Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° wet van 18 september 2017: de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
2° lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend;
3° derde land: een Staat die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
4° verordening (EG) nr. 2368/2002: Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot uitvoering van het Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant;
5° uiteindelijk begunstigden: de personen vermeld in artikel 4, eerste lid, 27°, a) en c), van de wet van 18 september 2017;
6° koninklijk besluit van 7 oktober 2013: het koninklijk besluit van 7 oktober 2013 tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant geregistreerd onder toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002;
7° diamanthandelaar: de handelaren in diamant bedoeld in artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 DECEMBER 2022. - Koninklijk besluit houdende de basisbankdienst voor ondernemingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-01-2023 en tekstbijwerking tot 25-07-2024)
Titre
16 DECEMBRE 2022. - Arrêté royal relatif au service bancaire de base pour les entreprises(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-01-2023 et mise à jour au 25-07-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - De basisbankdienst-kamer
Afdeling 1. - De bevoegdheden
Afdeling 2. - De wijze van spreiding
Afdeling 3. - De leden
Afdeling 4. - De werking
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bijkomende risicobepe...
HOOFDSTUK 4. - Beperkingen nodig om risico's ve...
HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden voor verr...
HOOFDSTUK 6. - De vermeldingen op het aanvraagf...
HOOFDSTUK 7. - Werkingskosten van de basisbankd...
HOOFDSTUK 8. - Overgangs- en slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - La chambre du service bancaire de...
Section 1re. - Compétences
Section 2. - Modalités d'étalement
Section 3. - Membres
Section 4. - Fonctionnement
CHAPITRE 3. - Mesures spécifiques supplémentair...
CHAPITRE 4. - Restrictions nécessaires pour lim...
CHAPITRE 5. - Conditions supplémentaires pour l...
CHAPITRE 6. - Mentions figurant dans le formula...
CHAPITRE 7. - Frais de fonctionnement de la cha...
CHAPITRE 8. - Dispositions transitoires et finales
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° loi du 18 septembre 2017 : la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces ;
2° Etat membre : un Etat membre de l'Union européenne ou, dans la mesure où l'accord sur l'Espace économique européen le prévoit, un Etat signataire de cet accord ;
3° pays tiers : un Etat qui n'est pas partie à l'accord sur l'Espace économique européen ;
4° règlement (CE) n° 2368/2002 : Règlement (CE) n° 2368/2002 du Conseil du 20 décembre 2002 mettant en oeuvre le système de certification du processus de Kimberley pour le commerce international des diamants bruts ;
5° bénéficiaires effectifs : les personnes visées à l'article 4, alinéa 1er, 27°, a) et c), de la loi du 18 septembre 2017 ;
6° arrêté royal du 7 octobre 2013 : l'arrêté royal du 7 octobre 2013 portant approbation du règlement pris en exécution de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins de blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme pour les commerçants en diamant enregistrés en application de l'article 169, § 3, de la loi programme du 2 août 2002 ;
7° commerçant en diamants : les commerçants en diamants visés à l'article 169, § 3, de la loi-programme du 2 août 2002.
1° loi du 18 septembre 2017 : la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces ;
2° Etat membre : un Etat membre de l'Union européenne ou, dans la mesure où l'accord sur l'Espace économique européen le prévoit, un Etat signataire de cet accord ;
3° pays tiers : un Etat qui n'est pas partie à l'accord sur l'Espace économique européen ;
4° règlement (CE) n° 2368/2002 : Règlement (CE) n° 2368/2002 du Conseil du 20 décembre 2002 mettant en oeuvre le système de certification du processus de Kimberley pour le commerce international des diamants bruts ;
5° bénéficiaires effectifs : les personnes visées à l'article 4, alinéa 1er, 27°, a) et c), de la loi du 18 septembre 2017 ;
6° arrêté royal du 7 octobre 2013 : l'arrêté royal du 7 octobre 2013 portant approbation du règlement pris en exécution de la loi du 11 janvier 1993 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins de blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme pour les commerçants en diamant enregistrés en application de l'article 169, § 3, de la loi programme du 2 août 2002 ;
7° commerçant en diamants : les commerçants en diamants visés à l'article 169, § 3, de la loi-programme du 2 août 2002.
HOOFDSTUK 2. - De basisbankdienst-kamer
CHAPITRE 2. - La chambre du service bancaire de base
Afdeling 1. - De bevoegdheden
Section 1re. - Compétences
Art. 2. § 1. Overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, zevende lid, van het Wetboek van economisch recht wordt een basisbankdienst-kamer opgericht die belast is met het aanwijzen van een basisbankdienst-aanbieder voor ondernemingen.
§ 2. De basisbankdienst-kamer oordeelt over de ontvankelijkheid en de volledigheid van een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst.
Een aanvraag is ontvankelijk [2 en volledig]2 wanneer zij volgende elementen bevat:
1° een verklaring op eer dat de onderneming of diplomatieke zending niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat;
2° een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming of diplomatieke zending ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, van het Wetboek van economisch recht, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd;
3° een volledig aanvraagformulier, bedoeld in artikel 16, dat werd bezorgd aan de basisbankdienst-kamer;
[2 4° een uittreksel uit het strafregister, bedoeld in artikel VII.59/5, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht, op naam van de onderneming, de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding;]2
§ 3. De basisbankdienst-kamer controleert of alle vereiste documenten, zoals vermeld in het aanvraagformulier bedoeld in artikel 16, aanwezig zijn.
§ 4. [2 Overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht, weigert de basisbankdienst-kamer een basisbankdienst-aanbieder aan te wijzen indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de onderneming of een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, sociale fraude, ernstige fiscale fraude, corruptie, een beursmisdrijf of witwassen van geld, gedurende de laatste vijf jaar;
2° de onderneming of een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming wordt vermeld op de lijsten die gepubliceerd worden ter uitvoering van de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's als gedefinieerd in artikel 4, 6°, van de wet van 18 september 2017;
3° de diplomatieke zending is, gelet op de internationale verplichtingen die op België rusten, onderworpen aan financiële beperkingen die de toekenning van de basisbankdienst verhinderen.]2
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Eens de aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst als ontvankelijk en volledig wordt beoordeeld beslist de basisbankdienst-kamer over de aanwijzing van een basisbankdienst-aanbieder.
De beslissing van de basisbankdienst-kamer wordt per aangetekende zending ter kennis gebracht aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending en, in voorkomend geval, aan de basisbankdienst-aanbieder.
§ 7. De basisbankdienst-kamer vraagt aan de ondernemingen bedoeld in artikel 10, § 1, de bijkomende informatie op als bedoeld in artikel 10, §§ 2, 3, en 7, 1° en 3°, en, in voorkomend geval, artikel 11, §§ 2, 3, en 4.
De basisbankdienst-kamer vraagt aan de ondernemingen die gebruik maken van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), van het Wetboek van economisch recht de informatie op als bedoeld in artikel 12 en, in voorkomend geval, artikel 14.
De aanvragende onderneming verstrekt deze informatie binnen de termijn als vastgelegd in het verzoek.
De basisbankdienst-kamer voert geen inhoudelijke controle uit op de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde informatie.
De basisbankdienst-kamer geeft de in het eerste, tweede en derde lid, bedoelde informatie door aan de basisbankdienst-aanbieder die controleert of de aanvragende onderneming voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
Indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, motiveert de basisbankdienst-aanbieder op schriftelijke wijze de weigering.
De basisbankdienst-kamer kan bijkomende informatie opvragen in het kader van de naleving van de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 14.
§ 8. Onverminderd de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder in het kader van de wet van 18 september 2017, in het bijzonder met betrekking tot identificatie en identiteitsverificatie, en in voorkomend geval de controle in het kader van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 7, eerste, tweede en derde lid, biedt de basisbankdienst-aanbieder binnen [1 vijfenveertig dagen]1 na kennisgeving van de beslissing van de basisbankdienst-kamer de basisbankdienst aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending aan.
Indien de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst niet kan verlenen binnen de termijn van [1 vijfenveertig dagen]1 omwille van de verplichtingen in het kader van de wet van 18 september 2017, in het bijzonder met betrekking tot identificatie en identiteitsverificatie, en in voorkomend geval de controle in het kader van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 7, eerste, tweede en derde lid, brengt de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of de diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer schriftelijk op de hoogte [1 van de bijkomende termijn die hij nodig heeft. Deze termijn kan de termijn van dertig dagen niet overschrijden]1.
Indien de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst niet verleent, brengt de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of de diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer schriftelijk op de hoogte van deze beslissing.
§ 2. De basisbankdienst-kamer oordeelt over de ontvankelijkheid en de volledigheid van een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst.
Een aanvraag is ontvankelijk [2 en volledig]2 wanneer zij volgende elementen bevat:
1° een verklaring op eer dat de onderneming of diplomatieke zending niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 2, bedoelde diensten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat;
2° een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming of diplomatieke zending ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten zoals bepaald in artikel VII.59/4, § 1, van het Wetboek van economisch recht, is geweigerd en, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd;
3° een volledig aanvraagformulier, bedoeld in artikel 16, dat werd bezorgd aan de basisbankdienst-kamer;
[2 4° een uittreksel uit het strafregister, bedoeld in artikel VII.59/5, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht, op naam van de onderneming, de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding;]2
§ 3. De basisbankdienst-kamer controleert of alle vereiste documenten, zoals vermeld in het aanvraagformulier bedoeld in artikel 16, aanwezig zijn.
§ 4. [2 Overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht, weigert de basisbankdienst-kamer een basisbankdienst-aanbieder aan te wijzen indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de onderneming of een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, sociale fraude, ernstige fiscale fraude, corruptie, een beursmisdrijf of witwassen van geld, gedurende de laatste vijf jaar;
2° de onderneming of een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming wordt vermeld op de lijsten die gepubliceerd worden ter uitvoering van de bindende bepalingen betreffende financiële embargo's als gedefinieerd in artikel 4, 6°, van de wet van 18 september 2017;
3° de diplomatieke zending is, gelet op de internationale verplichtingen die op België rusten, onderworpen aan financiële beperkingen die de toekenning van de basisbankdienst verhinderen.]2
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Eens de aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst als ontvankelijk en volledig wordt beoordeeld beslist de basisbankdienst-kamer over de aanwijzing van een basisbankdienst-aanbieder.
De beslissing van de basisbankdienst-kamer wordt per aangetekende zending ter kennis gebracht aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending en, in voorkomend geval, aan de basisbankdienst-aanbieder.
§ 7. De basisbankdienst-kamer vraagt aan de ondernemingen bedoeld in artikel 10, § 1, de bijkomende informatie op als bedoeld in artikel 10, §§ 2, 3, en 7, 1° en 3°, en, in voorkomend geval, artikel 11, §§ 2, 3, en 4.
De basisbankdienst-kamer vraagt aan de ondernemingen die gebruik maken van de betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), van het Wetboek van economisch recht de informatie op als bedoeld in artikel 12 en, in voorkomend geval, artikel 14.
De aanvragende onderneming verstrekt deze informatie binnen de termijn als vastgelegd in het verzoek.
De basisbankdienst-kamer voert geen inhoudelijke controle uit op de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde informatie.
De basisbankdienst-kamer geeft de in het eerste, tweede en derde lid, bedoelde informatie door aan de basisbankdienst-aanbieder die controleert of de aanvragende onderneming voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
Indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, motiveert de basisbankdienst-aanbieder op schriftelijke wijze de weigering.
De basisbankdienst-kamer kan bijkomende informatie opvragen in het kader van de naleving van de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 14.
§ 8. Onverminderd de verplichtingen van de basisbankdienst-aanbieder in het kader van de wet van 18 september 2017, in het bijzonder met betrekking tot identificatie en identiteitsverificatie, en in voorkomend geval de controle in het kader van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 7, eerste, tweede en derde lid, biedt de basisbankdienst-aanbieder binnen [1 vijfenveertig dagen]1 na kennisgeving van de beslissing van de basisbankdienst-kamer de basisbankdienst aan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending aan.
Indien de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst niet kan verlenen binnen de termijn van [1 vijfenveertig dagen]1 omwille van de verplichtingen in het kader van de wet van 18 september 2017, in het bijzonder met betrekking tot identificatie en identiteitsverificatie, en in voorkomend geval de controle in het kader van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 7, eerste, tweede en derde lid, brengt de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of de diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer schriftelijk op de hoogte [1 van de bijkomende termijn die hij nodig heeft. Deze termijn kan de termijn van dertig dagen niet overschrijden]1.
Indien de basisbankdienst-aanbieder de basisbankdienst niet verleent, brengt de basisbankdienst-aanbieder de onderneming of de diplomatieke zending en de basisbankdienst-kamer schriftelijk op de hoogte van deze beslissing.
Art. 2. § 1er. Conformément à l'article VII.59/4, § 3, alinéa 7, du Code de droit économique, il est créé une chambre du service bancaire de base, chargée de désigner un prestataire du service bancaire de base pour les entreprises.
§ 2. La chambre du service bancaire de base se prononce sur la recevabilité et le caractère complet d'une demande d'obtention du service bancaire de base.
Une demande est recevable [2 et complète]2 lorsqu'elle contient les éléments suivants :
1° une déclaration sur l'honneur que l'entreprise ou la mission diplomatique ne possède pas encore de service bancaire de base ou de compte de paiement qui lui permet d'utiliser les services visés à l'article VII.59/4, § 2, ni auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ni auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre ;
2° une confirmation, étayée par les pièces justificatives nécessaires, du fait que l'entreprise ou la mission diplomatique s'est vu refuser au moins trois fois une demande d'ouverture des services de paiement visés à l'article VII.59/4, § 1er, du Code de droit économique et, le cas échéant, qu'elle a été avertie de la résiliation de ses comptes ;
3° un formulaire complet de demande, visé à l'article 16, qui a été fourni à la chambre du service bancaire de base;
[2 4° un extrait du casier judiciaire, visé à l'article VII.59/5, alinéa 4, du Code de droit économique, au nom de l'entreprise, des membres de l'organe légal de d'administration et des personnes chargées de la direction effective ;]2
§ 3. La chambre du service bancaire de base vérifie que tous les documents nécessaires, tels que prévus dans le formulaire de demande visés à l'article 16, sont présents.
§ 4. [2 Conformément à l'article VII.59/4, § 3, alinéa 4, du Code de droit économique, la Chambre du service bancaire de base refuse de désigner un prestataire de service bancaire de base si l'une des conditions suivantes est remplie :
1° l'entreprise ou un membre de l'organe légal d'administration de l'entreprise a été condamné pour fraude, abus de confiance, fraude bancaire, faux et usage de faux, fraude sociale, fraude fiscale grave, corruption, délit boursier ou blanchiment de capitaux, au cours des cinq dernières années ;
2° l'entreprise ou un membre de l'organe légal d'administration de l'entreprise figure sur les listes qui sont publiées pour l'exécution des dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers telles que définies à l'article 4, 6°, de la loi du 18 septembre 2017 ;
3° la mission diplomatique, compte tenu des obligations internationales qui incombent à la Belgique, est soumise à des restrictions financières qui empêchent l'octroi du service bancaire de base.]2
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Dès que la demande de service bancaire de base est jugée recevable et complète, la chambre du service bancaire de base décide de la désignation d'un prestataire du service bancaire de base.
La décision de la chambre du service bancaire de base est notifiée par envoi recommandé à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse et, le cas échéant, au prestataire du service bancaire de base.
§ 7. La chambre du service bancaire de base demande aux entreprises visées à l'article 10, § 1er, les informations complémentaires visées à l'article 10, §§ 2, 3 et 7, 1° et 3°, et, le cas échéant, à l'article 11, §§ 2, 3, et 4.
La chambre du service bancaire de base demande aux entreprises qui utilisent les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), du Code de droit économique, l'information visées à l'article 12 et, le cas échéant, à l'article 14.
L'entreprise demandeuse fournit ces informations dans le délai fixé dans la demande.
La chambre du service bancaire de base ne procède à aucun contrôle sur le fond des informations visées aux alinéas 1er, 2 et 3.
La chambre du service bancaire de base transmet les informations visées aux alinéas 1er, 2 et 3, au prestataire du service bancaire de base, qui vérifie si l'entreprise demandeuse remplit les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3.
Si l'entreprise ne remplit pas les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base motive son refus par écrit.
La chambre du service bancaire de base peut demander des informations supplémentaires dans le cadre du respect des mesures visées aux articles 10, 11, 12 et 14.
§ 8. Sans préjudice des obligations à charge du prestataire du service bancaire de base découlant de la loi du 18 septembre 2017, en particulier en ce qui concerne l'identification et la vérification de l'identité, et le cas échéant, le contrôle effectué dans le cadre des conditions visées au paragraphe 7, les alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base propose le service bancaire de base dans les [1 quarante-cinq jours]1 suivant la notification de la décision de la chambre du service bancaire de base à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse.
Si le prestataire du service bancaire de base n'est pas en mesure de fournir le service bancaire de base dans le délai de [1 quarante-cinq jours]1 en raison des obligations prévues par la loi du 18 septembre 2017, notamment en ce qui concerne l'identification et la vérification de l'identité, et, le cas échéant, du contrôle dans le cadre des conditions visées au paragraphe 7, alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base informe par écrit l'entreprise ou la mission diplomatique et la chambre du service bancaire de base [1 du délai supplémentaire qui lui est nécessaire. Ce délai n'excède pas trente jours maximum]1.
Si le prestataire du service bancaire de base ne fournit pas le service bancaire de base, il informe l'entreprise ou la mission diplomatique et la chambre du service bancaire de base de cette décision par écrit.
§ 2. La chambre du service bancaire de base se prononce sur la recevabilité et le caractère complet d'une demande d'obtention du service bancaire de base.
Une demande est recevable [2 et complète]2 lorsqu'elle contient les éléments suivants :
1° une déclaration sur l'honneur que l'entreprise ou la mission diplomatique ne possède pas encore de service bancaire de base ou de compte de paiement qui lui permet d'utiliser les services visés à l'article VII.59/4, § 2, ni auprès d'un établissement de crédit de droit belge, ni auprès d'un établissement de crédit établi dans un autre Etat membre ;
2° une confirmation, étayée par les pièces justificatives nécessaires, du fait que l'entreprise ou la mission diplomatique s'est vu refuser au moins trois fois une demande d'ouverture des services de paiement visés à l'article VII.59/4, § 1er, du Code de droit économique et, le cas échéant, qu'elle a été avertie de la résiliation de ses comptes ;
3° un formulaire complet de demande, visé à l'article 16, qui a été fourni à la chambre du service bancaire de base;
[2 4° un extrait du casier judiciaire, visé à l'article VII.59/5, alinéa 4, du Code de droit économique, au nom de l'entreprise, des membres de l'organe légal de d'administration et des personnes chargées de la direction effective ;]2
§ 3. La chambre du service bancaire de base vérifie que tous les documents nécessaires, tels que prévus dans le formulaire de demande visés à l'article 16, sont présents.
§ 4. [2 Conformément à l'article VII.59/4, § 3, alinéa 4, du Code de droit économique, la Chambre du service bancaire de base refuse de désigner un prestataire de service bancaire de base si l'une des conditions suivantes est remplie :
1° l'entreprise ou un membre de l'organe légal d'administration de l'entreprise a été condamné pour fraude, abus de confiance, fraude bancaire, faux et usage de faux, fraude sociale, fraude fiscale grave, corruption, délit boursier ou blanchiment de capitaux, au cours des cinq dernières années ;
2° l'entreprise ou un membre de l'organe légal d'administration de l'entreprise figure sur les listes qui sont publiées pour l'exécution des dispositions contraignantes relatives aux embargos financiers telles que définies à l'article 4, 6°, de la loi du 18 septembre 2017 ;
3° la mission diplomatique, compte tenu des obligations internationales qui incombent à la Belgique, est soumise à des restrictions financières qui empêchent l'octroi du service bancaire de base.]2
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Dès que la demande de service bancaire de base est jugée recevable et complète, la chambre du service bancaire de base décide de la désignation d'un prestataire du service bancaire de base.
La décision de la chambre du service bancaire de base est notifiée par envoi recommandé à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse et, le cas échéant, au prestataire du service bancaire de base.
§ 7. La chambre du service bancaire de base demande aux entreprises visées à l'article 10, § 1er, les informations complémentaires visées à l'article 10, §§ 2, 3 et 7, 1° et 3°, et, le cas échéant, à l'article 11, §§ 2, 3, et 4.
La chambre du service bancaire de base demande aux entreprises qui utilisent les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), du Code de droit économique, l'information visées à l'article 12 et, le cas échéant, à l'article 14.
L'entreprise demandeuse fournit ces informations dans le délai fixé dans la demande.
La chambre du service bancaire de base ne procède à aucun contrôle sur le fond des informations visées aux alinéas 1er, 2 et 3.
La chambre du service bancaire de base transmet les informations visées aux alinéas 1er, 2 et 3, au prestataire du service bancaire de base, qui vérifie si l'entreprise demandeuse remplit les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3.
Si l'entreprise ne remplit pas les conditions visées aux alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base motive son refus par écrit.
La chambre du service bancaire de base peut demander des informations supplémentaires dans le cadre du respect des mesures visées aux articles 10, 11, 12 et 14.
§ 8. Sans préjudice des obligations à charge du prestataire du service bancaire de base découlant de la loi du 18 septembre 2017, en particulier en ce qui concerne l'identification et la vérification de l'identité, et le cas échéant, le contrôle effectué dans le cadre des conditions visées au paragraphe 7, les alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base propose le service bancaire de base dans les [1 quarante-cinq jours]1 suivant la notification de la décision de la chambre du service bancaire de base à l'entreprise ou à la mission diplomatique demandeuse.
Si le prestataire du service bancaire de base n'est pas en mesure de fournir le service bancaire de base dans le délai de [1 quarante-cinq jours]1 en raison des obligations prévues par la loi du 18 septembre 2017, notamment en ce qui concerne l'identification et la vérification de l'identité, et, le cas échéant, du contrôle dans le cadre des conditions visées au paragraphe 7, alinéas 1er, 2 et 3, le prestataire du service bancaire de base informe par écrit l'entreprise ou la mission diplomatique et la chambre du service bancaire de base [1 du délai supplémentaire qui lui est nécessaire. Ce délai n'excède pas trente jours maximum]1.
Si le prestataire du service bancaire de base ne fournit pas le service bancaire de base, il informe l'entreprise ou la mission diplomatique et la chambre du service bancaire de base de cette décision par écrit.
Afdeling 2. - De wijze van spreiding
Section 2. - Modalités d'étalement
Art. 3. De systeemrelevante kredietinstellingen als bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid, van het Wetboek van economisch recht komen in aanmerking als basisbankdienst-aanbieder.
De wijze van spreiding voor de aanwijzing gebeurt volgens een proportionele verdeling op basis van volgende criteria:
1° het marktaandeel van betaalrekeningen, als bedoeld in artikel I.9, 8°, van het Wetboek van economisch recht, van het totale aantal ondernemingen binnen de kredietinstelling;
2° de aangevraagde betalingsdiensten;
3° de betalingsdiensten aangeboden door de kredietinstelling;
4° een proportionele verdeling van ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 18 september 2017 per kredietinstelling.
De systeemrelevante kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid verlenen de basisbankdienst-kamer de nodige medewerking voor het vervullen van haar opdracht, met inbegrip van het aanleveren van juiste en volledige informatie.
De wijze van spreiding voor de aanwijzing gebeurt volgens een proportionele verdeling op basis van volgende criteria:
1° het marktaandeel van betaalrekeningen, als bedoeld in artikel I.9, 8°, van het Wetboek van economisch recht, van het totale aantal ondernemingen binnen de kredietinstelling;
2° de aangevraagde betalingsdiensten;
3° de betalingsdiensten aangeboden door de kredietinstelling;
4° een proportionele verdeling van ondernemingen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 18 september 2017 per kredietinstelling.
De systeemrelevante kredietinstellingen als bedoeld in het eerste lid verlenen de basisbankdienst-kamer de nodige medewerking voor het vervullen van haar opdracht, met inbegrip van het aanleveren van juiste en volledige informatie.
Art. 3. Les établissements de crédit d'importance systémique qui fournissent des services de paiement tels que visés à l'article VII.59/4, § 3, alinéa 5, du Code de droit économique sont qualifiés de prestataires du service bancaire de base.
Les modalités d'étalement de la désignation s'effectuent selon une répartition proportionnelle sur la base des critères suivants :
1° la part de marché des comptes de paiement, tels que visé à l'article I.9, 8°, du Code de droit économique, du nombre total d'entreprises au sein de l'établissement de crédit ;
2° les services de paiement demandés ;
3° les services de paiement offerts par l'établissement de crédit ;
4° une répartition proportionnelle des entreprises agissant dans le cadre de leurs activités professionnelles visées à l'article 5, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 par établissement de crédit.
Les établissements de crédit d'importance systémique tels que visés à l'alinéa 1er fournissent à la chambre du service bancaire de base la collaboration nécessaire à l'exercice de sa mission, y compris la fourniture d'informations exactes et complètes.
Les modalités d'étalement de la désignation s'effectuent selon une répartition proportionnelle sur la base des critères suivants :
1° la part de marché des comptes de paiement, tels que visé à l'article I.9, 8°, du Code de droit économique, du nombre total d'entreprises au sein de l'établissement de crédit ;
2° les services de paiement demandés ;
3° les services de paiement offerts par l'établissement de crédit ;
4° une répartition proportionnelle des entreprises agissant dans le cadre de leurs activités professionnelles visées à l'article 5, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 par établissement de crédit.
Les établissements de crédit d'importance systémique tels que visés à l'alinéa 1er fournissent à la chambre du service bancaire de base la collaboration nécessaire à l'exercice de sa mission, y compris la fourniture d'informations exactes et complètes.
Afdeling 3. - De leden
Section 3. - Membres
Art. 4. De basisbankdienst-kamer is samengesteld uit:
1° twee ambtenaren aangewezen door de minister bevoegd voor Economie voor een termijn van zes jaar;
2° maximum vier leden die geen ambtenaren zijn en die beschikken over specifieke kennis van betalingsdiensten van ondernemingen en/of voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en/of diplomatieke aangelegenheden, aangewezen door de minister bevoegd voor Economie voor een termijn van zes jaar.
Het mandaat van de leden is hernieuwbaar.
In het geval van vervanging van een lid beëindigt het nieuw aangewezen lid het mandaat van diegene die hij vervangt. De voorzitter wordt gekozen onder de leden. In het geval van vervanging van de voorzitter beëindigt de nieuwbenoemde voorzitter het mandaat van de diegene die hij vervangt.
Het secretariaat van de basisbankdienst-kamer wordt waargenomen door ambtenaren daartoe aangewezen door de minister bevoegd voor Economie.
1° twee ambtenaren aangewezen door de minister bevoegd voor Economie voor een termijn van zes jaar;
2° maximum vier leden die geen ambtenaren zijn en die beschikken over specifieke kennis van betalingsdiensten van ondernemingen en/of voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en/of diplomatieke aangelegenheden, aangewezen door de minister bevoegd voor Economie voor een termijn van zes jaar.
Het mandaat van de leden is hernieuwbaar.
In het geval van vervanging van een lid beëindigt het nieuw aangewezen lid het mandaat van diegene die hij vervangt. De voorzitter wordt gekozen onder de leden. In het geval van vervanging van de voorzitter beëindigt de nieuwbenoemde voorzitter het mandaat van de diegene die hij vervangt.
Het secretariaat van de basisbankdienst-kamer wordt waargenomen door ambtenaren daartoe aangewezen door de minister bevoegd voor Economie.
Art. 4. La chambre du service bancaire de base est composée de :
1° deux fonctionnaires nommés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions pour une durée de six ans ;
2° maximum quatre membres qui ne sont pas fonctionnaires et qui ont une connaissance spécifique des services de paiement aux entreprises et/ou de prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, et/ou des affaires diplomatiques, désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions pour une durée de six ans.
Le mandat des membres est renouvelable.
En cas de remplacement d'un membre, la nomination du nouveau membre met fin au mandat de la personne qu'il remplace. Le président est élu parmi les membres. En cas de remplacement du président, la nomination du nouveau président met fin au mandat de la personne qu'il remplace.
Le secrétariat de la chambre du service bancaire de base est assuré par les agents nommés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
1° deux fonctionnaires nommés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions pour une durée de six ans ;
2° maximum quatre membres qui ne sont pas fonctionnaires et qui ont une connaissance spécifique des services de paiement aux entreprises et/ou de prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme, et/ou des affaires diplomatiques, désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions pour une durée de six ans.
Le mandat des membres est renouvelable.
En cas de remplacement d'un membre, la nomination du nouveau membre met fin au mandat de la personne qu'il remplace. Le président est élu parmi les membres. En cas de remplacement du président, la nomination du nouveau président met fin au mandat de la personne qu'il remplace.
Le secrétariat de la chambre du service bancaire de base est assuré par les agents nommés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
Art. 5. § 1. De basisbankdienst-kamer beraadslaagt geldig indien ten minste de meerderheid van de leden, waaronder de voorzitter, aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
§ 2. Elk lid beschikt over één stem.
De beslissingen worden genomen volgens gewone meerderheid. Bij een gelijk aantal stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
§ 2. Elk lid beschikt over één stem.
De beslissingen worden genomen volgens gewone meerderheid. Bij een gelijk aantal stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 5. § 1er. La chambre du service bancaire de base délibère valablement si la majorité au moins de ses membres, y compris le président, sont présents ou représentés.
§ 2. Chaque membre dispose d'une voix.
Les décisions sont prises à la majorité simple. En cas d'égalité des voix, la voix du président est décisive.
§ 2. Chaque membre dispose d'une voix.
Les décisions sont prises à la majorité simple. En cas d'égalité des voix, la voix du président est décisive.
Art. 6. De voorzitter en de leden van de basisbankdienst-kamer zijn gehouden tot een discretieplicht.
Art. 6. Le président et les membres de la chambre du service bancaire de base sont tenus au devoir de discrétion.
Art. 7. Er wordt aan de leden van de basisbankdienst-kamer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2°, een presentiegeld toegekend, waarvan het bedrag is vastgesteld op 350 euro per vergadering waar het lid aanwezig is geweest.
De leden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2°, hebben recht op de terugbetaling van het bedrag van hun werkelijke reiskosten mits voorlegging van bewijskrachtige bescheiden.
De presentiegelden zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van deze bepaling.
De leden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2°, hebben recht op de terugbetaling van het bedrag van hun werkelijke reiskosten mits voorlegging van bewijskrachtige bescheiden.
De presentiegelden zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van deze bepaling.
Art. 7. Il est alloué un jeton de présence aux membres visés à l'article 4, alinéa 1er, 2°, dont le montant est fixé à 350 euros par réunion à laquelle le membre a assisté.
Les membres visés à l'article 4, alinéa 1er, 2°, ont droit au remboursement du montant des frais réels, moyennant production de documents probants.
Les jetons de présence sont liés à l'indice des prix à la consommation du mois qui précède l'entrée en vigueur de la présente disposition.
Les membres visés à l'article 4, alinéa 1er, 2°, ont droit au remboursement du montant des frais réels, moyennant production de documents probants.
Les jetons de présence sont liés à l'indice des prix à la consommation du mois qui précède l'entrée en vigueur de la présente disposition.
Afdeling 4. - De werking
Section 4. - Fonctionnement
Art. 8. De basisbankdienst-kamer bepaalt haar huishoudelijk reglement en legt het ter goedkeuring voor aan de minister bevoegd voor Economie.
Art. 8. La chambre du service bancaire de base établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
Art. 9. De kosten van het secretariaat van de basisbankdienst-kamer worden gedragen door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie.
Art. 9. Les frais de secrétariat de la chambre du service bancaire de base sont pris en charge par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen
CHAPITRE 3. - Mesures spécifiques supplémentaire en matière d'atténuation des risques
Art. 10. § 1. Volgende specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen zijn van toepassing op de ondernemingen handelend in het kader van hun gereglementeerde beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van de wet van 18 september 2017 die een basisbankdienst-aanbieder werden toegewezen door de basisbankdienst-kamer.
De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in de paragrafen 2 tot 8 of de informatie bedoeld in de paragrafen 2 tot 8 niet verstrekt.
§ 2. Natuurlijke personen die ten minste vijfentwintig procent van de inbreng van de aanvragende onderneming bezitten voldoen aan de volgende betrouwbaarheidsvoorwaarden:
1° niet uit hun burgerlijke of politieke rechten ontzet zijn;
2° niet failliet zijn verklaard zonder eerherstel te hebben verkregen;
3° in België of een andere lidstaat geen van de volgende straffen hebben opgelopen:
a) een criminele straf;
b) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste zes maanden voor een van de strafbare feiten genoemd in artikel 1 van koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het gerechtelijk verbod voor bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;
c) een strafrechtelijke geldboete van ten minste 2.500 euro, vóór toepassing van de opdeciemen, wegens overtreding van de wet van 18 september 2017 en van de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 bezorgen een uittreksel uit het strafregister dat betrekking heeft op de veroordelingen overeenkomstig artikel VII.59/6, § 3, 1°, van het Wetboek van economisch recht. De ondernemingen maken een melding indien zij of haar bestuurders het voorwerp uitmaken van een strafrechtelijke procedure.
§ 4. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 wenden zich uitsluitend tot de maatschappelijke zetel van de basisbankdienst-aanbieder via een door hen aangeboden elektronische procedure.
§ 5. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 stellen, in voorkomend geval en op vraag van de basisbankdienst-aanbieder, een lijst op van gebruikelijke tegenpartijen die het mogelijk maakt de herkomst en de bestemming van de middelen nauwkeurig te bepalen.
§ 6. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 documenteren op vraag van de basisbankdienst-aanbieder:
1° elke transactie van meer dan 5.000 euro;
2° transacties verspreid over één jaar die meer dan 20.000 euro bedragen en eenzelfde tegenpartij betreffen;
3° transacties verspreid over één maand die meer dan 5.000 euro bedragen en eenzelfde tegenpartij betreffen.
De basisbankdienst-aanbieder kan de drempels bedoeld in het eerste lid verhogen overeenkomstig het risicoprofiel en de grootte van de aanvragende onderneming.
§ 7. De ondernemingen, bedoeld in paragraaf 1, met rechtspersoonlijkheid stellen de basisbankdienst-aanbieder vooraf of ten minste onverwijld in kennis van:
1° de statuten alsook hun wijziging;
2° elke belangrijke wijziging in het bedrijfsmodel;
3° de structuur van het aandeelhouderschap alsook elke wijziging en de uiteindelijke begunstigden van de vennootschap, alsmede het bewijs van de overeenkomstige actualisering van de informatie in het register van uiteindelijke begunstigden;
4° elke benoeming en/of ontslag van de leden van het bestuursorgaan en van de vertegenwoordigers van het dagelijks bestuur, alsmede het overleggen van alle bewijsstukken die het mogelijk maken de identiteit van deze personen te verifiëren.
§ 8. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 verstrekken, op vraag van de aanbieder, bewijs dat zij voldoen aan de openbaarmakingsverplichtingen als bedoeld in boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 4 en hoofdstuk 2, afdeling 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in de paragrafen 2 tot 8 of de informatie bedoeld in de paragrafen 2 tot 8 niet verstrekt.
§ 2. Natuurlijke personen die ten minste vijfentwintig procent van de inbreng van de aanvragende onderneming bezitten voldoen aan de volgende betrouwbaarheidsvoorwaarden:
1° niet uit hun burgerlijke of politieke rechten ontzet zijn;
2° niet failliet zijn verklaard zonder eerherstel te hebben verkregen;
3° in België of een andere lidstaat geen van de volgende straffen hebben opgelopen:
a) een criminele straf;
b) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste zes maanden voor een van de strafbare feiten genoemd in artikel 1 van koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het gerechtelijk verbod voor bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;
c) een strafrechtelijke geldboete van ten minste 2.500 euro, vóór toepassing van de opdeciemen, wegens overtreding van de wet van 18 september 2017 en van de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 bezorgen een uittreksel uit het strafregister dat betrekking heeft op de veroordelingen overeenkomstig artikel VII.59/6, § 3, 1°, van het Wetboek van economisch recht. De ondernemingen maken een melding indien zij of haar bestuurders het voorwerp uitmaken van een strafrechtelijke procedure.
§ 4. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 wenden zich uitsluitend tot de maatschappelijke zetel van de basisbankdienst-aanbieder via een door hen aangeboden elektronische procedure.
§ 5. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 stellen, in voorkomend geval en op vraag van de basisbankdienst-aanbieder, een lijst op van gebruikelijke tegenpartijen die het mogelijk maakt de herkomst en de bestemming van de middelen nauwkeurig te bepalen.
§ 6. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 documenteren op vraag van de basisbankdienst-aanbieder:
1° elke transactie van meer dan 5.000 euro;
2° transacties verspreid over één jaar die meer dan 20.000 euro bedragen en eenzelfde tegenpartij betreffen;
3° transacties verspreid over één maand die meer dan 5.000 euro bedragen en eenzelfde tegenpartij betreffen.
De basisbankdienst-aanbieder kan de drempels bedoeld in het eerste lid verhogen overeenkomstig het risicoprofiel en de grootte van de aanvragende onderneming.
§ 7. De ondernemingen, bedoeld in paragraaf 1, met rechtspersoonlijkheid stellen de basisbankdienst-aanbieder vooraf of ten minste onverwijld in kennis van:
1° de statuten alsook hun wijziging;
2° elke belangrijke wijziging in het bedrijfsmodel;
3° de structuur van het aandeelhouderschap alsook elke wijziging en de uiteindelijke begunstigden van de vennootschap, alsmede het bewijs van de overeenkomstige actualisering van de informatie in het register van uiteindelijke begunstigden;
4° elke benoeming en/of ontslag van de leden van het bestuursorgaan en van de vertegenwoordigers van het dagelijks bestuur, alsmede het overleggen van alle bewijsstukken die het mogelijk maken de identiteit van deze personen te verifiëren.
§ 8. De ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 verstrekken, op vraag van de aanbieder, bewijs dat zij voldoen aan de openbaarmakingsverplichtingen als bedoeld in boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 4 en hoofdstuk 2, afdeling 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Art. 10. § 1er. Les présentes mesures spécifiques en matière d'atténuation des risques sont applicables aux entreprises agissant dans le cadre de leurs activités professionnelles réglementées visées à l'article 5, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 18 septembre 2017 qui se sont vu attribuer un prestataire du service bancaire de base par la chambre du service bancaire de base.
Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si l'entreprise ne remplit pas les conditions figurant aux paragraphes 2 à 8 ou ne fournit pas les informations visées aux paragraphes 2 à 8.
§ 2. Les personnes physiques détenant au moins vingt-cinq pourcent du capital de l'entreprise demandeuse remplissent les conditions d'honorabilité suivantes :
1° ne pas être privés de leurs droits civils et politiques ;
2° ne pas avoir été déclarés en faillite sans avoir obtenu la réhabilitation ;
3° ne pas avoir encouru en Belgique ou dans un autre Etat membre l'une des peines suivantes :
a) une peine criminelle ;
b) une peine d'emprisonnement sans sursis de six mois au moins pour l'une des infractions mentionnées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités ;
c) une amende pénale de 2 500 euros au moins, avant application des décimes additionnels, pour infraction à la loi du 18 septembre 2017 et à ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Les entreprises visées au paragraphe 1er fournissent un extrait du casier judiciaire relatif aux condamnations conformément à l'article VII.59/6, § 3, 1°, du Code de droit économique. Les entreprises signalent si elles ou leurs dirigeants font l'objet de poursuites pénales.
§ 4. Les entreprises visées au paragraphe 1er ne s'adressent qu'au siège social du prestataire du service bancaire de base via une procédure électronique qu'ils proposent.
§ 5. Les entreprises visées au paragraphe 1er établissent, le cas échéant et à la demande du prestataire du service bancaire de base, une liste de contreparties ordinaires permettant d'identifier précisément l'origine et la destination des fonds.
§ 6. Les entreprises visées au paragraphe 1er documentent, à la demande du prestataire du service bancaire de base :
1° toute opération d'un montant supérieur à 5.000 euros ;
2° les opérations étalées sur un an qui s'élèvent à plus de 20.000 euros et concernent la même contrepartie ;
3° les opérations étalées sur un mois qui s'élèvent à plus de 5.000 euros et concernent la même contrepartie.
Le prestataire du service bancaire de base peut relever les seuils figurant à l'alinéa 1er en fonction du profil de risque et de la taille de l'entreprise demandeuse.
§ 7. Les entreprises, visées au paragraphe 1er, dotées de la personnalité juridique notifient préalablement ou à tout le moins sans délai au prestataire du service bancaire de base :
1° les statuts ainsi que leur modification ;
2° tout changement significatif du modèle d'entreprise ;
3° la structure de l'actionnariat ainsi que toute modification de celle-ci et les bénéficiaires effectifs de l'entreprise, ainsi que la preuve de l'actualisation correspondante des informations dans le registre des bénéficiaires effectifs ;
4° toute nomination et/ou révocation des membres de l'organe d'administration et des délégués à la gestion quotidienne, ainsi que la fourniture de tous les documents probants permettant de vérifier l'identité de ces personnes.
§ 8. Les entreprises visées au paragraphe 1er rapportent, à la demande du prestataire, la preuve qu'elles respectent les obligations de publicité telles que visées le livre 3, chapitre 1er, section 4 et chapitre 2, section 6, du Code des sociétés et des associations.
Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si l'entreprise ne remplit pas les conditions figurant aux paragraphes 2 à 8 ou ne fournit pas les informations visées aux paragraphes 2 à 8.
§ 2. Les personnes physiques détenant au moins vingt-cinq pourcent du capital de l'entreprise demandeuse remplissent les conditions d'honorabilité suivantes :
1° ne pas être privés de leurs droits civils et politiques ;
2° ne pas avoir été déclarés en faillite sans avoir obtenu la réhabilitation ;
3° ne pas avoir encouru en Belgique ou dans un autre Etat membre l'une des peines suivantes :
a) une peine criminelle ;
b) une peine d'emprisonnement sans sursis de six mois au moins pour l'une des infractions mentionnées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités ;
c) une amende pénale de 2 500 euros au moins, avant application des décimes additionnels, pour infraction à la loi du 18 septembre 2017 et à ses arrêtés d'exécution.
§ 3. Les entreprises visées au paragraphe 1er fournissent un extrait du casier judiciaire relatif aux condamnations conformément à l'article VII.59/6, § 3, 1°, du Code de droit économique. Les entreprises signalent si elles ou leurs dirigeants font l'objet de poursuites pénales.
§ 4. Les entreprises visées au paragraphe 1er ne s'adressent qu'au siège social du prestataire du service bancaire de base via une procédure électronique qu'ils proposent.
§ 5. Les entreprises visées au paragraphe 1er établissent, le cas échéant et à la demande du prestataire du service bancaire de base, une liste de contreparties ordinaires permettant d'identifier précisément l'origine et la destination des fonds.
§ 6. Les entreprises visées au paragraphe 1er documentent, à la demande du prestataire du service bancaire de base :
1° toute opération d'un montant supérieur à 5.000 euros ;
2° les opérations étalées sur un an qui s'élèvent à plus de 20.000 euros et concernent la même contrepartie ;
3° les opérations étalées sur un mois qui s'élèvent à plus de 5.000 euros et concernent la même contrepartie.
Le prestataire du service bancaire de base peut relever les seuils figurant à l'alinéa 1er en fonction du profil de risque et de la taille de l'entreprise demandeuse.
§ 7. Les entreprises, visées au paragraphe 1er, dotées de la personnalité juridique notifient préalablement ou à tout le moins sans délai au prestataire du service bancaire de base :
1° les statuts ainsi que leur modification ;
2° tout changement significatif du modèle d'entreprise ;
3° la structure de l'actionnariat ainsi que toute modification de celle-ci et les bénéficiaires effectifs de l'entreprise, ainsi que la preuve de l'actualisation correspondante des informations dans le registre des bénéficiaires effectifs ;
4° toute nomination et/ou révocation des membres de l'organe d'administration et des délégués à la gestion quotidienne, ainsi que la fourniture de tous les documents probants permettant de vérifier l'identité de ces personnes.
§ 8. Les entreprises visées au paragraphe 1er rapportent, à la demande du prestataire, la preuve qu'elles respectent les obligations de publicité telles que visées le livre 3, chapitre 1er, section 4 et chapitre 2, section 6, du Code des sociétés et des associations.
Art. 11. § 1. Onverminderd de naleving van artikel 10, zijn op de diamanthandelaren, bedoeld in artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002, specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen van toepassing.
De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de diamanthandelaar niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in de paragrafen 2 tot 6 of de informatie bedoeld in de paragrafen 2 tot 6 niet verstrekt.
§ 2. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen gekoppeld aan de identificatie en verificatie van de identiteit van cliënten, hun vertegenwoordigers en uiteindelijke begunstigden, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar betaalt zijn werknemers per overschrijving uit. Dit vormt een uitzondering op de beslissing 0406 van het Paritair Comité 324;
2° de diamanthandelaar is een officieel geregistreerde Belgische diamanthandelaar overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 november 2019 houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector;
3° de diamanthandelaar heeft de registratievoorwaarden als bepaald in het koninklijk besluit van 20 november 2019 houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector nageleefd gedurende de laatste vijf jaar, of gedurende de periode van zijn bestaan indien de onderneming nog geen vijf jaar bestaat;
4° de diamanthandelaar als rechtspersoon noch, zijn aandeelhouders, leden van het wettelijk bestuursorgaan of personen belast met de effectieve leiding hebben een criminele straf opgelopen. De diamanthandelaar bezorgt een uittreksel uit het strafregister van zowel de rechtspersoon, indien van toepassing, als van zijn leden van het wettelijk bestuursorgaan en personen belast met de effectieve leiding dat niet ouder is dan drie maanden;
5° de diamanthandelaar bezorgt een bewijs dat zijn cliënten gescreend zijn op specifieke risico's;
6° ter waarborging van het naleven van de wet van 18 september 2017 alsook sancties en embargo's, legt de diamanthandelaar een kopie van een deelnamecertificaat voor van een door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie goedgekeurde anti-witwasopleiding waarbij de verplichtingen van een diamanthandelaar worden toegelicht overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 oktober 2013, van niet ouder dan één jaar, op naam van een anti-witwasverantwoordelijke van de diamanthandelaar die op het moment van de verstrekking van deze informatie nog steeds werkzaam is bij de diamanthandelaar alsook een schriftelijk anti-witwas beleid,dat ook een cliëntacceptatiebeleid bevat, van de diamanthandelaar en een kopie van het laatste anti-witwasverslag ingediend bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie;
7° ter waarborging van het naleven van beste praktijken in de diamantsector door de diamanthandelaar, legt hij een deelnamecertificaat voor van een opleiding "beste praktijken in de diamantsector" niet ouder dan één jaar op naam van alle werknemers van de diamanthandelaar die op het moment van de verstrekking van deze informatie nog steeds werkzaam zijn bij de diamanthandelaar.
§ 3. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen gekoppeld aan de identificatie van de karakteristieken van de cliënt en het voorwerp en de aard van de zakenrelatie, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar legt een certificaat voor waaruit blijkt dat de diamanthandelaar voldoende verzekerd is in het kader van zijn handelsactiviteiten bij een verzekeringsonderneming van eerste rang en/of gespecialiseerd in de diamantsector;
2° de diamanthandelaar bezorgt een duidelijk overzicht met informatie over het soort handel dat hij drijft;
3° de diamanthandelaar beschrijft duidelijk op zijn facturen de classificatie van zijn goederen, alsook het aantal karaat, de waarde en indien mogelijk de kwaliteit van de diamanten. Ook bevestigt hij op zijn factuur dat de verhandelde diamanten geen conflictdiamanten zijn aan de hand van de volgende clausule:
" The diamonds herein invoiced have been (sourced) purchased from legitimate sources not involved in funding conflict, in compliance with United Nations Resolutions and corresponding national laws (where the invoice is generated). The seller hereby guarantees that these diamonds are conflict free and confirms adherence to the WDC SoW Guidelines. ";
"De hierbij gefactureerde diamanten zijn (afkomstig) verkregen uit legitieme bronnen, derhalve niet betrokken bij de financiering van conflicten en zijn in overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en overeenkomstige nationale wetten (waar de factuur wordt gegenereerd). De verkoper garandeert hierbij dat deze diamanten conflictvrij zijn en bevestigt de naleving van de WDC SoW-richtlijnen.";
" Les diamants facturés par la présente sont (originaires) obtenus de sources légitimes, ne sont donc pas impliqués dans le financement de conflits et sont conformes aux résolutions des Nations Unies et aux lois nationales correspondantes (où la facture est générée). Le vendeur garantit par la présente que ces diamants sont sans conflit et confirme la conformité avec les directives du WDC SoW. " ;
4° de diamanthandelaar bezorgt een ondertekende kopie van de "Diamond Terminology Guideline" en verklaart hierbij schriftelijk dat hij de juiste terminologie gebruikt op zijn facturen en andere documenten om diamanten van synthetische diamanten te onderscheiden.
§ 4. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen om de risico's gekoppeld aan de karakteristieken van de cliënt te verminderen, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar heeft geen wisselbrieven uitgegeven die geprotesteerd werden en is niet betrokken geweest bij enig faillissement;
2° de diamanthandelaar is lid van een erkende diamantbeurs opgenomen in bijlage V van verordening (EG) nr. 2368/2002 en bezorgt een kopie van een lidmaatschapskaart van de beurs.
§ 5. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen om de risicofactoren te verminderen gekoppeld aan de karakteristieken van het soort betalingsdiensten geleverd, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar verbindt zich ertoe de betaalrekening exclusief te gebruiken voor zijn professionele activiteiten als diamanthandelaar en niet voor enige andere professionele activiteiten en/of niet te gebruiken voor verrichtingen met privéfondsen en/of aan te wenden voor privéverrichtingen van aandeelhouders, medewerkers of bestuurders;
2° de diamanthandelaar verricht geen transacties in andere vreemde munten, met uitzondering van betalingen in Amerikaanse dollar onder de voorwaarden en de nadere regels vermeld in dit besluit.
§ 6. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen die toelaten of faciliteren om een bestendige waakzaamheid uit te voeren gerelateerd aan de zakenrelaties en transacties, wat met name het volgende inhoudt:
de diamanthandelaar garandeert per transactie de volledige traceerbaarheid van de onderliggende goederenstroom en verstrekt daartoe alle informatie die de basisbankdienst-aanbieder opvraagt.
De basisbankdienst-aanbieder kan de volgende documenten opvragen van de diamanthandelaar, dewelke de diamanthandelaar onmiddellijk ter beschikking stelt:
1° identificatiedocumenten van de cliënten en/of leveranciers van de diamanthandelaar, tenzij deze cliënten of leveranciers Belgisch geregistreerde diamanthandelaren zijn welke terug te vinden zijn via de website www.registereddiamondcompanies.be;
2° kopie van de verkoop- of aankoopfactuur van diamanten en/of andere documenten die de transactie staven;
3° voor transacties met derde landen in ruwe diamant een gevalideerde kopie van het Kimberley Process Certificaat, zoals bedoeld in artikel 2, d) van de verordening (EG) nr. 2368/2002, afgestempeld door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie.
De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de diamanthandelaar niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in de paragrafen 2 tot 6 of de informatie bedoeld in de paragrafen 2 tot 6 niet verstrekt.
§ 2. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen gekoppeld aan de identificatie en verificatie van de identiteit van cliënten, hun vertegenwoordigers en uiteindelijke begunstigden, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar betaalt zijn werknemers per overschrijving uit. Dit vormt een uitzondering op de beslissing 0406 van het Paritair Comité 324;
2° de diamanthandelaar is een officieel geregistreerde Belgische diamanthandelaar overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 november 2019 houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector;
3° de diamanthandelaar heeft de registratievoorwaarden als bepaald in het koninklijk besluit van 20 november 2019 houdende maatregelen betreffende het toezicht op de diamantsector nageleefd gedurende de laatste vijf jaar, of gedurende de periode van zijn bestaan indien de onderneming nog geen vijf jaar bestaat;
4° de diamanthandelaar als rechtspersoon noch, zijn aandeelhouders, leden van het wettelijk bestuursorgaan of personen belast met de effectieve leiding hebben een criminele straf opgelopen. De diamanthandelaar bezorgt een uittreksel uit het strafregister van zowel de rechtspersoon, indien van toepassing, als van zijn leden van het wettelijk bestuursorgaan en personen belast met de effectieve leiding dat niet ouder is dan drie maanden;
5° de diamanthandelaar bezorgt een bewijs dat zijn cliënten gescreend zijn op specifieke risico's;
6° ter waarborging van het naleven van de wet van 18 september 2017 alsook sancties en embargo's, legt de diamanthandelaar een kopie van een deelnamecertificaat voor van een door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie goedgekeurde anti-witwasopleiding waarbij de verplichtingen van een diamanthandelaar worden toegelicht overeenkomstig het koninklijk besluit van 7 oktober 2013, van niet ouder dan één jaar, op naam van een anti-witwasverantwoordelijke van de diamanthandelaar die op het moment van de verstrekking van deze informatie nog steeds werkzaam is bij de diamanthandelaar alsook een schriftelijk anti-witwas beleid,dat ook een cliëntacceptatiebeleid bevat, van de diamanthandelaar en een kopie van het laatste anti-witwasverslag ingediend bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie;
7° ter waarborging van het naleven van beste praktijken in de diamantsector door de diamanthandelaar, legt hij een deelnamecertificaat voor van een opleiding "beste praktijken in de diamantsector" niet ouder dan één jaar op naam van alle werknemers van de diamanthandelaar die op het moment van de verstrekking van deze informatie nog steeds werkzaam zijn bij de diamanthandelaar.
§ 3. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen gekoppeld aan de identificatie van de karakteristieken van de cliënt en het voorwerp en de aard van de zakenrelatie, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar legt een certificaat voor waaruit blijkt dat de diamanthandelaar voldoende verzekerd is in het kader van zijn handelsactiviteiten bij een verzekeringsonderneming van eerste rang en/of gespecialiseerd in de diamantsector;
2° de diamanthandelaar bezorgt een duidelijk overzicht met informatie over het soort handel dat hij drijft;
3° de diamanthandelaar beschrijft duidelijk op zijn facturen de classificatie van zijn goederen, alsook het aantal karaat, de waarde en indien mogelijk de kwaliteit van de diamanten. Ook bevestigt hij op zijn factuur dat de verhandelde diamanten geen conflictdiamanten zijn aan de hand van de volgende clausule:
" The diamonds herein invoiced have been (sourced) purchased from legitimate sources not involved in funding conflict, in compliance with United Nations Resolutions and corresponding national laws (where the invoice is generated). The seller hereby guarantees that these diamonds are conflict free and confirms adherence to the WDC SoW Guidelines. ";
"De hierbij gefactureerde diamanten zijn (afkomstig) verkregen uit legitieme bronnen, derhalve niet betrokken bij de financiering van conflicten en zijn in overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en overeenkomstige nationale wetten (waar de factuur wordt gegenereerd). De verkoper garandeert hierbij dat deze diamanten conflictvrij zijn en bevestigt de naleving van de WDC SoW-richtlijnen.";
" Les diamants facturés par la présente sont (originaires) obtenus de sources légitimes, ne sont donc pas impliqués dans le financement de conflits et sont conformes aux résolutions des Nations Unies et aux lois nationales correspondantes (où la facture est générée). Le vendeur garantit par la présente que ces diamants sont sans conflit et confirme la conformité avec les directives du WDC SoW. " ;
4° de diamanthandelaar bezorgt een ondertekende kopie van de "Diamond Terminology Guideline" en verklaart hierbij schriftelijk dat hij de juiste terminologie gebruikt op zijn facturen en andere documenten om diamanten van synthetische diamanten te onderscheiden.
§ 4. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen om de risico's gekoppeld aan de karakteristieken van de cliënt te verminderen, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar heeft geen wisselbrieven uitgegeven die geprotesteerd werden en is niet betrokken geweest bij enig faillissement;
2° de diamanthandelaar is lid van een erkende diamantbeurs opgenomen in bijlage V van verordening (EG) nr. 2368/2002 en bezorgt een kopie van een lidmaatschapskaart van de beurs.
§ 5. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen om de risicofactoren te verminderen gekoppeld aan de karakteristieken van het soort betalingsdiensten geleverd, wat met name het volgende inhoudt:
1° de diamanthandelaar verbindt zich ertoe de betaalrekening exclusief te gebruiken voor zijn professionele activiteiten als diamanthandelaar en niet voor enige andere professionele activiteiten en/of niet te gebruiken voor verrichtingen met privéfondsen en/of aan te wenden voor privéverrichtingen van aandeelhouders, medewerkers of bestuurders;
2° de diamanthandelaar verricht geen transacties in andere vreemde munten, met uitzondering van betalingen in Amerikaanse dollar onder de voorwaarden en de nadere regels vermeld in dit besluit.
§ 6. De diamanthandelaar is onderworpen aan maatregelen die toelaten of faciliteren om een bestendige waakzaamheid uit te voeren gerelateerd aan de zakenrelaties en transacties, wat met name het volgende inhoudt:
de diamanthandelaar garandeert per transactie de volledige traceerbaarheid van de onderliggende goederenstroom en verstrekt daartoe alle informatie die de basisbankdienst-aanbieder opvraagt.
De basisbankdienst-aanbieder kan de volgende documenten opvragen van de diamanthandelaar, dewelke de diamanthandelaar onmiddellijk ter beschikking stelt:
1° identificatiedocumenten van de cliënten en/of leveranciers van de diamanthandelaar, tenzij deze cliënten of leveranciers Belgisch geregistreerde diamanthandelaren zijn welke terug te vinden zijn via de website www.registereddiamondcompanies.be;
2° kopie van de verkoop- of aankoopfactuur van diamanten en/of andere documenten die de transactie staven;
3° voor transacties met derde landen in ruwe diamant een gevalideerde kopie van het Kimberley Process Certificaat, zoals bedoeld in artikel 2, d) van de verordening (EG) nr. 2368/2002, afgestempeld door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie.
Art. 11. § 1er. Sans préjudice du respect de l'article 10, les commerçants en diamants, visés à l'article 169, § 3, de la loi-programme du 2 août 2002, sont soumis à des mesures de réduction des risques supplémentaires spécifiques.
Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si le commerçant en diamants ne remplit pas les conditions figurant aux paragraphes 2 à 6 ou ne fournit pas les informations visées aux paragraphes 2 à 6.
§ 2. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures relatives à l'identification et à la vérification de l'identité des clients, de leurs représentants et des bénéficiaires effectifs, ce qui implique notamment les éléments suivants :
1° le commerçant en diamants paie ses employés par virement bancaire. Cela constitue une exception à la décision 0406 de la Commission Paritaire 324 ;
2° le commerçant en diamants est un commerçant en diamants belge officiellement enregistré conformément à l'arrêté royal du 20 novembre 2019 portant des mesures relatives à la surveillance du secteur du diamant ;
3° le commerçant en diamants s'est conformé aux exigences en matière de licence telles que visées dans l'arrêté royal du 20 novembre 2019 portant des mesures relatives à la surveillance du secteur du diamant, au cours des cinq dernières années, ou au cours de la période de son existence si l'entreprise existe depuis moins de cinq ans ;
4° ni le commerçant en diamants en tant que personne morale, ni ses actionnaires, les membres de l'organe légal d'administration et les personnes en charge de la gestion effective n'ont fait l'objet d'une peine criminelle. Le commerçant en diamants fournit un extrait du casier judiciaire de la personne morale et, le cas échéant, des membres de l'organe légal d'administration et des personnes en charge de la gestion effective, datant de moins de trois mois ;
5° le commerçant en diamants fournit la preuve que ses clients ont fait l'objet d'une évaluation des risques spécifiques ;
6° afin de garantir le respect de la loi du 18 septembre 2017 ainsi que des sanctions et embargos, le commerçant en diamants présente une copie d'un certificat de participation à une formation anti-blanchiment agréée par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie durant laquelle les obligations des commerçants en diamants sont expliquées conformément à l'arrêté royal du 7 octobre 2013, datant de moins d'un an, au nom d'un responsable anti-blanchiment du commerçant en diamants, qui travaille toujours pour celui-ci au moment de la fourniture de ces informations, ainsi qu'une politique écrite de lutte contre le blanchiment d'argent, qui contient également une politique d'acceptation des clients, du commerçant en diamants et une copie du dernier rapport anti-blanchiment soumis au Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie ;
7° afin de garantir le respect des meilleures pratiques dans le secteur du diamant par le commerçant en diamants, celui-ci doit présenter un certificat de participation à une formation portant sur les " meilleures pratiques dans le secteur du diamant " datant de moins d'un an au nom de tous les employés du commerçant en diamants qui travaillent toujours pour celui-ci au moment de fournir ces informations.
§ 3. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures liées à l'identification des caractéristiques du client et de l'objet et de la nature de la relation d'affaires, ce qui implique notamment les éléments suivants :
1° le commerçant en diamants présente une attestation prouvant qu'il est suffisamment assuré dans le cadre de ses activités commerciales auprès d'une compagnie d'assurance de premier rang et/ou d'une compagnie spécialisée dans le secteur du diamant ;
2° le commerçant en diamants fournit un aperçu clair contenant des informations sur le type de commerce qu'il effectue ;
3° le commerçant en diamants indique clairement sur ses factures la classification de sa marchandise, ainsi que le nombre de carats, la valeur et, si possible, la qualité des diamants. Il confirme également sur sa facture que les diamants commercialisés ne sont pas des diamants de guerre au moyen de la clause suivante :
"The diamonds herein invoiced have been (sourced) purchased from legitimate sources not involved in funding conflict, in compliance with United Nations Resolutions and corresponding national laws (where the invoice is generated). The seller hereby guarantees that these diamonds are conflict free and confirms adherence to the WDC SoW Guidelines.";
"De hierbij gefactureerde diamanten zijn (afkomstig) verkregen uit legitieme bronnen, derhalve niet betrokken bij de financiering van conflicten en zijn in overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en overeenkomstige nationale wetten (waar de factuur wordt gegenereerd). De verkoper garandeert hierbij dat deze diamanten conflictvrij zijn en bevestigt de naleving van de WDC SoW-richtlijnen.";
" Les diamants facturés par la présente sont (originaires) obtenus de sources légitimes, ne sont donc pas impliqués dans le financement de conflits et sont conformes aux résolutions des Nations Unies et aux lois nationales correspondantes (où la facture est générée). Le vendeur garantit par la présente que ces diamants sont sans conflit et confirme la conformité avec les directives du WDC SoW. " ;
4° le commerçant en diamants fournit un exemplaire signé du " Diamond Terminology Guideline " et déclare par écrit qu'il utilise la terminologie correcte sur ses factures et autres documents pour distinguer les diamants des diamants synthétiques.
§ 4. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures destinées à réduire les risques liés aux caractéristiques du client, qui sont notamment les suivantes :
1° le commerçant en diamants n'a pas émis de lettres de change faisant l'objet d'un protêt et n'a pas été impliqué dans une quelconque faillite ;
2° le commerçant en diamants est membre d'une bourse aux diamants agréée figurant à l'annexe V du règlement (CE) n° 2368/2002 et fournit une copie de la carte de membre de cette bourse.
§ 5. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures destinées à réduire les facteurs de risque liés aux caractéristiques du type de services de paiement fournis, qui sont notamment les suivantes :
1° le commerçant en diamants s'engage à utiliser le compte de paiement exclusivement pour ses activités professionnelles en tant que commerçant en diamants et non pour d'autres activités professionnelles et/ou à ne pas l'utiliser pour des transactions avec des fonds privés et/ou ne pas à l'utiliser pour des transactions privées des actionnaires, des employés ou des administrateurs ;
2° le commerçant en diamants n'effectue pas d'opérations dans d'autres devises étrangères, à l'exception des paiements en dollars américains dans les conditions et modalités mentionnées dans le présent arrêté.
§ 6. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures permettant ou facilitant l'exercice d'une vigilance constante sur les relations d'affaires et les transactions, qui sont notamment les suivantes :
le commerçant en diamants garantit, pour chaque transaction, la traçabilité complète du flux de marchandises sous-jacent et fournit à cette fin toutes les informations demandées par le prestataire du service bancaire de base.
Le prestataire du service bancaire de base peut demander au commerçant en diamants les documents suivants, qu'il doit fournir immédiatement :
1° les documents d'identification des clients et/ou des fournisseurs du commerçant en diamants, à moins que ces clients ou fournisseurs ne soient des commerçants en diamants belges enregistrés qui peuvent être trouvés sur le site web www.registereddiamondcompanies.be ;
2° copie de l'acte de vente ou d'achat des diamants et/ou autres documents justifiant la transaction ;
3° pour les transactions de diamants bruts avec des pays tiers, une copie validée du certificat du processus de Kimberley, tel que visé à l'article 2, d), du règlement (CE) n° 2368/2002, estampillé par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si le commerçant en diamants ne remplit pas les conditions figurant aux paragraphes 2 à 6 ou ne fournit pas les informations visées aux paragraphes 2 à 6.
§ 2. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures relatives à l'identification et à la vérification de l'identité des clients, de leurs représentants et des bénéficiaires effectifs, ce qui implique notamment les éléments suivants :
1° le commerçant en diamants paie ses employés par virement bancaire. Cela constitue une exception à la décision 0406 de la Commission Paritaire 324 ;
2° le commerçant en diamants est un commerçant en diamants belge officiellement enregistré conformément à l'arrêté royal du 20 novembre 2019 portant des mesures relatives à la surveillance du secteur du diamant ;
3° le commerçant en diamants s'est conformé aux exigences en matière de licence telles que visées dans l'arrêté royal du 20 novembre 2019 portant des mesures relatives à la surveillance du secteur du diamant, au cours des cinq dernières années, ou au cours de la période de son existence si l'entreprise existe depuis moins de cinq ans ;
4° ni le commerçant en diamants en tant que personne morale, ni ses actionnaires, les membres de l'organe légal d'administration et les personnes en charge de la gestion effective n'ont fait l'objet d'une peine criminelle. Le commerçant en diamants fournit un extrait du casier judiciaire de la personne morale et, le cas échéant, des membres de l'organe légal d'administration et des personnes en charge de la gestion effective, datant de moins de trois mois ;
5° le commerçant en diamants fournit la preuve que ses clients ont fait l'objet d'une évaluation des risques spécifiques ;
6° afin de garantir le respect de la loi du 18 septembre 2017 ainsi que des sanctions et embargos, le commerçant en diamants présente une copie d'un certificat de participation à une formation anti-blanchiment agréée par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie durant laquelle les obligations des commerçants en diamants sont expliquées conformément à l'arrêté royal du 7 octobre 2013, datant de moins d'un an, au nom d'un responsable anti-blanchiment du commerçant en diamants, qui travaille toujours pour celui-ci au moment de la fourniture de ces informations, ainsi qu'une politique écrite de lutte contre le blanchiment d'argent, qui contient également une politique d'acceptation des clients, du commerçant en diamants et une copie du dernier rapport anti-blanchiment soumis au Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie ;
7° afin de garantir le respect des meilleures pratiques dans le secteur du diamant par le commerçant en diamants, celui-ci doit présenter un certificat de participation à une formation portant sur les " meilleures pratiques dans le secteur du diamant " datant de moins d'un an au nom de tous les employés du commerçant en diamants qui travaillent toujours pour celui-ci au moment de fournir ces informations.
§ 3. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures liées à l'identification des caractéristiques du client et de l'objet et de la nature de la relation d'affaires, ce qui implique notamment les éléments suivants :
1° le commerçant en diamants présente une attestation prouvant qu'il est suffisamment assuré dans le cadre de ses activités commerciales auprès d'une compagnie d'assurance de premier rang et/ou d'une compagnie spécialisée dans le secteur du diamant ;
2° le commerçant en diamants fournit un aperçu clair contenant des informations sur le type de commerce qu'il effectue ;
3° le commerçant en diamants indique clairement sur ses factures la classification de sa marchandise, ainsi que le nombre de carats, la valeur et, si possible, la qualité des diamants. Il confirme également sur sa facture que les diamants commercialisés ne sont pas des diamants de guerre au moyen de la clause suivante :
"The diamonds herein invoiced have been (sourced) purchased from legitimate sources not involved in funding conflict, in compliance with United Nations Resolutions and corresponding national laws (where the invoice is generated). The seller hereby guarantees that these diamonds are conflict free and confirms adherence to the WDC SoW Guidelines.";
"De hierbij gefactureerde diamanten zijn (afkomstig) verkregen uit legitieme bronnen, derhalve niet betrokken bij de financiering van conflicten en zijn in overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en overeenkomstige nationale wetten (waar de factuur wordt gegenereerd). De verkoper garandeert hierbij dat deze diamanten conflictvrij zijn en bevestigt de naleving van de WDC SoW-richtlijnen.";
" Les diamants facturés par la présente sont (originaires) obtenus de sources légitimes, ne sont donc pas impliqués dans le financement de conflits et sont conformes aux résolutions des Nations Unies et aux lois nationales correspondantes (où la facture est générée). Le vendeur garantit par la présente que ces diamants sont sans conflit et confirme la conformité avec les directives du WDC SoW. " ;
4° le commerçant en diamants fournit un exemplaire signé du " Diamond Terminology Guideline " et déclare par écrit qu'il utilise la terminologie correcte sur ses factures et autres documents pour distinguer les diamants des diamants synthétiques.
§ 4. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures destinées à réduire les risques liés aux caractéristiques du client, qui sont notamment les suivantes :
1° le commerçant en diamants n'a pas émis de lettres de change faisant l'objet d'un protêt et n'a pas été impliqué dans une quelconque faillite ;
2° le commerçant en diamants est membre d'une bourse aux diamants agréée figurant à l'annexe V du règlement (CE) n° 2368/2002 et fournit une copie de la carte de membre de cette bourse.
§ 5. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures destinées à réduire les facteurs de risque liés aux caractéristiques du type de services de paiement fournis, qui sont notamment les suivantes :
1° le commerçant en diamants s'engage à utiliser le compte de paiement exclusivement pour ses activités professionnelles en tant que commerçant en diamants et non pour d'autres activités professionnelles et/ou à ne pas l'utiliser pour des transactions avec des fonds privés et/ou ne pas à l'utiliser pour des transactions privées des actionnaires, des employés ou des administrateurs ;
2° le commerçant en diamants n'effectue pas d'opérations dans d'autres devises étrangères, à l'exception des paiements en dollars américains dans les conditions et modalités mentionnées dans le présent arrêté.
§ 6. Le commerçant en diamants est soumis à des mesures permettant ou facilitant l'exercice d'une vigilance constante sur les relations d'affaires et les transactions, qui sont notamment les suivantes :
le commerçant en diamants garantit, pour chaque transaction, la traçabilité complète du flux de marchandises sous-jacent et fournit à cette fin toutes les informations demandées par le prestataire du service bancaire de base.
Le prestataire du service bancaire de base peut demander au commerçant en diamants les documents suivants, qu'il doit fournir immédiatement :
1° les documents d'identification des clients et/ou des fournisseurs du commerçant en diamants, à moins que ces clients ou fournisseurs ne soient des commerçants en diamants belges enregistrés qui peuvent être trouvés sur le site web www.registereddiamondcompanies.be ;
2° copie de l'acte de vente ou d'achat des diamants et/ou autres documents justifiant la transaction ;
3° pour les transactions de diamants bruts avec des pays tiers, une copie validée du certificat du processus de Kimberley, tel que visé à l'article 2, d), du règlement (CE) n° 2368/2002, estampillé par le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie.
HOOFDSTUK 4. - Beperkingen nodig om risico's verbonden aan het gebruik van contanten te beperken
CHAPITRE 4. - Restrictions nécessaires pour limiter les risques liés à l'utilisation de l'argent liquide
Art. 12. De betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a) en b), van het Wetboek van economisch recht worden door de basisbankdienst-aanbieder slechts aangeboden aan de onderneming voor zover:
1° de onderneming transparantie biedt over:
a) de grootorde van het gebruik van contanten;
b) verantwoording van het gebruik van contanten en conformiteit aan het profiel en de activiteit van de onderneming;
2° het opnemen van contanten van een betaalrekening beperkt is tot een bedrag dat, rekening houdend met het profiel van de onderneming, strikt noodzakelijk is om courante betalingen voor dagelijkse behoeften contant te kunnen betalen wanneer een elektronische betaling niet mogelijk blijkt;
3° de onderneming haar cliënteel steeds de mogelijkheid biedt een elektronische betaling te verrichten;
4° de diamanthandelaar geen contanten gebruikt voor de aan- of verkoop van diamanten.
1° de onderneming transparantie biedt over:
a) de grootorde van het gebruik van contanten;
b) verantwoording van het gebruik van contanten en conformiteit aan het profiel en de activiteit van de onderneming;
2° het opnemen van contanten van een betaalrekening beperkt is tot een bedrag dat, rekening houdend met het profiel van de onderneming, strikt noodzakelijk is om courante betalingen voor dagelijkse behoeften contant te kunnen betalen wanneer een elektronische betaling niet mogelijk blijkt;
3° de onderneming haar cliënteel steeds de mogelijkheid biedt een elektronische betaling te verrichten;
4° de diamanthandelaar geen contanten gebruikt voor de aan- of verkoop van diamanten.
Art. 12. Les services de paiement visés à l'article I.9, 1°, a) et b), du Code de droit économique, ne sont proposés par le prestataire du service bancaire de base à l'entreprise que dans la mesure où :
1° l'entreprise assure la transparence quant à :
a) l'ordre de grandeur de l'utilisation de l'argent liquide ;
b) la justification de l'utilisation de l'argent liquide et la conformité avec le profil et l'activité de l'entreprise ;
2° les retraits d'espèces d'un compte de paiement sont limités à un montant qui, compte tenu du profil de l'entreprise, est strictement nécessaire pour pouvoir payer en espèces les besoins quotidiens, lorsqu'un paiement électronique n'est pas possible ;
3° l'entreprise offre toujours à ses clients la possibilité d'effectuer un paiement électronique ;
4° le commerçant en diamants n'utilise pas d'argent liquide pour l'achat ou la vente de diamants.
1° l'entreprise assure la transparence quant à :
a) l'ordre de grandeur de l'utilisation de l'argent liquide ;
b) la justification de l'utilisation de l'argent liquide et la conformité avec le profil et l'activité de l'entreprise ;
2° les retraits d'espèces d'un compte de paiement sont limités à un montant qui, compte tenu du profil de l'entreprise, est strictement nécessaire pour pouvoir payer en espèces les besoins quotidiens, lorsqu'un paiement électronique n'est pas possible ;
3° l'entreprise offre toujours à ses clients la possibilité d'effectuer un paiement électronique ;
4° le commerçant en diamants n'utilise pas d'argent liquide pour l'achat ou la vente de diamants.
Art. 13. De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 12 of de informatie bedoeld in artikel 12 niet verstrekt.
Art. 13. Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si l'entreprise ne remplit pas les conditions figurant à l'article 12 ou ne fournit pas les informations visées à l'article 12.
HOOFDSTUK 5. - Bijkomende voorwaarden voor verrichtingen in Amerikaanse dollar [1 of andere valuta]1
CHAPITRE 5. - Conditions supplémentaires pour les transactions en dollars américains [1 ou d'autres devises]1
Art. 14. [1 Wanneer de basisbankdienst betalingsdiensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), van het Wetboek van economisch recht in Amerikaanse dollar of andere valuta omvat, voldoet de aanvragende onderneming aan volgende bijkomende voorwaarden:
1° de onderneming toont aan dat de Amerikaanse dollar of andere valuta de functionele valuta is van de onderneming;
2° een transactie in Amerikaanse dollar of andere valuta kan worden onderworpen aan een voorafgaandelijke goedkeuring van een hoger leidinggevend personeel van de basisbankdienst-aanbieder als bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 18 september 2017;
3° de onderneming documenteert precies en nauwkeurig de legitimiteit van elke transactie in Amerikaanse dollar of andere valuta;
4° de transacties blijven beperkt tot de betalingsdiensten zoals bedoeld in artikel I.9, 1°, c), van het Wetboek van economisch recht.]1
[1 Wanneer het verlenen van verrichtingen in Amerikaanse dollar of andere valuta onverenigbaar is met de vereisten opgelegd door een correspondentinstelling in de zin van artikel 4, 34°, a) en b), van de wet van 18 september 2017 van de basisbankdienst-aanbieder zal deze betalingsdienst in Amerikaanse dollar of andere valuta niet of niet langer aangeboden worden door de basisbankdienst-aanbieder die zijn beslissing op onderbouwde wijze rechtvaardigt.]1
1° de onderneming toont aan dat de Amerikaanse dollar of andere valuta de functionele valuta is van de onderneming;
2° een transactie in Amerikaanse dollar of andere valuta kan worden onderworpen aan een voorafgaandelijke goedkeuring van een hoger leidinggevend personeel van de basisbankdienst-aanbieder als bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 18 september 2017;
3° de onderneming documenteert precies en nauwkeurig de legitimiteit van elke transactie in Amerikaanse dollar of andere valuta;
4° de transacties blijven beperkt tot de betalingsdiensten zoals bedoeld in artikel I.9, 1°, c), van het Wetboek van economisch recht.]1
[1 Wanneer het verlenen van verrichtingen in Amerikaanse dollar of andere valuta onverenigbaar is met de vereisten opgelegd door een correspondentinstelling in de zin van artikel 4, 34°, a) en b), van de wet van 18 september 2017 van de basisbankdienst-aanbieder zal deze betalingsdienst in Amerikaanse dollar of andere valuta niet of niet langer aangeboden worden door de basisbankdienst-aanbieder die zijn beslissing op onderbouwde wijze rechtvaardigt.]1
Modifications
Art. 14. [1 Si le service bancaire de base comprend des services de paiement tels que visés à l'article I.9, 1°, c), du Code de droit économique en dollars américains ou autre devise, l'entreprise demandeuse remplit les conditions supplémentaires suivantes :
1° l'entreprise démontre que le dollar américain ou autre devise est la monnaie fonctionnelle de l'entreprise ;
2° la réalisation d'une opération en dollars américains ou autre devise peut être subordonnée à l'autorisation préalable d'un membre d'un niveau élevé de la hiérarchie du prestataire de service bancaire de base visé à l'article 4, 31°, de la loi du 18 septembre 2017 ;
3° l'entreprise documente de manière précise et exacte la légitimité de chaque transaction en dollars américains ou autre devise ;
4° les transactions sont limitées aux services de paiement tels que visés à l'article I.9, 1°, c), du Code de droit économique.]1
[1 Lorsque la fourniture d'opérations en dollars américains ou autre devise est incompatible avec les obligations imposées par un établissement correspondant au sens de l'article 4, 34°, a) et b), de la loi du 18 septembre 2017 du prestataire du service bancaire de base, ce service de paiement en dollars américains ou autre devise n'est plus fourni par le prestataire du service bancaire de base qui justifie sa décision de manière documentée.]1
1° l'entreprise démontre que le dollar américain ou autre devise est la monnaie fonctionnelle de l'entreprise ;
2° la réalisation d'une opération en dollars américains ou autre devise peut être subordonnée à l'autorisation préalable d'un membre d'un niveau élevé de la hiérarchie du prestataire de service bancaire de base visé à l'article 4, 31°, de la loi du 18 septembre 2017 ;
3° l'entreprise documente de manière précise et exacte la légitimité de chaque transaction en dollars américains ou autre devise ;
4° les transactions sont limitées aux services de paiement tels que visés à l'article I.9, 1°, c), du Code de droit économique.]1
[1 Lorsque la fourniture d'opérations en dollars américains ou autre devise est incompatible avec les obligations imposées par un établissement correspondant au sens de l'article 4, 34°, a) et b), de la loi du 18 septembre 2017 du prestataire du service bancaire de base, ce service de paiement en dollars américains ou autre devise n'est plus fourni par le prestataire du service bancaire de base qui justifie sa décision de manière documentée.]1
Modifications
Art. 15. De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren of opzeggen indien de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 14 of de informatie bedoeld in artikel 14 niet verstrekt.
Art. 15. Le prestataire du service bancaire de base peut refuser ou résilier le service bancaire de base si l'entreprise ne remplit pas les conditions figurant à l'article 14 ou ne fournit pas les informations visées à l'article 14.
HOOFDSTUK 6. - De vermeldingen op het aanvraagformulier en de erbij te voegen stukken
CHAPITRE 6. - Mentions figurant dans le formulaire de demande et les pièces à y annexer
Art. 16. Naast de documenten bedoeld in artikel VII.59/5, tweede en derde lid, van het Wetboek van economisch recht, wordt het volgende vermeld op het aanvraagformulier:
1° de naam van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
2° in voorkomend geval de rechtsvorm van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
3° het adres van de hoofdzetel van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
4° het ondernemingsnummer van de aanvragende onderneming of een bewijs van een aanvraag van inschrijving bij de Kruispuntbank van ondernemingen;
5° in voorkomend geval de naam en hoedanigheid van de vertegenwoordiger(s) van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
6° het e-mailadres en het telefoonnummer waarop de aanvragende onderneming of diplomatieke zending bereikt kan worden;
7° de modaliteiten waarvan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending gebruik wil maken.
Het aanvraagformulier bevat eveneens de mededeling dat de verwerking van persoonsgegevens door derden wordt geregeld in een protocol gesloten tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de derden.
1° de naam van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
2° in voorkomend geval de rechtsvorm van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
3° het adres van de hoofdzetel van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
4° het ondernemingsnummer van de aanvragende onderneming of een bewijs van een aanvraag van inschrijving bij de Kruispuntbank van ondernemingen;
5° in voorkomend geval de naam en hoedanigheid van de vertegenwoordiger(s) van de aanvragende onderneming of diplomatieke zending;
6° het e-mailadres en het telefoonnummer waarop de aanvragende onderneming of diplomatieke zending bereikt kan worden;
7° de modaliteiten waarvan de aanvragende onderneming of diplomatieke zending gebruik wil maken.
Het aanvraagformulier bevat eveneens de mededeling dat de verwerking van persoonsgegevens door derden wordt geregeld in een protocol gesloten tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de derden.
Art. 16. Outre les documents visés à l'article VII.59/5, alinéas 2 et 3, du Code de droit économique, le formulaire de demande comporte les mentions suivantes :
1° le nom de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
2° la forme juridique de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
3° l'adresse du siège social de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
4° le numéro d'entreprise de l'entreprise demandeuse ou un justificatif d'une demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
5° le cas échéant, le nom et la qualité du ou des représentant(s) de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
6° l'adresse électronique et le numéro de téléphone à laquelle l'entreprise ou la mission diplomatique demandeuse peut être contactée ;
7° les modalités que l'entreprise ou la mission diplomatique demandeuse souhaite utiliser.
Le formulaire de demande comprend également une déclaration selon laquelle le traitement des données à caractère personnel effectué par des tiers est régi par un protocole conclu entre le responsable du traitement et les tiers.
1° le nom de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
2° la forme juridique de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
3° l'adresse du siège social de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
4° le numéro d'entreprise de l'entreprise demandeuse ou un justificatif d'une demande d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
5° le cas échéant, le nom et la qualité du ou des représentant(s) de l'entreprise ou de la mission diplomatique demandeuse ;
6° l'adresse électronique et le numéro de téléphone à laquelle l'entreprise ou la mission diplomatique demandeuse peut être contactée ;
7° les modalités que l'entreprise ou la mission diplomatique demandeuse souhaite utiliser.
Le formulaire de demande comprend également une déclaration selon laquelle le traitement des données à caractère personnel effectué par des tiers est régi par un protocole conclu entre le responsable du traitement et les tiers.
HOOFDSTUK 7. - Werkingskosten van de basisbankdienst-kamer
CHAPITRE 7. - Frais de fonctionnement de la chambre du service bancaire de base
Art. 17. De bijdragen worden betaald door de kredietinstellingen als bedoeld in artikel VII.59/11, eerste lid, van het Wetboek economisch recht, die minstens 0,1 procent marktaandeel bezitten.
De werkingskosten bestaan uit de personeelskosten, de kosten voor het ontwikkelen en beheren van de informaticasystemen en de kosten voor de experten en permanente leden als bedoeld in artikel 4, 2°.
De werkingskosten bestaan uit de personeelskosten, de kosten voor het ontwikkelen en beheren van de informaticasystemen en de kosten voor de experten en permanente leden als bedoeld in artikel 4, 2°.
Art. 17. Les contributions sont payées par les établissements de crédit tels que visés à l'article VII.59/11, alinéa 1er, du Code de droit économique, qui possèdent au moins 0,1 pourcent de part de marché.
Les frais de fonctionnement comprennent les frais de personnel, les frais de développement et de gestion des systèmes informatiques et les frais des experts et des membres permanents visés à l'article 4, 2°.
Les frais de fonctionnement comprennent les frais de personnel, les frais de développement et de gestion des systèmes informatiques et les frais des experts et des membres permanents visés à l'article 4, 2°.
Art. 18. Het bedrag van de bijdrage wordt omgeslagen over alle kredietinstellingen als bedoeld in artikel 17 naar verhouding van hun marktaandeel.
Art. 18. Le montant de la contribution est réparti entre tous les établissements de crédit visés à l'article 17 au prorata de leur part de marché.
HOOFDSTUK 8. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions transitoires et finales
Art. 19. In het jaar van de inwerkingtreding van dit besluit wordt het bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 18 vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de teller het aantal maanden van het kalenderjaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld.
Art. 19. L'année de l'entrée en vigueur du présent arrêté, le montant de la contribution visé à l'article 18 est multiplié par une fraction dont le dénominateur est douze et le numérateur est le nombre de mois de l'année civile à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté, chaque mois commencé comptant pour un mois complet.
Art. 20. De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions est chargés de l'exécution du présent arrêté.