Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 SEPTEMBER 2021. - Reglement betreffende de gedragsregels van het Instituut voor Octrooigemachtigden
Titre
30 SEPTEMBRE 2021. - Règlement relatif aux règles de conduite de l'Institut des mandataires en brevets
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1.. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Instituut: het Instituut voor Octrooigemachtigden bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, van het Wetboek van economisch recht;
raad: de raad van het Instituut;
lid: het lid van het Instituut bedoeld in artikel XI.75/5, § 1, van het Wetboek van economisch recht.
Article 1er. Pour l'application du présent règlement, on entend par :
Institut : l'Institut des mandataires en brevets visé à l'article XI.75/3, § 1er, du Code de droit économique ;
conseil : le conseil de l'Institut ;
membre : le membre de l'Institut visé à l'article XI.75/5, § 1er, du Code de droit économique.
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions générales
Art. 2. Deze gedragsregels gelden, onverminderd de toepassing van de geldende wetgeving en reglementering, zoals boek XI, titel 1, hoofdstuk 3, van het Wetboek van economisch recht en zijn uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder hoofdstuk 2 van het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden.
Een lid wordt door deze gedragsregels niet ontheven van zijn eigen verantwoordelijkheid om te handelen in overeenstemming met de algemene vereisten voor professioneel gedrag zoals wettelijk bepaald.
Elk lid dient de gedragsregels te kennen en kan zich niet beroepen op onbekendheid daarmee.
Schending van de gedragsregels kan niet worden gerechtvaardigd door een beroep op instructies van een mandant.
Art. 2. Les présentes règles de conduite s'appliquent, sans préjudice de l'application de la législation et des règlements en vigueur, tels que le livre XI, titre 1er, chapitre 3, du Code de droit économique et ses arrêtés d'exécution, notamment l'arrêté royal du 30 septembre 2020 établissant le règlement de discipline applicable aux mandataires en brevets.
Les présentes règles de conduite ne dégagent pas un membre de sa propre responsabilité d'agir conformément aux exigences générales de conduite professionnelle telles que prévu par la loi.
Chaque membre doit connaître les règles de conduite et ne doit pas alléguer qu'il l'ignorait.
Une infraction aux règles de conduite ne peut être justifiée par son auteur en se référant aux instructions d'un mandant.
Art. 3. Een lid dient in de eerste plaats een betrouwbaar en deskundig adviseur te zijn voor zijn mandant. Het lid dient op te treden als onafhankelijk adviseur door op onbevooroordeelde wijze de belangen van zijn mandant te dienen zonder daarbij rekening te houden met zijn persoonlijke gevoelens of belangen.
Art. 3. Le devoir fondamental d'un membre est d'agir en donnant des avis dignes de confiance à son mandant. Il doit agir comme un conseiller indépendant en servant les intérêts de ses mandants d'une façon impartiale, sans tenir compte de ses sentiments et intérêts personnels.
Art. 4. Adverteren is in het algemeen toegestaan op voorwaarde dat het naar waarheid en objectief is en in overeenstemming is met basisprincipes zoals integriteit en naleving van het beroepsgeheim.
Het volgende zijn uitzonderingen op de toestemming om te adverteren:
de identificatie van een mandant zonder uitdrukkelijke toestemming van deze mandant;
de advertentie, aankondiging of publicatie van aanbiedingen betreffende de koop, verkoop of bemiddeling inzake industriële eigendomsrechten, behalve op uitdrukkelijke instructie van een mandant.
Art. 4. La publicité est généralement autorisée, pour autant qu'elle soit véridique, objective et conforme aux principes essentiels notamment la loyauté et le respect du secret professionnel.
Des exceptions à l'autorisation de publicité sont :
la mention de l'identité d'un mandant, sauf autorisation expresse dudit mandant ;
la publicité, l'annonce ou la publication d'offres d'achat, vente ou négociation de droits de propriété industrielle, sauf sur instructions d'un mandant.
HOOFDSTUK 3. - Relatie tot het publiek
CHAPITRE 3. - Rapports avec le public
Art. 5. Een lid houdt de eer en het aanzien van het Instituut, van haar leden en van het beroep van octrooigemachtigde hoog.
Art. 5. Un membre doit maintenir la bonne réputation et le bon renom de l'Institut, de ses membres et de l'exercice de la profession de mandataire en brevets.
Art. 6. Een lid onthoudt zich van het geven van een commissie aan anderen voor het aanbrengen van werk. Dit strekt zich echter niet uit tot de gehele of gedeeltelijke aankoop van het klantenbestand van een andere octrooipraktijk.
Art. 6. Un membre ne doit pas donner de commission à des tiers pour la transmission de travaux, mais cette clause ne s'étend pas à l'acquisition partielle ou totale de la clientèle d'un autre cabinet de brevets.
Art. 7. Een lid staat niet toe dat een persoon die geen lid is, zonder adequaat toezicht, onder de naam van het lid of van de groep waarvan hij deel uitmaakt, werkzaamheden verricht die verband houden met de uitoefening van het beroep van octrooigemachtigde.
Art. 7. Un membre ne doit pas permettre, sans contrôle adéquat, à une personne qui n'est pas membre, d'exercer au nom de ce membre, ou au nom du groupement auquel il appartient, des activités professionnelles ayant un rapport avec l'exercice de la profession de mandataire en brevets.
Art. 8. Wat de uitoefening van zijn beroep betreft, is een lid verantwoordelijk voor de daden van zijn medewerkers die geen lid zijn.
Art. 8. En ce qui concerne l'exercice de sa profession, un membre est responsable des actes de ses collaborateurs non-membres.
HOOFDSTUK 4. - Relatie tot de mandant
CHAPITRE 4. - Rapports avec les mandants
Art. 9. Een lid besteedt ten alle tijde adequate zorg en aandacht aan het werk dat hem is toevertrouwd door zijn mandant en voert dit werk met de nodige deskundigheid uit. Een lid houdt zijn mandant op de hoogte van de stand van zijn zaak.
Art. 9. Un membre doit, à tout moment, consacrer le soin et l'attention appropriés à tout travail qui lui est confié par des mandants, et faire preuve de la compétence nécessaire dans ce travail. Un membre doit tenir ses mandants informés de l'état de leurs dossiers.
Art. 10. In principe hoeft een lid niet de belangen van een mandant te dienen in zaken die geen verband houden met het professionele werk dat aan het lid als octrooigemachtigde door de mandant is toevertrouwd.
Art. 10. En principe, un membre n'est pas tenu de servir les intérêts d'un mandant dans des affaires sans relation avec le travail professionnel qui lui a été confié, en tant que mandataire en brevets, par le mandant.
Art. 11. Een lid informeert zijn mandant op diens verzoek met betrekking tot zijn verzekering en de daarmee gepaard gaande aansprakelijkheid. Dit kan in de algemene voorwaarden.
Art. 11. Le membre informe son mandant, à la demande de ce dernier, à propos de son assurance et de la responsabilité qui y est associée. Cela peut être fait dans les conditions générales.
Art. 12. Een lid mag betalingen vooraf vragen aan een mandant.
Art. 12. Un membre a le droit de demander des provisions à un mandant.
Art. 13. Een lid zal een opdracht weigeren wanneer deze in conflict is met zijn eigen belangen. In zulke gevallen, wanneer de opdracht niet kan worden uitgesteld zonder mogelijke schade aan de mandant, zal een lid de opdracht aanvaarden en uitvoeren voor zover onmiddellijk noodzakelijk om dergelijke schade te voorkomen. Daarna trekt het lid zich terug van deze zaak.
Art. 13. Un membre doit décliner un ordre qui entre en conflit avec ses intérêts propres. Dans tous les cas de ce genre, si l'ordre ne peut être différé sans dommage éventuel pour le mandant, le membre doit accepter et exécuter l'ordre dans la limite de ce qui est immédiatement nécessaire pour éviter un tel dommage éventuel. Ensuite il se démet du dossier.
Art. 14. Een lid verwerft geen financieel belang in een industrieel eigendomsrecht indien dit aanleiding geeft tot een conflict tussen de beroepsplicht en dit belang.
Art. 14. Un membre ne doit pas acquérir d'intérêt financier dans un droit de propriété industrielle quelconque, si ceci donne naissance à un conflit entre ses obligations professionnelles et son intérêt.
Art. 15. Het lid mag geen honorarium rekenen dat uitsluitend direct gerelateerd is aan de uitkomst van de diensten die hij biedt.
Art. 15. Le membre ne peut pas demander d'honoraires exclusivement en relation directe avec le résultat des services qu'il fournit.
Art. 16. Een lid is verplicht een opdracht te weigeren of terug te geven indien de behandeling of voortzetting daarvan noodzakelijkerwijs conflicteert met belangen die het voor een andere mandant behartigt of heeft behartigd, of waarover het lid heeft geadviseerd, in de afgelopen drie jaren. In het bijzonder kan het lid een zaak tussen zijn mandanten, met conflicterende belangen van zijn mandanten, niet behartigen. In dat geval zal hij, voor die zaak, de vertegenwoordiging van beide mandanten moeten neerleggen.
Art. 16. Un membre est tenu de refuser un ordre ou de se désister dans le cas où le traitement ou la poursuite d'une affaire particulière entrerait nécessairement en conflit avec les intérêts d'un autre mandant qu'il représente ou a représenté ou que le membre a conseillé, au cours des trois dernières années. En particulier, un membre ne peut pas représenter un mandant dans une affaire qui l'oppose à un deuxième mandant du membre. Dans un tel cas, il doit se désister, pour cette affaire, de la représentation des deux mandants.
Art. 17. Een lid zal geen actie nemen tegen een zaak van een mandant die wordt behandeld of werd behandeld door het lid, tenzij de mandant van deze zaak daarvoor uitdrukkelijk toestemming geeft. Het is het lid niet toegestaan om bij deze actie gebruik te maken van informatie verkregen gedurende de periode dat de zaak voordien was behandeld, tenzij deze informatie publiek is. Dit geldt ook tegen een zaak van een mandant die wordt behandeld of werd behandeld door een andere persoon van zijn kantoor tijdens de laatste drie jaar, tenzij het lid geen kennis heeft van deze zaak en niet langer in een positie is om er kennis van te nemen.
Art. 17. Un membre ne doit engager aucune action contre une affaire particulière d'un mandant qui est en cours de traitement ou qui a été traitée par le membre, à moins que le mandant concerné par cette affaire donne son autorisation au sujet de cette action. Le membre n'est pas autorisé à utiliser au cours de l'action des informations obtenues pendant la période où l'affaire avait été antérieurement traitée, sauf si ces informations sont publiques. Ceci s'applique aussi contre une affaire particulière d'un mandant qui est en cours de traitement ou a été traitée par une autre personne de son bureau au cours des trois dernières années, à moins que ce membre n'ait pas connaissance de l'affaire en question et ne soit plus en mesure d'en prendre connaissance.
HOOFDSTUK 5. - Relatie met andere leden
CHAPITRE 5. - Rapports avec les autres membres
Art. 18. Een goede verstandhouding tussen leden is noodzakelijk voor het instandhouden van de eer en het aanzien van het beroep van octrooigemachtigde, en dient in acht te worden genomen onafhankelijk van persoonlijke gevoelens of belangen.
Art. 18. Une bonne entente entre membres est nécessaire au maintien de la réputation et du renom de la profession de mandataire en brevets et doit être observée indépendamment des sentiments ou des intérêts personnels.
Art. 19. Een lid dient een goede collegialiteit tot andere leden in acht te nemen, en dit houdt welwillendheid in en het feit dat een lid zich niet in onheuse of beledigende termen tegenover een ander lid mag uitlaten. Grieven met betrekking tot een ander lid dienen bij voorkeur eerst persoonlijk met het andere lid te worden besproken, dat wil zeggen onder vier ogen of via een derde lid, en vervolgens, indien noodzakelijk, via de officiële kanalen zoals voorzien in het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden.
Art. 19. Un membre doit observer une bonne confraternité envers les autres membres, ce qui sous-entend la courtoisie et le fait qu'un membre ne doit pas parler d'un autre membre en termes discourtois ou blessants. Les griefs à l'égard d'un autre membre doivent, de préférence, d'abord être débattus en privé avec cet autre membre, soit directement, soit par l'intermédiaire d'un troisième membre, et ensuite si nécessaire, par l'intermédiaire des voies officielles prévues par l'arrêté royal du 30 septembre 2020 établissant le règlement de discipline applicable aux mandataires en brevets.
Art. 20. Aangezien de eenheid binnen de beroepsgroep van het hoogste belang is voor het Instituut, mag geen lid discriminatie tussen leden uitoefenen of bevorderen.
Art. 20. Etant donné que l'un des principaux intérêts de l'Institut est de maintenir une profession unifiée, aucun membre n'exercera ou ne favorisera de discrimination entre les membres.
Art. 21. Een lid dient elke gedachtewisseling te vermijden over een concrete zaak, waarvan hij weet of vermoedt dat deze is of was behandeld door een lid van een ander kantoor, met de mandant van de zaak, tenzij de mandant verklaart dat hij een onafhankelijke mening wenst of van octrooigemachtigde wenst te veranderen. Het lid mag het lid van het andere kantoor slechts informeren als de mandant hiermee instemt.
Art. 21. Un membre doit éviter tout échange de vues sur une affaire spécifique qu'il sait, ou soupçonne, être ou avoir été traitée par un membre d'un autre bureau, avec le mandant de cette affaire, à moins que le mandant ne fasse état de son désir d'obtenir un avis indépendant, ou de changer de mandataire. Le membre peut informer l'autre membre seulement si le mandant est d'accord.
Art. 22. Als een lid de opdracht krijgt van een mandant om de behandeling van een zaak over te nemen van een ander lid, dan is het lid dat die opdracht krijgt vrij om deze te accepteren. Het lid heeft het recht de opdracht aan te houden tot eventuele openstaande facturen bij het andere lid voldaan zijn. Dit andere lid zal zonder vertraging, alle documenten die noodzakelijk zijn voor het behandelen van de zaak lenen of overdragen dan wel kopieën aan de nieuwe octrooigemachtigde ter beschikking stellen, met uitzondering van de documenten die beschikbaar zijn in de openbare dossiers die online kunnen worden geraadpleegd.
Art. 22. Quand un membre reçoit d'un mandant des instructions aux fins de prendre en charge une affaire provenant d'un autre membre, le membre qui reçoit les instructions est libre d'accepter ces instructions. Le membre a le droit de retenir l'ordre jusqu'à ce que toutes les factures en suspens avec l'autre membre soient acquittées. Cet autre membre est obligé, sans délai, de communiquer ou de transférer tous les documents nécessaires au traitement de cette affaire ou d'en fournir des copies au nouveau mandataire, à l'exception des documents disponibles dans les dossiers publics consultables en ligne.
HOOFDSTUK 6. - Relatie tot het Instituut
CHAPITRE 6. - Rapports avec l'Institut
Art. 23. Elk lid is zelf verantwoordelijk om, bij inschrijving en/of verandering, de relevante gegevens onverwijld aan het Instituut te bezorgen. Elk lid is zelf verantwoordelijk dat zijn gegevens, zoals bekend bij het Instituut, correct zijn.
Art. 23. En cas d'inscription et/ou de changement, tout membre est tenu de fournir ses données pertinentes à l'Institut sans délai. Chaque membre est responsable du fait que ses données connues de l'Institut soient correctes.
Art. 24. Een lid doet geen mededelingen namens het Instituut, tenzij met toestemming van de voorzitter van de raad.
Art. 24. A moins d'y être autorisé par le président du conseil, aucun membre ne peut faire aucune communication au nom de l'Institut.
HOOFDSTUK 7. - Relatie tot de Dienst voor de Intellectuele Eigendom
CHAPITRE 7. - Rapports avec l'Office de la Propriété intellectuelle
Art. 25. In alle betrekkingen met de Dienst voor de Intellectuele Eigendom en haar beambten treedt een lid hoffelijk op en doet het al het mogelijke om de eer en het aanzien van het Instituut en van haar leden hoog te houden.
Art. 25. Dans tous les rapports avec l'Office de la Propriété intellectuelle et ses fonctionnaires, un membre doit agir de façon courtoise et faire tout son possible pour maintenir la réputation et le renom de l'Institut et de ses membres.