Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 AUGUSTUS 2025. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 196ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, houdende bepaling van de criteria van berekening en de procedure van de globale financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen van toepassing vanaf het boekjaar 2015
Titre
29 AOUT 2025. - Arrêté royal portant exécution de l'article 196ter de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994, et déterminant les critères de calcul et la procédure de la responsabilité financière globale des organismes assureurs applicable à partir de l'exercice budgétaire 2015
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In het kader van het afsluiten van het systeem van de individuele financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen worden de volgende bedragen overgedragen van elk bijzonder reservefonds van de verzekeringsinstellingen bedoeld in artikel 199, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna "de gecoördineerde wet van 14 juli 1994"), naar dat van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail: 759.960,18 euro van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, 170.659,16 euro van de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, 675.272,19 euro van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, 60.613,43 euro van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, 329.285,15 euro van de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen en 57.301,80 euro van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Article 1er. Dans le cadre de la clôture du système de responsabilité financière individuelle des organismes assureurs, les montants suivants sont transférés de chaque fonds spécial de réserve des organismes assureurs visé à l'article 199, § 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994 (ci-après `la loi coordonnée du 14 juillet 1994), vers celui de la Caisse des soins de santé de HR Rail : 759.960,18 euros de l'Alliance nationale des Mutualités chrétiennes, 170.659,16 euros de l'Union nationale des Mutualités neutres, 675.272,19 euros de l'Union nationale des Mutualités socialistes, 60.613,43 euros de l'Union nationale des Mutualités libérales, 329.285,15 euros de l'Union nationale des Mutualités libres et 57.301,80 euros de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
Art. 2. § 1. Bij de afsluiting van de rekeningen, is de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging gebruikt in het kader van de definitieve globale financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen, diegene bedoeld in artikel 40, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
§ 2. In geval voor een boekjaar de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling geheel of gedeeltelijk wordt overschreden ten gevolge van ernstige of uitzonderlijke onvoorziene gebeurtenissen of van beslissingen van de Overheid, die een verhoging van de uitgaven tot gevolg hebben die niet voorzien was in de begrotingsdoelstelling, kan de Algemene raad, op basis van een berekening van die onvoorziene uitgaven gemaakt door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, de noodzaak vaststellen van een neutralisatie van die onvoorziene uitgaven bij het bepalen van de begrotingsdoelstelling bedoeld in § 1.
Het bestaan van onvoorziene uitgaven in de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling wordt door de Algemene Raad erkend wanneer die uitgaven zich voordoen.
§ 3. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid worden eveneens de uitgaven geneutraliseerd die deel uitmaken van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, maar die rechtstreeks worden verricht door het Instituut, zonder tussenkomst van de verzekeringsinstellingen, alsmede de bedragen die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die van de voorschotten aan de verzekeringsinstellingen zijn afgetrokken omdat ze worden afgehouden van de financieringsbehoeften van het Instituut.
§ 4. Worden eveneens geneutraliseerd de financiële middelen, opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling in het kader van de uitvoering van maatregelen met een financiële weerslag, die niet volledig aangesproken worden omdat de daadwerkelijke toepassingsdatum van de maatregelen later valt dan de toepassingsdatum die is opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling.
De Algemene Raad stelt deze bedragen vast in de loop van het eerste kwartaal volgend op het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld, op basis van een vergelijking van de toepassingsdata van maatregelen met een financiële weerslag zoals die enerzijds opgenomen zijn in de globale begrotingsdoelstelling en zoals die anderzijds opgenomen zijn in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, zesde lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994. De toepassingsdata van de maatregelen met een financiële weerslag in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, zesde lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, worden geactualiseerd tot en met 31 december van het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld.
In het geval dat een deel van deze bedragen van de financieringsbehoeften van het Instituut reeds werd afgetrokken, wordt de neutralisering zoals bedoeld in het eerste en tweede lid enkel toegepast op het gedeelte van de bedragen die groter zijn dan het reeds afgetrokken deel.
§ 5. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid vanaf het boekjaar 2016 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het verschil toegevoegd tussen enerzijds het bedrag van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, en anderzijds het bedrag van de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de begroting in toepassing van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
§ 2. In geval voor een boekjaar de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling geheel of gedeeltelijk wordt overschreden ten gevolge van ernstige of uitzonderlijke onvoorziene gebeurtenissen of van beslissingen van de Overheid, die een verhoging van de uitgaven tot gevolg hebben die niet voorzien was in de begrotingsdoelstelling, kan de Algemene raad, op basis van een berekening van die onvoorziene uitgaven gemaakt door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, de noodzaak vaststellen van een neutralisatie van die onvoorziene uitgaven bij het bepalen van de begrotingsdoelstelling bedoeld in § 1.
Het bestaan van onvoorziene uitgaven in de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling wordt door de Algemene Raad erkend wanneer die uitgaven zich voordoen.
§ 3. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid worden eveneens de uitgaven geneutraliseerd die deel uitmaken van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, maar die rechtstreeks worden verricht door het Instituut, zonder tussenkomst van de verzekeringsinstellingen, alsmede de bedragen die in de globale begrotingsdoelstelling zijn opgenomen en die van de voorschotten aan de verzekeringsinstellingen zijn afgetrokken omdat ze worden afgehouden van de financieringsbehoeften van het Instituut.
§ 4. Worden eveneens geneutraliseerd de financiële middelen, opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling in het kader van de uitvoering van maatregelen met een financiële weerslag, die niet volledig aangesproken worden omdat de daadwerkelijke toepassingsdatum van de maatregelen later valt dan de toepassingsdatum die is opgenomen in de globale begrotingsdoelstelling.
De Algemene Raad stelt deze bedragen vast in de loop van het eerste kwartaal volgend op het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld, op basis van een vergelijking van de toepassingsdata van maatregelen met een financiële weerslag zoals die enerzijds opgenomen zijn in de globale begrotingsdoelstelling en zoals die anderzijds opgenomen zijn in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, zesde lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994. De toepassingsdata van de maatregelen met een financiële weerslag in de herziene technische ramingen zoals bepaald in artikel 38, zesde lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, worden geactualiseerd tot en met 31 december van het jaar waarvoor de globale begrotingsdoelstelling werd vastgesteld.
In het geval dat een deel van deze bedragen van de financieringsbehoeften van het Instituut reeds werd afgetrokken, wordt de neutralisering zoals bedoeld in het eerste en tweede lid enkel toegepast op het gedeelte van de bedragen die groter zijn dan het reeds afgetrokken deel.
§ 5. Bij het vaststellen van de financiële verantwoordelijkheid vanaf het boekjaar 2016 wordt aan de globale begrotingsdoelstelling het verschil toegevoegd tussen enerzijds het bedrag van de inkomsten die daadwerkelijk aan het Instituut worden gestort in uitvoering van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, en anderzijds het bedrag van de geraamde inkomsten zoals opgenomen in de begroting in toepassing van de compensatieregels bedoeld in de artikelen 35bis, § 7, en 35septies/2, § 7, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.
Art. 2. § 1er. Lors de la clôture des comptes, l'objectif budgétaire annuel global de l'assurance soins de santé employé dans le cadre de la responsabilité financière globale définitive des organismes assureurs est celui visé à l'article 40, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994.
§ 2. En cas de dépassement, pour un exercice budgétaire, de l'objectif budgétaire annuel global, en tout ou en partie suite à des événements graves ou exceptionnels et imprévisibles ou à des décisions de l'Autorité, entraînant une augmentation des dépenses non prévue dans l'objectif budgétaire, le Conseil général peut, sur la base d'un calcul de ces dépenses non prévues, effectué par le Service des soins de santé de l'Institut, constater l'opportunité d'une neutralisation de ces dépenses non prévues lors de la détermination de l'objectif budgétaire visée au § 1er.
La reconnaissance de l'existence de dépenses non prévues dans l'objectif budgétaire annuel global est effectuée par le Conseil général lors de l'émergence de ces dépenses.
§ 3. Sont également neutralisées, lors de la fixation de la responsabilité financière, les dépenses qui font partie de l'objectif budgétaire annuel global, mais qui sont directement effectuées par l'Institut, sans intervention des organismes assureurs ainsi que les montants compris dans l'objectif budgétaire global qui ont été déduits des avances aux organismes assureurs en raison du fait qu'ils font l'objet d'une déduction des besoins de financement de l'Institut.
§ 4. Sont également neutralisés les moyens financiers, repris dans l'objectif budgétaire global dans le cadre de l'exécution des mesures ayant un impact financier, qui ne sont pas entièrement utilisés parce que la date de mise en oeuvre effective des mesures est postérieure à la date de mise en oeuvre prévue dans l'objectif budgétaire global.
Le Conseil général constate quels sont ces montants dans le courant du premier trimestre qui suit l'année pour laquelle l'objectif budgétaire global a été fixé sur base d'une comparaison des dates de mise en oeuvre des mesures ayant un impact financier telles qu'elles sont reprises, d'une part, dans l'objectif budgétaire global et telles qu'elles sont reprises, d'autre part, dans les estimations techniques revues prévues à l'article 38, alinéa 6, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994. Les dates de mise en oeuvre des mesures ayant un impact financier dans les estimations techniques revues prévues à l'article 38, alinéa 6, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, sont actualisées jusqu'au 31 décembre de l'année pour laquelle l'objectif budgétaire global a été fixé.
Dans le cas où une partie de ces montants des besoins de financement de l'Institut est déjà déduite, la neutralisation prévue aux alinéas 1 et 2 ne s'applique qu'à la partie des montants qui excède la partie déjà déduite.
§ 5. Lors de la fixation de la responsabilité financière, à partir de l'exercice budgétaire 2016, la différence entre, d'une part, le montant des ressources effectivement versées à l'Institut en exécution des modalités de compensation visées aux articles 35bis, § 7, et 35septies/2, § 7, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 et, d'autre part, le montant des ressources estimées telles qu'elles figurent dans le budget de l'exercice budgétaire en application des modalités de compensation visées aux articles 35bis, § 7, et 35septies/2, § 7, la loi coordonnée du 14 juillet 1994, est ajoutée à l'objectif budgétaire global.
§ 2. En cas de dépassement, pour un exercice budgétaire, de l'objectif budgétaire annuel global, en tout ou en partie suite à des événements graves ou exceptionnels et imprévisibles ou à des décisions de l'Autorité, entraînant une augmentation des dépenses non prévue dans l'objectif budgétaire, le Conseil général peut, sur la base d'un calcul de ces dépenses non prévues, effectué par le Service des soins de santé de l'Institut, constater l'opportunité d'une neutralisation de ces dépenses non prévues lors de la détermination de l'objectif budgétaire visée au § 1er.
La reconnaissance de l'existence de dépenses non prévues dans l'objectif budgétaire annuel global est effectuée par le Conseil général lors de l'émergence de ces dépenses.
§ 3. Sont également neutralisées, lors de la fixation de la responsabilité financière, les dépenses qui font partie de l'objectif budgétaire annuel global, mais qui sont directement effectuées par l'Institut, sans intervention des organismes assureurs ainsi que les montants compris dans l'objectif budgétaire global qui ont été déduits des avances aux organismes assureurs en raison du fait qu'ils font l'objet d'une déduction des besoins de financement de l'Institut.
§ 4. Sont également neutralisés les moyens financiers, repris dans l'objectif budgétaire global dans le cadre de l'exécution des mesures ayant un impact financier, qui ne sont pas entièrement utilisés parce que la date de mise en oeuvre effective des mesures est postérieure à la date de mise en oeuvre prévue dans l'objectif budgétaire global.
Le Conseil général constate quels sont ces montants dans le courant du premier trimestre qui suit l'année pour laquelle l'objectif budgétaire global a été fixé sur base d'une comparaison des dates de mise en oeuvre des mesures ayant un impact financier telles qu'elles sont reprises, d'une part, dans l'objectif budgétaire global et telles qu'elles sont reprises, d'autre part, dans les estimations techniques revues prévues à l'article 38, alinéa 6, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994. Les dates de mise en oeuvre des mesures ayant un impact financier dans les estimations techniques revues prévues à l'article 38, alinéa 6, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, sont actualisées jusqu'au 31 décembre de l'année pour laquelle l'objectif budgétaire global a été fixé.
Dans le cas où une partie de ces montants des besoins de financement de l'Institut est déjà déduite, la neutralisation prévue aux alinéas 1 et 2 ne s'applique qu'à la partie des montants qui excède la partie déjà déduite.
§ 5. Lors de la fixation de la responsabilité financière, à partir de l'exercice budgétaire 2016, la différence entre, d'une part, le montant des ressources effectivement versées à l'Institut en exécution des modalités de compensation visées aux articles 35bis, § 7, et 35septies/2, § 7, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 et, d'autre part, le montant des ressources estimées telles qu'elles figurent dans le budget de l'exercice budgétaire en application des modalités de compensation visées aux articles 35bis, § 7, et 35septies/2, § 7, la loi coordonnée du 14 juillet 1994, est ajoutée à l'objectif budgétaire global.
Art. 3. § 1. Er wordt verstaan onder:
- globale boni: het deel van de begrotingsdoelstelling, na toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 2, dat de werkelijke uitgaven van de verzekeringsinstellingen voor geneeskundige verstrekkingen overschrijdt;
- globale mali: het deel van de werkelijke uitgaven van de verzekeringsinstellingen voor geneeskundige verstrekkingen dat de begrotingsdoelstelling overschrijdt, na toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 2.
§ 2. De verzekeringsinstellingen verwerven van rechtswege een bedrag gelijk aan hun kosten.
§ 3. In geval een boekjaar aanleiding geeft tot een globale boni, wordt 25% daarvan gestort op het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, beheerd bij elke verzekeringsinstelling.
Die globale boni wordt verdeeld tussen de verzekeringsinstellingen zodanig dat het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, als volgt verdeeld is tussen de verzekeringsinstellingen: 37,0154% voor de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, 8,3123% voor de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, 32,8905% voor het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, 2,9523% voor de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, 16,0385% voor de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen en 2,7910% voor de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
§ 4. In geval een boekjaar aanleiding geeft tot een globale mali, wordt 25% daarvan geheven op het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, beheerd bij elke verzekeringsinstelling.
Die globale mali wordt verdeeld tussen de verzekeringsinstellingen zodanig dat het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, als volgt verdeeld is tussen de verzekeringsinstellingen: 37,0154% voor de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, 8,3123% voor de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, 32,8905% voor het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, 2,9523% voor de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, 16,0385% voor de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen en 2,7910% voor de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Indien het fonds ontoereikend is, worden de individuele reserves van de verzekeringsinstellingen aangesproken op basis van een bedrag per gerechtigde. In geval van een ontoereikende individuele reserve, wordt aan de gerechtigden een bijkomende bijdrage gevraagd om de mali te dekken.
- globale boni: het deel van de begrotingsdoelstelling, na toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 2, dat de werkelijke uitgaven van de verzekeringsinstellingen voor geneeskundige verstrekkingen overschrijdt;
- globale mali: het deel van de werkelijke uitgaven van de verzekeringsinstellingen voor geneeskundige verstrekkingen dat de begrotingsdoelstelling overschrijdt, na toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 2.
§ 2. De verzekeringsinstellingen verwerven van rechtswege een bedrag gelijk aan hun kosten.
§ 3. In geval een boekjaar aanleiding geeft tot een globale boni, wordt 25% daarvan gestort op het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, beheerd bij elke verzekeringsinstelling.
Die globale boni wordt verdeeld tussen de verzekeringsinstellingen zodanig dat het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, als volgt verdeeld is tussen de verzekeringsinstellingen: 37,0154% voor de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, 8,3123% voor de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, 32,8905% voor het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, 2,9523% voor de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, 16,0385% voor de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen en 2,7910% voor de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
§ 4. In geval een boekjaar aanleiding geeft tot een globale mali, wordt 25% daarvan geheven op het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, beheerd bij elke verzekeringsinstelling.
Die globale mali wordt verdeeld tussen de verzekeringsinstellingen zodanig dat het bijzonder reservefonds bedoeld in artikel 199, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, als volgt verdeeld is tussen de verzekeringsinstellingen: 37,0154% voor de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, 8,3123% voor de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, 32,8905% voor het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, 2,9523% voor de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, 16,0385% voor de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen en 2,7910% voor de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Indien het fonds ontoereikend is, worden de individuele reserves van de verzekeringsinstellingen aangesproken op basis van een bedrag per gerechtigde. In geval van een ontoereikende individuele reserve, wordt aan de gerechtigden een bijkomende bijdrage gevraagd om de mali te dekken.
Art. 3. § 1er. Il convient d'entendre par :
- boni global : la part de l'objectif budgétaire, après application des dispositions visées à l'article 2, dépassant les dépenses réelles des organismes assureurs pour prestations de santé ;
- mali global : la part des dépenses réelles des organismes assureurs pour prestations de santé dépassant l'objectif budgétaire, après application des dispositions visées à l'article 2.
§ 2. Les organismes assureurs acquièrent de plein droit un montant égal à leurs dépenses.
§ 3. Dans le cas d'un exercice budgétaire donnant lieu à un boni global, 25% de celui-ci est versé sur le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 géré auprès de chaque organisme assureur.
Ce boni global est réparti entre les organismes assureurs de sorte que le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, soit réparti comme suit entre les organismes assureurs : 37,0154% pour l'Alliance nationale des Mutualités chrétiennes, 8,3123% pour l'Union nationale des Mutualités neutres, 32,8905% pour l'Union nationale des Mutualités socialistes, 2,9523% pour l'Union nationale des Mutualités libérales, 16,0385% pour l'Union nationale des Mutualités libres et 2,7910% pour la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
§ 4. Dans le cas d'un exercice budgétaire donnant lieu à un mali global, 25% de celui-ci est prélevé sur le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, géré auprès de chaque organisme assureur.
Ce mali global est réparti entre les organismes assureurs de sorte que le fonds spécial de réservei visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, soit réparti comme suit entre les organismes assureurs : 37,0154% pour l'Alliance nationale des Mutualités chrétiennes, 8,3123% pour l'Union nationale des Mutualités neutres, 32,8905% pour l'Union nationale des Mutualités socialistes, 2,9523% pour l'Union nationale des Mutualités libérales, 16,0385% pour l'Union nationale des Mutualités libres et 2,7910% pour la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité. Si ce fonds est insuffisant, les réserves individuelles des organismes assureurs sont mises à contribution sur base d'un montant par titulaire. En cas de réserve individuelle insuffisante, une cotisation supplémentaire à charge des titulaires est demandée pour couvrir ce mali.
- boni global : la part de l'objectif budgétaire, après application des dispositions visées à l'article 2, dépassant les dépenses réelles des organismes assureurs pour prestations de santé ;
- mali global : la part des dépenses réelles des organismes assureurs pour prestations de santé dépassant l'objectif budgétaire, après application des dispositions visées à l'article 2.
§ 2. Les organismes assureurs acquièrent de plein droit un montant égal à leurs dépenses.
§ 3. Dans le cas d'un exercice budgétaire donnant lieu à un boni global, 25% de celui-ci est versé sur le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 géré auprès de chaque organisme assureur.
Ce boni global est réparti entre les organismes assureurs de sorte que le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, soit réparti comme suit entre les organismes assureurs : 37,0154% pour l'Alliance nationale des Mutualités chrétiennes, 8,3123% pour l'Union nationale des Mutualités neutres, 32,8905% pour l'Union nationale des Mutualités socialistes, 2,9523% pour l'Union nationale des Mutualités libérales, 16,0385% pour l'Union nationale des Mutualités libres et 2,7910% pour la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
§ 4. Dans le cas d'un exercice budgétaire donnant lieu à un mali global, 25% de celui-ci est prélevé sur le fonds spécial de réserve visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, géré auprès de chaque organisme assureur.
Ce mali global est réparti entre les organismes assureurs de sorte que le fonds spécial de réservei visé à l'article 199, § 1er, de la loi coordonnée du 14 juillet 1994, soit réparti comme suit entre les organismes assureurs : 37,0154% pour l'Alliance nationale des Mutualités chrétiennes, 8,3123% pour l'Union nationale des Mutualités neutres, 32,8905% pour l'Union nationale des Mutualités socialistes, 2,9523% pour l'Union nationale des Mutualités libérales, 16,0385% pour l'Union nationale des Mutualités libres et 2,7910% pour la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité. Si ce fonds est insuffisant, les réserves individuelles des organismes assureurs sont mises à contribution sur base d'un montant par titulaire. En cas de réserve individuelle insuffisante, une cotisation supplémentaire à charge des titulaires est demandée pour couvrir ce mali.
Art. 4. In geval, voor een boekjaar, de globale begrotingsdoelstelling, na toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 2, overschreden wordt met meer dan 2%, wordt de mali, voor de toepassing van de globale financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen, gelimiteerd tot 2%.
Art. 4. Dans le cas où, pour un exercice budgétaire, l'objectif budgétaire global, après application des dispositions visées à l'article 2, est dépassé de plus de 2%, le mali, pour l'application de la responsabilité globale des organismes assureurs, est limité à 2%.
Art. 5. Hebben uitwerking vanaf 1 januari 2015:
- de artikelen 93 en 94 van de wet van 18 mei 2022 houdende diverse dringende bepalingen inzake gezondheid;
- dit besluit.
- de artikelen 93 en 94 van de wet van 18 mei 2022 houdende diverse dringende bepalingen inzake gezondheid;
- dit besluit.
Art. 5. Produisent leurs effets à partir du 1er janvier 2015 :
- les articles 93 et 94 de la loi du 18 mai 2022 portant des dispositions diverses urgentes en matière de santé ;
- le présent arrêté.
- les articles 93 et 94 de la loi du 18 mai 2022 portant des dispositions diverses urgentes en matière de santé ;
- le présent arrêté.
Art. 6. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.