tiret, les mots " de l'Union européenne " sont remplacés par les mots " des Communautés européennes ";
d) au douzième tiret, les mots " à la corruption de fonctionnaires publics " sont remplacés par les mots " au détournement par des personnes exerçant une fonction publique et à la corruption ";
e) le 1° est complété par les tirets suivants :
" - à la criminalité environnementale grave;
- à la contrefaçon de monnaie ou de billets de banque;
- à la contrefaçon de biens;
- à la piraterie. ";
3° au § 2, 2°, les mots " ou d'un appel public irrégulier à l'épargne " sont remplacés par les mots " , d'un appel public irrégulier à l'épargne ou de la fourniture de services d'investissement, de commerce de devises ou de transferts de fonds sans agrément ";
4° au § 2, 3°, les mots " d'une escroquerie financière " sont remplacés par les mots " d'une escroquerie, d'un abus de confiance, d'un abus de biens sociaux " et les mots " banqueroute frauduleuse " sont remplacés par les mots " infraction liée à l'état de faillite ";
5° au § 3, sont apportées les modifications suivantes :
a) les mots " à l'article 2 " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
b) les mots " de blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme ".
1° un § 1erbis est inséré, rédigé comme suit :
" § 1erbis. Aux fins de l'application de la présente loi, le financement du terrorisme s'entend au sens de l'article 2, § 2, b), de la décision-cadre du Conseil de l'Union européenne du 13 juin 2002 relative à la lutte contre le terrorisme et de l'article 2 de la Convention internationale pour la répression du financement du terrorisme, faite à New York le 9 décembre 1999. ";
2° au § 2, 1°, sont apportées les modifications suivantes :
a) au premier tiret, les mots " au terrorisme " sont remplacés par les mots " au terrorisme ou au financement du terrorisme ";
b) au huitième tiret, les mots " à l'utilisation illégale chez les animaux de substances à effet hormonal, à effet antihormonal, à effet bêta-adrénergique ou à effet stimulateur de production ou au commerce illégal de telles substances " sont remplacés par les mots " à l'utilisation illégale, chez les animaux, de substances à effet hormonal ou au commerce illégal de telles substances ";
c) au dixième tiret, les mots " de l'Union européenne " sont remplacés par les mots " des Communautés européennes ";
d) au douzième tiret, les mots " à la corruption de fonctionnaires publics " sont remplacés par les mots " au détournement par des personnes exerçant une fonction publique et à la corruption ";
e) le 1° est complété par les tirets suivants :
" - à la criminalité environnementale grave;
- à la contrefaçon de monnaie ou de billets de banque;
- à la contrefaçon de biens;
- à la piraterie. ";
3° au § 2, 2°, les mots " ou d'un appel public irrégulier à l'épargne " sont remplacés par les mots " , d'un appel public irrégulier à l'épargne ou de la fourniture de services d'investissement, de commerce de devises ou de transferts de fonds sans agrément ";
4° au § 2, 3°, les mots " d'une escroquerie financière " sont remplacés par les mots " d'une escroquerie, d'un abus de confiance, d'un abus de biens sociaux " et les mots " banqueroute frauduleuse " sont remplacés par les mots " infraction liée à l'état de faillite ";
5° au § 3, sont apportées les modifications suivantes :
a) les mots " à l'article 2 " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
b) les mots " de blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme ".
Art. 6. In het opschrift van hoofdstuk II van dezelfde wet, worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ".
Art. 6. Dans l'intitulé du chapitre II de la même loi, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ".
Art. 7. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 4. - § 1. De in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde ondernemingen en personen dienen hun cliënten en de lasthebbers van hun cliënten te identificeren en hun identiteit te controleren, aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift wordt genomen op papier of op elektronische drager wanneer :
1° ze een zakenrelatie aanknopen waardoor de betrokkenen gewone cliënten worden;
2° de cliënt wenst over te gaan tot het uitvoeren van :
a) een verrichting voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of zij wordt uitgevoerd in één of in verscheidene verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan; of
b) een verrichting, zelfs wanneer het bedrag lager is dan 10 000 EUR, zodra wordt vermoed dat het gaat om witwassen van geld of om financiering van terrorisme; of
c) een geldoverdracht waarvan sprake in artikel 139bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;
3° ze twijfelen aan de waarachtigheid of aan de juistheid van de identificatiegegevens over een bestaande cliënt.
De identificatie en de controle betreffen de naam, de voornaam en het adres voor natuurlijke personen. Niettegenstaande artikel 5, § 1, betreffen ze voor rechtspersonen en trusts de naam en de zetel van de rechtspersoon, de bestuurders en de kennis van de bepalingen omtrent de bevoegdheid verbintenissen aan te gaan voor de rechtspersoon of de trust. De vereenzelviging slaat ook op het voorwerp en de verwachte aard van de zakenrelatie.
§ 2. De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter, moeten een bestendige waakzaamheid aan de dag leggen ten opzichte van de zakenrelatie en een aandachtig onderzoek verzekeren van de uitgevoerde verrichtingen om zich ervan te vergewissen dat deze stroken met de kennis die ze hebben van hun cliënt, van zijn commerciële activiteiten, van zijn risicoprofiel en, indien nodig, van de herkomst van de fondsen.
§ 3. Wanneer de ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter, hun waakzaamheidsplicht bedoeld in de §§ 1 en 2 niet kunnen nakomen, mogen ze geen zakenrelatie aanknopen of in stand houden. Ze beslissen zo een melding aan de Cel voor financiële informatieverwerking overeenkomstig de artikelen 12 tot 14ter zich opdringt.
§ 4. De ondernemingen en personen bedoeld in artikel 2, met uitzondering van de 17°, 18° en 21°, mogen de waakzaamheidsplicht bedoeld in de §§ 1 en 2 laten uitvoeren door een derde zaakaanbrenger, voor zover deze eveneens een krediet- of financiële instelling is in de zin van artikel 1 van richtlijn 91/308/EEG of een krediet- of financiële instelling uit een land waarvan de wetgeving waakzaamheidsverplichingen oplegt die evenwaardig zijn met deze bepaald in de artikelen 4 en 5. De lid-Staten van de Financiële Actiegroep worden vermoed aan deze vereiste te voldoen. Op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking kan de Koning dit vermoeden uitbreiden tot andere Staten.
§ 5. De ondernemingen bedoeld in artikel 2, waarvan de activiteiten geldoverdrachten behelzen in de zin van artikel 139bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, vermelden bij het overschrijven of overdragen van geld en bij de mededelingen daaromtrent, correcte en dienstige inlichtingen over hun cliënten-opdrachtgevers van de betrokken verrichtingen. Deze ondernemingen bewaren al die inlichtingen en geven ze door ingeval zij als tussenpersoon optreden in een betaalketen.
§ 6. De toepassingsmodaliteiten van de hierboven opgesomde verplichtingen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis, in functie van het risico dat de cliënt, de zakenrelatie of de verrichting vertegenwoordigt. Met betrekking tot § 5 wordt daarbij inzonderheid bepaald onder welke omstandigheden gegevens moeten worden bewaard of ter beschikking gesteld van overheden of van andere financiële instellingen, met dien verstande dat in het reglement in specifieke bepalingen kan worden voorzien voor de grensoverschrijdende overschrijvingen die in batch worden doorgestuurd. ".
" Artikel 4. - § 1. De in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde ondernemingen en personen dienen hun cliënten en de lasthebbers van hun cliënten te identificeren en hun identiteit te controleren, aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift wordt genomen op papier of op elektronische drager wanneer :
1° ze een zakenrelatie aanknopen waardoor de betrokkenen gewone cliënten worden;
2° de cliënt wenst over te gaan tot het uitvoeren van :
a) een verrichting voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of zij wordt uitgevoerd in één of in verscheidene verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan; of
b) een verrichting, zelfs wanneer het bedrag lager is dan 10 000 EUR, zodra wordt vermoed dat het gaat om witwassen van geld of om financiering van terrorisme; of
c) een geldoverdracht waarvan sprake in artikel 139bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;
3° ze twijfelen aan de waarachtigheid of aan de juistheid van de identificatiegegevens over een bestaande cliënt.
De identificatie en de controle betreffen de naam, de voornaam en het adres voor natuurlijke personen. Niettegenstaande artikel 5, § 1, betreffen ze voor rechtspersonen en trusts de naam en de zetel van de rechtspersoon, de bestuurders en de kennis van de bepalingen omtrent de bevoegdheid verbintenissen aan te gaan voor de rechtspersoon of de trust. De vereenzelviging slaat ook op het voorwerp en de verwachte aard van de zakenrelatie.
§ 2. De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter, moeten een bestendige waakzaamheid aan de dag leggen ten opzichte van de zakenrelatie en een aandachtig onderzoek verzekeren van de uitgevoerde verrichtingen om zich ervan te vergewissen dat deze stroken met de kennis die ze hebben van hun cliënt, van zijn commerciële activiteiten, van zijn risicoprofiel en, indien nodig, van de herkomst van de fondsen.
§ 3. Wanneer de ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter, hun waakzaamheidsplicht bedoeld in de §§ 1 en 2 niet kunnen nakomen, mogen ze geen zakenrelatie aanknopen of in stand houden. Ze beslissen zo een melding aan de Cel voor financiële informatieverwerking overeenkomstig de artikelen 12 tot 14ter zich opdringt.
§ 4. De ondernemingen en personen bedoeld in artikel 2, met uitzondering van de 17°, 18° en 21°, mogen de waakzaamheidsplicht bedoeld in de §§ 1 en 2 laten uitvoeren door een derde zaakaanbrenger, voor zover deze eveneens een krediet- of financiële instelling is in de zin van artikel 1 van richtlijn 91/308/EEG of een krediet- of financiële instelling uit een land waarvan de wetgeving waakzaamheidsverplichingen oplegt die evenwaardig zijn met deze bepaald in de artikelen 4 en 5. De lid-Staten van de Financiële Actiegroep worden vermoed aan deze vereiste te voldoen. Op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking kan de Koning dit vermoeden uitbreiden tot andere Staten.
§ 5. De ondernemingen bedoeld in artikel 2, waarvan de activiteiten geldoverdrachten behelzen in de zin van artikel 139bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, vermelden bij het overschrijven of overdragen van geld en bij de mededelingen daaromtrent, correcte en dienstige inlichtingen over hun cliënten-opdrachtgevers van de betrokken verrichtingen. Deze ondernemingen bewaren al die inlichtingen en geven ze door ingeval zij als tussenpersoon optreden in een betaalketen.
§ 6. De toepassingsmodaliteiten van de hierboven opgesomde verplichtingen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis, in functie van het risico dat de cliënt, de zakenrelatie of de verrichting vertegenwoordigt. Met betrekking tot § 5 wordt daarbij inzonderheid bepaald onder welke omstandigheden gegevens moeten worden bewaard of ter beschikking gesteld van overheden of van andere financiële instellingen, met dien verstande dat in het reglement in specifieke bepalingen kan worden voorzien voor de grensoverschrijdende overschrijvingen die in batch worden doorgestuurd. ".
Art. 7. L'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 4. - § 1er. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent identifier leurs clients et les mandataires de ceux-ci et vérifie leur identité, au moyen d'un document probant, dont il est pris copie, sur support papier ou électronique, lorsque :
1° ils nouent des relations d'affaires qui feront d'eux des clients habituels;
2° le client souhaite réaliser :
a) une opération dont le montant atteint ou excède 10 000 EUR, qu'elle soit effectuée en une seule ou en plusieurs opérations entre lesquelles semble exister un lien; ou
b) une opération, même si le montant est inférieur à 10 000 EUR, dès qu'il y a soupçon de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme; ou
c) un transfert de fonds visé à l'article 139bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements;
3° ils ont des doutes quant à la véracité ou à l'exactitude des données d'identification au sujet d'un client existant.
L'identification et la vérification portent sur le nom, le prénom et l'adresse pour les personnes physiques. Nonobstant l'article 5, § 1er, pour les personnes morales et les trusts elles portent sur la dénomination sociale, le siège social, les administrateurs et la connaissance des dispositions régissant le pouvoir d'engager la personne morale ou le trust. L'identification porte également sur l'objet et la nature envisagée de la relation d'affaires.
§ 2. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent exercer une vigilance constante à l'égard de la relation d'affaires et assurer un examen attentif des opérations effectuées afin de s'assurer que celles-ci sont cohérentes avec la connaissance qu'ils ont de leur client, de ses activités commerciales, de son profil de risque et, lorsque cela est nécessaire, de l'origine des fonds.
§ 3. Lorsque les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter ne peuvent accomplir leur devoir de vigilance visé aux § § 1er et 2, ils ne peuvent nouer ni maintenir une relation d'affaires. Ils déterminent s'il y a lieu d'en informer la Cellule de traitement des informations financières, conformément aux articles 12 à 14ter.
§ 4. Les organismes et les personnes visés à l'article 2, à l'exception des 17°, 18° et 21°, sont autorisés à faire exécuter les devoirs de vigilance visés aux §§ 1er et 2 par un tiers introducteur d'affaires, pour autant que celui-ci soit également un établissement de crédit ou une institution financière visé à l'article 1er de la directive 91/308/CEE ou un établissement de crédit ou une institution financière établi dans un Etat dont la législation impose des devoirs de vigilance équivalents à ceux prévus aux articles 4 et 5. Sont présumés satisfaire à cette condition les Etats membres du Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux. Le Roi peut étendre cette présomption à d'autres Etats, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières.
§ 5. Les organismes visés à l'article 2, dont l'activité couvre le transfert de fonds au sens de l'article 139bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, sont tenus d'incorporer aux virements et transferts de fonds ainsi qu'aux messages s'y rapportant, des renseignements exacts et utiles relatifs à leurs clients donneurs d'ordre de ces opérations. Ces mêmes organismes conservent tous ces renseignements et les transmettent lorsqu'ils interviennent en qualité d'intermédiaire dans une chaîne de paiement.
§ 6. Les modalités d'application des obligations énumérées ci-dessus seront précisées par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis, en fonction du risque que représentent le client, la relation d'affaires ou l'opération. En ce qui concerne le § 5, ceci inclut les conditions dans lesquelles les informations doivent être conservées ou mises à disposition d'autorités ou d'autres institutions financières, le règlement pouvant prévoir des dispositions spécifiques pour les virements transfrontaliers transmis par lots. ".
" Article 4. - § 1er. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent identifier leurs clients et les mandataires de ceux-ci et vérifie leur identité, au moyen d'un document probant, dont il est pris copie, sur support papier ou électronique, lorsque :
1° ils nouent des relations d'affaires qui feront d'eux des clients habituels;
2° le client souhaite réaliser :
a) une opération dont le montant atteint ou excède 10 000 EUR, qu'elle soit effectuée en une seule ou en plusieurs opérations entre lesquelles semble exister un lien; ou
b) une opération, même si le montant est inférieur à 10 000 EUR, dès qu'il y a soupçon de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme; ou
c) un transfert de fonds visé à l'article 139bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements;
3° ils ont des doutes quant à la véracité ou à l'exactitude des données d'identification au sujet d'un client existant.
L'identification et la vérification portent sur le nom, le prénom et l'adresse pour les personnes physiques. Nonobstant l'article 5, § 1er, pour les personnes morales et les trusts elles portent sur la dénomination sociale, le siège social, les administrateurs et la connaissance des dispositions régissant le pouvoir d'engager la personne morale ou le trust. L'identification porte également sur l'objet et la nature envisagée de la relation d'affaires.
§ 2. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent exercer une vigilance constante à l'égard de la relation d'affaires et assurer un examen attentif des opérations effectuées afin de s'assurer que celles-ci sont cohérentes avec la connaissance qu'ils ont de leur client, de ses activités commerciales, de son profil de risque et, lorsque cela est nécessaire, de l'origine des fonds.
§ 3. Lorsque les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter ne peuvent accomplir leur devoir de vigilance visé aux § § 1er et 2, ils ne peuvent nouer ni maintenir une relation d'affaires. Ils déterminent s'il y a lieu d'en informer la Cellule de traitement des informations financières, conformément aux articles 12 à 14ter.
§ 4. Les organismes et les personnes visés à l'article 2, à l'exception des 17°, 18° et 21°, sont autorisés à faire exécuter les devoirs de vigilance visés aux §§ 1er et 2 par un tiers introducteur d'affaires, pour autant que celui-ci soit également un établissement de crédit ou une institution financière visé à l'article 1er de la directive 91/308/CEE ou un établissement de crédit ou une institution financière établi dans un Etat dont la législation impose des devoirs de vigilance équivalents à ceux prévus aux articles 4 et 5. Sont présumés satisfaire à cette condition les Etats membres du Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux. Le Roi peut étendre cette présomption à d'autres Etats, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières.
§ 5. Les organismes visés à l'article 2, dont l'activité couvre le transfert de fonds au sens de l'article 139bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, sont tenus d'incorporer aux virements et transferts de fonds ainsi qu'aux messages s'y rapportant, des renseignements exacts et utiles relatifs à leurs clients donneurs d'ordre de ces opérations. Ces mêmes organismes conservent tous ces renseignements et les transmettent lorsqu'ils interviennent en qualité d'intermédiaire dans une chaîne de paiement.
§ 6. Les modalités d'application des obligations énumérées ci-dessus seront précisées par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis, en fonction du risque que représentent le client, la relation d'affaires ou l'opération. En ce qui concerne le § 5, ceci inclut les conditions dans lesquelles les informations doivent être conservées ou mises à disposition d'autorités ou d'autres institutions financières, le règlement pouvant prévoir des dispositions spécifiques pour les virements transfrontaliers transmis par lots. ".
Art. 8. Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij wet van 10 augustus 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 5. - § 1. De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4° en 2ter, moeten de persoon of personen, voor wier rekening de verrichting wordt uitgevoerd, identificeren en alle redelijke maatregelen nemen om hun identiteit te controleren :
1° in geval van twijfel over de vraag of de cliënten bedoeld in artikel 4 handelen voor eigen rekening of in geval van zekerheid dat ze niet voor eigen rekening handelen;
2° wanneer de cliënt een rechtspersoon of een trust is.
Wanneer de cliënt een rechtspersoon of een trust is, moeten de maatregelen de identificatie inhouden van de natuurlijke persoon of personen die de cliënt in laatste instantie bezitten of controleren.
Wanneer de cliënt of de houder van een controleparticipatie een beursgenoteerde vennootschap is, moeten haar aandeelhouders niet worden geïdentificeerd en moet hun identiteit niet worden nagegaan.
§ 2. De toepassingsmodaliteiten van de hierboven opgesomde verplichtingen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis, in functie van het risico dat de cliënt, de zakenrelatie of de verrichting vertegenwoordigt. ".
" Artikel 5. - § 1. De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4° en 2ter, moeten de persoon of personen, voor wier rekening de verrichting wordt uitgevoerd, identificeren en alle redelijke maatregelen nemen om hun identiteit te controleren :
1° in geval van twijfel over de vraag of de cliënten bedoeld in artikel 4 handelen voor eigen rekening of in geval van zekerheid dat ze niet voor eigen rekening handelen;
2° wanneer de cliënt een rechtspersoon of een trust is.
Wanneer de cliënt een rechtspersoon of een trust is, moeten de maatregelen de identificatie inhouden van de natuurlijke persoon of personen die de cliënt in laatste instantie bezitten of controleren.
Wanneer de cliënt of de houder van een controleparticipatie een beursgenoteerde vennootschap is, moeten haar aandeelhouders niet worden geïdentificeerd en moet hun identiteit niet worden nagegaan.
§ 2. De toepassingsmodaliteiten van de hierboven opgesomde verplichtingen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis, in functie van het risico dat de cliënt, de zakenrelatie of de verrichting vertegenwoordigt. ".
Art. 8. L'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 5. - § 1er. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent identifier et prendre toutes les mesures raisonnables pour vérifier l'identité de la ou des personnes pour laquelle ou lesquelles l'opération est effectuée :
1° en cas de doute sur la question de savoir si les clients visés à l'article 4 agissent pour leur propre compte ou en cas de certitude qu'ils n'agissent pas pour leur propre compte;
2° lorsque le client est une personne morale ou un trust.
Lorsque le client est une personne morale ou un trust, les mesures incluent l'identification de la ou des personnes physiques qui, en dernier ressort, possèdent ou contrôlent le client.
Lorsque le client ou le détenteur d'une participation de contrôle est une société cotée en bourse, il n'est pas nécessaire d'identifier ses actionnaires, ni de vérifier leur identité.
§ 2. Les modalités d'application des obligations énumérées ci-dessus seront précisées, par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis, en fonction du risque que le client, la relation d'affaires ou l'opération représentent. ".
" Article 5. - § 1er. Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter, doivent identifier et prendre toutes les mesures raisonnables pour vérifier l'identité de la ou des personnes pour laquelle ou lesquelles l'opération est effectuée :
1° en cas de doute sur la question de savoir si les clients visés à l'article 4 agissent pour leur propre compte ou en cas de certitude qu'ils n'agissent pas pour leur propre compte;
2° lorsque le client est une personne morale ou un trust.
Lorsque le client est une personne morale ou un trust, les mesures incluent l'identification de la ou des personnes physiques qui, en dernier ressort, possèdent ou contrôlent le client.
Lorsque le client ou le détenteur d'une participation de contrôle est une société cotée en bourse, il n'est pas nécessaire d'identifier ses actionnaires, ni de vérifier leur identité.
§ 2. Les modalités d'application des obligations énumérées ci-dessus seront précisées, par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis, en fonction du risque que le client, la relation d'affaires ou l'opération représentent. ".
Art. 9. In artikel 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7 van de wet van 10 augustus 1998, worden de woorden " waarvan afschrift wordt genomen, " vervangen door de woorden " waarvan een afschrift wordt gemaakt, hetzij op papier, hetzij op een elektronische informatiedrager ".
Art. 9. A l'article 5bis de la même loi, inséré par l'article 7 de la loi du 10 août 1998, les mots " dont il est pris copie " sont remplacés par les mots " dont il est pris copie, sur support papier ou électronique ".
Art. 10. In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " de in artikel 2 beoogde ondernemingen en personen " worden vervangen door de woorden " de in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde ondernemingen en personen " en de woorden " een in artikel 2 beoogde onderneming of persoon " worden vervangen door de woorden " een in artikel 2, punt 17°, 18° en 21° uitgezonderd, bedoelde onderneming of persoon ";
2° het lid wordt aangevuld als volgt : " , dan wel een kredietinstelling of een financiële instelling is die gevestigd is in een staat waarvan de wetgeving gelijkwaardige verplichtingen oplegt als voorgeschreven door richtlijn 91/308/EEG. De Staten die lid zijn van de Financiële Actiegroep tegen het witwassen van geld, worden beschouwd als Staten die aan deze voorwaarde voldoen. De Koning kan dit vermoeden uitbreiden tot andere Staten op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
B. In het tweede lid worden de woorden " de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 2, 4° " vervangen door de woorden " de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 2, 4°, en de verzekeringsmakelaars bedoeld in artikel 2, 22° ".
A. In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " de in artikel 2 beoogde ondernemingen en personen " worden vervangen door de woorden " de in de artikelen 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde ondernemingen en personen " en de woorden " een in artikel 2 beoogde onderneming of persoon " worden vervangen door de woorden " een in artikel 2, punt 17°, 18° en 21° uitgezonderd, bedoelde onderneming of persoon ";
2° het lid wordt aangevuld als volgt : " , dan wel een kredietinstelling of een financiële instelling is die gevestigd is in een staat waarvan de wetgeving gelijkwaardige verplichtingen oplegt als voorgeschreven door richtlijn 91/308/EEG. De Staten die lid zijn van de Financiële Actiegroep tegen het witwassen van geld, worden beschouwd als Staten die aan deze voorwaarde voldoen. De Koning kan dit vermoeden uitbreiden tot andere Staten op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
B. In het tweede lid worden de woorden " de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 2, 4° " vervangen door de woorden " de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 2, 4°, en de verzekeringsmakelaars bedoeld in artikel 2, 22° ".
Art. 10. A l'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
A. A l'alinéa 1er sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " les organismes et les personnes visés à l'article 2 " sont remplacés par les mots " les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter " et les mots " un organisme ou une personne visés à l'article 2 " sont remplacés par les mots " un organisme ou une personne visés à l'article 2, à l'exception des 17°, 18° et 21° ";
2° l'alinéa est complété par les mots " ou un établissement de crédit ou une institution financière établi dans un Etat dont la législation impose des obligations équivalentes à celles prévues par la directive 91/308/CEE. Sont présumés satisfaire à cette condition les Etats membres du Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux. Le Roi peut étendre cette présomption à d'autres Etats, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières. ".
B. A l'alinéa 2, les mots " des entreprises d'assurances visées à l'article 2, 4° " sont remplacés par les mots " des entreprises d'assurances visées à l'article 2, 4°, et des intermédiaires d'assurances visés à l'article 2, 22° ".
A. A l'alinéa 1er sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " les organismes et les personnes visés à l'article 2 " sont remplacés par les mots " les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4°, et 2ter " et les mots " un organisme ou une personne visés à l'article 2 " sont remplacés par les mots " un organisme ou une personne visés à l'article 2, à l'exception des 17°, 18° et 21° ";
2° l'alinéa est complété par les mots " ou un établissement de crédit ou une institution financière établi dans un Etat dont la législation impose des obligations équivalentes à celles prévues par la directive 91/308/CEE. Sont présumés satisfaire à cette condition les Etats membres du Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux. Le Roi peut étendre cette présomption à d'autres Etats, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières. ".
B. A l'alinéa 2, les mots " des entreprises d'assurances visées à l'article 2, 4° " sont remplacés par les mots " des entreprises d'assurances visées à l'article 2, 4°, et des intermédiaires d'assurances visés à l'article 2, 22° ".
Art. 11. In dezelfde wet wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidende :
" Art. 6bis. - De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter nemen specifieke en passende identificatiemaatregelen om tegemoet te komen aan het grotere risico voor witwassen van geld en voor financiering van terrorisme dat ontstaat wanneer zakelijke betrekkingen of verrichtingen worden aangegaan met een cliënt die met het oog op de identificatie niet fysiek aanwezig is.
De toepassingsmodaliteiten van deze verplichting zullen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis. ".
" Art. 6bis. - De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter nemen specifieke en passende identificatiemaatregelen om tegemoet te komen aan het grotere risico voor witwassen van geld en voor financiering van terrorisme dat ontstaat wanneer zakelijke betrekkingen of verrichtingen worden aangegaan met een cliënt die met het oog op de identificatie niet fysiek aanwezig is.
De toepassingsmodaliteiten van deze verplichting zullen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis. ".
Art. 11. Un article 6bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 6bis. - Les organismes et personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter prennent les dispositions spécifiques et adéquates nécessaires pour faire face au risque accru de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme qui existe lorsqu'ils nouent des relations d'affaires ou effectuent une transaction avec un client qui n'est pas physiquement présent aux fins de l'identification.
Les modalités d'application de cette obligation seront précisées par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis. ".
" Art. 6bis. - Les organismes et personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter prennent les dispositions spécifiques et adéquates nécessaires pour faire face au risque accru de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme qui existe lorsqu'ils nouent des relations d'affaires ou effectuent une transaction avec un client qui n'est pas physiquement présent aux fins de l'identification.
Les modalités d'application de cette obligation seront précisées par les autorités visées à l'article 21 et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis. ".
Art. 12. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 3° en 5° " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° in het derde lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 5° " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis, 1° en 5°, en 2ter ";
3° het derde lid wordt aangevuld als volgt : " Zij registreren de uitgevoerde verrichtingen op zodanige wijze dat zij kunnen voldoen aan de verzoeken om inlichtingen bedoeld in artikel 15, binnen de in dat artikel voorgeschreven termijn. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 3° en 5° " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° in het derde lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 5° " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis, 1° en 5°, en 2ter ";
3° het derde lid wordt aangevuld als volgt : " Zij registreren de uitgevoerde verrichtingen op zodanige wijze dat zij kunnen voldoen aan de verzoeken om inlichtingen bedoeld in artikel 15, binnen de in dat artikel voorgeschreven termijn. ".
Art. 12. A l'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " aux articles 2 et 2bis, 3° à 5° " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° à l'alinéa 3, les mots " aux articles 2 et 2bis, 5° " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis, 1° et 5°, et 2ter ";
3° l'alinéa 3 est complété par les mots " Ils enregistrent les opérations effectuées de manière à pouvoir répondre aux demandes de renseignements visées à l'article 15, dans le délai visé à cet article. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " aux articles 2 et 2bis, 3° à 5° " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° à l'alinéa 3, les mots " aux articles 2 et 2bis, 5° " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis, 1° et 5°, et 2ter ";
3° l'alinéa 3 est complété par les mots " Ils enregistrent les opérations effectuées de manière à pouvoir répondre aux demandes de renseignements visées à l'article 15, dans le délai visé à cet article. ".
Art. 13. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het volgend lid wordt ingevoegd voor het eerste lid :
" De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter onderzoeken met een bijzondere aandacht elke verrichting die ze, uit hun aard of door hun ongebruikelijk karakter gelet op de activiteiten van de cliënt, de begeleidende omstandigheden of de hoedanigheid van de betrokken personen, bijzonder vatbaar achten voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme. ";
2° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De in de artikelen 2 en 2bis, 5°, bedoelde ondernemingen en personen stellen een schriftelijk verslag op over dit onderzoek; dit verslag wordt toegestuurd aan de in artikel 10 bedoelde personen voor bewaring gedurende de door artikel 7 voorgeschreven termijn. ";
3° in het tweede lid worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ".
1° het volgend lid wordt ingevoegd voor het eerste lid :
" De ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter onderzoeken met een bijzondere aandacht elke verrichting die ze, uit hun aard of door hun ongebruikelijk karakter gelet op de activiteiten van de cliënt, de begeleidende omstandigheden of de hoedanigheid van de betrokken personen, bijzonder vatbaar achten voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme. ";
2° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De in de artikelen 2 en 2bis, 5°, bedoelde ondernemingen en personen stellen een schriftelijk verslag op over dit onderzoek; dit verslag wordt toegestuurd aan de in artikel 10 bedoelde personen voor bewaring gedurende de door artikel 7 voorgeschreven termijn. ";
3° in het tweede lid worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ".
Art. 13. A l'article 8 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa suivant est inséré avant l'alinéa 1er :
" Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter examinent avec une attention particulière toute opération qu'ils considèrent particulièrement susceptible, de par sa nature ou de par son caractère inhabituel au regard des activités du client, de par les circonstances qui l'entourent ou de par la qualité des personnes impliquées, d'être liée au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme. ";
2° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les organismes et les personnes visés aux articles 2 et 2bis, 5°, établissent un rapport écrit des résultats de cet examen; ce rapport est transmis aux personnes visées à l'article 10 aux fins d'être conservé durant le délai prescrit à l'article 7. ";
3° à l'alinéa 2, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ".
1° l'alinéa suivant est inséré avant l'alinéa 1er :
" Les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter examinent avec une attention particulière toute opération qu'ils considèrent particulièrement susceptible, de par sa nature ou de par son caractère inhabituel au regard des activités du client, de par les circonstances qui l'entourent ou de par la qualité des personnes impliquées, d'être liée au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme. ";
2° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Les organismes et les personnes visés aux articles 2 et 2bis, 5°, établissent un rapport écrit des résultats de cet examen; ce rapport est transmis aux personnes visées à l'article 10 aux fins d'être conservé durant le délai prescrit à l'article 7. ";
3° à l'alinéa 2, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ".
Art. 14. In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° de woorden " het witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ".
1° de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " worden vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° de woorden " het witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ".
Art. 14. A l'article 9 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ".
1° les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ".
Art. 15. In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " het witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ";
2° het artikel wordt vervolledigd door de volgende leden :
" Bij de interne controleprocedures zal bijzonder rekening worden gehouden met het verhoogde risico voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme bij verrichtingen op afstand als bedoeld in artikel 6bis.
De toepassingsmodaliteiten van deze verplichting zullen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 van deze wet en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis. ".
1° de woorden " het witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ";
2° het artikel wordt vervolledigd door de volgende leden :
" Bij de interne controleprocedures zal bijzonder rekening worden gehouden met het verhoogde risico voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme bij verrichtingen op afstand als bedoeld in artikel 6bis.
De toepassingsmodaliteiten van deze verplichting zullen worden verduidelijkt door de overheden bedoeld in artikel 21 van deze wet en, desgevallend, via reglement overeenkomstig artikel 21bis. ".
Art. 15. A l'article 10 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ";
2° l'article est complété par les alinéas suivants :
" Les procédures de contrôle interne prendront spécifiquement en compte le risque accru de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme en cas d'opérations à distance visées à l'article 6bis.
Les modalités d'application de cette obligation seront précisées par les autorités visées à l'article 21 de la présente loi et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis. ".
1° les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux et au financement du terrorisme ";
2° l'article est complété par les alinéas suivants :
" Les procédures de contrôle interne prendront spécifiquement en compte le risque accru de blanchiment de capitaux et de financement du terrorisme en cas d'opérations à distance visées à l'article 6bis.
Les modalités d'application de cette obligation seront précisées par les autorités visées à l'article 21 de la présente loi et, le cas échéant, par voie de règlement conformément à l'article 21bis. ".
Art. 16. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, bestaande uit de artikelen 10bis en 10ter, luidende : " Beperking van de betalingen in contanten ".
Art. 16. Il est inséré dans la même loi un chapitre IIbis, comprenant les articles 10bis et 10ter, intitulé comme suit : " Limitation des paiements en espèce ".
Art. 17. Artikel 10bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 10 augustus 1998, wordt in het " Hoofdstuk IIbis. Beperking van de betalingen in contanten " ingevoegd.
Art. 17. L'article 10bis de la même loi, inséré par la loi du 10 août 1998, est inséré dans le " Chapitre IIbis. Limitation des paiements en espèces ".
Art. 18. Artikel 10bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 10 augustus 1998, wordt vervangen als volgt :
" Artikel 10bis. - De prijs van de verkoop van een onroerend goed mag enkel vereffend worden door middel van overschrijving of cheque, uitgezonderd voor een bedrag tot 10 % van de prijs van de verkoop, en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 15 000 EUR. De verkoopovereenkomst en -akte moeten het nummer van de financiële rekening vermelden waarlangs het bedrag werd of zal worden overdragen.
Wanneer de in artikel 2, 17°, en artikel 2bis, 1°, bedoelde personen vaststellen dat voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengen zij dit onmiddellijk ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
" Artikel 10bis. - De prijs van de verkoop van een onroerend goed mag enkel vereffend worden door middel van overschrijving of cheque, uitgezonderd voor een bedrag tot 10 % van de prijs van de verkoop, en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 15 000 EUR. De verkoopovereenkomst en -akte moeten het nummer van de financiële rekening vermelden waarlangs het bedrag werd of zal worden overdragen.
Wanneer de in artikel 2, 17°, en artikel 2bis, 1°, bedoelde personen vaststellen dat voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengen zij dit onmiddellijk ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
Art. 18. L'article 10bis de la même loi, inséré par la loi du 10 août 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Article 10bis. - Le prix de la vente d'un bien immobilier ne peut être acquitté qu'au moyen d'un virement ou d'un chèque, excepté pour un montant n'excédant pas 10 % du prix de la vente, et pour autant que ce montant ne soit pas supérieur à 15.000 EUR. La convention et l'acte de vente doivent préciser le numéro du compte financier par le débit duquel la somme a été ou sera transférée.
Lorsque les personnes visées aux articles 2, 17°, et 2bis, 1°, constatent le non-respect de la disposition précédente, elles en informent immédiatement la Cellule de traitement des informations financières. ".
" Article 10bis. - Le prix de la vente d'un bien immobilier ne peut être acquitté qu'au moyen d'un virement ou d'un chèque, excepté pour un montant n'excédant pas 10 % du prix de la vente, et pour autant que ce montant ne soit pas supérieur à 15.000 EUR. La convention et l'acte de vente doivent préciser le numéro du compte financier par le débit duquel la somme a été ou sera transférée.
Lorsque les personnes visées aux articles 2, 17°, et 2bis, 1°, constatent le non-respect de la disposition précédente, elles en informent immédiatement la Cellule de traitement des informations financières. ".
Art. 19. In dezelfde wet wordt een artikel 10ter ingevoegd, luidende :
" De prijs van de verkoop door een handelaar van een goed ter waarde van 15 000 EUR of meer mag niet in contanten worden vereffend. ".
" De prijs van de verkoop door een handelaar van een goed ter waarde van 15 000 EUR of meer mag niet in contanten worden vereffend. ".
Art. 19. Un article 10ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Le prix de la vente par un commerçant d'un article dont la valeur atteint ou excède 15 000 EUR ne peut être acquitté en espèces. ".
" Le prix de la vente par un commerçant d'un article dont la valeur atteint ou excède 15 000 EUR ne peut être acquitté en espèces. ".
Art. 20. In het opschrift van hoofdstuk III van dezelfde wet worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter " en worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ".
Art. 20. Dans l'intitulé du chapitre III de la même loi, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter " et les mots " le blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme ".
Art. 21. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ";
2° in § 2 worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter " en wordt de paragraaf aangevuld met de volgende woorden : " De regels aangaande de kennisgeving van inlichtingen waarvan sprake in de artikelen 12 tot 15, door de personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter, kunnen door de Koning worden vastgesteld op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking. ";
3° in § 3 worden de woorden " financiële deskundigen " vervangen door de woorden " financiële deskundigen en een hoger officier, gedetacheerd van de federale politie ";
4° het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende :
" § 8. Deze autoriteit wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en reglementen betreffende de belastingen, heffingen, rechten en vergoedingen van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten. ".
1° in § 1 worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ";
2° in § 2 worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter " en wordt de paragraaf aangevuld met de volgende woorden : " De regels aangaande de kennisgeving van inlichtingen waarvan sprake in de artikelen 12 tot 15, door de personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter, kunnen door de Koning worden vastgesteld op advies van de Cel voor financiële informatieverwerking. ";
3° in § 3 worden de woorden " financiële deskundigen " vervangen door de woorden " financiële deskundigen en een hoger officier, gedetacheerd van de federale politie ";
4° het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende :
" § 8. Deze autoriteit wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en reglementen betreffende de belastingen, heffingen, rechten en vergoedingen van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten. ".
Art. 21. A l'article 11 de la même loi, modifié par les lois du 7 avril 1995 et du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " le blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme ";
2° au § 2, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter " et le paragraphe est complété par les mots suivants : " Les règles relatives à la transmission des informations visées aux articles 12 à 15, par les personnes visées aux articles 2, 2bis et 2ter, peuvent être établies par le Roi, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières. ";
3° au § 3, les mots " experts en matière financière " sont remplacés par les mots " experts en matière financière et d'un officier supérieur, détaché de la police fédérale ";
4° l'article est complété par un § 8, rédigé comme suit :
" § 8. Cette autorité est assimilée à l'Etat pour l'application des lois et règlements relatifs aux impôts, taxes, droits et redevances de l'Etat, des provinces, des communes et des agglomérations de communes. ".
1° au § 1er, les mots " le blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme ";
2° au § 2, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter " et le paragraphe est complété par les mots suivants : " Les règles relatives à la transmission des informations visées aux articles 12 à 15, par les personnes visées aux articles 2, 2bis et 2ter, peuvent être établies par le Roi, sur avis de la Cellule de traitement des informations financières. ";
3° au § 3, les mots " experts en matière financière " sont remplacés par les mots " experts en matière financière et d'un officier supérieur, détaché de la police fédérale ";
4° l'article est complété par un § 8, rédigé comme suit :
" § 8. Cette autorité est assimilée à l'Etat pour l'application des lois et règlements relatifs aux impôts, taxes, droits et redevances de l'Etat, des provinces, des communes et des agglomérations de communes. ".
Art. 22. In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
2° in § 2, derde lid, worden de woorden " vierentwintig uur " vervangen door de woorden " twee werkdagen ";
3° in § 3 worden de woorden " aan de procureur des Konings " vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ".
1° in § 1 worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
2° in § 2, derde lid, worden de woorden " vierentwintig uur " vervangen door de woorden " twee werkdagen ";
3° in § 3 worden de woorden " aan de procureur des Konings " vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ".
Art. 22. A l'article 12 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme ";
2° au § 2, alinéa 3, les mots " vingt-quatre heures " sont remplacés par les mots " deux jours ouvrables ";
3° au § 3, les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ".
1° au § 1er, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme ";
2° au § 2, alinéa 3, les mots " vingt-quatre heures " sont remplacés par les mots " deux jours ouvrables ";
3° au § 3, les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ".
Art. 23. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme " en worden de woorden " het vermeende witwassen van geld " vervangen door de woorden " het vermeende witwassen van geld en de vermeende financiering van terrorisme ".
Art. 23. A l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme " et les mots " du blanchiment présumé de capitaux " sont remplacés par les mots " du blanchiment présumé de capitaux et du financement présumé du terrorisme ".
Art. 24. In artikel 14 van dezelfde wet, worden de woorden " witwassen van geld " vervangen door de woorden " witwassen van geld of op financiering van terrorisme ".
Art. 24. A l'article 14 de la même loi, les mots " d'un blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " d'un blanchiment de capitaux ou d'un financement du terrorisme ".
Art. 25. In artikel 14bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De in artikel 2bis, 1° tot 4°, bedoelde personen die, bij de uitoefening van hun beroep, feiten vaststellen waarvan zij weten of vermoeden dat ze verband houden met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme, moeten de Cel voor financiële informatieverwerking daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen. ";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
3° dit artikel wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
" § 3. De in artikel 2ter bedoelde personen die, bij de uitoefening van de in dat artikel opgesomde activiteiten, feiten vaststellen waarvan zij weten of vermoeden dat ze verband houden met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme, moeten de stafhouder van de Orde waartoe zij behoren daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen.
De in artikel 2ter bedoelde personen delen die informatie echter niet mee in het geval zij deze van één van hun cliënten ontvangen of over één van hun cliënten verkrijgen wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel die cliënt in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen.
De stafhouder controleert of de voorwaarden waarvan sprake in artikel 2ter en in het vorige lid zijn nageleefd. Indien deze voorwaarden zijn nageleefd, bezorgt hij de informatie onmiddellijk aan de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. De in artikel 2bis, 1° tot 4°, bedoelde personen die, bij de uitoefening van hun beroep, feiten vaststellen waarvan zij weten of vermoeden dat ze verband houden met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme, moeten de Cel voor financiële informatieverwerking daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen. ";
2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
3° dit artikel wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
" § 3. De in artikel 2ter bedoelde personen die, bij de uitoefening van de in dat artikel opgesomde activiteiten, feiten vaststellen waarvan zij weten of vermoeden dat ze verband houden met het witwassen van geld of met de financiering van terrorisme, moeten de stafhouder van de Orde waartoe zij behoren daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen.
De in artikel 2ter bedoelde personen delen die informatie echter niet mee in het geval zij deze van één van hun cliënten ontvangen of over één van hun cliënten verkrijgen wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel die cliënt in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen.
De stafhouder controleert of de voorwaarden waarvan sprake in artikel 2ter en in het vorige lid zijn nageleefd. Indien deze voorwaarden zijn nageleefd, bezorgt hij de informatie onmiddellijk aan de Cel voor financiële informatieverwerking. ".
Art. 25. A l'article 14bis de la même loi, inséré par la loi du 10 août 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les personnes visées à l'article 2bis, 1° à 4°, qui dans l'exercice de leur profession, constatent des faits qu'elles savent ou soupçonnent être liés au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme sont tenues d'en informer immédiatement la Cellule de traitement des informations financières. ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme ";
3° l'article est complété par le paragraphe suivant :
" § 3. Les personnes visées à l'article 2ter qui, dans l'exercice des activités énumérées à cet article, constatent des faits qu'elles savent ou soupçonnent être liés au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme sont tenues d'en informer immédiatement le bâtonnier de l'Ordre dont elles relèvent.
Toutefois, les personnes visées à l'article 2ter ne transmettent pas ces informations si celles-ci ont été reçues d'un de leurs clients ou obtenues sur un de leurs clients lors de l'évaluation de la situation juridique de ce client ou dans l'exercice de leur mission de défense ou de représentation de ce client dans une procédure judiciaire ou concernant une telle procédure, y compris dans le cadre de conseils relatifs à la manière d'engager ou d'éviter une procédure, que ces informations soient reçues ou obtenues avant, pendant ou après cette procédure.
Le bâtonnier vérifie le respect des conditions prévues à l'article 2ter et à l'alinéa précédent. Si ces conditions sont respectées, il transmet immédiatement les informations à la cellule de traitement des informations financières. ".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les personnes visées à l'article 2bis, 1° à 4°, qui dans l'exercice de leur profession, constatent des faits qu'elles savent ou soupçonnent être liés au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme sont tenues d'en informer immédiatement la Cellule de traitement des informations financières. ";
2° au § 2, alinéa 1er, les mots " au blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme ";
3° l'article est complété par le paragraphe suivant :
" § 3. Les personnes visées à l'article 2ter qui, dans l'exercice des activités énumérées à cet article, constatent des faits qu'elles savent ou soupçonnent être liés au blanchiment de capitaux ou au financement du terrorisme sont tenues d'en informer immédiatement le bâtonnier de l'Ordre dont elles relèvent.
Toutefois, les personnes visées à l'article 2ter ne transmettent pas ces informations si celles-ci ont été reçues d'un de leurs clients ou obtenues sur un de leurs clients lors de l'évaluation de la situation juridique de ce client ou dans l'exercice de leur mission de défense ou de représentation de ce client dans une procédure judiciaire ou concernant une telle procédure, y compris dans le cadre de conseils relatifs à la manière d'engager ou d'éviter une procédure, que ces informations soient reçues ou obtenues avant, pendant ou après cette procédure.
Le bâtonnier vérifie le respect des conditions prévues à l'article 2ter et à l'alinéa précédent. Si ces conditions sont respectées, il transmet immédiatement les informations à la cellule de traitement des informations financières. ".
Art. 26. In dezelfde wet wordt een artikel 14quater ingevoegd, luidende :
" Art. 14quater. - De personen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 19° en 20°, mogen geen bijkantoor of vertegenwoordigingskantoor openen dat gedomicilieerd, geregistreerd of gevestigd is in een Staat of een gebied, door de Koning aangewezen met toepassing van artikel 14ter. Zij mogen, noch rechtstreeks, noch via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding, een dochtervennootschap die werkzaam is als kredietinstelling, verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming verwerven of oprichten die gedomicilieerd, geregistreerd of gevestigd is of wordt in een Staat of een gebied als hierboven bedoeld. "
" Art. 14quater. - De personen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 19° en 20°, mogen geen bijkantoor of vertegenwoordigingskantoor openen dat gedomicilieerd, geregistreerd of gevestigd is in een Staat of een gebied, door de Koning aangewezen met toepassing van artikel 14ter. Zij mogen, noch rechtstreeks, noch via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding, een dochtervennootschap die werkzaam is als kredietinstelling, verzekeringsonderneming of beleggingsonderneming verwerven of oprichten die gedomicilieerd, geregistreerd of gevestigd is of wordt in een Staat of een gebied als hierboven bedoeld. "
Art. 26. Un article 14quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Art. 14quater. - Les personnes visées à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 19° et 20°, ne peuvent ouvrir une succursale ou un bureau de représentation domicilié, enregistré ou établi dans un Etat ou un territoire désigné par le Roi en application de l'article 14ter. Elles ne peuvent acquérir ou créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement ou d'une entreprise d'assurances, domiciliée, enregistrée ou établie dans un Etat ou un territoire susvisé. "
" Art. 14quater. - Les personnes visées à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 19° et 20°, ne peuvent ouvrir une succursale ou un bureau de représentation domicilié, enregistré ou établi dans un Etat ou un territoire désigné par le Roi en application de l'article 14ter. Elles ne peuvent acquérir ou créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement ou d'une entreprise d'assurances, domiciliée, enregistrée ou établie dans un Etat ou un territoire susvisé. "
Art. 27. Artikel 15, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en van 10 augustus 1998, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Wanneer de Cel voor financiële informatieverwerking informatie ontvangt als bedoeld in artikel 11, § 2, mag de Cel of één van haar leden of één van haar personeelsleden, die daartoe is aangewezen door de magistraat die de Cel leidt of door zijn plaatsvervanger, eisen dat binnen de door hen bepaalde termijn alle bijkomende informatie wordt meegedeeld die zij nuttig achten voor de vervulling van de opdracht van de Cel :
1° door alle instellingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter alsook door de stafhouder bedoeld in artikel 14bis, § 3;
2° door de politiediensten, in afwijking van artikel 44/1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, als gewijzigd bij de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten;
3° door de administratieve diensten van de Staat;
4° door de curatoren in een faillissement;
5° door de voorlopige bewindvoerders bedoeld in artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
6° door de gerechtelijke overheden. Evenwel kunnen inlichtingen door een onderzoeksrechter niet worden medegedeeld aan de Cel zonder uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal of van de federale procureur en kunnen de inlichtingen verkregen van een gerechtelijke overheid door de Cel niet worden medegedeeld aan een buitenlandse instelling bij toepassing van artikel 17, § 2, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal of van de federale procureur.
De in artikel 2ter bedoelde personen en de in artikel 14bis, § 3 bedoelde stafhouder delen die informatie niet mee als de in artikel 2ter bedoelde personen deze van één van hun cliënten ontvangen of over één van hun cliënten verkrijgen wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel die cliënt in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen.
De gerechtelijke overheden, de politiediensten, de administratieve diensten van de Staat, de curatoren in een faillissement en de voorlopige bewindvoerders mogen de Cel voor financiële informatieverwerking op eigen initiatief alle informatie bezorgen die zij nuttig achten voor de vervulling van haar opdracht.
Het openbaar ministerie deelt aan de Cel voor financiële informatieverwerking alle definitieve beslissingen mee die zijn genomen in dossiers in verband waarmee de Cel informatie heeft meegedeeld met toepassing van de artikelen 12, § 3, en 16. "
" § 1. Wanneer de Cel voor financiële informatieverwerking informatie ontvangt als bedoeld in artikel 11, § 2, mag de Cel of één van haar leden of één van haar personeelsleden, die daartoe is aangewezen door de magistraat die de Cel leidt of door zijn plaatsvervanger, eisen dat binnen de door hen bepaalde termijn alle bijkomende informatie wordt meegedeeld die zij nuttig achten voor de vervulling van de opdracht van de Cel :
1° door alle instellingen en personen bedoeld in de artikelen 2, 2bis en 2ter alsook door de stafhouder bedoeld in artikel 14bis, § 3;
2° door de politiediensten, in afwijking van artikel 44/1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, als gewijzigd bij de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten;
3° door de administratieve diensten van de Staat;
4° door de curatoren in een faillissement;
5° door de voorlopige bewindvoerders bedoeld in artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
6° door de gerechtelijke overheden. Evenwel kunnen inlichtingen door een onderzoeksrechter niet worden medegedeeld aan de Cel zonder uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal of van de federale procureur en kunnen de inlichtingen verkregen van een gerechtelijke overheid door de Cel niet worden medegedeeld aan een buitenlandse instelling bij toepassing van artikel 17, § 2, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal of van de federale procureur.
De in artikel 2ter bedoelde personen en de in artikel 14bis, § 3 bedoelde stafhouder delen die informatie niet mee als de in artikel 2ter bedoelde personen deze van één van hun cliënten ontvangen of over één van hun cliënten verkrijgen wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel die cliënt in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen.
De gerechtelijke overheden, de politiediensten, de administratieve diensten van de Staat, de curatoren in een faillissement en de voorlopige bewindvoerders mogen de Cel voor financiële informatieverwerking op eigen initiatief alle informatie bezorgen die zij nuttig achten voor de vervulling van haar opdracht.
Het openbaar ministerie deelt aan de Cel voor financiële informatieverwerking alle definitieve beslissingen mee die zijn genomen in dossiers in verband waarmee de Cel informatie heeft meegedeeld met toepassing van de artikelen 12, § 3, en 16. "
Art. 27. L'article 15, § 1er, de la même loi, modifié par les lois du 7 avril 1995 et du 10 août 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Lorsque la Cellule de traitement des informations financières reçoit une information visée à l'article 11, § 2, la Cellule ou l'un de ses membres ou l'un des membres de son personnel désigné à cette fin par le magistrat qui la dirige ou son suppléant peuvent se faire communiquer, dans le délai qu'ils déterminent, tous les renseignements complémentaires qu'ils jugent utiles à l'accomplissement de la mission de la Cellule de la part :
1° de tous les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter ainsi que de la part du bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3;
2° des services de police, par dérogation à l'article 44/1 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, modifiée par la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police;
3° des services administratifs de l'Etat;
4° des curateurs de faillite;
5° des administrateurs provisoires visés à l'article 8 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites;
6° des autorités judiciaires. Toutefois, des renseignements ne peuvent être communiqués à la Cellule par un juge d'instruction sans l'autorisation expresse du procureur général ou du procureur fédéral et les renseignements obtenus d'une autorité judiciaire ne peuvent être communiqués par la Cellule à un organisme étranger, en application de l'article 17, § 2, sans l'autorisation expresse du procureur général ou du procureur fédéral.
Les personnes visées à l'article 2ter et le bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3, ne transmettent pas ces informations si celles-ci ont été reçues, par les personnes visées à l'article 2ter, d'un de leurs clients ou obtenues sur un de leurs clients lors de l'évaluation de la situation juridique de ce client ou dans l'exercice de leur mission de défense ou de représentation de ce client dans une procédure judiciaire ou concernant une telle procédure, y compris dans le cadre de conseils relatifs à la manière d'engager ou d'éviter une procédure, que ces informations soient reçues ou obtenues avant, pendant ou après cette procédure.
Les autorités judiciaires, les services de police, les services administratifs de l'Etat, les curateurs de faillite et les administrateurs provisoires peuvent communiquer d'initiative à la Cellule de traitement des informations financières toute information qu'ils jugent utiles à l'exercice de sa mission.
Le ministère public communique à la Cellule de traitement des informations financières toutes les décisions définitives prononcées dans les dossiers ayant fait l'objet d'une transmission d'information par la cellule en application des articles 12, § 3, et 16. "
" § 1er. Lorsque la Cellule de traitement des informations financières reçoit une information visée à l'article 11, § 2, la Cellule ou l'un de ses membres ou l'un des membres de son personnel désigné à cette fin par le magistrat qui la dirige ou son suppléant peuvent se faire communiquer, dans le délai qu'ils déterminent, tous les renseignements complémentaires qu'ils jugent utiles à l'accomplissement de la mission de la Cellule de la part :
1° de tous les organismes et les personnes visés aux articles 2, 2bis et 2ter ainsi que de la part du bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3;
2° des services de police, par dérogation à l'article 44/1 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, modifiée par la loi du 26 avril 2002 relative aux éléments essentiels du statut des membres du personnel des services de police et portant diverses autres dispositions relatives aux services de police;
3° des services administratifs de l'Etat;
4° des curateurs de faillite;
5° des administrateurs provisoires visés à l'article 8 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites;
6° des autorités judiciaires. Toutefois, des renseignements ne peuvent être communiqués à la Cellule par un juge d'instruction sans l'autorisation expresse du procureur général ou du procureur fédéral et les renseignements obtenus d'une autorité judiciaire ne peuvent être communiqués par la Cellule à un organisme étranger, en application de l'article 17, § 2, sans l'autorisation expresse du procureur général ou du procureur fédéral.
Les personnes visées à l'article 2ter et le bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3, ne transmettent pas ces informations si celles-ci ont été reçues, par les personnes visées à l'article 2ter, d'un de leurs clients ou obtenues sur un de leurs clients lors de l'évaluation de la situation juridique de ce client ou dans l'exercice de leur mission de défense ou de représentation de ce client dans une procédure judiciaire ou concernant une telle procédure, y compris dans le cadre de conseils relatifs à la manière d'engager ou d'éviter une procédure, que ces informations soient reçues ou obtenues avant, pendant ou après cette procédure.
Les autorités judiciaires, les services de police, les services administratifs de l'Etat, les curateurs de faillite et les administrateurs provisoires peuvent communiquer d'initiative à la Cellule de traitement des informations financières toute information qu'ils jugent utiles à l'exercice de sa mission.
Le ministère public communique à la Cellule de traitement des informations financières toutes les décisions définitives prononcées dans les dossiers ayant fait l'objet d'une transmission d'information par la cellule en application des articles 12, § 3, et 16. "
Art. 28. In artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " van witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " van witwassen van geld of van financiering van terrorisme ";
2° de woorden " aan de procureur des Konings " worden vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ";
3° de woorden " Een afschrift van deze informatie wordt door de Cel toegezonden aan één van de nationale magistraten bedoeld in artikel 144bis van het Gerechtelijk Wetboek " worden vervangen door de woorden " Wanneer de informatie wordt meegedeeld aan de procureur des Konings, stuurt de Cel daarvan een afschrift naar de federale procureur ".
1° de woorden " van witwassen van geld " worden vervangen door de woorden " van witwassen van geld of van financiering van terrorisme ";
2° de woorden " aan de procureur des Konings " worden vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ";
3° de woorden " Een afschrift van deze informatie wordt door de Cel toegezonden aan één van de nationale magistraten bedoeld in artikel 144bis van het Gerechtelijk Wetboek " worden vervangen door de woorden " Wanneer de informatie wordt meegedeeld aan de procureur des Konings, stuurt de Cel daarvan een afschrift naar de federale procureur ".
Art. 28. A l'article 16 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " de blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme ";
2° les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ";
3° les mots " Une copie de ces informations est transmise par la Cellule à l'un des magistrats nationaux visés à l'article 144bis du Code judiciaire " sont remplacés par les mots " Lorsque les informations sont transmises au procureur du Roi, une copie de celles-ci est adressée par la Cellule au procureur fédéral ".
1° les mots " de blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme ";
2° les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ";
3° les mots " Une copie de ces informations est transmise par la Cellule à l'un des magistrats nationaux visés à l'article 144bis du Code judiciaire " sont remplacés par les mots " Lorsque les informations sont transmises au procureur du Roi, une copie de celles-ci est adressée par la Cellule au procureur fédéral ".
Art. 29. In artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995 en van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden " of de externe deskundigen waarop zij een beroep doet " vervangen door de woorden " , de leden van de politiediensten en de andere ambtenaren die bij haar gedetacheerd zijn alsook de externe deskundigen waarop zij beroep doet ";
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden " de eenheid voor de coördinatie van de fraudebestrijding van de Europese Commissie " vervangen door de woorden " het Europees bureau voor fraudebestrijding ";
3° in § 2, vierde lid, worden de woorden " aan de procureur des Konings " vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ";
4° in § 2, vijfde lid, worden de woorden " van de Europese Unie " vervangen door de woorden " van de Europese Gemeenschappen " en worden de woorden " de eenheid voor de coördinatie van de fraudebestrijding van de Europese Commissie " vervangen door de woorden " het Europees bureau voor fraudebestrijding ";
5° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden :
" Wanneer deze mededeling inlichtingen bevat betreffende het witwassen van geld dat afkomstig is van een strafbaar feit dat verband houdt met ernstige en georganiseerde fiscale fraude, waarbij ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend, of van een strafbaar feit dat onder de bevoegdheid van de Administratie der douane en accijnzen valt, brengt de Cel de Minister van Financiën op de hoogte van die mededeling.
Wanneer deze mededeling informatie bevat waarvoor de Staatsveiligheid of de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht inlichtingen aan de Cel hebben verstrekt, deelt ze hen dit mee. "
1° in § 1 worden de woorden " of de externe deskundigen waarop zij een beroep doet " vervangen door de woorden " , de leden van de politiediensten en de andere ambtenaren die bij haar gedetacheerd zijn alsook de externe deskundigen waarop zij beroep doet ";
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden " de eenheid voor de coördinatie van de fraudebestrijding van de Europese Commissie " vervangen door de woorden " het Europees bureau voor fraudebestrijding ";
3° in § 2, vierde lid, worden de woorden " aan de procureur des Konings " vervangen door de woorden " aan de procureur des Konings of aan de federale procureur ";
4° in § 2, vijfde lid, worden de woorden " van de Europese Unie " vervangen door de woorden " van de Europese Gemeenschappen " en worden de woorden " de eenheid voor de coördinatie van de fraudebestrijding van de Europese Commissie " vervangen door de woorden " het Europees bureau voor fraudebestrijding ";
5° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden :
" Wanneer deze mededeling inlichtingen bevat betreffende het witwassen van geld dat afkomstig is van een strafbaar feit dat verband houdt met ernstige en georganiseerde fiscale fraude, waarbij ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend, of van een strafbaar feit dat onder de bevoegdheid van de Administratie der douane en accijnzen valt, brengt de Cel de Minister van Financiën op de hoogte van die mededeling.
Wanneer deze mededeling informatie bevat waarvoor de Staatsveiligheid of de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht inlichtingen aan de Cel hebben verstrekt, deelt ze hen dit mee. "
Art. 29. A l'article 17 de la même loi, modifié par les lois du 7 avril 1995 et du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " ou les experts externes auxquels elle a recours " sont remplacés par les mots " , les membres des services de police et les autres fonctionnaires détachés auprès d'elle ainsi que les experts externes auxquels elle a recours ";
2° au § 2, alinéa 2, les mots " l'unité de coordination de la lutte anti-fraude de la Commission européenne " sont remplacés par les mots " l'Office européen de lutte antifraude ";
3° au § 2, alinéa 4, les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ";
4° au § 2, alinéa 5, les mots " de l'Union européenne " sont remplacés par les mots " les Communautés européennes " et les mots " l'unité de coordination de la lutte anti-fraude de la Communauté européenne " sont remplacés par les mots " l'Office européen de lutte antifraude ";
5° le § 2 est complété par les alinéas suivants :
" Lorsque cette transmission concerne des informations relatives au blanchiment de capitaux provenant de la commission d'une infraction liée à la fraude fiscale grave et organisée, qui met en oeuvre des mécanismes complexes ou qui use de procédés à dimension internationale, ou de la commission d'une infraction qui est de la compétence de l'Administration des douanes et accises, la Cellule informe le Ministre des Finances de cette transmission.
Lorsque cette transmission concerne des informations pour lesquelles la Sûreté de l'Etat ou le Service général du renseignement et de la sécurité des Forces armées ont communiqué des renseignements à la Cellule, celle-ci les informe de cette transmission. "
1° au § 1er, les mots " ou les experts externes auxquels elle a recours " sont remplacés par les mots " , les membres des services de police et les autres fonctionnaires détachés auprès d'elle ainsi que les experts externes auxquels elle a recours ";
2° au § 2, alinéa 2, les mots " l'unité de coordination de la lutte anti-fraude de la Commission européenne " sont remplacés par les mots " l'Office européen de lutte antifraude ";
3° au § 2, alinéa 4, les mots " au procureur du Roi " sont remplacés par les mots " au procureur du Roi ou au procureur fédéral ";
4° au § 2, alinéa 5, les mots " de l'Union européenne " sont remplacés par les mots " les Communautés européennes " et les mots " l'unité de coordination de la lutte anti-fraude de la Communauté européenne " sont remplacés par les mots " l'Office européen de lutte antifraude ";
5° le § 2 est complété par les alinéas suivants :
" Lorsque cette transmission concerne des informations relatives au blanchiment de capitaux provenant de la commission d'une infraction liée à la fraude fiscale grave et organisée, qui met en oeuvre des mécanismes complexes ou qui use de procédés à dimension internationale, ou de la commission d'une infraction qui est de la compétence de l'Administration des douanes et accises, la Cellule informe le Ministre des Finances de cette transmission.
Lorsque cette transmission concerne des informations pour lesquelles la Sûreté de l'Etat ou le Service général du renseignement et de la sécurité des Forces armées ont communiqué des renseignements à la Cellule, celle-ci les informe de cette transmission. "
Art. 30. (NOTA : bij arrest nr 10/2008 van 23-01-2008 (B.St. 11-02-2008, p. 8940-8947), heeft het Grondwettelijk Hof de woorden " en 2ter ", in artikel 30, 2°, vernietigd) In artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De mededeling van de in de artikelen 12 tot 14ter bedoelde informatie wordt normaliter gedaan door de persoon die binnen de in de artikelen 2 en 2bis, 5°, bedoelde ondernemingen overeenkomstig artikel 10 is aangesteld, of door de personen bedoeld in de artikelen 2bis, 1° tot 4° en 2ter. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 5°, " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" De mededeling van de in de artikelen 12 tot 14ter bedoelde informatie wordt normaliter gedaan door de persoon die binnen de in de artikelen 2 en 2bis, 5°, bedoelde ondernemingen overeenkomstig artikel 10 is aangesteld, of door de personen bedoeld in de artikelen 2bis, 1° tot 4° en 2ter. ";
2° in het tweede lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis, 5°, " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ".
Art. 30. (NOTE : par son arrêt n° 10/2008 du 23-01-2008 (M.B. 11-02-2008, p. 8933 -8940), la Cour Constitutionnelle a annulé les mots " et 2ter ", à l'article 30, 2°) A l'article 18 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" La transmission d'informations visée aux articles 12 à 14ter, est effectuée normalement par la personne désignée au sein des organismes visés aux articles 2 et 2bis, 5°, conformément à l'article 10 ou par les personnes visées aux articles 2bis, 1° à 4° et 2ter. ";
2° à l'alinéa 2, les mots " aux articles 2 et 2bis, 5°, " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ".
1° l'alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
" La transmission d'informations visée aux articles 12 à 14ter, est effectuée normalement par la personne désignée au sein des organismes visés aux articles 2 et 2bis, 5°, conformément à l'article 10 ou par les personnes visées aux articles 2bis, 1° à 4° et 2ter. ";
2° à l'alinéa 2, les mots " aux articles 2 et 2bis, 5°, " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ".
Art. 31. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de woorden " de in de artikelen 2 en 2bis bedoelde ondernemingen of personen " vervangen door de woorden " de in de artikelen 2, 2bis en 2ter bedoelde ondernemingen of personen en de in artikel 14bis, § 3, bedoelde stafhouder ".
Art. 31. A l'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ainsi que le bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3 ".
Art. 32. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de woorden " de in de artikelen 2 en 2bis bedoelde ondernemingen of personen, hun werknemers of hun vertegenwoordigers " vervangen door de woorden " de in de artikelen 2, 2bis en 2ter bedoelde ondernemingen of personen, hun werknemers of hun vertegenwoordigers en de in artikel 14bis, § 3 bedoelde stafhouder ".
Art. 32. A l'article 20 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, les mots " aux articles 2 et 2bis, leurs employés ou leurs représentants " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter, leurs employés ou leurs représentants et le bâtonnier visé à l'article 14bis, § 3 ".
Art. 33. In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter " en worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de marktautoriteiten van de Belgische gereglementeerde markten " vervangen door de woorden " de overheden belast met het toezicht op de financiële markten ", vervallen de woorden " en de tuchtcommissie van de markt bij de Effectenbeursvennootschap van Brussel " en worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ".
1° in het eerste lid worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter " en worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de marktautoriteiten van de Belgische gereglementeerde markten " vervangen door de woorden " de overheden belast met het toezicht op de financiële markten ", vervallen de woorden " en de tuchtcommissie van de markt bij de Effectenbeursvennootschap van Brussel " en worden de woorden " het witwassen van geld " vervangen door de woorden " het witwassen van geld of de financiering van terrorisme ".
Art. 33. A l'article 21 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter " et les mots " d'un blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " d'un blanchiment de capitaux ou d'un financement du terrorisme ";
2° à l'alinéa 2, les mots " les autorités de marché des marchés réglementés belges " sont remplacés par les mots " les autorités chargées du contrôle des marchés financiers ", les mots " et la commission disciplinaire de marché auprès de la Société de la Bourse de valeurs mobilières de Bruxelles " sont supprimés et les mots " d'un blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " d'un blanchiment de capitaux ou d'un financement du terrorisme ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " aux articles 2 et 2bis " sont remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter " et les mots " d'un blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " d'un blanchiment de capitaux ou d'un financement du terrorisme ";
2° à l'alinéa 2, les mots " les autorités de marché des marchés réglementés belges " sont remplacés par les mots " les autorités chargées du contrôle des marchés financiers ", les mots " et la commission disciplinaire de marché auprès de la Société de la Bourse de valeurs mobilières de Bruxelles " sont supprimés et les mots " d'un blanchiment de capitaux " sont remplacés par les mots " d'un blanchiment de capitaux ou d'un financement du terrorisme ".
Art. 34. In dezelfde wet wordt een artikel 21bis ingevoegd, luidende :
" De autoriteiten die toezicht houden op de ondernemingen en personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15°, 16°, 19° en 20°, bepalen, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe de verplichtingen bedoeld in hoofdstuk II ten uitvoer worden gelegd.
Als de toezichthoudende overheden nalaten het in het eerste lid bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst te wijzigen, is de Koning gemachtigd om dat reglement zelf vast te stellen dan wel te wijzigen. "
" De autoriteiten die toezicht houden op de ondernemingen en personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15°, 16°, 19° en 20°, bepalen, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe de verplichtingen bedoeld in hoofdstuk II ten uitvoer worden gelegd.
Als de toezichthoudende overheden nalaten het in het eerste lid bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst te wijzigen, is de Koning gemachtigd om dat reglement zelf vast te stellen dan wel te wijzigen. "
Art. 34. Un article 21bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
" Les autorités de contrôle des organismes et personnes visés à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15°, 16°, 19° et 20°, fixent, par voie de règlement soumis à l'approbation du Roi, les modalités des obligations prévues au chapitre II.
Si ces autorités de contrôle restent en défaut d'établir le règlement visé à l'alinéa précèdent ou de le modifier dans l'avenir, le Roi est habilité à prendre Lui-même ce règlement ou à le modifier. "
" Les autorités de contrôle des organismes et personnes visés à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15°, 16°, 19° et 20°, fixent, par voie de règlement soumis à l'approbation du Roi, les modalités des obligations prévues au chapitre II.
Si ces autorités de contrôle restent en défaut d'établir le règlement visé à l'alinéa précèdent ou de le modifier dans l'avenir, le Roi est habilité à prendre Lui-même ce règlement ou à le modifier. "
Art. 35. In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " telkens vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° het volgende lid wordt tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd :
" De Cel wordt door de bevoegde autoriteit in kennis gesteld van de definitieve sancties die met toepassing van het eerste lid zijn getroffen. "
1° worden de woorden " in de artikelen 2 en 2bis " telkens vervangen door de woorden " in de artikelen 2, 2bis en 2ter ";
2° het volgende lid wordt tussen het eerste en het tweede lid ingevoegd :
" De Cel wordt door de bevoegde autoriteit in kennis gesteld van de definitieve sancties die met toepassing van het eerste lid zijn getroffen. "
Art. 35. A l'article 22 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " aux articles 2 et 2bis " sont chaque fois remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" La Cellule est informée par l'autorité compétente des sanctions définitives prononcées en application de l'alinéa 1er. "
1° les mots " aux articles 2 et 2bis " sont chaque fois remplacés par les mots " aux articles 2, 2bis et 2ter ";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" La Cellule est informée par l'autorité compétente des sanctions définitives prononcées en application de l'alinéa 1er. "
Art. 36. Het opschrift van hoofdstuk V van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Sancties bij niet-naleving van artikel 10ter ".
" Sancties bij niet-naleving van artikel 10ter ".
Art. 36. L'intitulé du chapitre V de la même loi est remplacé par l'intitulé suivant :
" Sanctions applicables en cas de non-respect de l'article 10ter ".
" Sanctions applicables en cas de non-respect de l'article 10ter ".
Art. 37. Artikel 23 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 6 april 1995, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 23. - Overeenkomstig artikel 113 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden de overtredingen van de bepalingen van artikel 10ter vastgesteld door de ambtenaren die zijn aangesteld door de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft.
Indien de bepalingen van artikel 10ter niet worden nageleefd door een handelaar, legt de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, hem een administratieve geldboete op waarvan het bedrag noch 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen mag overschrijden, noch meer mag bedragen dan 1 250 000 EUR; de geldboete wordt geïnd ten voordele van de Schatkist door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen. ".
" Art. 23. - Overeenkomstig artikel 113 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden de overtredingen van de bepalingen van artikel 10ter vastgesteld door de ambtenaren die zijn aangesteld door de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft.
Indien de bepalingen van artikel 10ter niet worden nageleefd door een handelaar, legt de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, hem een administratieve geldboete op waarvan het bedrag noch 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen mag overschrijden, noch meer mag bedragen dan 1 250 000 EUR; de geldboete wordt geïnd ten voordele van de Schatkist door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen. ".
Art. 37. L'article 23 de la même loi, abrogé par la loi du 6 avril 1995, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 23. - Les infractions aux dispositions de l'article 10ter sont constatées conformément à l'article 113 de la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du consommateur, par les agents commissionnés par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions.
En cas de non-respect, par un commerçant, des dispositions de l'article 10ter, le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions lui inflige une amende administrative dont le montant ne peut excéder 10 % des sommes indûment réglées en espèces, ni être supérieur à 1 250 000 EUR; l'amende est perçue au profit du Trésor par l'administration de la TVA, de l'enregistrement et des domaines. ".
" Art. 23. - Les infractions aux dispositions de l'article 10ter sont constatées conformément à l'article 113 de la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du consommateur, par les agents commissionnés par le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions.
En cas de non-respect, par un commerçant, des dispositions de l'article 10ter, le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions lui inflige une amende administrative dont le montant ne peut excéder 10 % des sommes indûment réglées en espèces, ni être supérieur à 1 250 000 EUR; l'amende est perçue au profit du Trésor par l'administration de la TVA, de l'enregistrement et des domaines. ".
Art. 38. Artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998 en bij het koninklijk besluit van 28 december 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 24. - De identificatie of de controle van de identiteit van de natuurlijke en rechtspersonen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs gewone cliënt zijn van een in artikel 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde instelling of persoon, overeenkomstig artikel 4, zal moeten gebeuren binnen een jaar na de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. "
" Art. 24. - De identificatie of de controle van de identiteit van de natuurlijke en rechtspersonen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs gewone cliënt zijn van een in artikel 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde instelling of persoon, overeenkomstig artikel 4, zal moeten gebeuren binnen een jaar na de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. "
Art. 38. L'article 24 de la même loi, modifié par la loi du 10 août 1998 et par l'arrêté royal du 28 décembre 1999, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 24. - L'identification ou la vérification de l'identité des personnes physiques et morales qui, au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 12 janvier 2004 modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, ont la qualité de client ordinaire d'un organisme ou d'une personne visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4° et 2ter, au sens de l'article 4 devra se faire dans l'année de l'entrée en vigueur de la loi du 12 janvier 2004 modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires financiers et conseillers en placements. "
" Art. 24. - L'identification ou la vérification de l'identité des personnes physiques et morales qui, au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 12 janvier 2004 modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, ont la qualité de client ordinaire d'un organisme ou d'une personne visés aux articles 2, 2bis, 1° à 4° et 2ter, au sens de l'article 4 devra se faire dans l'année de l'entrée en vigueur de la loi du 12 janvier 2004 modifiant la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux, la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires financiers et conseillers en placements. "
Art. 39. In het opschrift van afdeling VII van hoofdstuk II van titel II van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, wordt het woord " bijkantoren " vervangen door de woorden " dochterondernemingen of bijkantoren ".
Art. 39. Dans l'intitulé de la section VII du chapitre II du titre II de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les mots " de succursales " sont remplacés par les mots " de filiales ou de succursales ".
Art. 40. In afdeling VII van hoofdstuk II van titel II van dezelfde wet wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende :
" Art. 33bis. - Iedere kredietinstelling die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming. "
" Art. 33bis. - Iedere kredietinstelling die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming. "
Art. 40. Un article 33bis, rédigé comme suit, est inséré dans la section VII du chapitre II du titre II de la même loi :
" Art. 33bis. - L'établissement de crédit qui projette d'acquérir ou de créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement notifie son intention à la Commission bancaire, financière et des assurances. Cette notification est assortie d'une information sur les activités, l'organisation, l'actionnariat et les dirigeants de l'entreprise concernée. "
" Art. 33bis. - L'établissement de crédit qui projette d'acquérir ou de créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement notifie son intention à la Commission bancaire, financière et des assurances. Cette notification est assortie d'une information sur les activités, l'organisation, l'actionnariat et les dirigeants de l'entreprise concernée. "
Art. 41. In het opschrift van afdeling VI van hoofdstuk II van titel II van boek II van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, wordt het woord " bijkantoren " vervangen door de woorden " dochterondernemingen of bijkantoren ".
Art. 41. Dans l'intitulé de la section VI du chapitre II du titre II du livre II de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d'investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements, les mots " de succursales " sont remplacés par les mots " de filiales ou de succursales ".
Art. 42. In afdeling VI van hoofdstuk II van titel II van boek II van dezelfde wet wordt een artikel 82bis ingevoegd, luidende :
" Art. 82bis. - Iedere beleggingsonderneming die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming. "
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 januari 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken
P. DEWAEL
De Minister van Financiën
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid
Mevr. F. MOERMAN
De Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën, en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de Minister van Financiën
H. JAMAR
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
" Art. 82bis. - Iedere beleggingsonderneming die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een financiële holding of van een gemengde financiële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggingsonderneming, stelt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstructuur en de bestuurders van de betrokken onderneming. "
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 januari 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken
P. DEWAEL
De Minister van Financiën
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid
Mevr. F. MOERMAN
De Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën, en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de Minister van Financiën
H. JAMAR
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 42. Un article 82bis, rédigé comme suit, est inséré dans la section VI du chapitre II du titre II du livre II de la même loi :
" Art. 82bis. - L'entreprise d'investissement qui projette d'acquérir ou de créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement notifie son intention à la Commission bancaire, financière et des assurances. Cette notification est assortie d'une information sur les activités, l'organisation, l'actionnariat et les dirigeants de l'entreprise concernée. "
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 12 janvier 2004.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur
P. DEWAEL
Le Ministre des Finances
D. REYNDERS
La Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique
Mme F. MOERMAN
La Secrétaire d'Etat à la Modernisation des Finances et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjointe au Ministre des Finances
H. JAMAR
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
" Art. 82bis. - L'entreprise d'investissement qui projette d'acquérir ou de créer, directement ou par l'intermédiaire d'une compagnie financière ou d'une compagnie financière mixte, une filiale à l'étranger exerçant l'activité d'un établissement de crédit ou d'une entreprise d'investissement notifie son intention à la Commission bancaire, financière et des assurances. Cette notification est assortie d'une information sur les activités, l'organisation, l'actionnariat et les dirigeants de l'entreprise concernée. "
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 12 janvier 2004.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur
P. DEWAEL
Le Ministre des Finances
D. REYNDERS
La Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique
Mme F. MOERMAN
La Secrétaire d'Etat à la Modernisation des Finances et à la Lutte contre la fraude fiscale, adjointe au Ministre des Finances
H. JAMAR
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX