Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 JUNI 1995. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-1995 en tekstbijwerking tot 17-12-1998.)
Titre
23 JUIN 1995. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-10-1995 et mise à jour au 17-12-1998.)
Informations sur le document
Numac: 1995025236
Datum: 1995-06-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1995025236
Date: 1995-06-23
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (36)
Texte (36)
Artikel 1. De volgende wijzigingen zijn aangebracht in het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking, en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan :
  1° In artikel 5, § 3, a) in de Nederlandse versie wordt het woord " conventionele " ingevoegd tussen " overeengekomen " en " methode ".
  2° In artikel 5, § 5 a), ii) wordt de formule " SIGMA(Pt+/Ltx)> of = 1 " vervangen door de formule " SIGMA(Pt+/Lt+)> of = 1 ".
  3° Artikel 10, § 5 wordt als volgt aangevuld : " Aan de in dit besluit bepaalde etiketteringsvoorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer, in het geval van een enkele verpakking, die verpakking is voorzien van een etiket dat in overeenstemming is met de internationale regelingen inzake het vervoer van gevaarlijke preparaten en met artikel 9, § 1, a), b), c), e) en f) en § 3. ".
  4° In artikel 12 worden volgende woorden geschrapt :
  1. " van een gevaarlijke stof of " tussen het op de markt brengen " en " van een gevaarlijk preparaat " in § 1;
  2. " de stof of " tussen " bij de eerste levering " en " het preparaat " in § 2;
  3. " La substance ou " vóór " la préparation " in deel 2 van de Franse § 2;
  4. " stoffen of " tussen " of verkochte gevaarlijke " en " preparaten die " in § 3;
  5. " de stof of " tussen " het in de handel brengen van " en " het preparaat " in § 4;
  6. " stoffen of " vóór " preparaten " in § 5.
Article 1. Les modifications suivantes sont apportées à l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi :
  1° A l'article 5, § 3, a) de la version néerlandaise est ajouté le mot " conventionele " entre les mots " overeengekomen " et " methode ".
  2° A l'article 5, § 5 a), ii) la formule " SIGMA(Pt+/Ltx)> ou = 1 " est remplacée par la formule " SIGMA(Pt+/Lt+)> ou = 1 ".
  3° L'article 10, § 5 est complété par les dispositions suivantes : " Les exigences d'étiquetages énoncées au présent arrêté sont considérées comme étant satisfaites dans les cas d'un emballage unique, si ce dernier comporte un étiquetage conforme aux règlements internationaux en matière de transports des préparations dangereuses ainsi qu'à l'article 9, § 1, points a), b), c), e) et f) et § 3. ".
  4° A l'article 12 sont supprimés les mots suivants :
  1. " D'une substance ou " entre " sur le marché " et " d'une préparation dangereuse " au § 1;
  2. " De la substance ou " entre " de la première livraison " et " de la préparation " au § 2;
  3. " La substance ou " avant " la préparation " à la 2e partie du § 2 en français;
  4. " Substances ou " entre " obligatoire lorsque les " et " préparations dangereuses " au § 3;
  5. " De la substance ou " entre " sur le marché " et " de la préparation de fournir " au § 4;
  6. " Substances et " avant " préparations " au § 5.
Art. 2. De volgende wijzigingen zijn aangebracht in de bijlagen van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan :
  1° Bijlagen I, II, III en V van het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 januari 1993 worden vervangen door bijlagen I, II, III en V van onderhavig besluit.
  2° In de Nederlandse bijlage VI, deel II, 3.2.2, wordt de formule van R23 " 0,5 < LC50/mg/l/4h " vervangen door de formule " 0,5 < LC50 < 2mg/l/4h ".
  3° In de Nederlandse bijlage VI, deel II, 3.2.4, punt 2, wordt de titel : " aanwijzingen waaruit blijkt dat R48 moet worden toegepast " vervangen door de titel : " aanwijzingen waaruit blijkt dat R48 niet moet worden toegepast ".
  4° In de Nederlandse bijlage VI, deel II, 3.2.6, punt 2 :
  1. in het tweede streepje wordt het woord " helderheid " vervangen door " opaciteit ";
  2. in de paragrafen betreffende R36 en R41 wordt het woord " helderheid " vervangen door " opaciteit ".
  5° In de Franse bijlage VI, deel II, 4.2.3, zijn de woorden " substances tératogènes " vervangen door " substances toxiques pour la reproduction " en in de Nederlandse bijlage VI, deel II, 4.2.3. is het woord " teratogene " vervangen door " door de voortplanting vergiftige ".
  6° Paragraaf 6.3 wordt in bijlage VI geschrapt. Paragrafen 6.4 en 6.5 worden vernummerd tot respectievelijk 6.3 en 6.4.
  7° In de Franse bijlage VII, deel C, worden de woorden " et les générateurs aérosols " geschrapt.
Art. 2. Les modifications suivantes sont apportées aux annexes de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi :
  1° Les annexes I, II, III et V de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 précité sont remplacées par les annexes I, II, III et V du présent arrêté.
  2° A l'annexe VI, partie II, 3.2.2 de la version néerlandaise, la formule du R23 " 0,5 < LC50/mg/l/4h " est remplacée par la formule " 0,5 < LC50 < 2mg/l/4h ".
  3° A l'annexe VI, partie II, 3.2.4, point 2 de la version néerlandaise, le titre " aanwijzingen waaruit blijkt dat R48 moet worden toegepast " est remplacé par le titre " aanwijzingen waaruit blijkt dat R48 niet moet worden toegepast ".
  4° A l'annexe VI de la version néerlandaise, partie II, 3.2.6, point 2 :
  1. le mot " helderheid " devient " opaciteit " au deuxième tiret;
  2. aux paragraphes concernant R36 et R41, le mot " helderheid " est remplacé par " opaciteit ".
  5° A l'annexe VI, partie II, 4.2.3, les mots " substances tératogènes " sont remplacés par " substances toxiques pour la reproduction " en version française et le mot " teratogene " est remplacé par " voor de voortplanting vergiftige " en version néerlandaise.
  6° A l'annexe VI le § 6.3 est supprimé. Les paragraphes 6.4 et 6.5 deviennent respectivement 6.3 et 6.4.
  7° A l'annexe VII, partie C de la version française, sont supprimés les mots " et les générateurs aérosols ".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 4. Onze Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 23 juni 1995.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 4. Notre Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 23 juin 1995.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. DE GALAN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. Concentratiegrenzen die moeten worden gebruikt voor de toepassing van de conventionele methode voor de beoordeling van de gevaren voor de gezondheid overeenkomstig artikel 5, lid 5.
  Alle gevaren voor de gezondheid die het gebruik van een stof met zich zou kunnen brengen, moeten worden beoordeeld. Daartoe worden de gevaarlijke effecten voor de gezondheid als volgt onderverdeeld :
  1. acute letale effecten,
  2. onherstelbare niet-letale effecten na één blootstelling,
  3. ernstige effecten na herhaalde of langdurige blootstelling,
  4. corrosieve (bijtende) effecten, irriterende effecten,
  5. overgevoeligheidsreacties,
  6. kankerverwekkende effecten, mutagene effecten, voor de voortplanting vergiftige effecten.
  De systematische beoordeling van alle voor de gezondheid gevaarlijke effecten geschiedt op basis van concentratiegrenzen uitgedrukt in gewichtsprocent - behalve bij gasvormige preparaten (tabellen A), waarvoor zij in volumeprocent zijn uitgedrukt - in samenhang met de indeling van de stof.
  De indeling van de stof wordt weergegeven, hetzij door middel van een symbool en een of meer risicozin(nen), hetzij door middel van categorieën (categorie 1, categorie 2 of categorie 3) en een bijbehorende risicozin als het gaat om stoffen met kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting vergiftige effecten.
  Het is derhalve van belang om behalve aan het symbool ook aandacht te schenken aan alle specifieke risicozinnen die aan elke stof in kwestie zijn toegekend.
Art. N1. Annexe 1. LIMITES DE CONCENTRATION A UTILISER POUR APPLIQUER LA METHODE CONVENTIONNELLE D'EVALUATION DES DANGERS POUR LA SANTE CONFORMEMENT A L'ARTICLE 5, § 5.
  Il convient d'évaluer tous les dangers que l'utilisation d'une substance peut présenter pour la santé. A cette fin, les effets dangereux sur la santé ont été subdivisés en :
  1) effets létaux aigus;
  2) effets irréversibles non létaux après une seule exposition;
  3) effets graves après exposition répétée ou prolongée;
  4) effets corrosifs, effets irritants;
  5) effets sensibilisants;
  6) effets cancérogènes, effets mutagènes, effets toxiques pour la reproduction.
  L'évaluation systématique de tous les effets dangereux pour la santé est exprimée par des limites de concentration exprimées en pourcentage poids/poids, sauf pour les préparations gazeuses (tableaux A) où elles sont exprimées en pourcentage volume/volume et ce en relation avec la classification de la substance.
  La classification de la substance est exprimée soit par un symbole et une ou plusieurs phrase(s) de risques soit par des catégories (catégorie 1, catégorie 2 ou catégorie 3) également affectées de phrases de risques lorsqu'il s'agit de substances montrant des effets cancérogènes, mutagènes ou toxiques pour la reproduction.
  En conséquence, il est important de considérer, outre le symbole, toutes les phrases de risques particuliers qui sont affectées à chaque substance considérée.
Art. 1N1. 1. Acute letale effecten.
  1.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Bepalend voor de indeling van het preparaat zijn de in tabel I opgenomen concentratiegrenzen in samenhang met de afzonderlijke concentratie van de aanwezige stof of stoffen waarvan de indeling eveneens is aangegeven.
Art. 1N1. 1. Effets létaux aigus.
  1.1. Préparations autres que gazeuses.
  Les limites de concentration fixées dans le tableau I déterminent la classification de la préparation en fonction de la concentration individuelle de la ou des substances présentes, dont la classification est aussi indiquée.
                               TABEL I
  Indeling van                                Indeling van het preparaat
   de stof
                    T+                T                        Xn
  T+ in combinatie  conc. > of = 7 %  1 % < of = conc. < 7 %   0,1 % < of =
   met R26, R27,                                                conc. < 1 %
   R28 
  T in combinatie                     conc. > of = 25 %        3 % < of =
   met R23, R24,                                                conc. < 25 %
   R25 
  Xn in combinatie                                             conc. > of =
   met R20, R21,                                                25 %
   R22 
                               TABLEAU I
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
                    T+                T                        Xn
  T+ et R26, R27,   conc. > ou = 7 %  1 % < ou = conc. < 7 %   0,1 % < ou =
   R28                                                          conc. < 1 %
  T et R23, R24,                      conc. > ou = 25 %        3 % < ou =
   R25                                                          conc. < 25 %
  Xn et R20, R21,                                              conc. > ou =
   R22                                                          25 %
  De R-zinnen ter aanduiding van de gevaren worden aan het preparaat toegekend aan de hand van onderstaande criteria :
  - op het etiket dienen in overeenstemming met de gehanteerde indeling een of meer van bovengenoemde R-zinnen te worden vermeld;
  - in het algemeen stemmen de gekozen R-zinnen overeen met de strengste indeling waarvoor op grond van de concentraties van de aanwezige stof(fen) kan worden gekozen.
  1.2. Gasvormige preparaten.
  Bepalend voor de indeling van het gasvormige preparaat zijn de in tabel I A opgenomen concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, in samenhang met de afzonderlijke concentratie van het aanwezige gas of de aanwezige gassen waarvan de indeling eveneens is aangegeven.
  Les phrases de risque R sont attribuées à la préparation selon les critères suivants :
  - l'étiquette doit obligatoirement comporter, selon la classification retenue, une ou plusieurs des phrases R mentionnées ci-dessus;
  - d'une manière générale, on retiendra les phrases R valables pour la ou les substances dont la concentration correspond à la classification la plus stricte.
  1.2. Préparations gazeuses.
  Les limites de concentration exprimées en pourcentage volume/volume figurant au tableau I A ci-après déterminent la classification de la préparation gazeuse en fonction de la concentration individuelle du ou des gaz présents dont la classification est aussi indiquée.
                               TABEL I A
  Indeling van                                Indeling van het gasvormig
   de stof (gas)                               preparaat
                    T+                T                        Xn
  T+ in combinatie  conc. > of = 1 %  0,2 % < of = conc. < 1 % 0,02 % < of =
   met R26, R27,                                                conc. < 0,2 %
   R28 
  T in combinatie                     conc. > of = 5 %         0,5 % < of =
   met R23, R24,                                                conc. < 5 %
   R25 
  Xn in combinatie                                             conc. > of =
   met R20, R21,                                                5 %
   R22 
                               TABLEAU I A
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation gazeuse
   (gaz)
                    T+                T                        Xn
  T+ et R26, R27,   conc. > ou = 1 %  0,2 % < ou = conc. < 1 % 0,02 % < ou
   R28                                                          conc. < 0,2 %
  T et R23, R24,                      conc. > ou = 5 %         0,5 % < ou =
   R25                                                          conc. < 5 %
  Xn et R20, R21,                                              conc. > ou =
   R22                                                          5 %
  De R-zinnen ter aanduiding van de gevaren worden aan het preparaat toegekend aan de hand van onderstaande criteria :
  - op het etiket dienen in overeenstemming met de gehanteerde indeling een of meer van bovengenoemde R-zinnen te worden vermeld;
  - in het algemeen stemmen de gekozen R-zinnen overeen met de strengste indeling waarvoor op grond van de concentratie van de aanwezige stof(fen) kan worden gekozen.
  (1.3. Preparaten die gevaarlijk zijn bij inademing.
  Preparaten die gevaarlijk zijn bij inademing (R65) worden ingedeeld en gekenmerkt overeenkomstig de criteria van punt 3.2.3 van deel II in bijlage VI.
  Bij het toepassen van de conventionele methode volgens artikel 5, § 5, onder c), i) en ii), behoeft geen rekening te worden gehouden met de indeling van een stof als R65.) <KB 1998-07-14/64, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1998>
  Les phrases de risque R sont attribuées à la préparation selon les critères suivants :
  - l'étiquette doit obligatoirement comporter, selon la classification retenue, une ou plusieurs des phrases R mentionnées ci-dessus;
  - d'une manière générale, on retiendra les phrases R valables pour la ou les substances dont la concentration correspond à la classification la plus stricte.
  (1.3. Préparations présentant un danger en cas d'aspiration.
  Les préparations présentant un danger en cas d'aspiration (R65) sont classées et étiquetées conformément aux critères du point 3.2.3 de la partie II de l'annexe VI.
  Dans l'application de la méthode conventionnelle suivant l'article 5, § 5, points c), i) et ii) il n'est pas tenu compte de la classification en R65 des substances.) <AR 1998-07-14/64, art. 1, 002; En vigueur : 17-12-1998>
Art. 2N1. 2. Onherstelbare niet-letale effecten na één blootstelling.
  2.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Voor stoffen die na één blootstelling onherstelbare niet-letale effecten tot gevolg hebben (R39/wijze van blootstelling - R40/wijze van blootstelling), zijn de in tabel II vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
Art. 2N1. 2. Effets irréversibles non létaux après une seule exposition.
  2.1. Préparations autres que gazeuses.
  Pour les substances produisant des effets irréversibles non létaux après une seule exposition (R39/voie d'exposition - R40/voie d'exposition), les limites de concentration individuelle fixées dans le tableau II déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL II
  Indeling van de                             Indeling van het preparaat
   stof
                    T+                T                        Xn
  T+ in combinatie  conc. > of = 10 % 1 % < of = conc. < 10 %  0,1 % < of =
   met R39/wijze                                                conc. < 1 %
   van              R39 (*)           R39 (*) verplicht        R40 (*)
   blootstelling     verplicht                                  verplicht
  T in combinatie                     conc. > of = 10 %        1 % < of =
   met R39/wijze                                                conc. < 10 %
   van                                R39 (*) verplicht        R40 (*)
   blootstelling                                                verplicht
  Xn in combinatie                                             conc. > of =
   met R40/wijze                                                10 %
   van                                                         R40 (*)
   blootstelling                                                verplicht
  (*) In overeenstemming met de handleiding voor het kenmerken in
      bijlage VI, bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende
      reglementering van het in de handel brengen van stoffen die
      gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn milieu.
                               TABLEAU II
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
                    T+                T                        Xn
  T+ et R39/v. exp. conc. > ou = 10 % 1 % < ou = conc. < 10 %  0,1 % < ou =
                                                                conc. < 1 %
                    R39 (*)           R39 (*) obligatoire      R40 (*)
                     obligatoire                                obligatoire
  T et R39/v. exp.                    conc. > ou = 10 %        1 % < ou =
                                                                conc. < 10 %
                                      R39 (*) obligatoire      R40 (*)
                                                                obligatoire
  Xn et R40/v. exp.                                            conc. > ou =
                                                                10 %
                                                               R40 (*)
                                                                obligatoire
  (*) Conformément au guide d'étiquetage de l'annexe VI de l'arrêté
      royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de
      substances pouvant être dangereuses pour l'homme ou son environnement.
  2.2. Gasvormige preparaten.
  Voor gassen die deze effecten (R39/wijze van blootstelling-R40/wijze van blootstelling) tot gevolg hebben, zijn de in tabel II A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voor zover toepasselijk bepalend voor de indeling van het preparaat.
  2.2. Préparations gazeuses.
  Pour les gaz produisant de tels effets (R39/voie d'exposition - R40/voie d'exposition), les limites de concentration individuelle exprimées en pourcentage volume/volume fixées dans le tableau II A déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL II A
  Indeling van de                             Indeling van het gasvormig
   stof (gas)                                  preparaat
                    T+                T                        Xn
  T+ in combinatie  conc. > of = 1 %  0,2 % < of = conc. < 1 % 0,02 % < of =
   met R39/wijze                                                conc. < 0,2 %
   van              R39 (*)           R39 (*) verplicht        R40 (*)
   blootstelling     verplicht                                  verplicht
  T in combinatie                     conc. > of = 5 %         0,5 % < of =
   met R39/wijze                                                conc. < 5 %
   van                                R39 (*) verplicht        R40 (*)
   blootstelling                                                verplicht
  Xn in combinatie                                             conc. > of =
   met R40/wijze                                                5 %
   van                                                         R40 (*)
   blootstelling                                                verplicht
  (*) In overeenstemming met de handleiding voor het kenmerken in
      bijlage VI, bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende
      reglementering van het in de handel brengen van stoffen die
      gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn milieu.
                               TABLEAU II A
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation gazeuse
   (gaz)
                    T+                T                        Xn
  T+ et R39/v. exp. conc. > ou = 1 %  0,2 % < ou = conc. < 1 % 0,02 % < ou =
                                                                conc. < 0,2 %
                    R39 (*)           R39 (*) obligatoire      R40 (*)
                     obligatoire                                obligatoire
  T et R39/v. exp.                    conc. > ou = 5 %         0,5 % < ou =
                                                                conc. < 5 %
                                      R39 (*) obligatoire      R40 (*)
                                                                obligatoire
  Xn et R40/v. exp.                                            conc. > ou =
                                                                5 %
                                                               R40 (*)
                                                                obligatoire
  (*) Conformément au guide d'étiquetage de l'annexe VI de l'arrêté royal du
      24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant
      être dangereuses pour l'homme ou son environnement.
Art. 3N1. 3. Ernstige effecten na herhaalde of langdurige blootstelling.
  3.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Voor stoffen die na herhaalde of langdurige blootstelling ernstige effecten veroorzaken (R48/wijze van blootstelling), zijn de in tabel III vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
Art. 3N1. 3. Effets graves après exposition répétée ou prolongée.
  3.1. Préparations autres que gazeuses.
  Pour les substances produisant des effets graves après exposition répétée ou prolongée (R48/voie d'exposition), les limites de concentration individuelle fixées dans le tableau III déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL III
  Indeling van de                             Indeling van het preparaat
   stof
                          T                         Xn
  T in combinatie met     conc. > of = 10 %         1 % < of = conc. < 10 %
   R48/wijze van          R48 (*) verplicht         R48 (*) verplicht
   blootstelling
  Xn in combinatie                                  conc. > of = 10 %
   met R48/wijze van                                R48 (*) verplicht
   blootstelling
  (*) De R-standaardzinnen R20 tot en met R28 moeten ook, en volgens de
      indeling, worden voorgeschreven om de wijze van
      toediening/blootstelling aan te geven.
                               TABLEAU III
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
                          T                         Xn
  T et R48/v. exp.        conc. > ou = 10 %         1 % < ou = conc. < 10 %
                          R48 (*) obligatoire       R48 (*) obligatoire
  Xn et R48/v. exp.                                 conc. > ou = 10 %
                                                    R48 (*) obligatoire
  (*) On attribuera également, et selon la classification, les phrases-types
      R20 à R28, pour indiquer la voie d'administration ou le mode
      d'exposition.
  3.2. Gasvormige preparaten.
  Voor gassen die deze effecten veroorzaken (R48/wijze van blootstelling), zijn de in tabel III A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
  3.2. Préparations gazeuses.
  Pour les gaz produisant de tels effets (R48/voie d'exposition), les limites de concentration individuelle exprimées en pourcentage volume/volume fixées dans le tableau III A ci-après déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL III A
  Indeling van de                             Indeling van het gasvormig
   stof (gas)                                  preparaat
                          T                         Xn
  T in combinatie         conc. > of = 5 %          0,5 % < of = conc. < 5 %
   met R48/wijze van      R48 (*) verplicht         R48 (*) verplicht
   blootstelling
  Xn in combinatie                                  conc. > of = 5 %
   met R48/wijze van                                R48 (*) verplicht
   blootstelling
  (*) De R-standaardzinnen R20 tot en met R28 moeten ook, en volgens de
      indeling, worden voorgeschreven om de wijze van
      toediening/blootstelling aan te geven.
                               TABLEAU III A
  Classification de                           Classification de la
   de la substance (gaz)                       préparation gazeuse
                          T                         Xn
  T et R48/v. exp.        conc. > ou = 5 %          0,5 % < ou = conc. < 5 %
                          R48 (*) obligatoire       R48 (*) obligatoire
  Xn et R48/v. exp.                                 conc. > ou = 5 %
                                                    R48 (*) obligatoire
  (*) On attribuera également, et selon la classification, les phrases-types
      R20 à R28, pour indiquer la voie d'administration ou le mode
      d'exposition.
Art. 4N1. 4. Corrosieve (bijtende) en irriterende effecten met inbegrip van ernstige oogletsels.
  4.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Voor stoffen die corrosieve (bijtende) effecten (R34 - R35) of irriterende effecten (R36, R37, R38, R41), veroorzaken zijn de in tabel IV vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
Art. 4N1. 4. Effets corrosifs et irritants y compris les lésions oculaires graves.
  4.1. Préparations autres que gazeuses.
  Pour les substances produisant des effets corrosifs (R34 - R35) ou des effets irritants (R36, R37, R38, R41), les limites de concentration individuelle fixées dans le tableau IV déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL IV
  Indeling van                                Indeling van het preparaat
   de stof
             C in comb.     C in comb.   Xi in comb.  Xi in comb. met R36,
              met R35        met R34      met R41      R37, R38
  C in comb. conc. > of =   5 % < of =   (*)          1 % < of = conc. < 5 %
   met R35    10 %           conc. <
                             10 %
             R35            R34                       R36/38 verplicht
              verplicht      verplicht
  C in comb.                conc. > of = (*)          5 % < of = conc. < 10 %
   met R34                   10 %
                            R34                       R36/38 verplicht
                             verplicht
  Xi in                                  conc. > of = 5 % < of = conc. < 10 %
   comb.                                  10 %
   met R41                               R41          R36 verplicht
                                          verplicht
  Xi in                                               conc. > of = 20 %
   comb. met                                          R36, R37, R38 zijn
   R36, R37,                                           verplicht,
   R38                                                 afhankelijk van de
                                                       concentratie en voor
                                                       zover zij op de in
                                                       het preparaat
                                                       aanwezige stoffen van
                                                       toepassing zijn.
  (*) In overeenstemming met de handleiding voor het kenmerken in
      bijlage VI, bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende
      reglementering van het in de handel brengen van stoffen die
      gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn milieu, wordt de zin R41
      automatisch geacht van toepassing te zijn op corrosieve (bijtende)
      stoffen waaraan de zin R35 of R34 is toegekend. Indien het preparaat
      derhalve corrosieve (bijtende) (R35 of R34) stoffen bevat in een
      geringere concentratie dan die welke een indeling als corrosief
      (bijtend) preparaat rechtvaardigt, kan de aanwezigheid van deze
      stoffen een reden vormen om het preparaat als irriterend (R41) of
      irriterend (R36) te classificeren.
                               TABLEAU IV
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
             C et R35       C et R34     Xi et R41    Xi et R36, R37, R38
  C et R35   conc. > ou =   5 % < ou =   (*)          1 % < ou = conc. < 5 %
              10 %           conc. <
                             10 %
             R35            R34                       R36/38 obligatoire
              obligatoire    obligatoire
  C et R34                  conc. > ou = (*)          5 % < ou = conc. < 10 %
                             10 %
                            R34                       R36/38 obligatoire
                             obligatoire
  Xi et R41                              conc. > ou = 5 % < ou = conc. < 10 %
                                          10 %
                                         R41          R36 obligatoire
                                          obligatoire
  Xi et R36,                                          conc. > ou = 20 %
   R37, R38                                           R36, R37, R38 sont
                                                       obligatoires en
                                                       fonction de la
                                                       concentration
                                                       présente si elles
                                                       sont appliquées aux
                                                       substances considérées
  (*) Conformément au guide d'étiquetage de l'annexe VI de l'arrête royal du
      24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant
      être dangereuses pour l'homme ou son environnement, les substances
      corrosives affectées des phrases R35 ou R34 doivent être considérées
      comme également affectées de la phrase R41. En conséquence, si la
      préparation contient des substances corrosives avec R35 ou R34
      au-dessous des limites de concentration pour une classification de la
      préparation comme corrosive, de telles substances peuvent contribuer
      à la classification de la préparation comme irritante (R41) ou
      irritante (R36).
  Daarom dienen, tenzij in bijlage III bij dit besluit andere waarden zijn vastgesteld, bij toepassing van de formules van artikel 5, lid 5, onder f), punt ii, en onder h), punt ii, van deze richtlijn, de volgende concentratiegrenzen te worden gebruikt :
  a) bij toepassing van de formule van lid 5, onder f), punt ii, gelden de volgende concentratiegrenzen voor LX, R41 :
  - 10 % voor Xi-R41-stoffen;
  - 10 % voor C-R34-stoffen;
  - 5 % voor C-R35-stoffen;
  b) bij toepassing van de formule van lid 5, onder h), punt ii, gelden de volgende concentratiegrenzen voor LXi, R36 :
  - 20 % voor Xi-R36-stoffen;
  - 5 % voor Xi-R41-stoffen;
  - 5 % voor C-R34-stoffen;
  - 1 % voor C-R35-stoffen.
  4.2. Gasvormige preparaten.
  Voor gassen die deze effecten (R34, R35) of (R36, R37, R38, R41) veroorzaken, zijn de in tabel IV A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
  Pour cette raison, lors de l'application des formules de l'article 5 paragraphe 5 points f) ii) et h) ii) de la présente directive, les limites de concentration suivantes doivent être utilisées sauf si des valeurs différentes sont fixées à l'annexe 3 du présent arrêté :
  a) lors de l'application de la formule du paragraphe 5 point f) ii), les valeurs limites pour LX, R41 sont :
  - 10 % pour les substances Xi-R41,
  - 10 % pour les substances C-R34,
  - 5 % pour les substances C-R35;
  b) lors de l'application de la formule du paragraphe 5 point h) ii), les valeurs limites pour LXi, R36 sont :
  - 20 % pour les substances Xi-R36,
  - 5 % pour les substances Xi-R41,
  - 5 % pour les substances C-R34,
  - 1 % pour les substances C-R35.
  4.2. Préparations gazeuses.
  Pour les gaz produisant de tels effets (R34 - R35) ou (R36, R37, R38, R41), les limites de concentration individuelle exprimées en pourcentage volume/volume fixées dans le tableau IV A déterminent le cas échéant la classification de la préparation.
                               TABEL IV A
  Indeling van                                Indeling van het gasvormig
   de stof (gas)                               preparaat
             C in comb.     C in comb.   Xi in comb.  Xi in comb. met
              met R35        met R34      met R41      R36, R37, R38
  C in comb. conc. > of =   0,2 % < of = (*)          0,02 % < of = conc. <
   met R35    1 %            conc. < 1 %               0,2 %
             R35            R34                       R37 verplicht
              verplicht      verplicht
  C in comb.                conc. > of = (*)          0,5 % < of = conc. <
   met R34                   5 %                       5 %
                            R34                       R37
                             verplicht                 verplicht
  Xi in                                  conc. > of = 0,5 % < of = conc. <
   comb. met                              5 %          5 %
   R41                                   R41          R36 verplicht
                                          verplicht
  Xi in                                               conc. > of = 5 %
   comb. met                                          R36, R37, R38
   R36, R37,                                           verplicht naargelang
   R38                                                 het geval
  (*) In overeenstemming met de handleiding voor het kenmerken in
      bijlage VI, bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende
      reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk
      kunnen zijn voor de mens of zijn milieu, wordt de zin R41
      automatisch geacht van toepassing te zijn op corrosieve
      (bijtende) stoffen waaraan de zin R35 of R34 is toegekend. Indien
      het preparaat derhalve corrosieve (bijtende) (R35 of R34) stoffen
      bevat in een geringere concentratie dan die welke een indeling als
      corrosief (bijtend) preparaat rechtvaardigt, kan de aanwezigheid
      van deze stoffen een reden vormen om het preparaat als irriterend
      (R41) of irriterend (R36) te classificeren.
                               TABLEAU IV A
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation gazeuse
   (gaz)
             C et R35       C et R34     Xi et R41    Xi et R36, R37, R38
  C et R35   conc. > ou =   0,2 % < ou = (*)          0,02 % < ou = conc. <
              1 %            conc. < 1 %               0,2 %
             R35            R34                       R37 obligatoire
              obligatoire    obligatoire
  C et R34                  conc. > ou = (*)          0,5 % < ou = conc. <
                             5 %                       5 %
                            R34                       R37
                             obligatoire               obligatoire
  Xi et R41                              conc. > ou = 0,5 % < ou = conc. <
                                          5 %          5 %
                                         R41          R36 obligatoire
                                          obligatoire
  Xi et R36,                                          conc. > ou = 5 %
   R37, R38                                           R36, R37, R38
                                                       obligatoires selon
                                                       le cas
  (*) Conformément au guide d'étiquetage de l'annexe VI de l'arrêté royal
      du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances
      pouvant être dangereuses pour l'homme ou son environnement, les
      substances corrosives affectées des phrases R35 ou R34 doivent être
      considérées comme également affectées de la phrase R41.
      En conséquence, si la préparation contient des substances
      corrosives avec R35 ou R34 au-dessous des limites de
      concentration pour une classification de la préparation comme
      corrosive, de telles substances peuvent contribuer à la
      classification de la préparation comme irritante (R41) ou
      irritante (R36).
  Daarom dienen, tenzij in bijlage III van dit besluit andere waarden zijn vastgesteld, bij toepassing van de formules van artikel 5, lid 5, onder f), punt ii), en onder h), punt ii, van deze richtlijn, de volgende concentratiegrenzen te worden gebruikt :
  a) bij toepassing van de formule van lid 5, onder f), punt ii, gelden de volgende concentratiegrenzen voor LXi, R41 :
  - 5 % voor Xi-R41-stoffen;
  - 5 % voor C-R34-stoffen;
  - 0,2 % voor C-R35-stoffen;
  b) bij toepassing van de formule van lid 5, onder h), punt ii, gelden de volgende concentratiegrenzen voor LXi, R36 :
  - 5 % voor Xi,-R36-stoffen;
  - 0,5 % voor Xi-R41-stoffen;
  - 0,5 % voor C-R34-stoffen;
  - 0,02 % voor C-R35-stoffen.
  Pour cette raison, lors de l'application des formules de l'article 5 paragraphe 5 points f) ii) et h) ii) de la présente directive, les limites de concentration suivantes doivent être utilisées sauf si des valeurs différentes sont fixées à l'annexes III du présent arrêté :
  a) lors de l'application de la formule du paragraphe 5 point f) ii), les valeurs limites pour LXi, R41 sont :
  - 5 % pour les substances Xi-R41,
  - 5 % pour les substances C-R34,
  - 0,2 % pour les substances C-R35;
  b) lors de l'application de la formule du paragraphe 5 point h) ii), les valeurs limites pour LXi, R36 sont :
  - 5 % pour les substances Xi,-R36,
  - 0,5 % pour les substances Xi-R41,
  - 0,5 % pour les substances C-R34,
  - 0,02 % pour les substances C-R35.
Art. 5N1. 5. Overgevoeligheidsreacties.
  5.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Stoffen die dergelijke effecten veroorzaken, worden als sensibiliserend ingedeeld met :
  - symbool Xn alsmede vermelding R42 indien de reactie door inademing kan worden veroorzaakt,
  - symbool Xi alsmede vermelding R43 indien de reactie via huidcontact kan worden veroorzaakt,
  - symbool Xn alsmede vermelding R42/R43 indien de reactie op beide manieren kan worden veroorzaakt.
  De in tabel V vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen zijn, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
Art. 5N1. 5. Effets sensibilisants.
  5.1. Préparations autres que gazeuses.
  Les substances produisant de tels effets sont classées comme sensibilisantes avec :
  - le symbole Xn et la phrase R42 si cet effet peut se produire à la suite d'une inhalation,
  - le symbole Xi et la phrase R43 si cet effet peut se produire par contact avec la peau,
  - le symbole Xn et la phrase R42/43 si cet effet peut se produire par inhalation et par contact avec la peau.
  Les limites de concentration individuelle fixées dans le tableau V déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL V
  Indeling van                                Indeling van het preparaat
   de stof
                          sensibiliserend in        sensibiliserend in
                           comb. met R42             comb. met R43
  sensibiliserend in      conc. > of = 1 %
   comb. met R42          R42 verplicht
  sensibiliserend in                                conc. > of = 1 %
   comb. met R43                                    R43 verplicht
  sensibiliserend in      conc. > of = 1 %
   comb. met R42/R43      R42/43 verplicht
                               TABLEAU V
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
                          sensibilisant et R42      sensibilisant et R43
  sensibilisant et R42    concentration > ou = 1 %
                          R42 obligatoire
  sensibilisant et R43                              concentration > ou = 1 %
                                                    R43 obligatoire
  sensibilisant et R42/43 concentration > ou = 1 %
                          R42/43 obligatoire
  5.2. Gasvormige preparaten.
  Gassen die dergelijke effecten veroorzaken, worden minstens als sensibiliserend ingedeeld met :
  - symbool Xn alsmede vermelding R42 indien de reactie door inademing kan worden veroorzaakt,
  - symbool Xn alsmede vermelding R42/R43 indien de reactie door inademing en door huidcontact kan worden veroorzaakt.
  De in tabel V A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, zijn voor zover toepasselijk bepalend voor de indeling van het preparaat.
  5.2. Préparations gazeuses.
  Les gaz produisant de tels effets sont classés comme sensibilisants avec :
  - le symbole Xn et la phrase R42 si cet effet peut se produire à la suite d'une inhalation,
  - le symbole Xn et la phrase R42/43 si cet effet peut se produire par inhalation et par contact avec la peau.
  Les limites de concentration individuelle exprimées en pourcentage volume/volume fixées dans le tableau V A ci-après déterminent le cas échéant la classification de la préparation.
                               TABEL V A
  Indeling van de stof (gas)             Indeling van het gasvormig
                                          preparaat
                          sensibiliserend in comb.  sensibiliserend in
                           met R42                   comb. met R43
  sensibiliserend in      conc. > of = 0,2 %
   comb. met R42          R42 verplicht
  sensibiliserend in      conc. > of = 0,2 %
   comb. met R42/R43      R42/43 verplicht
                               TABLEAU V A
  Classification de la substance (gaz)   Classification de la préparation
                                          gazeuse
  sensibilisant et R42                   sensibilisant et R43
  sensibilisant et R42                   concentration > ou = 0,2 %
                                         R42 obligatoire
  sensibilisant et R42/43                concentration > ou = 0,2 %
                                         R42/43 obligatoire
Art. 6N1. 6. Kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting vergiftige effecten.
  6.1. Andere dan gasvormige preparaten.
  Voor stoffen die dergelijke effecten veroorzaken en waarvoor de specifieke concentratiegrenzen nog niet in bijlage III bij dit besluit zijn opgenomen, alsmede voor die welke overeenkomstig punt 3.1.1. van bijlage VI, deel II bij het koninklijk besluit van 19 juli 1994 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu voorlopig voorzien zijn van zin R40, zijn de in tabel VI vastgestelde concentratiegrenzen, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
Art. 6N1. 6. Effets cancérogènes, mutagènes, toxiques pour la reproduction.
  6.1. Préparations autres que gazeuses.
  Pour les substances présentant de tels effets et dont les concentrations limites spécifiques ne figurent pas encore à l'annexe 3 du présent arrêté ainsi que celle qui conformément au paragraphe 3.1.1 de l'annexe VI partie II de l'arrêté royal du 19 juillet 1994 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement, sont provisoirement affectées de la phrase R40, les limites de concentration fixées au tableau VI déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL VI
  Indeling van de stof                        Indeling van het preparaat
                          Categorieen 1 en 2        Categorie 3
  kankerverwekkende       > of = 0,1 %
   stoffen van categorie   kankerverwekkend
   1 of 2 in combinatie    naargelang het geval
   met R45 of R49         R45 of R49 verplicht
  kankerverwekkende                                 > of = 1 %
   stoffen van categorie                            kankerverwekkend R40
   3 in combinatie met                               verplicht
   R40 
  mutagene stoffen van    > of = 0,1 % mutageen
   categorie 1 of 2 in    R46 verplicht
   combinatie met R46
  mutagene stoffen van                              > of = 1 % mutageen
   categorie 3 in                                   R40 verplicht
   combinatie met R40
  " voor de               > of = 0,5 % voor de
   voortplanting           voortplanting vergiftig
   vergiftige " stoffen    (vruchtbaarheid)
   van categorie 1 of 2   R60 verplicht
   in combinatie met
   R60 (vruchtbaarheid)
  " voor de                                         > of = 5 % voor de
   voortplanting                                     voortplanting
   vergiftige " stoffen                              vergiftig
   van categorie 3 in                                (vruchtbaarheid)
   combinatie met R62                               R62 verplicht
   (vruchtbaarheid)
  " voor de               > of = 0,5 %
   voortplanting           voor de voortplanting
   vergiftige " stoffen    vergiftig (ontwikkeling)
   van categorie 1 of 2   R61 verplicht
   in combinatie met R61
   (ontwikkeling)
  " voor de                                         > of = 5 %
   voortplanting                                     voor de voortplanting
   vergiftige " stoffen                              vergiftig
   van categorie 3 in                                (ontwikkeling)
   combinatie met R63                               R63 verplicht
   (ontwikkeling)
                               TABLEAU VI
  Classification                              Classification de la
   de la substance                             preparation
                          Catégories 1 et 2         Catégorie 3
  Substances cancérogènes > ou = 0,1 % cancérogène
   de catégorie 1 ou 2 et R45, R49 obligatoires
   R45 ou R49             selon le cas
  Substances cancerogenes                           > ou = 1 % cancérogène
   de catégorie 3 et R40                            R40 obligatoire
  Substances mutagènes de > ou = 0,1 % mutagène
   catégorie 1 ou 2 et    R46 obligatoire
   R46 
  Substances mutagenes                              > ou = 1 % mutagène
   de catégorie 3 et R40                            R40 obligatoire
  Substances " toxiques   > ou = 0,5 % toxique pour
   pour la reproduction "  la reproduction
   de catégorie 1 ou 2     (fertilité)
   avec R60 (fertilité)   R60 obligatoire
  Substances " toxiques                             > ou = 5 %
   pour la reproduction "                           toxique pour la
   de catégorie 3 avec                               reproduction
   R62 (fertilité)                                   (fertilité)
                                                    R62 obligatoire
  Substances " toxiques   > ou = 0,5 %
   pour la reproduction " toxique pour la
   de catégorie 1 ou 2     reproduction
   avec R61                (développement)
   (développement)
                          R61 obligatoire
  Substances " toxiques                             > ou = 5 %
   pour la reproduction "                           toxique pour la
   de catégorie 3 avec                               reproduction
   R63 (développement)                               (développement)
                                                    R63 obligatoire
  6.2. Gasvormige preparaten.
  Voor gassen die dergelijke effecten veroorzaken en waarvoor de specifieke concentratiegrenzen nog niet in bijlage III bij dit besluit zijn opgenomen, alsmede voor die welke overeenkomstig punt 3.1.1. van bijlage VI, deel II bij het koninklijk besluit van 19 juli 1994 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu voorlopig voorzien zijn van zin R40, zijn de in tabel VI A vastgestelde concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voor zover toepasselijk, bepalend voor de indeling van het preparaat.
  6.2. Préparations gazeuses.
  Pour les gaz produisant de tels effets et dont les concentrations limites spécifiques ne figurent pas encore à l'annexe 3 du présent arrêté ainsi que celle qui conformément au paragraphe 3.1.1. de l'annexe VI partie II de l'arrêté royal du 19 juillet 1994 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement, sont provisoirement affectées de la phrase R40, les limites de concentration exprimées en pourcentage volume/volume fixées au tableau VI A ci-après déterminent, le cas échéant, la classification de la préparation.
                               TABEL VI A
  Indeling van de stof                        Indeling van het gasvormig
   (gas)                                       preparaat
                          Categorieen 1 en 2        Categorie 3
  kankerverwekkende       > 0,1 %
   stoffen van categorie   kankerverwekkend
   1 of 2 in combinatie    naargelang het geval
   met R45 of R49          R45 of R49 verplicht
  kankerverwekkende                                 > 1 %
   stoffen van categorie                             kankerverwekkend
   3 in combinatie met                              R40 verplicht
   R40 
  mutagene stoffen van    > 0,1 %
   categorie 1 of 2 in    mutageen
   combinatie met R46     R46 verplicht
  mutagene stoffen van                              > 1 % mutageen
   categorie 3 in                                   R40 verplicht
   combinatie met R40
  " voor de               > 0,2 % voor de
   voortplanting           voortplanting
   vergiftige " stoffen    vergiftig
   van categorie 1 of 2    (vruchtbaarheid)
   in combinatie met R60  R60 verplicht
   (vruchtbaarheid)
  " voor de                                         > 1 % voor de
   voortplanting                                     voortplanting
   vergiftige " stoffen                              vergiftig
   van categorie 3 in                                (vruchtbaarheid)
   combinatie met R62                               R62 verplicht
   (vruchtbaarheid)
  " voor de               > 0,2 % voor de
   voortplanting           voortplanting vergiftig
   vergiftige " stoffen    (ontwikkeling)
   van categorie 1 of 2   R61 verplicht
   in combinatie met R61
   (ontwikkeling)
  " voor de                                         > 1 % voor de
   voortplanting                                     voortplanting
   vergiftige " stoffen                              vergiftig
   van categorie 3 in                                (ontwikkeling)
   combinatie met R63                               R63 verplicht
   (ontwikkeling)
                               TABLEAU VI A
  Classification de la                        Classification de la
   substance (gaz)                             préparation
                          Catégories 1 et 2         Catégorie 3
  Substances cancérogènes > 0,1 %
   de catégorie 1 ou 2    cancérogène
   et R45 ou R49          R45, R49 obligatoires
                           selon le cas
  Substances cancerogenes                           > 1 %
   de catégorie 3 et R40                            cancerogene
                                                    R40 obligatoire
  Substances mutagènes    > 0,1 %
   de catégorie 1 ou 2    mutagène
   et R46                 R46 obligatoire
  Substances mutagenes                              > 1 %
   de catégorie 3 et R40                            mutagene
                                                    R40 obligatoire
  Substances " toxiques   > 0,2 %
   pour la reproduction " toxique pour la
   de catégorie 1 ou 2     reproduction
   avec R60                (fertilité)
   (fertilité)            R60 obligatoire
  Substances " toxiques                             > 1 %
   pour la reproduction "                           toxique pour la
   de catégorie 3 avec                               reproduction
   R62 (fertilité)                                   (fertilité)
                                                    R62 obligatoire
  Substances " toxiques   > 0,2 %
   pour la reproduction " toxique pour la
   de catégorie 1 ou 2     reproduction
   avec R61                (développement)
   (développement)        R61 obligatoire
  Substances " toxiques                             > 1 %
   pour la reproduction "                           toxique pour la
   de catégorie 3 avec                               reproduction
   R63 (développement)                               (développement)
                                                    R63 obligatoire
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 juni 1995.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 juin 1995.
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. DE GALAN
Art. N2. Bijlage 2. Bijzondere bepalingen betreffende bepaalde preparaten. - HOOFDSTUK I. - Bijzondere bepalingen betreffende het kenmerken.
Art. N2. Annexe 2. DISPOSITIONS PARTICULIERES CONCERNANT CERTAINES PREPARATIONS. - CHAPITRE I. - Dispositions particulières concernant l'étiquetage.
Art. 1N2. A. Als gevaarlijk in de zin van artikel 3 ingedeelde preparaten.
  1. Aan het grote publiek verkochte preparaten.
  1.1. Op het etiket van de verpakking van dergelijke preparaten moeten, naast de specifieke veiligheidsaanbevelingen, overeenkomstig de toepassingscriteria van bijlage VI bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu, de veiligheidsaanbevelingen S1, S2, S45 of S46 zijn aangebracht.
  1.2. Indien dergelijke preparaten als zeer vergiftig (T+), vergiftig (T) of corrosief (bijtend) (C) zijn ingedeeld en het materieel onmogelijk is de bedoelde informatie op de verpakking zelf aan te brengen, dient de verpakking van dergelijke preparaten vergezeld te gaan van een nauwkeurige en voor een ieder begrijpelijke gebruiksaanwijzing die, zo nodig, aanwijzingen bevat voor de vernietiging van de lege verpakking.
  2. Preparaten die bestemd zijn om te worden verstoven.
  Op het etiket van de verpakking van dergelijke preparaten is de vermelding vereist van veiligheidsaanbeveling S23 in combinatie met veiligheidsaanbeveling S38 of S51, overeenkomstig de toepassingscriteria van bijlage VI bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu.
  3. Preparaten die een stof bevatten waaraan de zin R33 (" gevaar voor cumulatieve effecten ") is toegekend.
  Op het etiket van een preparaat dat ten minste één stof bevat waaraan de standaardzin R33 is toegekend, dient, als de concentratie van deze stof in het preparaat 1 % of meer bedraagt - tenzij in bijlage III bij dit besluit, alsmede voor die welke overeenkomstig punt 3.1.1. van bijlage VI, deel II bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu, een andere waarde is vastgesteld - de volledige tekst te zijn aangebracht van zin R33 als vermeld in bijlage IX van dit besluit.
  4. Preparaten die een stof bevatten waaraan vermelding R64 (" kan gevaarlijk zijn voor baby's die borstvoeding krijgen ") is toegekend.
  Op het etiket van een preparaat dat ten minste één stof bevat waaraan de standaardzin R64 is toegekend, dient, als de concentratie van deze stof in het preparaat 1 % of meer bedraagt - tenzij in bijlage III bij dit besluit, alsmede voor die welke overeenkomstig punt 3.1.1. van bijlage VI, deel II bij het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of zijn leefmilieu, een andere waarde is vastgesteld - de volledige tekst te zijn aangebracht van zin R64 als vermeld in bijlage IX van dit besluit.
Art. 1N2. A. Dispositions particulières pour les préparations classées dangereuses au sens de l'article 3.
  1. Préparations vendues au grand public.
  1.1. L'étiquette de l'emballage contenant de telles préparations outre les conseils de prudence spécifiques doit porter les conseils de prudence appropriés S1, S2, S45 ou S46 selon les critères fixés à l'annexe VI de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement.
  1.2. Lorsque de telles préparations sont classées très toxiques (T+), toxiques (T) ou corrosives (C) et qu'il est matériellement impossible de donner une telle information sur l'emballage lui-même, l'emballage contenant de telles préparations doit être accompagné d'un mode d'emploi précis et compréhensible par tous et comprenant, si nécessaire, des informations relatives à la destruction de l'emballage vide.
  2. Préparations destinées à être mises en oeuvre par pulvérisation.
  L'étiquette de l'emballage contenant de telles préparations doit porter obligatoirement le conseil de prudence S23 accompagné de l'un des conseils de prudence S38 ou S51 choisi selon les critères d'application définis à l'annexe VI de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement.
  3. Préparations contenant une substance affectée de la phrase R33 :
  " Danger d'effets cumulatifs ".
  Lorsqu'une préparation contient au moins une substance affectée de la phrase type R33, l'étiquette de la préparation doit porter le libellé de cette phrase R33 tel que figurant à l'annexe IX du présent arrêté lorsque cette substance est présente dans la préparation à une concentration égale ou supérieure à 1 %, sauf si des valeurs différentes sont fixées à l'annexe XIII du présent arrêté ainsi que celle qui conformément au paragraphe 3.1.1. de l'annexe VI partie II de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement, son provisoirement affectées de la phrase R40.
  4. Préparation contenant une substance affectée de la phrase R64 : " Risque possible pour les bébés nourris au lait maternel ".
  Lorsqu'une préparation contient au moins une substance affectée de la phrase type R64, l'étiquette de la préparation doit porter le libellé de cette phrase R64 tel que figurant à l'annexe IX du présent arrêté lorsque cette substance est présente dans la préparation à une concentration égale ou supérieure à 1 %, sauf si des valeurs différentes sont fixées à l'annexe 3 du présent arrêté ainsi que celle qui conformément au paragraphe 3.1.1. de l'annexe VI partie II de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme et son environnement, sont provisoirement affectées de la phrase R40.
Art. 2N2. B. Andere, al dan niet als gevaarlijk in de zin van artikel 3 ingedeelde preparaten.
  1. Loodhoudende preparaten.
  1.1. Verven en vernissen.
  Op het etiket van de verpakking van verven en vernissen met een volgens ISO-norm 6503-1984 vastgesteld totaal loodgehalte van meer dan 0,15 % (uitgedrukt in gewicht van het metaal) van het totale gewicht van het preparaat, moet de volgende vermelding zijn aangebracht :
  " Bevat lood. Mag niet worden gebruikt voor voorwerpen waarin kinderen kunnen bijten of waaraan kinderen kunnen zuigen ".
  Bij verpakkingen met een inhoud van minder dan 125 milliliter luidt de vermelding als volgt :
  " Opgelet. Bevat lood ".
  2. Preparaten die cyanoacrylaat bevatten.
  2.1. Lijmen.
  Op de verpakking die lijm op basis van cyanoacrylaat direct omsluit, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht :
  " Cyanoacrylaat.
  Gevaarlijk.
  Kleeft binnen enkele seconden aan huid en ogen vast.
  Buiten het bereik van kinderen houden ".
  Bij de verpakking dienen de gepaste veiligheidsaanbevelingen te worden gevoegd.
  3. Preparaten die isocyanaten bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van preparaten die isocyanaten (monomeer, oligomeer, prepolymeer, enz., als zodanig of in een mengsel) bevatten, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht :
  " Bevat isocyanaten.
  Zie de aanwijzingen van de fabrikant ".
  4. Preparaten die epoxyverbindingen met een gemiddeld molecuulgewicht van 700 of lager bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van preparaten die epoxyverbindingen met een gemiddeld molecuulgewicht van 700 of lager bevatten, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht :
  " Bevat epoxyverbindingen.
  Zie de aanwijzingen van de fabrikant ".
  5. Aan het grote publiek verkochte preparaten die actief chloor bevatten.
  De verpakking van preparaten die meer dan 1 % actief chloor bevatten, moet van de volgende bijzondere vermelding zijn voorzien :
  " Opgelet. Niet in combinatie met andere produkten gebruiken; er kunnen gevaarlijke gassen (Chloor) vrijkomen ".
  6. Preparaten die cadmium (legeringen) bevatten en die zijn bestemd om te worden gebruikt voor het lassen en solderen.
  Op de verpakking van dergelijke preparaten moeten leesbaar en onuitwisbaar de volgende vermeldingen zijn aangebracht :
  " Opgelet.
  Bevat cadmium.
  Bij het gebruik ontwikkelen zich gevaarlijke dampen. Zie de aanwijzingen van de fabrikant. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht ".
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons Besluit van 23 juni 1995.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 2N2. B. Dispositions particulières pour les préparations indépendamment de leur classification au sens de l'article 3.
  1. Préparation contenant du plomb.
  1.1. Peintures et vernis.
  L'étiquetage de l'emballage des peintures et vernis dont la teneur en plomb total déterminée selon la norme ISO 6503-1984 est supérieure à 0,15 % (exprimée en poids de métal) du poids total de la préparation doit porter les indications suivantes :
  " Contient du plomb. Ne pas utiliser sur les objets susceptibles d'être mâchés ou sucés par des enfants ".
  Pour les emballages dont le contenu est inférieur à 125 millilitres, l'indication doit être la suivante :
  " Attention. Contient du plomb ".
  2. Préparations contenant des cyanoacrylates.
  2.1. Colles.
  L'emballage contenant directement des colles à base de cyanoacrylate doit porter les indications suivantes :
  " Cyanoacrylate.
  Danger.
  Colle à la peau et aux yeux en quelques secondes.
  A conserver hors de portée des enfants ".
  Les conseils de prudence adéquats doivent accompagner l'emballage.
  3. Préparations contenant des isocyanates.
  L'étiquette de l'emballage des préparations contenant des isocyanates (monomères, oligomère, pré polymère, ... en tant que tel ou en mélange) doit comporter les indications suivantes :
  " Contient des isocyanates.
  Voir les informations transmises par le fabricant ".
  4. Préparations contenant des composés époxydiques de poids moléculaire moyen < 700.
  L'étiquette de l'emballage des préparations contenant des composés époxydiques de poids moléculaire moyen < 700 doit comporter les indications suivantes :
  " Contient des composés époxydiques.
  Voir les informations transmises par le fabricant ".
  5. Préparations contenant du chlore actif vendues au grand public.
  L'emballage des préparations contenant plus de 1 % de chlore actif doit porter les indications suivantes :
  " Attention. Ne pas utiliser en combinaison avec d'autres produits, des gaz dangereux (chlore) peuvent se libérer ".
  6. Préparations contenant du cadmium (alliages) et destinées à être utilisées pour le brasage et le soudage.
  L'emballage de telles préparations devra porter de manière lisible et indélébile les mentions suivantes :
  " Attention. Contient du cadmium.
  Des fumées dangereuses se développent pendant l'utilisation.
  Voir les informations transmises par le fabricant.
  Respecter les consignes de sécurité ".
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 juin 1995.
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. DE GALAN
Art. 1N3. <KB 1998-07-14/64, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1998> Voorwoord bij bijlage III.
  Inleiding.
  Bijlage III is onderverdeeld in deel I, een catalogus van gevaarlijke stoffen, waarvoor op communautair niveau volgens de procedure die in het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan is vastgesteld, overeenstemming is bereikt over een geharmoniseerde indeling en etikettering en in deel II, de gevaarsymbolen, waarschuwingszinnen en veiligheidsaanbevelingen voor het etiket.
  Nummering van de stoffen.
  De stoffen in bijlage III zijn gerangschikt aan de hand van het atoomnummer van het element dat het meest kenmerkend is voor de eigenschappen van deze stoffen.
  Voor het catalogusnummer van elke stof wordt een reeks cijfers gebruikt in de volgorde: ABC - RST - VW - Y.
  Hierbij is:
  ABC: het atoomnummer van het meest kenmerkende chemische element (voorafgegaan door een of twee nullen om tot drie cijfers te komen) of het nummer van de gebruikelijke categorie voor organische stoffen;
  RST: het volgnummer van de stof binnen de reeks stoffen met dezelfde code ABC;
  VW: een code voor de vorm waarin de stof wordt geproduceerd of op markt wordt gebracht;
  Y: het controlecijfer dat volgens de methode voor het ISBN (International Standard Book Number) wordt berekend.
  Het catalogusnummer voor natriumchloraat is bij voorbeeld 017-005-00-9.
  Voor gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in de Europese Inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (EINECS), wordt het EINECS-nummer vermeld. Dit nummer bestaat uit zeven cijfers in de vorm XXX-XXX-X. Het eerste nummer is 200-001-8.
  Voor gevaarlijke stoffen waarvan overeenkomstig het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 januari 1993 kennis is gegeven, wordt het nummer van de stof in de Europese lijst van stoffen waarvan kennisgeving is gedaan (European List of Notified Chemical Substances -ELINCS) vermeld. Dit nummer bestaat uit zeven cijfers in de vorm XXX-XXX-X. Het eerste nummer is 400-010-9.
  EINECS- of ELINCS-nummers worden meestal niet vermeld voor mengsels van meer dan drie verschillende stoffen.
  Om de identificatie van de stof te vergemakkelijken, is voor duidelijk gedefinieerde stoffen tevens de structuur-formule opgenomen.
  Nomenclatuur.
  Waar mogelijk wordt voor gevaarlijke stoffen de EINECS- of de ELINCS-naam gebruikt. Voor andere stoffen die niet in de EINECS of de ELINCS zijn vermeld, wordt een internationaal erkende chemische naam gebruikt (b.v. de ISO- of de IUPAC-naam). Soms wordt daarnaast tevens een triviale naam vermeld.
  Verontreinigingen, additieven en bestanddelen met een lage concentratie worden meestal niet vermeld, tenzij zij belangrijk zijn voor de indeling van de stof.
  Sommige stoffen worden beschreven als een "mengsel van A en B". In dat geval gaat het om één specifiek mengsel. In sommige gevallen, wanneer dit nodig is om de op de markt gebrachte stof te karakteriseren, wordt het gehalte van de belangrijkste stoffen in het mengsel gespecificeerd.
  Bij sommige stoffen wordt voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage vermeld. Stoffen met een hoger gehalte aan actief materiaal (b.v. een organisch peroxide) vallen niet onder de in bijlage III vermelde stof en kunnen andere gevaarlijke eigenschappen hebben (b.v. ontploffingsgevaar). Wanneer specifieke concentratiegrenzen worden opgegeven, gelden deze voor de vermelde stof of stoffen. Vooral wanneer het gaat om mengsels van stoffen of stoffen waarbij voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage is vermeld, gelden de grenswaarden voor de stof zoals deze in bijlage III is beschreven, en niet voor de zuivere stof.
  Voor stoffen die in bijlag III voorkomen, moet een van de benamingen in deze bijlage als naam van de stof op het etiket worden gebruikt. Voor sommige complexe steenkool- en aardoliederivaten is tussen vierkante haken aanvullende informatie vermeld om identificatie van de complexe stof te vergemakkelijken. Deze aanvullende informatie behoeft niet op het etiket te worden vermeld.
  Voor sommige stoffen worden gegevens over verontreinigingen vermeld, zoals voor catalogusnummer 607-190-00-X: methylacrylamidomethoxyacetaat (bevattende 0,1 % acrylamide). In dat geval maakt de informatie tussen haakjes deel uit van de naam en moet ook deze op het etiket worden vermeld.
  In sommige gevallen zijn stoffen als groep opgenomen, zoals bij catalogusnummer 006-007-00-5: "cyaanwaterstof (zouten van ...) met uitzondering van complexe cyaniden zoals ferroen ferricyaniden en kwikoxicyaniden". Voor afzonderlijke stoffen uit deze groepen moet de Einecs-naam of een andere internationaal erkende naam worden gebruikt.
  Vermelde gegevens.
  Voor elke stof wordt in bijlage III de volgende informatie vermeld:
  a) De indeling
  i) Indeling houdt in dat een stof in een gevaarscategorie wordt ondergebracht, zoals gedefinieerd in artikel 4 van het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 januari 1993, en dat daaraan de bijbehorende waarschuwingszin(nen) wordt (worden) toegekend. De indeling heeft niet alleen gevolgen voor de etikettering, maar ook voor andere wetgeving en regelgeving op het gebied van gevaarlijke stoffen.
  ii) Indeling bevat meestal een aanduiding van de gevaarscategorie en de bijbehorende waarschuwingszin(nen). In sommige gevallen (namelijk voor stoffen die als ontvlambaar of sensibiliserend worden ingedeeld en voor sommige stoffen die als gevaarlijk voor het milieu worden ingedeeld) wordt (worden) echter alleen de waarschuwingszin(nen) vermeld, aangezien daarmee voldoende informatie wordt verstrekt.
  iii) Bij de indeling worden de gevaarscategorieën als volgt aangeduid:
  Ontplofbaar: E.
  Oxyderend: O.
  Zeer licht ontvlambaar: F+.
  Licht ontvlambaar: F.
  Ontvlambaar: R10.
  Zeer vergiftig: T+.
  Vergiftig: T.
  Schadelijk: Xn.
  Corrosief: C.
  Irriterend: Xi.
  Sensibiliserend: R42 en/of R43.
  Kankerverwekkend: Carc. Cat. (1)
  Mutageen: Mut. Cat. (1)
  Vergiftig voor de voortplanting: Repr. Cat. (1)
  Gevaarlijk voor het milieu: N of R52, R53, R59.
  iv) aanvullende waarschuwingszinnen die voor de beschrijving van andere eigenschappen zijn toegekend, worden in afzonderlijke hokjes vermeld.
  b) De etikettering, bestaande uit:
  i) het symbool of de symbolen, indien toegekend, en de gevaarsaanduidingen die overeenkomstig deel II van deze bijlage zijn toegekend;
  ii) de waarschuwingszinnen, vermeld als een reeks getallen voorafgegaan door de letter R, waarmee overeenkomstig deel II van deze bijlage wordt aangegeven. De getallen worden gescheiden door:
  een liggend streepje (-) voor de vermelding van afzonderlijke zinnen voor bijzondere gevaren (R)
  of
  een schuine streep (/) voor de vermelding van bijzondere gevaren in een enkele zin, zoals vermeld in deel II van deze bijlage;
  iii) de veiligheidszinnen, vermeld als een reeks getallen voorafgegaan door de letter S, waarmee overeenkomstig deel II van deze bijlage de aanbevolen voorzorgsmaatregelen worden vermeld. Ook hier worden de getallen gescheiden door een liggend streepje of een schuine streep, met dezelfde betekenis als bij punt ii); de combinatiezinnen met aanbevolen voorzorgsmaatregelen worden in deel II vermeld. De vermelde veiligheidszinnen gelden alleen voor stoffen; voor preparaten worden de zinnen volgens de gebruikelijke regels gekozen.
  Er dient te worden opgemerkt dat sommige S-zinnen voor bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten die aan het grote publiek worden verkocht, verplicht zijn:
  S1, S2 en S45 zijn verplicht voor alle zeer vergiftige, vergiftige en bijtende stoffen en preparaten die aan het grote publiek worden verkocht.
  S2 en S46 zijn verplicht voor alle andere gevaarlijke stoffen en preparaten die aan het grote publiek worden verkocht, met uitzondering van degene die uitsluitend als "gevaarlijk voor het milieu" zijn ingedeeld.
  De S-zinnen S1 en S2 worden in bijlage III tussen haakjes vermeld en kunnen uitsluitend van het etiket worden weggelaten, wanneer de stof of het preparaat alleen voor industrieel gebruik wordt verkocht.
  c) De concentratiegrenzen en de daarbij behorende toxicologische indeling die nodig zijn om gevaarlijke preparaten die de stof bevatten, overeenkomstig dit koninklijk besluit te kunnen indelen.
  Tenzij dit anders is vermeld, worden de concentratiegrenzen uitgedrukt als gewichtspercentage van de stof, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het preparaat.
  Wanneer geen concentratiegrenzen worden vermeld, moeten bij de toepassing van de gebruikelijke methode voor de bepaling van de gevaren voor de gezondheid of concentratiegrenzen in bijlage I van dit koninklijk besluit worden gebruikt.
  Algemene opmerkingen.
  Groepen stoffen.
  In een aantal gevallen zijn stoffen als groep in bijlage III opgenomen. In die gevallen gelden de indelings- en etiketteringsvoorschriften voor alle stoffen die, indien zij op de markt worden gebracht, onder de beschrijving vallen voor zover zij in de EINECS of de ELINCS zijn vermeld. Wanneer een stof die onder een groepsvermelding valt, als verontreiniging in een andere stof voorkomt, wordt bij de etikettering van deze stof rekening gehouden met de voor de groep vermelde indelings- en etiketteringsvoorschriften.
  In sommige gevallen zijn er indelings- en etiketteringsvoorschriften voor specifieke stoffen die onder de groepsvermelding zouden vallen. In dat geval wordt de stof apart in bijlage III vermeld en wordt aan de groepsvermelding de zin "tenzij elders genoemd" toegevoegd.
  Wanneer in bijlage III zouten zijn opgenomen (onder welke benaming dan ook), vallen zowel de watervrije als de gehydrateerde vormen hieronder, tenzij dit uitdrukkelijk anders is vermeld.
  Stoffen met een ELINCS-nummer.
  Voor stoffen in bijlage III met een ELINCS-nummer heeft overeenkomstig de bepalingen van het hogergenoemde koninklijk besluit van 11 januari 1993 kennisgeving plaatsgevonden. Een producent of importeur die van deze stoffen nog geen kennisgeving heeft gedaan, wordt verwezen naar artikel 9 of artikel 15 van het hogergenoemde koninklijk besluit van 11 januari 1993, indien hij voornemens is deze stoffen op de markt te brengen.
  De nota's die na de naamgeving van de gevaarlijke stoffen zijn weergegeven, hebben volgende betekenis:
  Toelichting bij de nota's voor de identificatie en de etikettering van stoffen.
  Nota A
  De naam van de stof moet op het etiket worden vermeld in de vorm van een van de benamingen die in bijlage III van deze richtlijn voorkomen.
  In bijlage III wordt soms een algemene benaming gebruikt, zoals "... verbindingen" of "... zouten". In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket de juiste chemische naam vermelden.
  Bij voorbeeld voor BeCl2: berylliumchloride.
  Note B
  Sommige stoffen (zoals zuren en basen) worden als een waterige oplossing met uiteenlopende concentraties op de markt gebracht en moeten derhalve bij de verschillende concentraties, aangezien de daaraan verbonden gevaren niet dezelfde zijn, van verschillende etiketten worden voorzien.
  Wanneer in bijlage III note B wordt vermeld, wordt een algemene benaming gebruikt zoals:
  "salpeterzuur ... %".
  In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket de concentratie van de oplossing in procenten vermelden.
  Bij voorbeeld: salpeterzuur 45 %.
  Tenzij die anders wordt vermeld, wordt aangenomen dat de concentratie als gewichtspercentage is berekend.
  Het gebruik van aanvullende eenheden (zoals het soortelijk gewicht of baumégraden) of van beschrijvingen (zoals rokend of ijs-) is toegestaan.
  Nota C
  Sommige organische stoffen kunnen in de vorm van een specifiek isomeer of als een mengsel van verschillende isomeren op de markt worden gebracht.
  In bijlage III wordt soms een algemene benaming gebruikt, zoals:
  "xylenol".
  In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket vermelden of het hier a) en specifiek isomeer of b) een mengsel van isomeren betreft.
  Bij voorbeeld: a) 2,4-dimethylfenol
  b) xylenol (mengsel van isomeren).
  Note D
  Sommige stoffen, die spontaan kunnen polymeriseren of ontleden, worden meestal in een gestabiliseerde vorm op de markt gebracht. In bijlage III van deze richtlijn zijn de stoffen in gestabiliseerde vorm opgenomen.
  Dergelijke stoffen worden echter soms in een niet-gestabiliseerde vorm op de markt gebracht. In dat geval moet de fabrikant of iedere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket de naam van de stof met daaraan toegevoegd de vermelding "niet-gestabiliseerd" aanbrengen.
  Bij voorbeeld: methacrylzuur (niet-gestabiliseerd).
  Note E
  Stoffen met specifieke effecten op de gezondheid van de mens, die als kankerverwekkend, mutageen en/of vergiftig voor de voortplanting in categorie 1 of categorie 2 worden ingedeeld, krijgen note E indien zijn ook als zeer vergiftig (T+), vergiftig (T) of schadelijk (Xn) worden ingedeeld. Voor deze stoffen worden de risicozinnen R20, R21, R22, R23, R24, R25, R26, R27, R28, R39, R40 en R48 en alle combinaties van deze risicozinnen voorafgegaan door het woord "ook"
  Bij voorbeeld: R45-23: "Kan kanker veroorzaken. Ook vergiftig bij inademing".
  R46-27/28: "Kan erfelijke genetische schade veroorzaken. Ook zeer vergiftig bij aanraking met de huid en bij opname door de mond".
  Nota F
  Deze stof kan een stabilisator bevatten. Indien de gevaarlijke eigenschappen van de stof, zoals vermeld bij de etikettering in bijlage III, door de toevoeging van deze stabilisator veranderen, moeten voor het etiket de voorschriften voor de etikettering van gevaarlijke preparaten worden gevolgd.
  Nota G
  Deze stof kan in een ontplofbare vorm op de markt worden gebracht. In dat geval moet de stof met behulp van de onderzoekmethoden daarvoor worden beoordeeld en worden voorzien van een etiket waarop het ontploffingsgevaar wordt vermeld.
  Nota H
  De voor deze stof vermelde indeling en etikettering heeft alleen betrekking op de gevaarlijke eigenschap(pen) die worden aangeduid met de vermelde waarschuwingszin(nen) in combinatie met de vermelde gevaarscategorie(ën). Voor alle andere aspecten die verband houden met de indeling en etikettering van deze stof, dienen de fabrikanten, de handelaars en de importeurs zich te houden aan de eisen van artikel 9. Voor het uiteindelijke etiket dienen de voorschriften van bijlage VI te worden gevolgd. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe steenkoolen aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota J
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,1 % (g/g) benzeen (Einecs-nr. 200753-7) bevat. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe steenkool- en aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota K
  Deze stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,1 % (g/g) buta-1,3-dieen (Einecsnr. 203-450-8) bevat.
  Als de stof niet als kankerverwekkend wordt ingedeeld, gelden hiervoor minimaal de S-zinnen (2-)9-16.
  Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota L
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 3 % DMSO-extract bevat, gemeten volgens IP 346. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota M
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,005 % (g/g) benzo(a)pyreen (Einecsnr. 200-028-5) bevat. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe steenkoolderivaten in bijlage III.
  Nota N
  De stof behoort niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als volledig bekend is hoe de raffinage daarvan is verlopen en kan worden aangetoond dat deze is geproduceerd uit een stof die niet kankerverwekkend is. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota P
  De stof behoeft niet kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,1 % (g/g) benzeen (Einecs-nr. 200-753-7) bevat. Als de stof als kankerverwekkend wordt ingedeeld, geldt hiervoor tevens nota E.
  Als de stof niet als kankerverwekkend wordt ingedeeld, gelden hiervoor minimaal de S-zinnen (2-)23-24-62.
  Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage I.
  Toelichting bij de nota's voor de etikettering van preparaten.
  Nota 1
  De concentratie is vermeld als gewichtspercentage van het metallisch element, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het preparaat.
  Nota 2
  De isocyanaatconcentratie is vermeld als gewichtspercentage van het vrije monomeer, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het preparaat.
  Nota 3
  De concentratie is vermeld als gewichtspercentage van de in water opgeloste chromaationen, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het preparaat.
  Nota 4
  Preparaten die deze stoffen bevatten, moeten als schadelijk, voorzien van waarschuwingszin R65, worden ingedeeld wanneer zij voldoen aan de in punt 3.2.3. van deel II in bijlage VI genoemde criteria.
  Nota 5
  De concentratiegrenzen voor gasvormige preparaten worden uitgedrukt in volumepercent.
Art. 1N3. <AR 1998-07-14/64, art. 2, 002; En vigueur : 17-12-1998> Avant-propos à l'annexe 3.
  Introduction.
  L'annexe 3 est divisée en une première partie, un répertoire des substances dangereuses pour lesquelles une classification et un étiquetage harmonisés ont été convenus au plan communautaire conformément à la procédure fixée à l'arrêté royal du 11 janvier 1993 réglementant la classification, l'emballage et l'étiquetage des préparations dangereuses en vue de leur mise sur le marché ou de leur emploi et, en une partie II, les symboles de danger, les phrases de risque et les conseils de prudence pour l'étiquette.
  Numérotation des entrées.
  Les entrées de l'annexe 3 sont classées en fonction du numéro atomique de l'élément le plus caractéristique de leurs propriétés.
  Le numéro index de chaque substance se présente sous la forme d'une séquence chiffrée du type: ABC-RST-VW-Y, où:
  ABC représente soit le numéro atomique de l'élément chimique le plus caractéristique (précédé d'un ou de deux zéros pour compléter la sous séquence), soit le numéro conventionnel de la classification des substances organiques;
  RST représente le numéro progressif des substances considérées dans les séquences ABC;
  VW représente la forme sous laquelle la substance est produite ou mise sur le marché
  et
  Y représente le chiffre de contrôle (check-digit) calculé selon la méthode utilisée par l'ISBN (International Standard Book Number).
  A titre d'exemple, le numéro index du chlorate de sodium est le 017-005-009.
  Pour les substances dangereuses figurant dans l'inventaire européen des produits chimiques commercialisés (EINECS), l'entrée comprend également le numéro EINECS. Ces numéros se présentent sous la forme d'une suite de sept chiffres du type XXX-XXX-X, commençant par 200-001-8.
  Pour les substances dangereuses notifiées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 précité, l'entrée comprend également le numéro de la substance répertoriée dans la liste européenne des substances notifiées (European List of Notified Chemical Substances - ELINCS). Ces numéros se présentent sous la forme d'une suite de sept chiffres du type XXX-XXX-X, commençant par 400-010-9.
  Les numéros EINECS ou ELINCS ne sont généralement pas indiqués dans les entrées qui comportent plus de trois substances différentes.
  La formule développée des substances bien définies est également indiquée de manière à faciliter l'identification.
  Nomenclature.
  Autant que possible, les substances dangereuses sont désignées par la dénomination utilisée dans l'EINECS ou l'ELINCS. Les entrées non mentionnées dans l'EINECS ou l'ELINCS sont désignées par une dénomination reconnue au niveau international (par exemple: ISO, UICPA). Une dénomination usuelle est ajoutée dans certains cas.
  En règle générale, les impuretés, les additifs et les composants mineurs ne sont pas mentionnés sauf s'ils contribuent d'une manière significative à la classification de la substance.
  Certaines substances sont décrites comme étant un "mélange de A et de B". Ces entrées font référence à un mélange spécifique. Dans certains cas où il est nécessaire de caractériser la substance mise sur le marché, on indique les proportions dans lesquelles les substances principales entrent dans la composition du mélange.
  La dénomination de certaines substances comprend l'indication d'un pourcentage de pureté particulier. Les substances qui présentent une teneur supérieure en matière active (par exemple un peroxyde organique) ne sont pas mentionnées dans l'annexe 3 et peuvent présenter d'autres propriétés dangereuses (par exemple, explosibilité). Si des limites de concentration spécifiques sont indiquées, elles s'appliquent à la substance ou aux substances figurant dans l'entrée. En particulier, dans le cas des mélanges de substances ou des substances dont la description comporte l'indication d'un pourcentage de pureté particulier, les limites s'appliquent à la substance telle qu'elle est décrite à l'annexe 3 et non à la substance pure.
  Pour les substances reprises à l'annexe 3, le nom de la substance à utiliser sur l'étiquette doit correspondre à l'une des désignations mentionnées à l'annexe. Pour certaines substances complexes dérivées du charbon et du pétrole, des informations supplémentaires ont été ajoutée entre crochets droits pour faciliter l'identification de la substance complexe. Ce complément d'information ne doit pas figurer sur l'étiquette.
  Certaines entrées comportent une référence aux impuretés. Un exemple est constitué par le numéro index 607-109-00-X: acrylamidométhoxyacétate de méthyle (contenant 0,1 % d'acrylamide). Dans ces cas, la référence entre parenthèses fait partie du nom et doit figurer sur l'étiquette.
  Certaines entrées se réfèrent à des groupes de substances. Un exemple est donné par le numéro index 006-007-00-5: "sels de l'acide cyanhydrique à l'exception des cyanures complexes tels que ferrocyanures et ferricyanures et oxycyanure de mercure". Pour des substances individuelles couvertes par ces entrées, il convient d'utiliser le nom de l'Einecs ou une autre dénomination reconnue au niveau international.
  Présentation des entrées.
  Les informations données pour chaque substance figurant à l'annexe 3 sont les suivantes:
  a) La classification
  i) La classification consiste à mettre une substance dans une catégorie de changer telle que définie à l'article 4 de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 précité et à lui attribuer la ou les phrase(s) de risque qui conviennent. La classification a des conséquences non seulement sur l'étiquetage, mais aussi sur d'autres dispositions législatives et réglementaires relatives aux substances dangereuses.
  ii) La classification contient, en général, une description de la catégorie de danger, et une ou plusieurs phrases de risque (phrases R). Dans certains cas, cependant (à savoir lorsqu'il s'agit de substances classées inflammables ou sensibilisantes, ou de certaines substances classées dangereuses pour l'environnement), seule(s) la ou les phrase(s) de risque apparaissent car elles fournissent à elles seules une information suffisante.
  iii) les catégories de danger sont décrites comme suit:
  Explosif: E.
  Comburant: O.
  Extrêmement inflammable: F+.
  Facilement inflammable: F.
  Inflammable: R10.
  Très toxique: T+.
  Toxique: T.
  Nocif: Xn.
  Corrosif: C.
  Irritant: Xi.
  Sensibilisant: R42 et/ou R43.
  Cancérogène: Carc. Cat (1).
  Mutagène: Mut. Cat (1).
  Toxique pour la reproduction: Repr. Cat. (1).
  Dangereux pour l'environnement: N et/ou R52, R53, R59.
  b) L'étiquette, comprenant:
  i) le ou les symboles et les indications de danger attribués si tel est le cas à la substance conformément à la partie II de cette annexe;
  ii) les phrases de risque (phrases R), désignées par une série de chiffres précédés de la lettre R indiquant la nature des risques particuliers conformément à la partie II de cette annexe. Les chiffres sont séparés:
  soit par un tiret (-) pour indiquer qu'il s'agit d'énoncés séparés des risques particuliers (R);
  soit par une barre oblique (/) pour indiquer qu'il s'agit de l'énoncé combiné, en une seule phrase, des risques particuliers tels que figurant à la partie II de cette annexe;
  iii) les conseils de prudence (phrases S), désignés par une série de chiffres précédés de la lettre S indiquant les précautions d'emploi recommandées conformément à la partie II de cette annexe. Les chiffres sont également séparés soit par un tiret horizontal, soit par une barre oblique qui ont la même signification qu'au point ii) ci-dessus, sauf que les énoncés combinés des conseils de prudence figurant à la partie II de cette annexe. Les conseils de prudence indiqués s'appliquent uniquement aux substances; pour les préparations, les conseils sont choisis conformément aux règles habituelles.
  Il est à noter que certaines phrases S sont obligatoires pour certaines substances et préparations dangereuses vendues au grand public.
  S1, S2 en S45 sont obligatoires pour toutes les substances et préparations très toxiques, toxiques et corrosives vendues au grand public.
  S2 et S46 sont obligatoires pour toutes les autres substances et préparations dangereuses vendues au grand public à l'exception de celles uniquement classées "dangereuses pour l'environnement".
  Les phrases S1 et S2 sont reprises entre crochets à l'annexe 3 et ne peuvent être omises sur l'étiquette que si la substance ou la préparation est vendue pour un usage exclusivement industriel.
  c) Les limites de concentration et les classifications toxicologiques associées, nécessaires pour classer les préparations dangereuses contenant la substance conformément à cet arrêté royal.
  Sauf indication contraire, les limites de concentration sont des pourcentages en poids de la substance calculés par rapport au poids total de la préparation.
  Lorsque aucune limite de concentration n'est indiquée, les limites à utiliser pour appliquer la méthode conventionnelle d'évaluation n'est indiquée, les limites à utiliser pour appliquer la méthode conventionnelle d'évaluation des dangers pour la santé sont celles figurant à l'annexe I de cet arrêté royal.
  Remarques explicatives générales.
  Groupes de substances
  L'annexe 3 comporte un certain nombre d'entrées relatives à des groupes de substances. Dans ce cas, les prescriptions de classification et d'étiquetage s'appliquent à toutes les substances du groupe lorsqu'elles sont mises sur le marché et qu'elles figurent dans l'EINECS ou dans l'ELINCS. Lorsqu'une substance visée par une entrée de groupe apparaît comme une impureté dans une autre substance, les prescriptions de classification et d'étiquetage figurant dans ladite entrée sont prises en compte pour l'étiquetage des substances.
  Il peut arriver que des substances particulières visées par une entrée de groupe fassent l'objet de prescriptions spécifiques de classification et d'étiquetage. Dans ce cas, les substances en cause seront décrites dans une entrée particulière de l'annexe 3 et l'entrée du groupe sera complétée par l'annotation: "à l'exception des substances nommément désignées dans cette annexe".
  Les entrées de l'annexe 3 relatives aux sels (sous n'importe quelle dénomination) englobent tant la forme anhydre que la forme hydratée, sauf indication contraire.
  Substances avec numéro ELINCS.
  A l'annexe 3, les substances ayant un numéro ELINCS ont été notifiées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 précité. Un producteur ou un importateur qui n'a pas encore notifié ces substances doit se référer aux dispositions de l'arrêté royal du 11 janvier 1993 précité s'il envisage de mettre ces substances sur le marché.
  Les notes qui figurent après la dénomination de la substance dangereuses, ont la signification suivante:
  Explication des notes relatives à l'identification et à l'étiquetage des substances.
  Note A
  Le nom de la substance doit figurer sur l'étiquette sous l'une des dénominations qui figurent dans cette annexe 3.
  Dans l'annexe 3, il est parfois fait usage d'une dénomination générale du type: "Composés de ..." ou "Sels de ...". Dans ce cas, le fabricant ou toute autre personne qui met une telle substance sur le marché est tenu de préciser sur l'étiquette le nom chimique exact:
  exemple: pour BeCl2: chlorure de béryllium.
  Note B
  Certaines substances (acides, bases, etc.) sont mises sur le marché en solution aqueuse à des concentrations diverses et nécessitent de ce fait un étiquetage différent, car les dangers qu'elles présentent varient en fonction de la concentration.
  Les entrées accompagnées de la note B dans l'annexe 3 ont une dénomination générale du type:
  "acide nitrique ... %".
  Dans ce cas, le fabricant ou toute autre personne qui met une telle substance sur le marché doit indiquer sur l'étiquette la concentration de la solution en pourcentage:
  exemple: acide nitrique 45 %.
  Sauf indication contraire, le pourcentage de concentration s'entend toujours poids/poids.
  L'utilisation de données supplémentaires (par exemple poids spécifique, degré Baumé, etc.) ou de phrases descriptives (par exemple concentré fumant, glacial) peut être tolérée.
  Note C
  Certaines substances organiques peuvent être commercialisées soit sous une forme isométrique bien définie, soit sous forme de mélange de plusieurs isomères.
  Dans l'annexe 3, il est parfois fait usage d'une dénomination générale du type:
  "xylénol".
  Dans ce cas, le fabricant ou toute autre personne qui met une telle substance sur le marché doit spécifier sur l'étiquette s'il s'agit a) d'un isomère bien défini ou b) d'un mélange d'isomères.
  exemples: a) 2,4 diméthylphénol
  b) xylénol (mélange d'isomères).
  Note D
  Certaines substances susceptibles de se polymériser ou de se décomposer spontanément sont généralement mises sur le marché sous une forme stabilisée. C'est d'ailleurs sous cette forme qu'elles sont reprises dans la partie I de cette annexe 3. Cependant, de telles substances sont parfois mises sur le marché sous forme non stabilisée.
  Dans ce cas, le fabricant ou toutes autre personne qui met une telle substance sur le marché doit faire figurer sur l'étiquette le nom de la substance suivi de la mention "non stabilisé(e).
  exemple: acide méthacrylique (non stabilisé).
  Note E
  Les substances ayant des effets spécifiques sur la santé humaine qui sont classées comme cancérogènes, mutagènes et/ou toxiques pour la reproduction dans les catégories 1 ou 2 se verront attribuer la note E lorsqu'elles sont également classées comme très toxiques (T+), toxiques (T) ou nocives (Xn).
  Pour ces substances, les phrases R20, R21, R22, R23, R24, R25, R26, R27, R28, R39, R40 et R48 ainsi que toutes les combinaisons de ces phrases de risque doivent être précédées du terme "Egalement": exemples: R45-23: "Peut causer le cancer. Egalement toxique par inhalation".
  R46-27/28: "Peut causer des altérations génétiques héréditaires. Egalement très toxique par contact avec la peau et par ingestion".
  Note F
  Cette substance peut contenir un stabilisant. Si le stabilisant change les propriétés dangereuses de la substance telles qu'elles sont indiquées par l'étiquette à l'annexe 3, une étiquette doit être établie selon les règles d'étiquetage pour les préparations dangereuses.
  Note G
  Cette substance peut être mise sur le marché sous une forme explosible, auquel cas elle doit être évaluée à l'aide de méthodes d'essai appropriées et une étiquette mentionnant sa propriété explosible doit être fournie.
  Note H
  La classification et l'étiquette mentionnées pour cette substance s'appliquent uniquement à la ou aux propriété(s) dangereuse(s) indiquées par la ou les phrase(s) de risque en liaison avec la ou les catégorie(s) de danger mentionnée(s-). Les exigences de l'article 9 visant les fabricants, les distributeurs et importateurs de cette substance, s'appliquent à tous les autres aspects de la classification et de l'étiquetage. L'étiquette définitive devra se conformer aux exigences énoncées à l'annexe VI. La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du charbon et du pétrole reprises à l'annexe 3.
  Note J
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer s'il peut être établi que la substance contient moins de 0,1 % poids/poids de benzène (Elinecs N° 200-753-7). La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du charbon et du pétrole reprises à l'annexe 3.
  Note K
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer s'il peut être établi que la substance contient moins de 0,1 % poids/poids de 1, 3butadiène (Elinecs n° 203-450-8).
  Si la substance n'est pas classée comme cancérogène, les phrases S(2-)9-16 doivent au moins s'appliquer.
  La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du pétrole reprises à l'annexe 3.
  Note L
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer s'il peut être établi que la substance contient moins de 3 % d'extrait de diméthyl (DMSO) mesuré selon la méthode IP 346. La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du pétrole reprises à l'annexe 3.
  Note M
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer s'il peut être établi que la substance contient moins de 0,005 % poids/poids de benzo(a)pyrène (Einecs n° 200-028-5). La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du charbon reprises à l'annexe 3.
  Note N
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer si l'historique complet du raffinage est connu et qu'il peut être établi que la substance à partir de laquelle elle est produite n'est pas cancérogène. La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du pétrole reprises à l'annexe 3.
  Note P
  La classification comme cancérogène ne doit pas s'appliquer s'il peut être établi que la substance contient moins de 0,1 % poids/poids de benzène (Einecs n° 200-753-7).
  Si la substance est classée comme cancérogène, la note E s'applique également.
  Si la substance n'est pas classé comme cancérogène, les phrases S(2-)23-2462 doivent au moins s'appliquer.
  La présente note ne s'applique qu'à certaines substances complexes dérivées du pétrole reprises à l'annexe I.
  Explication des notes relatives à l'étiquetage des préparations.
  Note 1
  La concentration indiquée est le pourcentage en poids de l'élément métallique, calculé par rapport au poids total de la préparation.
  Note 2
  La concentration d'isocyanates donnée est le pourcentage en poids du monomère libre, calculé par rapport au poids total de la préparation.
  Note 3
  La concentration indiquée est le pourcentage en poids des ions de chromate solubles dans l'eau, calculé par rapport au poids total de la préparation.
  Note 4
  Les préparations contenant ces substances doivent être classées comme nocives avec la phrase R65 si elles répondent aux critères énoncés au point 3.2.3. de la partie II de l'annexe VI.
  Note 5
  Les limites de concentration pour les préparations gazeuses sont exprimées en pourcentage de volume par volume.
  Note
  (1) La catégorie appropriée de la substance cancérogène, mutagène ou toxique pour la reproduction (1, 2 ou 3) est indiquée.
Art. 2N3. <KB 1998-07-14/64, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1998> Deel 1.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen; Zie B.St. 17-12-1998, p. 7 tot 164).
Art. 2N3. <AR 1998-07-14/64, art. 2, 002; En vigueur : 17-12-1998> Partie I. (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir MB 17-12-1998, p. 175 à 334).
Art. 3N3. <KB 1998-07-14/61, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 17-12-1998> Deel II.
  Gevaarssymbolen en -aanduidingen van gevaarlijke stoffen en preparaten:
  (Symbolen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17-12-1998, p. 165).
  Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten.
  R 1: In droge toestand ontplofbaar
  R 2: Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken
  R 3: Ernstig ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken
  R 4: Vormt met metalen zeer gemakkelijk ontplofbare verbindingen
  R 5: Ontploffingsgevaar door verwarming
  R 6: Ontplofbaar met en zonder lucht
  R 7: Kan brand veroorzaken
  R 8: Bevordert de ontbranding van brandbare stoffen
  R 9: Ontploffingsgevaar bij menging met brandbare stoffen
  R 10: Ontvlambaar
  R 11: Licht ontvlambaar
  R 12: Zeer licht ontvlambaar
  R 14: Reageert heftig met water
  R 15: Vormt zeer licht ontvlambaar gas in contact met water
  R 16: Ontploffingsgevaar bij menging met oxyderende stoffen
  R 17: Spontaan ontvlambaar in lucht
  R 18: Kan bij gebruik een ontvlambaar/ontplofbaar damp-luchtmengsel vormen
  R 19: Kan ontplofbare peroxiden vormen
  R 20: Schadelijk bij inademing
  R 21: Schadelijk bij aanraking met de huid
  R 22: Schadelijk bij opname door de mond
  R 23: Giftig bij inademing
  R 24: Giftig bij aanraking met de huid
  R 25: Giftig bij opname door de mond
  R 26: Zeer giftig bij inademing
  R 27: Zeer giftig bij aanraking met de huid
  R 28: Zeer giftig bij opname door de mond
  R 29: Vormt giftig gas in contact met water
  R 30: Kan bij gebruikt licht ontvlambaar worden
  R 31: Vormt giftig gas in contact met zuren
  R 32: Vormt zeer giftige gassen in contact met zuren
  R 33: Gevaar voor cumulatieve effecten
  R 34: Veroorzaakt brandwonden
  R 35: Veroorzaakt ernstige brandwonden
  R 36: Irriterend voor de ogen
  R 37: Irriterend voor de ademhalingswegen
  R 38: Irriterend voor de huid
  R 39: Gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
  R 40: Onherstelbare effecten zijn niet uitgesloten
  R 41: Gevaar voor ernstig oogletsel
  R 42: Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing
  R 43: Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid
  R 44: Ontploffingsgevaar bij verwarming in afgesloten toestand
  R 45: Kan kanker veroorzaken
  R 46: Kan erfelijke genetische schade veroorzaken
  R 47: Kan geboorteafwijkingen veroorzaken
  R 48: Gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling
  R 49: Kan kanker veroorzaken bij inademing
  R 50: Zeer giftig voor in het water levende organismen
  R 51: Giftig voor in het water levende organismen
  R 52: Schadelijk voor in het water levende organismen
  R 53: Kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken
  R 54: Giftig voor planten
  R 55: Giftig voor dieren
  R 56: Giftig voor bodemorganismen
  R 57: Giftig voor bijen
  R 58: Kan in het milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken
  R 59: Gevaarlijk voor de ozonlaag
  R 60: Kan de vruchtbaarheid schaden
  R 61: Kan het ongeboren kind schaden
  R 62: Mogelijk gevaar voor verminderde vruchtbaarheid
  R 63: Mogelijk gevaar voor beschadiging van het ongeboren kind
  R 64: Kan schadelijk zijn via de borstvoeding
  R 65: Schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken
  R 14/15: Reageert heftig met water en vormt daarbij zeer ontvlambaar gas
  R 15/29: Vormt giftig en zeer ontvlambaar gas in contact met water
  R 20/21: Schadelijk bij inademing en bij aanraking met de huid
  R 20/22: Schadelijk bij inademing en opname door de mond
  R 20/21/22: Schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid
  R 21/22: Schadelijk bij aanraking met de huid en bij opname door de mond
  R 23/24: Giftig bij inademing en bij aanraking met de huid
  R 23/25: Giftig bij inademing en opname door de mond
  R 23/24/25: Giftig bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid
  R 24/25: Giftig bij aanraking met de huid en bij opname door de mond
  R 26/27: Zeer giftig bij inademing en bij aanraking met de huid
  R 26/28: Zeer giftig bij inademing en opname door de mond
  R 26/27/28: Zeer giftig bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid
  R 27/28: Zeer giftig bij aanraking met de huid en bij opname door de mond
  R 36/37: Irriterend voor de ogen en de ademhalingswegen
  R 36/38: Irriterend voor de ogen en de huid
  R 36/37/38: Irriterend voor de ogen, de ademhalingswegen en de huid
  R 37/38: Irriterend voor ademhalingswegen en de huid
  R 39/23: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing
  R 39/24: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij aanraking met de huid
  R 39/25: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij opname door de mond
  R 39/23/24: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing en aanraking met de huid
  R 39/23/25: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing en opname door de mond
  R 39/24/25: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij aanraking met de huid en opname door de mond
  R 39/23/24/25: Giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond
  R 39/26: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing
  R 39/27: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare bij aanraking met de huid
  R 39/28: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij opname door de mond
  R 39/26/27: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing en aanraking met de huid
  R 39/26/28: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing en opname door de mond
  R 39/27/28: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij aanraking met de huid en opname door de mond
  R 39/26/27/28: Zeer giftig: gevaar voor ernstige onherstelbare effecten bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond
  R 40/20: Schadelijk: bij inademing zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/21: Schadelijk: bij aanraking met de huid zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/22: Schadelijk: bij opname door de mond zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/20/21: Schadelijk: bij inademing en aanraking met de huid zijn onherstelbare effectenniet uitgesloten
  R 40/20/22: Schadelijk: bij inademing en opname door de mond zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/21/22: Schadelijk: bij aanraking met de huid en opname door de mond zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/20/21/22: Schadelijk: bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 42/43: Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of contact met de huid
  R 48/20: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
  R 48/21: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid
  R 48/22: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij opname door de mond
  R 48/20/21: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing en aanraking met de huid
  R 48/20/22: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing en opname door de mond
  R 48/21/22: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid en opname door de mond
  R 48/20/21/22: Schadelijk: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond
  R 48/23: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
  R 48/24: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid
  R 48/25: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij opname door de mond
  R 48/23/24: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing en aanraking met de huid
  R 48/23/25: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing en opname door de mond
  R 48/24/25: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid en opname door de mond
  R 48/23/24/25: Giftig: gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond
  R 50/53: Zeer giftig voor in het water levende organismen, kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken
  R 51/53: Giftig voor in het water levende organismen, kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken
  R 52/53: Schadelijk voor in het water levende organismen, kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijk effecten veroorzaken
  Veiligheidsaanbevelingen met betrekking tot gevaarlijke stoffen en preparaten
  S 1: Achter slot bewaren
  S 2: Buiten bereik van kinderen bewaren
  S 3: Op een koele plaats bewaren
  S 4: Verwijderd van woonruimten opbergen
  S 5: Onder ... houden (geschikte vloeistof aan te geven door fabrikant)
  S 6: Onder ... houden (inert gas aan te geven door fabrikant)
  S 7: In goed gesloten verpakking bewaren
  S 8: Verpakking droog houden
  S 9: Op een goed geventileerde plaats bewaren
  S 12: De verpakking niet hermetisch sluiten
  S 13: Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van dierenvoeder
  S 14: Verwijderd houden van ... (stoffen, waarmee contact vermeden dient te worden aan te geven door de fabrikant)
  S 15: Verwijderd houden van warmte
  S 16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen - Niet roken
  S 17: Verwijderd houden van brandbare stoffen
  S 18: Verpakking voorzichtig behandelen en openen
  S 20: Niet eten of drinken tijdens gebruik
  S 21: Niet roken tijdens gebruik
  S 22: Stof niet inademen
  S 23: Gas/rook/damp/spuitnevel niet inademen (toepasselijke term(en) aan te geven door de fabrikant)
  S 24: Aanraking met de huid vermijden
  S 25: Aanraking met de ogen vermijden
  S 26: Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen
  S 27: Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken
  S 28: Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel ... (aan te geven door de fabrikanten)
  S 29: Afval niet in de gootsteen werpen
  S 30: Nooit water op deze stof gieten
  S 33: Maatregelen treffen tegen ontladingen van statische electriciteit
  S 34: Schok en wrijving vermijden
  S 35: Deze stof en de verpakking op veilige wijze afvoeren
  S 36: Draag geschikte beschermende kleding
  S 37: Draag geschikte handschoenen
  S 38: Bij ontoereikende ventilatie een geschikte ademhalingsbescherming dragen
  S 39: Een bescherming voor de ogen/voor het gezicht dragen
  S 40: Voor de reiniging van de vloer en alle voorwerpen verontreinigd met dit materiaal, ... gebruiken (aan te geven door de fabrikant)
  S 41: In geval van brand en/of explosie inademen van rook vermijden
  S 42: Tijdens de ontsmetting/bespuiting een geschikte adembescherming dragen (geschikte term(en) door de fabrikant aan te geven)
  S 43: In geval van brand ... gebruiken (blusmiddelen aan te duiden door de fabrikant, indien water het risico vergroot toevoegen "Nooit water gebruiken")
  S 44: Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)
  S 45: In geval van ongeval of indien me zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)
  S 46: In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen en verpakking of etiket tonen
  S 47: Bewaren bij een temperatuur beneden ... °C (aan te geven door de fabrikant)
  S 48: Inhoud vochtig houdende met ... (middel aan te geven door de fabrikant)
  S 49: Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren
  S 50: Niet vermengen met ... (aan te geven door de fabrikant)
  S 51: Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen gebruiken
  S 52: Niet voor gebruik op grote oppervlakken in woon- en verblijfruimtes
  S 53: Blootstelling vermijden - voor gebruik speciale aanwijzingen raadplegen
  S 56: Deze stof en de verpakking naar inzamelpunt voor gevaarlijk of bijzonder afval brengen
  S 57: Neem passende maatregelen om verspreiding in het milieu te voorkomen
  S 59: Raadpleeg fabrikant/leverancier voor informatie over terugwinning/recycling
  S 60: Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren
  S 61: Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidskaart
  S 62: Bij inslikken het braken niet opwekken; onmiddellijk een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen
  S 1/2: Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren
  S 3/7: Gesloten verpakking op een koele plaats bewaren
  S 3/9: Op een koele en goed geventileerde plaats bewaren
  S 3/9/14: Bewaren op een koele, goed geventileerde plaats verwijderd van ... (stoffen, waarmee contact vermeden dient te worden, aan te geven door de fabrikant)
  S 3/9/14/49: Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren op een koele, goed geventileerde plaats verwijderd van ... (stoffen, waarmee contact vermeden dient te worden, aan te geven door de fabrikant)
  S 3/9/49: Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren op een koele, goed geventileerde plaats
  S 3/14: Bewaren op een koele plaats verwijderd van ... (stoffen, waarmee contact vermeden dient te worden, aan te geven door de fabrikant)
  S 7/8: Droog houden en in een goed gesloten verpakking bewaren
  S 7/9: Gesloten verpakking op een goed geventileerde plaats bewaren
  S 7/47: Gesloten verpakking bewaren bij een temperatuur beneden ... °C (aan te geven door de fabrikant)
  S 20/21: Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik
  S 24/25: Aanraking met de ogen en de huid vermijden
  S 29/56: Afval niet in de gootsteen werpen; deze stof en de verpakking naar inzamelpunt voor gevaarlijk of bijzonder afval brengen
  S 36/37: Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding
  S 36/37/39: Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht
  S 36/39: Draag geschikte beschermende kleding en een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht
  S 37/39: Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht
  S 47/49: Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren bij een temperatuur beneden ... °C (aan te geven door de fabrikant)
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 juni 1995.
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 3N3. <AR 1998-07-14/64, art. 2, 002; En vigueur : 17-12-1998> Partie II.
  SYMBOLES ET INDICATIONS DE DANGER DES SUBSTANCES ET PREPARATIONS DANGEREUSES:
  (Symboles non repris pour des raisons techniques; Voir M.B. 17-12-1998, p. 336).
  Natures des risques particuliers attribués aux substances et préparations dangereuses.
  R 1: Explosif à l'état sec
  R 2: Risque d'explosion par le choc, la friction, le feu ou autres sources d'ignition
  R 3: Grand risque d'explosion par le choc, la friction, le feu ou autres sources d'ignition
  R 4: Forme des composés métalliques explosifs très sensibles
  R 5: Danger d'explosion sous l'action de la chaleur
  R 6: Danger d'explosion en contact ou sans contact avec l'air
  R 7: Peut provoquer un incendie
  R 8: Favorise l'inflammation des matières combustibles
  R 9: Peut exploser en mélange avec des matières combustibles
  R 10: Inflammable
  R 11: Facilement inflammable
  R 12: Extrêmement inflammable
  R 14: Réagit violemment au contact de l'eau
  R 15: Au contact de l'eau dégage des gaz extrêmement inflammables
  R 16: Peut exploser en mélange avec des substances comburantes
  R 17: Spontanément inflammable à l'air
  R 18: Lors de l'utilisation, formation possible de mélange vapeur-air inflammable/explosif
  R 19: Peut former des peroxydes explosifs
  R 20: Nocif par inhalation
  R 21: Nocif par contact avec la peau
  R 22: Nocif en cas d'ingestion
  R 23: Toxique par inhalation
  R 24: Toxique par contact avec la peau
  R 25: Toxique en cas d'ingestion
  R 26: Très toxique par inhalation
  R 27: Très toxique par contact avec la peau
  R 28: Très toxique en cas d'ingestion
  R 29: Au contact de l'eau dégage des gaz toxiques
  R 30: Peut devenir facilement inflammable pendant l'utilisation
  R 31: Au contact d'un acide dégage un gaz toxique
  R 32: Au contact d'un acide dégage un gaz très toxique
  R 33: Danger d'effets cumulatifs
  R 34: Provoque des brûlures
  R 35: Provoque de graves brûlures
  R 36: Irritant pour les yeux
  R 37: Irritant pour les voies respiratoires
  R 38: Irritant pour la peau
  R 39: Danger d'effets irréversibles très graves
  R 40: Possibilité d'effets irréversibles
  R 41: Risque de lésions oculaires graves
  R 42: Peut entraîner une sensibilisation par inhalation
  R 43: Peut entraîner une sensibilisation par contact avec la peau
  R 44: Risque d'explosion si chauffée en ambiance confinée
  R 45: Peut causer le cancer
  R 46: Peut causer des altérations génétiques héréditaires
  R 47: Peut causer des malformations congénitales
  R 48: Risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée
  R 49: Peut causer le cancer par inhalation
  R 50: Très toxique pour les organismes aquatiques
  R 51: Toxique pour les organismes aquatiques
  R 52: Nocif pour les organismes aquatiques
  R 53: Peut entraîner des effets néfastes à long terme pour l'environnement aquatique
  R 54: Toxique pour la flore
  R 55: Toxique pour la faune
  R 56: Toxique pour les organismes du sol
  R 57: Toxique pour les abeilles
  R 58: Peut entraîner des effets néfastes à long terme pour l'environnement
  R 59: Dangereux pour la couche d'ozone
  R 60: Peut altérer la fertilité
  R 61: Risque pendant la grossesse d'effets néfastes pour l'enfant
  R 62: Risque possible d'altération de la fertilité
  R 63: Risque possible pendant la grossesse d'effets néfastes pour l'enfant
  R 64: Risque possible pour les bébés nourris au lait maternel
  R 65: Nocif: peut provoquer une atteinte des poumons en cas d'ingestion
  R 14/15: Réagit violemment au contact de l'eau en dégageant des gaz extrêmement inflammables
  R 15/29: Au contact de l'eau dégage des gaz toxiques et extrêmement inflammables
  R 20/21: Nocif par inhalation et par contact avec la peau
  R 20/22: Nocif par inhalation et par ingestion
  R 20/21/22: Nocif par inhalation, contact avec la peau et par ingestion
  R 21/22: Nocif par contact avec la peau et par ingestion
  R 23/24: Toxique par inhalation et par contact avec la peau
  R 23/25: Toxique par inhalation et par ingestion
  R 23/24/25: Toxique par inhalation, contact avec la peau et par ingestion
  R 24/25: Toxique par contact avec la peau et par ingestion
  R 26/27: Très toxique par inhalation et par contact avec la peau
  R 26/28: Très toxique par inhalation et par ingestion
  R 26/27/28: Très toxique par inhalation, contact avec la peau et par ingestion
  R 27/28: Très toxique par contact avec la peau et par ingestion
  R 36/37: Irritant pour les yeux et les voies respiratoires
  R 36/38: Irritant pour les yeux et la peau
  R 36/37/38: Irritant pour les yeux, les voies respiratoires et la peau
  R 37/38: Irritant pour les voies respiratoires et la peau
  R 39/23: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation
  R 39/24: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par contact avec la peau
  R 39/25: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par ingestion
  R 39/23/24: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation et par contact avec la peau
  R 39/23/25: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation et par ingestion
  R 39/24/25: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par contact avec la peau et par ingestion
  R 39/23/24/25: Toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation, par contact avec la peau et par ingestion
  R 39/26: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation
  R 39/27: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par contact avec la peau
  R 39/28: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par ingestion
  R 39/26/27: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation et par contact avec la peau
  R 39/26/28: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation et par ingestion
  R 39/27/28: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par contact avec la peau et par ingestion
  R 39/26/27/28: Très toxique: danger d'effets irréversibles très graves par inhalation, par contact avec la peau et par ingestion
  R 40/20: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par inhalation
  R 40/21: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par contact avec la peau
  R 40/22: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par ingestion
  R 40/20/21: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par inhalation et par contact avec la peau
  R 40/20/22: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par inhalation et par ingestion
  R 40/21/22: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par contact avec la peau et par ingestion
  R 40/20/21/22: Nocif: possibilité d'effets irréversibles par inhalation, par contact avec la peau et par ingestion
  R 42/43: Peut entraîner une sensibilisation par inhalation et contact avec la peau
  R 48/20: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation
  R 48/21: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par contact avec la peau
  R 48/22: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par ingestion
  R 48/20/21: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation et contact avec la peau
  R 48/20/22: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation et ingestion
  R 48/21/22: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par contact avec la peau et par ingestion
  R 48/20/21/22: Nocif: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation, contact avec la peau et ingestion
  R 48/23: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation
  R 48/24: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par contact avec la peau
  R 48/25: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par ingestion
  R 48/23/24: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation et contact avec la peau
  R 48/23/25: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation et ingestion
  R 48/24/25: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par contact avec la peau et ingestion
  R 48/23/24/25: Toxique: risque d'effets graves pour la santé en cas d'exposition prolongée par inhalation, contact avec la peau et ingestion
  R 50/53: Très toxique pour les organismes aquatiques, peut entraîner des effets néfastes à long terme pour l'environnement aquatique
  R 51/53: Toxique pour les organismes aquatiques, peut entraîner des effets néfastes à long terme pour l'environnement aquatique
  R 52/53: Nocif pour les organismes aquatiques, peut entraîner des effets néfastes à long terme pour l'environnement aquatique
  Conseils de prudence concernant les substances et préparations dangereuses
  S 1: Conserver sous clé
  S 2: Conserver hors de la portée des enfants
  S 3: Conserver dans un endroit frais
  S 4: Conserver à l'écart de tout local d'habilitation
  S 5: Conserver sous ... (liquide approprié à spécifier par le fabricant)
  S 6: Conserver sous ... (gaz inerte à spécifier par le fabricant)
  S 7: Conserver le récipient bien fermé
  S 8: Conserver le récipient à l'abri de l'humidité
  S 9: Conserver le récipient dans un endroit bien ventilé
  S 12: Ne pas fermer hermétiquement le récipient
  S 13: Conserver à l'écart des aliments et boissons y compris ceux pour animaux
  S 14: Conserver à l'écart des ... (matières incompatibles à indiquer par le fabricant)
  S 15: Conserver à l'écart de la chaleur
  S 16: Conserver à l'écart de toute flamme ou source d'étincelles - Ne pas fumer
  S 17: Tenir à l'écart des matières combustibles
  S 18: Manipuler et ouvrir le récipient avec prudence
  S 20: Ne pas manger et ne pas boire pendant l'utilisation
  S 21: Ne pas fumer pendant l'utilisation
  S 22: Ne pas respirer les poussières
  S 23: Ne pas respirer les gaz/vapeurs/fumées/aérosols (terme(s) approprié à indiquer par le fabricant)
  S 24: Eviter le contact avec la peau
  S 25: Eviter le contact avec les yeux
  S 26: En cas de contact avec les yeux, laver immédiatement et abondamment avec de l'eau et consulter un spécialiste
  S 27: Enlever immédiatement tout vêtement souillé ou éclaboussé
  S 28: Après contact avec la peau, se laver immédiatement et abondamment avec ... (produits appropriés à indiquer par le fabricant)
  S 29: Ne pas jeter les résidus à l'égout
  S 30: Ne jamais verser de l'eau dans ce produit
  S 33: Eviter l'accumulation de charges électrostatiques
  S 34: Eviter le choc et le frottement
  S 35: Ne se débarrasser de ce produit et de son récipient qu'en prenant toutes les précautions d'usage
  S 36: Porter un vêtement de protection approprié
  S 37: Porter des gants appropriés
  S 38: En cas de ventilation insuffisante porter un appareil respiratoire approprié
  S 39: Porter un appareil de protection des yeux/du visage
  S 40: Pour nettoyer le sol ou les objets souillés par ce produits, utiliser ... (à préciser par le fabricant)
  S 41: En cas d'incendie et/ou d'explosion ne pas respirer les fumées
  S 42: Pendant les fumigations/pulvérisations, porter un appareil respiratoire approprié (terme(s) approprié(s) à indiquer par le fabricant)
  S 43: En cas d'incendie, utiliser ... (moyens d'extinction à préciser par le fabricant. Si l'eau augmente les risques ajouter "Ne jamais utiliser d'eau")
  S 44: En cas de malaise, consulter un médecin (si possible lui montrer l'étiquette)
  S 45: En cas d'accidents ou de malaise, consulter immédiatement un médecin (si possible lui montrer l'étiquette)
  S 46: En cas d'ingestion consulter immédiatement un médecin et lui montrer l'emballage ou l'étiquette
  S 47: Conserver à une température ne dépassant pas ... °C (à préciser par le fabricant)
  S 48: Maintenir humide avec ... (moyen approprié à préciser par le fabricant)
  S 49: Conserver uniquement dans le récipient d'origine
  S 50: Ne pas mélanger avec ... (à spécifier par le fabricant)
  S 51: Utiliser seulement dans des zones bien ventilées
  S 52: Ne pas utiliser sur des grandes surfaces dans les locaux habités
  S 53: Eviter l'exposition - se procurer des instructions spéciales avant l'utilisation
  S 56: Eliminer ce produit et son récipient dans un centre de collecte des déchets dangereux ou spéciaux
  S 57: Utiliser un récipient approprié pour éviter toute contamination du milieu ambiant
  S 59: Consulter le fabricant/fournisseur pour des informations relatives à la récupération/au recyclage
  S 60: Eliminer le produit et son récipient comme un déchet dangereux
  S 61: Eviter le rejet dans l'environnement. Consulter les instructions spéciales/la fiche de données de sécurité
  S 62: En cas d'ingestion, ne pas faire vomir; consulter immédiatement un médecin et lui montrer l'emballage ou l'étiquette
  S 1/2: Conserver sous clef hors de portée des enfants
  S 3/7: Conserver le récipient bien fermé dans un endroit frais
  S 3/9: Conserver dans un endroit frais et bien ventilé
  S 3/9/14: Conserver dans un endroit frais et bien ventilé à l'écart des ...
  (matières incompatibles à indiquer par le fabricant)
  S 3/9/14/49: Conserver uniquement dans le récipient d'origine dans un endroit frais et bien ventilé à l'écart de ... (matières incompatibles à indiquer par le fabricant)
  S 3/9/49: Conserver uniquement dans le récipient d'origine dans un endroit frais et bien ventilé
  S 3/14: Conserver dans un endroit frais à l'écart des ... (matières incompatibles à indiquer par le fabricant)
  S 7/8: Conserver le récipient bien fermé et à l'abri de l'humidité
  S 7/9: Conserver le récipient bien fermé et dans un endroit bien ventilé
  S 7/47: Conserver le récipient bien fermé et à une température ne dépassant pas ... C° (à préciser par le fabricant)
  S 20/21: Ne pas manger, ne pas boire et ne pas fumer pendant l'utilisation
  S 24/25: Eviter le contact avec la peau et les yeux
  S 29/56: Ne pas jeter les résidus à l'égout, éliminer ce produit et son récipient dans un centre de collecte des déchets dangereux ou spéciaux
  S 36/37: Porter un vêtement de protection et des gants appropriés
  S 36/37/39: Porter un vêtement de protection approprié, des gants et un appareil de protection des yeux/du visage
  S 36/39: Porter un vêtement de protection approprié et un appareil de protection des yeux/du visage
  S 37/39: Porter des gants appropriés et un appareil de protection des yeux/du visage
  S 47/49: Conserver uniquement dans le récipient d'origine à température ne dépassant pas ... °C (à préciser par le fabricant)
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 juin 1995.
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. DE GALAN
Art. N4. Bijlage 5. RICHTSNOEREN VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE VEILIGHEIDSFORMATIEBLADEN.
  De volgende toelichting dient als richtsnoer. Op die manier wordt verzekerd dat de inhoud van elk van de in artikel 12 van dit besluit genoemde verplichte rubrieken zodanig wordt samengesteld dat professionele gebruikers aan de hand daarvan de nodige maatregelen op het gebied van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op de arbeidsplaats en de bescherming van het milieu kunnen nemen.
  De informatie moet duidelijk en beknopt zijn.
  In een aantal gevallen kan wegens de brede scala van eigenschappen van de stoffen en preparaten bijkomende informatie noodzakelijk zijn. Indien in andere gevallen de informatie met betrekking tot bepaalde eigenschappen niet ter zake blijkt te doen of om technische redenen niet kan worden verstrekt, moet dit duidelijk worden gemotiveerd.
  Hoewel de in artikel 12 aangehouden volgorde van de rubrieken niet verplicht is, wordt deze toch aanbevolen.
  Wanneer een veiligheidsinformatieblad is herzien, moeten de wijzigingen onder de aandacht van de ontvanger worden gebracht.
Art. N4. Annexe 4. GUIDE D'ELABORATION DES FICHES DE DONNEES DE SECURITE.
  Les notes explicatives ci-après sont données à titre d'information. Elles ont pour objet d'assurer que le contenu de chacune des rubriques obligatoires énumérées à l'article 12 du présent arrêté permettra aux utilisateurs professionnels de prendre les mesures nécessaires en matière de protection de la santé et de sécurité sur les lieux de travail et de protection de l'environnement.
  Les informations doivent être rédigées de façon claire et concise.
  Vu la large gamme de propriétés des substances et préparations, des informations supplémentaires peuvent, dans certains cas, s'avérer nécessaires. Si dans d'autres cas, l'information découlant de certaines propriétés peut se révéler sans signification ou même techniquement impossible à fournir, les raisons devront en être clairement indiquées.
  Bien que l'ordre des rubriques ne soit pas obligatoire, la séquence indiquée à l'article 12 est recommandée.
  Lorsqu'une fiche de données de sécurité a fait l'objet d'une révision, l'attention du destinataire devra être attirée sur les modifications introduites.
Art. 1N4. 1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de vennootschap/onderneming.
  1.1. Identificatie van de stof of het preparaat.
  De voor de identificatie gebruikte naam moet gelijk zijn aan de naam op het etiket en in overeenstemming zijn met bijlage VI, deel II, van dit koninklijk besluit.
  1.2. Identificatie van de vennootschap/ondernming.
  - Identificatie van de in de Europese Gemeenschap gevestigde persoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van de stof of het preparaat, namelijk de fabrikant, de importeur of de distributeur.
  - Volledig adres en telefoonnummer van deze persoon.
  1.3. Naast bovenvermelde informatie moet ook het telefoonnummer voor noodgevallen van het bedrijf en/of van een officieel adviesorgaan overeenkomstig artikel 13 van dit besluit worden opgegeven.
Art. 1N4. 1. Identification de la substance/préparation et de la société/entreprise.
  1.1. Identification de la substance ou de la préparation.
  La dénomination utilisée pour l'identification doit être identique à celle figurant sur l'étiquette telle que précisée à l'annexe VI partie II du présent arrêté.
  1.2. Identification de la société/entreprise.
  - Identification du responsable de la mise sur le marché établi dans la Communauté européenne, qu'il s'agisse du fabricant, de l'importateur ou du distributeur.
  - Adresse complète et numéro de téléphone de ce responsable.
  1.3. Compléter les informations précédentes en indiquant le numéro de téléphone d'appel d'urgence de l'entreprise et/ou de l'organe consultatif officiel tel que défini à l'article 13 du présent arrêté.
Art. 2N4. 2. Samenstelling en informatie over de bestanddelen.
  Aan de hand van de gegeven informatie moet de ontvanger gemakkelijk de aan de stof of het preparaat verbonden risico's kunnen identificeren.
  Voor een preparaat gelden de volgende voorschriften :
  a) de volledige samenstelling (aard en concentratie van de bestanddelen) hoeft niet te worden vermeld;
  b) evenwel moeten de volgende stoffen met hun concentratie of concentratiebereik worden vermeld wanneer zij aanwezig zijn in concentraties die gelijk zijn aan of hoger dan die genoemd in artikel 5, § 6, a, van dit bsluit, behalve indien een lagere grens meer aangewezen wordt geacht :
  - voor de gezondheid gevaarlijke stoffen in de zin van het bovengenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982,
  en
  - ten minste stoffen waarvoor overeenkomstig de communautaire bepalingen erkende grenswaarden voor de blootstelling gelden, maar die niet onder bovenvermeld besluit vallen;
  c) voor de bovenbedoelde stoffen moet de indeling worden opgegeven, hetzij overeenkomstig artikel 1bis, hetzij overeenkomstig bijlage I van voornoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982, dus met behulp van de symbolen en R-zinnen die daaraan zijn toegewezen op basis van hun gevaren voor de gezondheid;
  d) indien krachtens artikel 9, § 1, c, ii van dit besluit, de identiteit van bepaalde stoffen vertrouwelijk moet blijven, moet de chemische aard daarvan worden omschreven, ten einde een veilige hantering te waarborgen.
  De gebruikte naam moet dezelfde zijn als die welke overeenkomstig bovenbedoelde bepalingen moet worden gebruikt.
Art. 2N4. 2. Composition/informations sur les composants.
  Ces informations doivent permettre au destinataire de reconnaître aisément les risques présentés par la substance ou la préparation.
  Pour une préparation :
  a) il n'est pas nécessaire d'indiquer la composition complète (nature des composants et leur concentration);
  b) cependant, il faut mentionner avec leur concentration ou gamme de concentration, lorsqu'elles sont présentes en concentrations égales ou supérieures à celles prévues à l'article 5, § 6, a, du présent arrêté, sauf si une limite inférieure semble plus appropriée :
  - les substances dangereuses pour la santé au sens de l'arrêté royal du 24 mai 1982 réglementant la mise sur le marché de substances pouvant être dangereuses pour l'homme ou son environnement
  et
  - au moins les substances pour lesquelles il existe, en vertu des dispositions communautaires, des limites d'exposition reconnues mais qui ne sont pas couvertes par le présent arrêté susmentionné;
  c) pour les substances visées ci-dessus, il faut mentionner leur classification, qu'elle soit dérivée de l'article 1bis ou de l'annexe I de l'arrêté royal précité du 24 mai 1982, c'est-à-dire les symboles et les phrases R qui leur sont assignés selon leurs dangers pour la santé;
  d) si l'identité de certaines substances doit être gardée confidentielle conformément aux prescriptions de l'article 9, § 1, c, ii du présent arrêté, la nature chimique doit être décrite afin d'assurer la sécurité d'emploi.
  Le nom à utiliser doit être le même que celui dérivant de l'application des dispositions mentionnées ci-avant.
Art. 3N4. 3. Risico's.
  Duidelijk en beknopt de belangrijkste aan de stof of het preparaat verbonden risico's, inclusief de belangrijke risico's, vermelden ten aanzien van mens en milieu.
  De belangrijkste gevaarlijke effecten voor de menselijke gezondheid en symptomen beschrijven die veroorzaakt kunnen worden door gebruik en redelijkerwijs te verwachten verkeerd gebruik van de stof of het preparaat.
  Deze informatie moet in overeenstemming zijn met de aanduidingen op het etiket van het produkt, maar hoeft geen herhaling daarvan te zijn.
Art. 3N4. 3. Identification des dangers.
  Indiquer clairement et brièvement les principaux dangers, notamment les dangers essentiels que présente pour l'homme et pour l'environnement la substance ou la préparation.
  Décrire les principaux effets dangereux pour la santé de l'homme et les symptômes liés à l'utilisation et au mauvais usage raisonnablement prévisibles.
  Ces informations compatibles avec celles qui figurent effectivement sur l'étiquette ne doivent toutefois pas les répéter.
Art. 4N4. 4. Eerstehulpmaatregelen.
  De eerstehulpmaatregelen beschrijven, maar eerst en vooral aangeven of onmiddellijke medische verzorging vereist is.
  De informatie over eerstehulp moet kort en gemakkelijk te begrijpen zijn voor het slachtoffer, omstanders en EHBO'ers. De symptomen en effecten moeten kort worden opgesomd en de instructies moeten aangeven wat ter plaatse gedaan moet worden bij een ongeval, en of na blootstelling effecten kunnen worden verwacht die pas op langere termijn zichtbaar worden.
  De informatie op grond van de verschillende manieren van blootstelling, d.w.z. inhalatie, contact met huid en ogen en inslikken, in verschillende rubrieken onderverdelen. Vermelden of professionele bijstand door een dokter nodig of wenselijk is.
  Voor sommige stoffen of preparaten kan het van belang zijn nadrukkelijk te vermelden dat speciale voorzieningen voor specifieke en onmiddellijke verzorging beschikbaar moeten zijn op de werkplek.
Art. 4N4. 4. Premiers secours.
  Décrire les premiers secours à donner. Toutefois, il importe de spécifier si un examen médical immédiat est requis.
  Les informations concernant les premiers secours doivent être brèves et faciles à comprendre par la victime, les personnes présentes et les secouristes. Les symptômes et effets doivent être brièvement décrits et les instructions doivent indiquer ce qui doit être fait sur-le-champ en cas d'accident et si des effets à retardement sont à craindre après une exposition.
  Prévoir une rubrique par voie d'exposition, c'est-à-dire inhalation, contact avec la peau et les yeux, ingestion.
  Préciser si l'intervention d'un médecin est nécessaire ou souhaitable.
  Pour certaines substances ou préparations, il peut être important de souligner que des moyens spéciaux doivent être mis à la disposition sur le lieu de travail pour permettre un traitement spécifique et immédiat.
Art. 5N4. 5. Brandbestrijdingsmaatregelen.
  Verwijzen naar voorschriften voor de bestrijding van een brand, veroorzaakt door of in de nabijheid van de stof of het preparaat, met vermelding van :
  - de geschikte blusmiddelen;
  - de blusmiddelen die om veiligheidsredenen niet gebruikt mogen worden;
  - speciale chemische blootstellingrisico's die veroorzaakt worden door de stof of het preparaat zelf, de verbrandingsprodukten of de vrijkomende gassen;
  - speciale beschermende uitrusting voor brandweerlieden.
Art. 5N4. 5. Mesures de lutte contre l'incendie.
  Indiquer les règles de lutte contre un incendie déclenché par la substance/préparation ou survenant à proximité de celle-ci, en indiquant :
  - tout moyen d'extinction approprié,
  - tout moyen d'extinction à ne pas utiliser pour des raisons de sécurité,
  - tout risque particulier résultant de l'exposition à la substance/préparation en tant que telle, aux produits de la combustion, aux gaz produits,
  - tout équipement de protection spécial pour le personnel préposé à la lutte contre le feu.
Art. 6N4. 6. Maatregelen bij accidenteel vrijkomen van de stof of het preparaat.
  Afhankelijk van de stof of het preparaat kunnen gegevens nodig zijn.
  over :
  - persoonlijke voorzorgsmaatregelen, zoals verwijdering van ontstekingsbronnen, maatregelen voor doeltreffende ventilatie/bescherming van de ademhalingswegen, tegengaan van stofvorming, preventie van contact met huid en ogen;
  - milieuvoorzorgsmaatregelen, zoals vermijden dat het produkt terechtkomt in afvoerkanalen, oppervlaktewater, grondwater en bodem; eventuele noodzaak om de buurt te waarschuwen;
  - reinigingsmethoden, zoals gebruik van absorberend materiaal (bv. zand, kiezelgoer, zuurbindmiddel, universeel bindmiddel, zaagsel), gedeeltelijk wegvangen van gassen/dampen met water, verdunning.
  Ook rekening houden met de noodzaak van aanwijzingen zoals " nooit gebruiken bij ... ", " neutraliseren met ... ".
  Indien nodig, dient verwezen te worden naar de rubrieken 8 en 13.
Art. 6N4. 6. Mesures à prendre en cas de dispersion accidentelle.
  Selon la substance ou la préparation, des informations devront éventuellement être données concernant :
  - les précautions individuelles :
  éloignement des sources d'inflammation, ventilation/protection respiratoire suffisante, lutte contre les poussières, prévention des contacts avec la peau et les yeux,
  - les précautions pour la protection de l'environnement :
  éviter la contamination des égouts, des eaux de surface et des eaux souterraines ainsi que du sol; alerte éventuelle du voisinage;
  - les méthodes de nettoyage :
  utilisation de matière absorbante (par exemple : sable, terre à diatomées, liant acide, liant universel, sciure de bois, etc.), élimination des gaz/fumées par projection d'eau, dilution.
  Il peut également être nécessaire d'ajouter les mentions telles que " ne jamais utiliser, neutraliser avec, etc. ".
  S'il y a lieu, il faut se reporter aux points 8 et 13.
Art. 7N4. 7. Hantering en opslag.
  7.1. Hantering.
  Voorzorgsmaatregelen voor het veilig hanteren van de stof of het preparaat vermelden, inclusief advies over technische maatregelen zoals plaatselijke en ruimtelijke ventilatie, maatregelen ter voorkoming van aërosol- en stofvorming en brand, alsook eventuele specifieke eisen of voorschriften voor de betrokken stof of het betrokken preparaat (bij voorbeeld aanbevolen of verboden apparatuur en gereedschap, procedures voor het gebruik), indien mogelijk met een korte beschrijving.
  7.2. Opslag.
  De voorwaarden voor een veilige opslag vermelden, zoals specifieke ontwerpen voor opslagruimten of -vaten (inclusief tussenschotten en ventilatie), scheiding van chemisch op elkaar inwerkende materialen, opslagomstandigheden (temperatuur en vochtgehalte met minima en maxima, blootstelling aan licht, opslag onder inert gas, enz.) speciale elektrische voorziening en voorkoming van accumualtie van statische lading.
  Indien relevant, adviseren over de maximale hoeveelheid die in bepaalde omstandigheden mag worden opgeslagen.
  Met name alle speciale eisen vermelden, bij voorbeeld wat betreft het type materiaal dat moet worden gebruikt voor de verpakking/houders van de stof of het preparaat.
Art. 7N4. 7. Manipulation et stockage.
  7.1. Manipulation.
  Envisager les précautions à prendre pour garantir une manipulation sans danger, notamment les mesures d'ordre technique telles que la ventilation locale et générale, les mesures destinées à empêcher la production de particules en suspension et de poussières ou à prévenir les incendies, ainsi que toutes exigences ou règles spécifiques ayant trait à la substance/préparation (par exemple, équipement et procédures d'emploi recommandées ou interdites), en donnant si possible une brève description.
  7.2. Stockage.
  Etudier les conditions nécessaires pour garantir la sécurité du stockage, telles que la conception particulière des locaux de stockage ou des réservoirs (y compris cloisons de confinement et ventilation), les matières incompatibles, les conditions de stockage (température et limite/plage d'humidité, lumière, gaz inertes, etc.), l'équipement électrique spécial et la prévention de l'accumulation d'électricité statique. Le cas échéant, indiquer les quantités limites pouvant être stockées. Fournir en particulier toute indication particulière telle que le type de matériau utilisé pour l'emballage/conteneur de la substance ou de la préparation.
Art. 8N4. 8. Maatregelen ter beheersing van blootstelling/persoonlijke bescherming.
  In dit document wordt onder maatregelen ter beheersing van blootstelling verstaan de hele scala van maatregelen die tijdens het gebruik moeten worden genomen om blootstelling van het personeel tot een minimum te beperken.
  Eerst moet bekeken worden of technische maatregelen genomen kunnen worden, voordat persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt. Daarom moet informatie worden verstrekt over het ontwerp van een geschikt systeem, bij voorbeeld afscherming van de bron. Deze informatie moet een aanvulling vormen op die welke reeds is vermeld in punt 7.1.
  Alle specifieke controleparameters, zoals grenswaarden of biologische normen, aangeven met vermelding van de referentie. Informatie verstrekken over meetprocedures, met vermelding van de referentie.
  Wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn, het type voorzieningen specificeren dat vereist is om een doeltreffende bescherming te bieden :
  - Bescherming van de ademhalingswegen :
  In geval van gevaarlijke gassen, dampen of stof, de noodzaak van passende beschermende uitrusting, zoals onafhankelijke ademhalingsapparatuur, doeltreffende maskers en filters, aangeven.
  - Bescherming van de handen :
  Het soort handschoenen dat gedragen moet worden wanneer met het chemische produkt gewerkt wordt, nader specificeren. Zo nodig melding maken van aanvullende maatregelen voor de bescherming van huid en handen.
  - Bescherming van de ogen :
  Specificatie van het type van voorziening ten behoeve van de bescherming van de ogen, zoals veiligheidsbrillen, veiligheidsstofbrillen of gezichtsschermen.
  - Bescherming van de huid :
  Voor andere lichaamsdelen dan de handen, het soort en de kwaliteit van de beschermende uitrusting, zoals schort, laarzen of veiligheidskleding specificeren.
  Zo nodig specifieke hygiënische maatregelen vermelden.
  Verwijs indien van toepassing naar de desbetreffende CEN-normen.
Art. 8N4. 8. Contrôle de l'exposition/protection individuelle.
  Dans le présent document, la notion de contrôle de l'exposition recouvre toutes les précautions à prendre durant l'utilisation pour minimiser l'exposition des travailleurs.
  Des mesures d'ordre technique doivent être prises avant d'avoir recours aux équipements de protection individuelle. Il convient par conséquent de fournir des informations sur la conception du système, par exemple confinement. Cette information devrait être complémentaire à celle déjà donnée au point 7.1.
  Indiquer, avec leurs références, tout paramètre de contrôle spécifique tel que valeurs limites ou normes biologiques. Donner des informations sur les procédures de surveillance recommandées, en indiquant leurs références.
  Lorsqu'une protection individuelle est nécessaire, spécifier le type d'équipement propre à assurer une protection adéquate :
  - protection respiratoire :
  dans le cas de gaz, vapeurs ou poussières dangereux, envisager la nécessité de matériels de protection appropriés, tels qu'appareils respiratoires autonomes, masques et filtres adéquats,
  - protection des mains :
  spécifier le type de gants à porter lors de la manipulation de la substance ou de la préparation. Si nécessaire, indiquer toute mesure supplémentaire de protection des mains et de la peau,
  - protection des yeux :
  spécifier le type de protection oculaire requis : verres de sécurité, lunettes de protection, écran facial,
  - protection de la peau :
  S'il s'agit de protéger une partie du corps autre que les mains, spécifier le type d'équipement de protection : tablier, bottes, vêtement de protection complet.
  Si nécessaire, indiquer toute mesure d'hygiène particulière.
  Référence sera faite aux normes pertinentes du Comité européen de normalisation (CEN), s'il y a lieu.
Art. 9N4. 9. Fysische en chemische eigenschappen.
  Dit hoofdstuk omvat de volgende informatie, indien van toepassing, over de stof of het preparaat :
Art. 9N4. 9. Propriétés physiques et chimiques.
  Cette rubrique doit contenir les informations suivantes, dans la mesure où elles s'appliquent à la substance ou à la préparation concernée.
  Voorkomen :                   De fysische toestand (vast, vloeibaar, gas)
                                 en de kleur van de geleverde stof of het
                                 geleverde preparaat aangeven.
  Geur :                        Indien een geur merkbaar is, een korte
                                 beschrijving ervan geven.
  pH :                          Verwijzen naar de pH van de stof of het
                                 preparaat zoals geleverd of in een waterige
                                 oplossing; in het laatste geval de
                                 concentratie vermelden.
  Kookpunt/kooktraject
  Smeltpunt/smelttraject :      In de zin van het koninklijk besluit van
                                 24 mei 1982 houdende reglementering van
                                 het in de handel brengen van stoffen die
                                 gevaarlijk kunnen zijn voor de mens en
                                 zijn milieu.
  Vlampunt :
  Ontvlambaarheid (vast,gas)
  Zelfontbranding :
  Ontploffingseigenschappen :
  Oxidatie-eigenschappen :
  Dampspanning :
  Relatieve dichtheid :
  Oplosbaarheid :
   - wateroplosbaarheid :
   - vetoplosbaarheid
   - (oplosmiddel
     specificeren) :
  Verdelgingscoefficient
  n-octanol/water :
  Andere gegevens :             Verwijzen naar belangrijke
                                 veiligheidsparameters, zoals
                                 dampdichtheid, mengbaarheid,
                                 verdampingssnelheid,
                                 geleidingsvermogen, viscositeit, enz.
  Aspect :                      indiquer l'état physique (solide, liquide,
                                 gaz) et la couleur de la substance ou de
                                 la préparation telle qu'elle est mise sur
                                 le marché.
  Odeur :                       si l'odeur est perceptible, en donner une
                                 brève description.
  pH :                          indiquer le pH de la substance/préparation
                                 telle que mise sur le marché ou d'une
                                 solution aqueuse; dans ce dernier cas,
                                 indiquer la concentration.
  Point/intervalle              au sens de l'arrêté royal précité du
   d'ébullition :                24 mai 1982
  Point/intervalle de fusion :
  Pont d'éclair :
  Inflammabilité (solide,
   gaz) :
  Auto-inflammabilité :
  Dangers d'explosion :
  Propriétés comburantes :
  Pression de vapeur :
  Densité relative :
  Solubilité :
   - hydrosolubilité ;
   - liposolubilité
     (solvant-huile :
     à préciser) :
  Coefficient de partage :
   n-octanol/eau :
  Autres données :              indiquer les paramètres importants pour
                                 la sécurité, tels que la densité de
                                 vapeur, la miscibilité, la vitesse
                                 d'évaporation, la conductivité, la
                                 viscosité, etc.
  Bovengenoemde eigenschappen worden bepaald overeenkomstig bijlage V, deel A van het voornoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 of volgens elke andere vergelijkbare methode.
  Les propriétés ci-dessus sont déterminées selon les prescriptions de l'annexe V partie A de l'annexe I de l'arrêté royal précité du 24 mai 1982 ou par toute autre méthode comparable.
Art. 10N4. 10. Stabiliteit en reactiviteit.
  Verwijzen naar de stabiliteit van de stof of het preparaat en de mogelijkheid van onder bepaalde omstandigheden voorkomende gevaarlijke reacties.
  Te vermijden omstandigheden :
  Omstandigheden die een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken zoals temperatuur, druk, blootstelling aan licht en schokken, opsommen, indien mogelik met een korte beschrijving.
  Te vermijden stoffen :
  Stoffen die een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken zoals water, lucht, zuren, basen, oxiderende stoffen of enige andere specifieke stof, opsommen, indien mogelijk met een korte beschrijving.
  Gevaarlijke ontledingsprodukten :
  Riskante, bij ontleding in gevaarlijke hoeveelheden geproduceerde stoffen opsommen.
  In voorkomend geval specifiek wijzen op :
  - de noodzaak of aanwezigheid van stabilisatoren,
  - de mogelijkheid van een gevaarlijke exotherme reactie,
  - de betekenis voor de veiligheid van een verandering in fysisch voorkomen van de stof of het preparaat,
  - de mogelijke vorming van riskante ontledingsprodukten bij contact met water,
  - de mogelijke afbraak tot onstabiele produkten.
Art. 10N4. 10. Stabilité et réactivité.
  Indiquer la stabilité de la substance ou de la préparation et la possibilité de réactions dangereuses sous certaines conditions.
  Conditions à éviter :
  énumérer les conditions telles que la température, la pression, la lumière, les chocs, etc., susceptibles d'entraîner une réaction dangereuse et, si possible, expliciter brièvement.
  Matières à éviter :
  énumérer les matières telles que l'eau, l'air, les acides, les bases, les oxydants ou toute autre substance spécifique susceptible d'entraîner une réaction dangereuse et, si possible, expliciter brièvement.
  Produits de décomposition dangereux :
  énumérer les matières dangereuses produites en quantités dangereuses lors de la décomposition.
  Signaler expressément :
  - la nécessité et la présence de stabilisateurs,
  - la possibilité d'une réaction exothermique dangereuse,
  - la signification éventuelle, sur le plan de la sécurité, d'une modification de l'aspect physique de la substance ou de la préparation,
  - les produits de décomposition dangereux pouvant éventuellement se former au contact de l'eau,
  - la possibilité de dégradation en produits instables.
Art. 11N4. 11. Toxicologische informatie.
  In deze rubriek moet een beknopte maar volledige en begrijpelijke beschrijving worden opgenomen van de verschillende toxische effecten die zich kunnen voordoen indien de gebruiker in contact komt met de stof of het preparaat.
  De gevaarlijke effecten voor de gezondheid van blootstelling aan de stof of het preparaat, gebaseerd op ervaring en conclusies uit wetenschappelijke proefnemingen, vermelden. Informatie opnemen over de verschillende manieren van blootstelling (inhalatie, contact met huid en ogen), gevolgd door een beschrijving van de symptomen die corresponderen met de fysische, chemische en toxicologische karakteristieken. Acute effecten als gevolg van kortstondige of langdurige blootstelling alsook chronische effecten van kortstondige en langdurige blootstelling vermelden, bij voorbeeld sensibilisatie, carcinogene werking, mutagene werking, toxische effecten op de reproduktie inclusief teratogene werking, en versuffing.
  Rekening houdend met de reeds in rubriek 2 " Samenstelling en informatie over de bestanddelen " opgenomen gegevens, kan het nodig zijn melding te maken van eventuele specifieke effecten van bepaalde bestanddelen van preparaten op de gezondheid.
Art. 11N4. 11. Informations toxicologiques.
  Cette rubrique répond à la nécessité d'une description concise et néanmoins complète et compréhensible des divers effets toxiques pouvant être observés lorsque l'utilisateur entre en contact avec la substance ou la préparation. Il y a lieu d'y indiquer les effets dangereux pour la santé d'une exposition à la substance ou à la préparation, que ces effets soient connus par l'expérience ou par les conclusions d'expérimentations scientifiques. Donner des informations sur les différentes voies d'exposition (inhalation, ingestion, contact avec la peau et les yeux), et décrire les symptômes associés aux propriétés physiques, chimiques et toxicologiques. Indiquer les effets différés et immédiats connus ainsi que les effets chroniques induits par une exposition à court et à long termes : par exemple, sensibilisation, effets cancérogènes, mutagènes, toxicité vis-à-vis de la reproduction y compris les effets tératogènes et narcose.
  Compte tenu des renseignements déjà donnés au point 2 " Composition/information sur les composants ", il peut être nécessaire de faire référence aux effets spécifiques que peuvent avoir pour la santé certains composants présents dans des préparations.
Art. 12N4. 12. Milieu-informatie.
  Vermeld de effecten, het gedrag en de lotgevallen in het milieu op grond van de aard van de stof of het preparaat en de redelijkerwijs te verwachten toepassingen daarvan. Soortgelijke informatie dient te worden verstrekt over gevaarlijke produkten die ontstaan bij de afbraak van de stof of het preparaat.
Art. 12N4. 12. Informations écologiques.
  Indiquer les effets, le comportement et le devenir écologique de la substance ou préparation du fait de sa nature et de ses utilisations raisonnablement envisageables. Des renseignements du même ordre seront fournis sur les produits dangereux provenant de la dégradation des substances et préparations.
  On trouvera ci-dessous quelques exemples de données écologiques pertinentes :
  Relevante milieu-informatie is bij voorbeeld :
  mobiliteit :                  - bekende of voorspelde distributie over
                                  milieucompartimenten,
                                - oppervlaktespanning,
                                - adsorptie/desorpie,
                                - andere fysisch-chemische eigenschappen,
                                  zie rubriek 9;
  afbraak :                     - biotische en abiotische afbraak,
                                - aerobe en anaerobe afbraak,
                                - persistentie;
  accumulatie :                 - eventuele bioaccummulatie,
                                - biomagnificatie.
  Effecten op korte en lange
   termijn op :
  ecotoxiteit :                 - waterorganismen,
                                - bodemorganismen,
                                - planten en landdieren;
  andere schadelijke effecten : - ozonafbrekend vermogen (ODP),
                                - fotochemisch ozonvormend vermogen,
                                - broeikaseffect,
                                - effecten op waterzuiveringsinstallaties.
  mobilité :                    - répartition connue ou prévisible entre
                                  les différents compartiments de
                                  l'environnement
                                - tension superficielle
                                - adsorption/désorption
                                - autres propriétés physicochimiques
                                  (point 9)
  dégradabilité :               - dégradation biotique et abiotique
                                - dégradation aérobie et anaérobie
                                - persistance
  accumulation :                - potentiel de bioaccumulation
                                - bioamplification
  effets à court et long
   termes sur :
  écotoxicité :                 - les organismes aquatiques
                                - les organismes du sol
                                - la flore et la faune terrestres
  effets nocifs divers :        - le potentiel d'appauvrissement de
                                  la couche d'ozone
                                - le potentiel de formation d'ozone
                                  photochimique
                                - le potentiel de réchauffement global
                                - effets sur les installations de
                                  traitement des eaux résiduaires.
  Opmerkingen.
  Ook in andere rubrieken van het veiligheidsinformatieblad moet milieu-informatie worden verstrekt; hierbij gaat het met name om de adviezen om vrijkomen te beperken, de maatregelen bij accidenteel vrijkomen en de verwijderingsinstructies in de rubrieken 6, 7, 13 en 15.
  In afwachting van criteria voor de beoordeling van de milieu-effecten van een preparaat moet informatie over bovengenoemde eigenschappen worden verstrekt voor de in het preparaat aanwezige stoffen die als gevaarlijk voor het milieu zijn ingedeeld.
  Remarques.
  Veiller à ce que les informations importantes pour l'environnement soient fournies dans d'autres rubriques de la fiche, et plus particulièrement les conseils en matière de contrôle des rejets, les mesures à prendre en cas de dispersion accidentelle et les considérations relatives à l'élimination dans les parties 6, 7, 13 et 15.
  En attendant la mise au point définitive de critères d'évaluation des incidences d'une préparation sur l'environnement, des informations relatives aux propriétés mentionnées ci-dessus doivent être fournies pour les substances classées comme dangereuses pour l'environnement présentes dans la préparation.
Art. 13N4. 13. Instructies voor verwijdering.
  Indien verwijdering van een stof of het preparaat (surplus of bij het te verwachten gebruik ontstaan afval) gevaar oplevert, moeten een beschrijving van deze residuen en informatie over een veilige hantering daarvan worden gegeven.
  Passende methoden vermelden voor de verwijdering van zowel de stof of het preparaat als de besmette verpakking (verbranding, recycling, storten, enz.).
  Melding maken van alle desbetreffende communautaire bepalingen inzake afval. Indien deze ontbreken, is het nuttig de gebruiker eraan te herinneren dat ter zake mogelijk nationale of regionale bepalingen gelden.
Art. 13N4. 13. Considération relatives à l'élimination.
  Si l'élimination de la substance ou de la préparation (excédents ou déchets résultant de l'utilisation prévisible) présente un danger, il convient de fournir une description de ces résidus ainsi que des informations sur la façon de les manipuler sans danger.
  Indiquer les méthodes appropriées d'élimination ainsi que celles des emballages contaminés (incinération, recyclage, mise en décharge, etc.).
  Remarques.
  Mentionner toute disposition communautaire ayant trait à l'élimination des déchets. En leur absence, il convient de rappeler à l'utilisateur que des dispositions nationales ou régionales peuvent être en vigueur.
Art. 14N4. 14. Informatie met betrekking tot het vervoer.
  Alle speciale voorzorgsmaatregelen aangeven waarvan een gebruiker op de hoogte moet zijn of waaraan hij moet voldoen met betrekking tot het vervoer binnen of buiten zijn bedrijf.
  Informatie, overeenkomstig de aanbeveling van de Verenigde Naties en andere internationale overeenkomsten, inzake het vervoer en de verpakking van gevaarlijke goederen kan als aanvulling worden verstrekt.
Art. 14N4. 14. Informations relatives au transport.
  Indiquer toutes les précautions spéciales qu'un utilisateur doit connaître ou prendre pour le transport à l'intérieur ou à l'extérieur de ses installations.
  En complément, il est possible de fournir les informations prévues par la recommandation des Nations unies et d'autres accords internationaux concernant le transport et l'emballage des marchandises dangereuses.
Art. 15N4. 15. Wettelijk verplichte informatie.
  De informatie herhalen die op het etiket wordt vermeld overeenkomstig dit besluit.
  Wanneer de stof of het preparaat van dit veiligheidsinformatieblad onderworpen is aan bijzondere communautaire bepalingen inzake bescherming van mens en milieu (restricties voor het op de markt brengen en het gebruik, grenswaarden voor blootstelling op de arbeidsplaats), zouden deze, voor zover mogelijk, moeten worden vermeld. De ontvangers zouden in voorkomend geval moeten worden gewezen op het bestaan van nationale wetten ter uitvoering van deze bepalingen.
  Tevens wordt aanbevolen op de kaart met gegevens de ontvangers te wijzen op het feit dat zij tevens onderworpen zijn aan nader te noemen nationale veplichtingen omtrent maatregelen die ter zake relevant kunnen zijn.
Art. 15N4. 15. Informations réglementaires.
  Donner les informations figurant sur l'étiquette conformément au présent arrêté.
  Si la substance ou la préparation visée par cette fiche de sécurité fait l'objet de dispositions particulières en matière de protection de l'homme et de l'environnement sur le plan communautaire (par exemple limitation de mise sur le marché et d'emploi, valeur limite d'exposition sur les lieux de travail), celles-ci devraient, dans la mesure du possible, être précisées. Il conviendrait également d'attirer l'attention des destinataires sur l'existence de législations nationales mettant ces dispositions en application.
  Il est également souhaitable que la fiche de données rappelle aux destinataires qu'ils doivent se conformer à toute autre disposition nationale applicable.
Art. 16N4. 16. Overige informatie.
  Alle andere informatie vermelden die van belang kan zijn voor de veiligheid en gezondheid, bij voorbeeld :
  - opleidingsadviezen;
  - aanbevolen toepassingen en beperkingen;
  - verdere informatie (schriftelijke referenties en/of een technisch contactpunt);
  - bronnen van de basisinformatie aan de hand waarvan de kaarten met gegevens zijn samengesteld.
  Ook de publikatiedatum van de kaart met gegevens vermelden indien deze niet elders is aangegeven.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 23 juni 1995.
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
Art. 16N4. 16. Autres informations.
  indiquer tout autre renseignement pouvant revêtir de l'importance pour la sécurité et la santé, par exemple :
  - conseils relatifs à la formation,
  - utilisations recommandées et restrictions,
  - autres informations (références écrites et/ou point de contact technique),
  - sources des principales données utilisées dans la fiche.
  Indiquer également la date d'émission de la fiche de données, lorsqu'elle n'est pas précisée ailleurs.
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 23 juin 1995.
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales, de l'Intégration sociale, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. DE GALAN