Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 JANUARI 2026. - Koninklijk besluit houdende diverse wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien en aan het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden
Titre
14 JANVIER 2026. - Arrêté royal portant diverses modifications à l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets et à l'arrêté royal du 30 septembre 2020 établissant le règlement de discipline applicable aux mandataires en brevets
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien
CHAPITRE 1er. - Modifications à l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets
Artikel 1. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.
Article 1er. Le présent chapitre transpose partiellement la directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles.
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien wordt aangevuld met de bepalingen onder 12° en 13°, luidende:
"12° verbonden vennootschappen: de vennootschappen die met de werkgever van het lid van het Instituut een band hebben zoals bedoeld in artikel 1:20, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
13° verbonden personen: de natuurlijke en rechtspersonen die met de werkgever van het lid van het Instituut een band hebben zoals bedoeld in artikel 1:20, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.".
"12° verbonden vennootschappen: de vennootschappen die met de werkgever van het lid van het Instituut een band hebben zoals bedoeld in artikel 1:20, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
13° verbonden personen: de natuurlijke en rechtspersonen die met de werkgever van het lid van het Instituut een band hebben zoals bedoeld in artikel 1:20, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.".
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets est complété par les 12° et 13° rédigés comme suit :
" 12° sociétés liées : les sociétés qui ont un lien avec l'employeur du membre de l'Institut au sens de l'article 1:20, 1°, du Code des sociétés et des associations ;
13° personnes liées : les personnes physiques et morales qui ont un lien avec l'employeur du membre de l'Institut au sens de l'article 1:20, 1°, du Code des sociétés et des associations. ".
" 12° sociétés liées : les sociétés qui ont un lien avec l'employeur du membre de l'Institut au sens de l'article 1:20, 1°, du Code des sociétés et des associations ;
13° personnes liées : les personnes physiques et morales qui ont un lien avec l'employeur du membre de l'Institut au sens de l'article 1:20, 1°, du Code des sociétés et des associations. ".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de lidstaat van beroepsmatige vestiging" vervangen door de woorden "een andere lidstaat dan België";
2° in het tweede lid, 2°, wordt het woord "wettige" ingevoegd tussen het woord "beroepsmatige" en het woord "vestiging".
1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de lidstaat van beroepsmatige vestiging" vervangen door de woorden "een andere lidstaat dan België";
2° in het tweede lid, 2°, wordt het woord "wettige" ingevoegd tussen het woord "beroepsmatige" en het woord "vestiging".
Art. 3. A l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " l'Etat membre d'établissement professionnel " sont remplacés par les mots " un autre Etat membre que la Belgique " ;
2° dans l'alinéa 2, 2°, le mot " légal " est inséré entre le mot " établissement " et le mot " professionnel ".
1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " l'Etat membre d'établissement professionnel " sont remplacés par les mots " un autre Etat membre que la Belgique " ;
2° dans l'alinéa 2, 2°, le mot " légal " est inséré entre le mot " établissement " et le mot " professionnel ".
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 42/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 42/1. De voorzitter en ondervoorzitter van de algemene vergadering van het Instituut worden verkozen voor een periode van vier jaar.
De leden van de raad van het Instituut worden verkozen voor een periode van vier jaar die eenmaal hernieuwbaar is. De voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester van de raad worden verkozen voor dezelfde periode van vier jaar.
De voorzitter en plaatsvervangende voorzitter van de tuchtcommissie van het Instituut worden benoemd voor een periode van vier jaar. De overige leden en plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen voor een periode van vier jaar die eenmaal hernieuwbaar is.".
"Art. 42/1. De voorzitter en ondervoorzitter van de algemene vergadering van het Instituut worden verkozen voor een periode van vier jaar.
De leden van de raad van het Instituut worden verkozen voor een periode van vier jaar die eenmaal hernieuwbaar is. De voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester van de raad worden verkozen voor dezelfde periode van vier jaar.
De voorzitter en plaatsvervangende voorzitter van de tuchtcommissie van het Instituut worden benoemd voor een periode van vier jaar. De overige leden en plaatsvervangende leden van de tuchtcommissie worden verkozen voor een periode van vier jaar die eenmaal hernieuwbaar is.".
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un article 42/1 rédigé comme suit :
" Art. 42/1. Le président et le vice-président de l'assemblée générale de l'Institut sont élus pour une période de quatre ans.
Les membres du conseil de l'Institut sont élus pour une période de quatre ans qui est renouvelable une fois. Le président, le vice-président, le secrétaire et le trésorier sont élus pour la même période de quatre ans.
Le président et le président suppléant de la commission de discipline de l'Institut sont nommés pour une période de quatre ans. Les autres membres et membres suppléants de la commission de discipline sont élus pour une période de quatre ans qui est renouvelable une fois. ".
" Art. 42/1. Le président et le vice-président de l'assemblée générale de l'Institut sont élus pour une période de quatre ans.
Les membres du conseil de l'Institut sont élus pour une période de quatre ans qui est renouvelable une fois. Le président, le vice-président, le secrétaire et le trésorier sont élus pour la même période de quatre ans.
Le président et le président suppléant de la commission de discipline de l'Institut sont nommés pour une période de quatre ans. Les autres membres et membres suppléants de la commission de discipline sont élus pour une période de quatre ans qui est renouvelable une fois. ".
Art. 5. Artikel 47 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 47. De verzekering dekt minstens de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid die uit de volgende elementen bestaat:
1° het betreft aansprakelijkheid ten aanzien van andere ontvangers van de diensten verricht door het lid van het Instituut dan de eventuele eigen werkgever of verbonden vennootschappen of verbonden personen; en
2° de aansprakelijkheid vloeit voort uit de beroepsuitoefening in de hoedanigheid van octrooigemachtigde; en
3° de beroepsuitoefening waaruit de aansprakelijkheid voortvloeit heeft betrekking op diensten verricht in België.".
"Art. 47. De verzekering dekt minstens de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid die uit de volgende elementen bestaat:
1° het betreft aansprakelijkheid ten aanzien van andere ontvangers van de diensten verricht door het lid van het Instituut dan de eventuele eigen werkgever of verbonden vennootschappen of verbonden personen; en
2° de aansprakelijkheid vloeit voort uit de beroepsuitoefening in de hoedanigheid van octrooigemachtigde; en
3° de beroepsuitoefening waaruit de aansprakelijkheid voortvloeit heeft betrekking op diensten verricht in België.".
Art. 5. L'article 47 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 47. L'assurance couvre au moins la responsabilité civile professionnelle qui comprend les éléments suivants :
1° il s'agit de la responsabilité à l'égard des destinataires des services prestés par le membre de l'Institut autres que le propre employeur éventuel ou de sociétés liées ou de personnes liées ; et
2° la responsabilité résulte de l'exercice de la profession en qualité de mandataire en brevets ; et
3° l'exercice de la profession à l'origine de la responsabilité concerne des services prestés en Belgique. ".
" Art. 47. L'assurance couvre au moins la responsabilité civile professionnelle qui comprend les éléments suivants :
1° il s'agit de la responsabilité à l'égard des destinataires des services prestés par le membre de l'Institut autres que le propre employeur éventuel ou de sociétés liées ou de personnes liées ; et
2° la responsabilité résulte de l'exercice de la profession en qualité de mandataire en brevets ; et
3° l'exercice de la profession à l'origine de la responsabilité concerne des services prestés en Belgique. ".
Art. 6. Artikel 49 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 2023, wordt vervangen als volgt:
"Art. 49. § 1. De verzekeringsovereenkomst bepaalt voor de dekking in geval van burgerlijke beroepsaansprakelijkheid:
1° de limiet van de dekking per schadegeval; of
2° de limiet van de dekking per jaar, alle schadegevallen gecombineerd; of
3° zowel de limiet van de dekking per schadegeval als de limiet van de dekking per jaar, alle schadegevallen gecombineerd.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°, mag de minimale dekking per schadegeval niet lager zijn dan 250.000 euro. In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, mag de minimale dekking per jaar niet lager zijn dan 1.000.000 euro. In het geval bedoeld in het eerste lid, 3°, mag de minimale dekking per jaar niet lager zijn dan ofwel 1.000.000 euro, ofwel de limiet van de dekking per schadegeval zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst, waarbij het hoogste bedrag geldt.
Voor een verzekeringsovereenkomst die meerdere leden van het Instituut dekt, kan de limiet van de dekking per jaar voor alle schadegevallen van al deze leden gecombineerd worden toegepast.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst mag geen hogere vrijstelling per schadegeval toepassen dan:
1° voor het geval bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° : één procent van de limiet van de dekking per schadegeval zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst;
2° voor de gevallen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° en 3° : één procent van de limiet van de dekking per jaar zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst.
§ 3. De bedragen vermeld in dit artikel zijn gekoppeld aan de consumptieprijsindex en worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari. De aanvangsindex is de consumptieprijsindex van maart 2024 (basis 2013 = 100).".
"Art. 49. § 1. De verzekeringsovereenkomst bepaalt voor de dekking in geval van burgerlijke beroepsaansprakelijkheid:
1° de limiet van de dekking per schadegeval; of
2° de limiet van de dekking per jaar, alle schadegevallen gecombineerd; of
3° zowel de limiet van de dekking per schadegeval als de limiet van de dekking per jaar, alle schadegevallen gecombineerd.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°, mag de minimale dekking per schadegeval niet lager zijn dan 250.000 euro. In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, mag de minimale dekking per jaar niet lager zijn dan 1.000.000 euro. In het geval bedoeld in het eerste lid, 3°, mag de minimale dekking per jaar niet lager zijn dan ofwel 1.000.000 euro, ofwel de limiet van de dekking per schadegeval zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst, waarbij het hoogste bedrag geldt.
Voor een verzekeringsovereenkomst die meerdere leden van het Instituut dekt, kan de limiet van de dekking per jaar voor alle schadegevallen van al deze leden gecombineerd worden toegepast.
§ 2. De verzekeringsovereenkomst mag geen hogere vrijstelling per schadegeval toepassen dan:
1° voor het geval bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° : één procent van de limiet van de dekking per schadegeval zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst;
2° voor de gevallen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° en 3° : één procent van de limiet van de dekking per jaar zoals bepaald in de verzekeringsovereenkomst.
§ 3. De bedragen vermeld in dit artikel zijn gekoppeld aan de consumptieprijsindex en worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari. De aanvangsindex is de consumptieprijsindex van maart 2024 (basis 2013 = 100).".
Art. 6. L'article 49 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 19 octobre 2023, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 49. § 1er. Pour la couverture de la responsabilité civile professionnelle, le contrat d'assurance détermine :
1° la limite de couverture par sinistre ; ou
2° la limite de couverture par an, tous sinistres confondus ; ou
3° à la fois la limite de couverture par sinistre et la limite de couverture par an, tous sinistres confondus.
Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°, la couverture minimale par sinistre ne peut être inférieure à 250.000 euros. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, la couverture minimale par an ne peut être inférieure à 1.000.000 euros. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 3°, la couverture minimale par an ne peut être inférieure, soit, à 1.000.000 euros, soit, à la limite de couverture par sinistre telle que stipulée dans le contrat d'assurance, le montant le plus élevé étant retenu.
Pour un contrat d'assurance couvrant plusieurs membres de l'Institut, la limite de couverture par an peut être appliquée de manière combinée pour tous les sinistres de tous ces membres.
§ 2. Le contrat d'assurance ne peut appliquer une franchise par sinistre supérieure à :
1° dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° : un pour cent de la limite de couverture par sinistre telle que stipulée dans le contrat d'assurance ;
2° dans les cas visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et 3° : un pour cent de la limite de couverture par an telle que stipulée dans le contrat d'assurance.
§ 3. Les montants mentionnés dans cet article sont liés à l'indice des prix à la consommation et sont indexés chaque année le 1er janvier. L'indice de départ est l'indice des prix à la consommation de mars 2024 (base 2013 = 100). ".
" Art. 49. § 1er. Pour la couverture de la responsabilité civile professionnelle, le contrat d'assurance détermine :
1° la limite de couverture par sinistre ; ou
2° la limite de couverture par an, tous sinistres confondus ; ou
3° à la fois la limite de couverture par sinistre et la limite de couverture par an, tous sinistres confondus.
Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°, la couverture minimale par sinistre ne peut être inférieure à 250.000 euros. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, la couverture minimale par an ne peut être inférieure à 1.000.000 euros. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 3°, la couverture minimale par an ne peut être inférieure, soit, à 1.000.000 euros, soit, à la limite de couverture par sinistre telle que stipulée dans le contrat d'assurance, le montant le plus élevé étant retenu.
Pour un contrat d'assurance couvrant plusieurs membres de l'Institut, la limite de couverture par an peut être appliquée de manière combinée pour tous les sinistres de tous ces membres.
§ 2. Le contrat d'assurance ne peut appliquer une franchise par sinistre supérieure à :
1° dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° : un pour cent de la limite de couverture par sinistre telle que stipulée dans le contrat d'assurance ;
2° dans les cas visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et 3° : un pour cent de la limite de couverture par an telle que stipulée dans le contrat d'assurance.
§ 3. Les montants mentionnés dans cet article sont liés à l'indice des prix à la consommation et sont indexés chaque année le 1er janvier. L'indice de départ est l'indice des prix à la consommation de mars 2024 (base 2013 = 100). ".
Art. 7. In artikel 52, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 52, § 2, du même arrêté, l'alinéa 1er est abrogé.
Art. 8. In artikel 53 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", en indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door het attest gestaafde situatie," opgeheven;
2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Na inschrijving in de ledenlijst, bezorgen de leden het attest steeds op vraag van het Instituut. Jaarlijks vraagt het Instituut het attest bij minstens tien procent van zijn leden op. Het Instituut vraagt het attest op basis van een willekeurige loting van leden en/of indien er objectieve aanwijzingen bestaan van een mogelijke niet-naleving van de verplichtingen inzake de verzekering voor burgerlijke beroepsaansprakelijkheid door een lid.";
3° in paragraaf 1, het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en het tweede" ingevoegd tussen de woorden "toepassing van het eerste" en de woorden "lid geven de verzekeringsondernemingen";
4° in paragraaf 2 wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende:
"In afwijking van paragraaf 1, bezorgen de leden van het Instituut van wie de beroepsuitoefening geheel of gedeeltelijk slechts betrekking heeft op diensten verricht aan hun eigen werkgever en/of verbonden vennootschappen en/of verbonden personen van deze beroepsuitoefening aan het Instituut een attest van hun werkgever in plaats van het attest bedoeld in paragraaf 1. Het Instituut stelt het model van dit attest vast. Voor het eventuele deel van de beroepsuitoefening dat betrekking heeft op diensten verricht aan andere personen dan de eigen werkgever of verbonden vennootschappen of verbonden personen bezorgen de leden van het Instituut het attest bedoeld in paragraaf 1.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", en indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door het attest gestaafde situatie," opgeheven;
2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Na inschrijving in de ledenlijst, bezorgen de leden het attest steeds op vraag van het Instituut. Jaarlijks vraagt het Instituut het attest bij minstens tien procent van zijn leden op. Het Instituut vraagt het attest op basis van een willekeurige loting van leden en/of indien er objectieve aanwijzingen bestaan van een mogelijke niet-naleving van de verplichtingen inzake de verzekering voor burgerlijke beroepsaansprakelijkheid door een lid.";
3° in paragraaf 1, het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en het tweede" ingevoegd tussen de woorden "toepassing van het eerste" en de woorden "lid geven de verzekeringsondernemingen";
4° in paragraaf 2 wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende:
"In afwijking van paragraaf 1, bezorgen de leden van het Instituut van wie de beroepsuitoefening geheel of gedeeltelijk slechts betrekking heeft op diensten verricht aan hun eigen werkgever en/of verbonden vennootschappen en/of verbonden personen van deze beroepsuitoefening aan het Instituut een attest van hun werkgever in plaats van het attest bedoeld in paragraaf 1. Het Instituut stelt het model van dit attest vast. Voor het eventuele deel van de beroepsuitoefening dat betrekking heeft op diensten verricht aan andere personen dan de eigen werkgever of verbonden vennootschappen of verbonden personen bezorgen de leden van het Instituut het attest bedoeld in paragraaf 1.".
Art. 8. A l'article 53 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 19 octobre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " , et en cas de changement matériel relatif à la situation établie par l'attestation, " sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 1er, un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Après leur inscription au tableau des membres, les membres délivrent toujours l'attestation à la demande de l'Institut. Chaque année, l'Institut demande l'attestation d'au moins dix pour cent de ses membres. L'Institut demande l'attestation sur la base d'un tirage au sort aléatoire parmi ses membres et/ou s'il existe des indices objectifs laissant supposer un éventuel non-respect des obligations en matière d'assurance responsabilité civile professionnelle par un membre. " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots " de l'alinéa 1er " sont remplacés par les mots " des alinéas 1er et 2 " ;
4° dans le paragraphe 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré avant l'alinéa 1er :
" Par dérogation au paragraphe 1er, les membres de l'Institut dont l'exercice de la profession porte en tout ou en partie uniquement sur des services rendus à leur propre employeur et/ou à des sociétés liées et/ou à des personnes liées délivrent à l'Institut une attestation, de leur employeur, de cet exercice de la profession au lieu de l'attestation visée au paragraphe 1er. L'Institut détermine le modèle de cette attestation. Pour la partie éventuelle de l'exercice de la profession qui concerne les services rendus aux personnes autres que le propre employeur ou de sociétés liées ou de personnes liées, les membres de l'Institut délivrent l'attestation visée au paragraphe 1er. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " , et en cas de changement matériel relatif à la situation établie par l'attestation, " sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 1er, un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Après leur inscription au tableau des membres, les membres délivrent toujours l'attestation à la demande de l'Institut. Chaque année, l'Institut demande l'attestation d'au moins dix pour cent de ses membres. L'Institut demande l'attestation sur la base d'un tirage au sort aléatoire parmi ses membres et/ou s'il existe des indices objectifs laissant supposer un éventuel non-respect des obligations en matière d'assurance responsabilité civile professionnelle par un membre. " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots " de l'alinéa 1er " sont remplacés par les mots " des alinéas 1er et 2 " ;
4° dans le paragraphe 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré avant l'alinéa 1er :
" Par dérogation au paragraphe 1er, les membres de l'Institut dont l'exercice de la profession porte en tout ou en partie uniquement sur des services rendus à leur propre employeur et/ou à des sociétés liées et/ou à des personnes liées délivrent à l'Institut une attestation, de leur employeur, de cet exercice de la profession au lieu de l'attestation visée au paragraphe 1er. L'Institut détermine le modèle de cette attestation. Pour la partie éventuelle de l'exercice de la profession qui concerne les services rendus aux personnes autres que le propre employeur ou de sociétés liées ou de personnes liées, les membres de l'Institut délivrent l'attestation visée au paragraphe 1er. ".
Art. 9. In artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 2023, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"Onder voorbehoud van artikel 53, § 2, tweede en derde lid, bezorgen de leden van het Instituut die op 1 januari 2026 in de ledenlijst van het Instituut zijn ingeschreven, aan het Instituut het attest bedoeld in artikel 53, §§ 1 of 2, eerste lid, uiterlijk op 31 december 2026.".
"Onder voorbehoud van artikel 53, § 2, tweede en derde lid, bezorgen de leden van het Instituut die op 1 januari 2026 in de ledenlijst van het Instituut zijn ingeschreven, aan het Instituut het attest bedoeld in artikel 53, §§ 1 of 2, eerste lid, uiterlijk op 31 december 2026.".
Art. 9. Dans l'article 60 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 19 octobre 2023, l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
" Sous réserve de l'article 53, § 2, alinéas 2 et 3, les membres de l'Institut qui sont inscrits au tableau des membres de l'Institut le 1er janvier 2026 délivrent à l'Institut l'attestation visée à l'article 53, §§ 1er ou 2, alinéa 1er, le 31 décembre 2026 au plus tard. ".
" Sous réserve de l'article 53, § 2, alinéas 2 et 3, les membres de l'Institut qui sont inscrits au tableau des membres de l'Institut le 1er janvier 2026 délivrent à l'Institut l'attestation visée à l'article 53, §§ 1er ou 2, alinéa 1er, le 31 décembre 2026 au plus tard. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté royal du 30 septembre 2020 établissant le règlement de discipline applicable aux mandataires en brevets
Art. 10. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden, waarvan de bestaande tekst paragraaf 2 zal vormen, wordt een paragraaf 1 ingevoegd, luidende:
" § 1. Het lid van het Instituut waakt erover dat de limieten van de verzekeringsdekking van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in redelijke mate aangepast zijn aan de omvang van het risico.".
" § 1. Het lid van het Instituut waakt erover dat de limieten van de verzekeringsdekking van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in redelijke mate aangepast zijn aan de omvang van het risico.".
Art. 10. Dans l'article 5 de l'arrêté royal du 30 septembre 2020 établissant le règlement de discipline applicable aux mandataires en brevets, dont le texte actuel formera le paragraphe 2, il est inséré un paragraphe 1er rédigé comme suit :
" § 1er. Le membre de l'Institut veille à ce que les limites de sa couverture d'assurance en responsabilité civile professionnelle soient raisonnablement adaptées à l'ampleur du risque. ".
" § 1er. Le membre de l'Institut veille à ce que les limites de sa couverture d'assurance en responsabilité civile professionnelle soient raisonnablement adaptées à l'ampleur du risque. ".
Art. 11. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 oktober 2023, worden de woorden "in dalende volgorde van de verkregen stemmen of, bij gelijkheid van stemmen, in dalende volgorde van anciënniteit van inschrijving in de ledenlijst van het Instituut" vervangen door de woorden "in volgorde van hun verkiezing".
Art. 11. Dans l'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 19 octobre 2023, les mots " par ordre décroissant des voix obtenues ou, en cas d'égalité des voix, par ordre décroissant de l'ancienneté de l'inscription au tableau des membres de l'Institut " sont remplacés par les mots " par ordre de leur élection ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 12. De lopende mandaten van lid van de raad van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, van het Wetboek van economisch recht, eindigen op 31 december 2025.
Art. 12. Les mandats en cours de membre du conseil de l'Institut des mandataires en brevets visé à l'article XI.75/3, § 1er, du Code de droit économique prennent fin le 31 décembre 2025.
Art. 13. Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, zijn de artikelen 47, 49, 52, § 2, 53 en 60 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien, zoals gewijzigd bij dit besluit, van toepassing op:
1° de nieuwe overeenkomsten inzake diensten die worden verricht door leden van het Instituut;
2° de nieuwe verzekeringsovereenkomsten die onderschreven worden krachtens artikel XI.75/11, § 2, van het Wetboek van economisch recht;
3° de bestaande verzekeringsovereenkomsten die de nieuwe overeenkomsten inzake diensten die worden verricht door leden van het Instituut dekken.
Onverminderd het eerste lid, gaan de verzekeringsondernemingen over tot de formele aanpassing van de bestaande verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de artikelen 47, 49, 52, § 2, 53 en 60 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien, zoals gewijzigd bij dit besluit, ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.
1° de nieuwe overeenkomsten inzake diensten die worden verricht door leden van het Instituut;
2° de nieuwe verzekeringsovereenkomsten die onderschreven worden krachtens artikel XI.75/11, § 2, van het Wetboek van economisch recht;
3° de bestaande verzekeringsovereenkomsten die de nieuwe overeenkomsten inzake diensten die worden verricht door leden van het Instituut dekken.
Onverminderd het eerste lid, gaan de verzekeringsondernemingen over tot de formele aanpassing van de bestaande verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de artikelen 47, 49, 52, § 2, 53 en 60 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien, zoals gewijzigd bij dit besluit, ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.
Art. 13. A partir de la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, les articles 47, 49, 52, § 2, 53 et 60 de l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets, modifiés par le présent arrêté, s'appliquent :
1° aux nouveaux contrats de services qui sont prestés par des membres de l'Institut ;
2° aux nouveaux contrats d'assurance souscrits en vertu de l'article XI.75/11, § 2, du Code de droit économique ;
3° aux contrats d'assurance existants qui couvrent les nouveaux contrats en matière de services qui sont prestés par des membres de l'Institut.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance procèdent à l'adaptation formelle des contrats d'assurance et autres documents d'assurance, aux articles 47, 49, 52, § 2, 53 et 60 de l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets, modifiés par le présent arrêté, au plus tard à la date de la modification, du renouvellement, de la reconduction ou de la transformation des contrats en cours.
1° aux nouveaux contrats de services qui sont prestés par des membres de l'Institut ;
2° aux nouveaux contrats d'assurance souscrits en vertu de l'article XI.75/11, § 2, du Code de droit économique ;
3° aux contrats d'assurance existants qui couvrent les nouveaux contrats en matière de services qui sont prestés par des membres de l'Institut.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, les entreprises d'assurance procèdent à l'adaptation formelle des contrats d'assurance et autres documents d'assurance, aux articles 47, 49, 52, § 2, 53 et 60 de l'arrêté royal du 30 septembre 2020 relatif à la représentation en matière de brevets, modifiés par le présent arrêté, au plus tard à la date de la modification, du renouvellement, de la reconduction ou de la transformation des contrats en cours.
Art. 14. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.