Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 JULI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over de rijopleiding en de rijexamens
Titre
2 JUILLET 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêts relatifs à la formation à la conduite et aux examens de conduite
Informations sur le document
Numac: 2021032297
Datum: 2021-07-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021032297
Date: 2021-07-02
Moniteur: Voir
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 23 mars 1998 relatif au permis de conduire
Artikel 1. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 januari 2019, worden een punt 14° tot en met 18° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "14° audiovertaling: het vertaalhulpsysteem waarbij voor de vragen en de antwoordmogelijkheden die in het Nederlands op het scherm verschijnen en door middel van geluidsondersteuning in het Nederlands worden voorgelezen, bijkomend een vertaling in het Frans, Duits of Engels wordt voorgelezen, die een beëdigd vertaler heeft gemaakt;
  15° onregelmatigheid: een van de volgende gedragingen:
  a) elk gedrag waarmee de orde wordt verstoord;
  b) elke vorm van fraude of poging tot fraude;
  c) elke vorm van verbale of fysieke agressie ten aanzien van zaken of personen voor, tijdens of na het theoretische of het praktische examen;
  d) de niet-naleving van richtlijnen of instructies die worden gegeven door examinatoren of medewerkers van het examencentrum;
  16° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  b) een aangetekende brief met ontvangstbewijs;
  17° werkdag: elke dag, uitgezonderd zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen als vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;
  18° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).".
Article 1er. L'article 1 de l'arrêté royal du 23 mars 1998 relatif au permis de conduire, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 janvier 2019, est complété par les points 14° à 18°, rédigés comme suit :
  " 14° traduction audio : le système d'aide à la traduction par lequel, pour les questions et les options de réponse apparaissant à l'écran en néerlandais et lues en néerlandais au moyen d'un support sonore, une traduction en français, en allemand ou en anglais faite par un traducteur juré est en outre lue ;
  15° irrégularité : un des comportements suivants :
  a) tout comportement qui perturbe l'ordre ;
  b) toute forme de fraude ou de tentative de fraude ;
  c) toute forme d'agression verbale ou physique envers des objets ou des personnes avant, pendant ou après l'examen théorique ou pratique ;
  d) le non-respect des directives ou instructions données par les examinateurs ou collaborateurs du centre d'examen ;
  16° envoi sécurisé : un des modes de notification suivants :
  a) une remise contre récépissé ;
  b) une lettre recommandée avec accusé de réception ;
  17° jour ouvrable : chaque jour, excepté les samedis, dimanches et jours fériés légaux visés à l'article 1 de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés ;
  18° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). ".
Art. 2. In artikel 5, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 maart 2004, 15 juli 2004 en 28 april 2011, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de houders van een Europees of een buitenlands nationaal rijbewijs als vermeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, dat afgegeven is voor ten minste dezelfde categorie van voertuigen of voor een categorie die gelijkwaardig is aan die waarvoor de geldigverklaring gevraagd wordt, en dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 27, 2°, van dit besluit;".
Art. 2. A l'article 5, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 22 mars 2004, 15 juillet 2004 et 28 avril 2011, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° les titulaires d'un permis de conduire européen ou étranger visé à l'article 23, § 2, 1°, de la loi, qui a été délivré pour au moins la même catégorie de véhicules ou pour une catégorie équivalente à celle pour laquelle la validation est demandée, et qui remplit les conditions visées à l'article 27, 2°, du présent arrêté ; ".
Art. 3. In artikel 15, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 2006, 1 september 2006, 28 april 2011 en 8 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) voor de kandidaat die twee keer niet geslaagd is voor het praktische examen voor categorie B, vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B;";
  2° aan punt 3° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "d) voor de houder van een voorlopig rijbewijs B als vermeld in artikel 3, 4 en artikel 5/1, § 1/1, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, waarvan de geldigheid verstreken is;";
  3° in punt 6° wordt tussen de woorden "zoals bedoeld in" en de woorden "het koninklijk besluit" de zinsnede "artikel 4 van" ingevoegd.
Art. 3. A l'article 15, alinéa deux, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 10 juillet 2006, 1 septembre 2006, 28 avril 2011 et 8 janvier 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) pour le candidat qui a échoué à deux reprises à l'examen pratique de la catégorie B, visée à l'article 9 de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B ; " ;
  2° au point 3°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
  " d) pour le titulaire d'un permis de conduire B provisoire tel que visé aux articles 3, 4 et à l'article 5/1, § 1/1, de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B, dont la validité a expiré ; " ;
  3° au point 6°, le membre de phrase " l'article 4 de " est inséré entre les mots " visé à " et les mots " l'arrêté royal ".
Art. 4. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 september 2006, 4 mei 2007 en 30 augustus 2008 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. De instellingen die instaan voor het afnemen van examens om een rijbewijs te behalen, delen de informatie die vermeld is in de documenten die ze afgegeven aan kandidaten, elektronisch mee aan het Departement. Het Departement bepaalt de modaliteiten daarvoor en bepaalt de vorm waarin de informatie wordt opgesteld en aan het Departement wordt bezorgd.".
Art. 4. A l'article 25 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 1 septembre 2006, 4 mai 2007 et 30 août 2008 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Les institutions chargées d'organiser les examens pour l'obtention d'un permis de conduire communiquent au Département, par voie électronique, les informations contenues dans les documents qu'ils délivrent aux candidats. Le Département fixe les modalités à cet effet et détermine la forme dans laquelle les informations doivent être rédigées et transmises au Département. ".
Art. 5. In artikel 26bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:
  "1° programma A voor categorieën A1, A2 en A;
  2° programma B voor categorieën AM, B, B+E en G;";
  2° aan paragraaf 1 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De examinatoren die tussen 1 mei 2013 en 1 augustus 2021 het basisopleidingsprogramma B hebben gevolgd, kunnen examens voor de categorie AM afnemen als zij een bijscholing volgen die zich richt op het verkrijgen van de kennis en vaardigheden beschreven onder de punten B en C van bijlage 19, specifiek voor de categorie AM. De bijscholing wordt gegeven door de opleidingscentra erkend door de Vlaamse minister of zijn gemachtigde.".
Art. 5. A l'article 26bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 28 avril 2011 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, alinéa deux, les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° programme A pour les catégories A1, A2 et A ;
  2° programme B pour les catégories AM, B, B+E et G ; " ;
  2° au paragraphe 1, il est ajouté un alinéa cinq, rédigé comme suit :
  " Les examinateurs qui ont suivi le programme de formation de base B entre le 1 mai 2013 et le 1 août 2021 peuvent faire passer des examens pour la catégorie AM s'ils suivent un recyclage visant à acquérir les connaissances et aptitudes décrites aux points B et C de l'annexe 19, spécifiquement pour la catégorie AM. Le recyclage est dispensé par des centres de formation reconnus par le ministre flamand ou son mandataire. ".
Art. 6. In artikel 32 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "een van de documenten voor die opgesomd zijn in artikel 3, § 1" vervangen door de zinsnede "een bewijs voor dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1";
  2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De kandidaat die wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het afleggen van een examen, mag gedurende de periode waarin hij uitgesloten is, niet worden toegelaten tot het theoretische examen.";
  3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, kan het theoretische examen met behulp van een audiovertaling afleggen.";
  4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Kandidaten hebben recht op redelijke aanpassingen waarin het examencentrum voorziet. Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die het examencentrum aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.";
  5° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "Deze examens mogen" vervangen door de zinsnede "In het geval, vermeld in het tweede lid, mogen de examens";
  6° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of idioom" opgeheven;
  7° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Als de kandidaat een onregelmatigheid begaat, wordt de evaluatie opgeschort en wordt hij onmiddellijk uit de zaal verwijderd.".
Art. 6. A l'article 32 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le membre de phrase " un des documents énumérés à l'article 3, § 1 " est remplacé par le membre de phrase " la preuve qu'il remplit l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 " ;
  2° au paragraphe 2, il est ajouté un alinéa deux rédigé comme suit :
  " Le candidat qui a été exclu de l'examen en raison d'une irrégularité ne peut être admis à l'examen théorique pendant la période d'exclusion. " ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Un candidat qui ne comprend pas le néerlandais peut passer l'examen théorique en utilisant une traduction audio. " ;
  4° au paragraphe 3, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les candidats ont droit à des ajustements raisonnables fournis par le centre d'examen. Les candidats présentant un handicap auditif, à savoir les candidats sourds ou malentendants, peuvent être assistés d'un interprète assermenté en langue des signes désigné par le centre d'examen, sans préjudice de l'application éventuelle de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille L'interprète ne peut exercer d'emploi dans une école de conduite agréée ou dispenser de quelque manière que ce soit des leçons de conduite professionnelles. " ;
  5° au paragraphe 3, alinéa trois, les mots " Ces examens peuvent " sont remplacés par le membre de phrase " Dans le cas visé à l'alinéa deux, les examens peuvent " ;
  6° au paragraphe 3, alinéa trois, les mots " ou idiome " sont abrogés ;
  7° au paragraphe 4, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Si le candidat commet une irrégularité, l'évaluation sera suspendue et il sera immédiatement expulsé de la salle. ".
Art. 7. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die voldoet aan al de volgende voorwaarden, kan tot het praktische examen worden toegelaten:
  1° de kandidaat is sinds minder dan drie jaar geslaagd voor het theoretische examen of is daarvan vrijgesteld;
  2° de kandidaat heeft de minimumleeftijd voor het behalen van een rijbewijs, vermeld in artikel 18 en 19, bereikt;
  3° de kandidaat is niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten van het afleggen van een examen;
  4° de kandidaat biedt zich aan met een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur die niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen.".
Art. 7. A l'article 34 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 2006, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Un candidat qui remplit toutes les conditions suivantes peut être admis à l'examen pratique :
  1° le candidat doit avoir réussi l'examen théorique depuis moins de trois ans, ou il en est dispensé ;
  2° le candidat a atteint l'âge minimum requis pour l'obtention d'un permis de conduire, visé aux articles 18 et 19 ;
  3° le candidat n'a pas été exclu de la participation à un examen en raison d'une irrégularité ;
  4° le candidat se présente avec un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire qui n'est pas exclu de l'accompagnement des candidats lors d'un examen en raison d'une irrégularité. ".
Art. 8. In artikel 35 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;";
  2° in punt 2° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
  "a) het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.
  Met uitzondering van de kandidaat voor een rijbewijs voor categorie G legt de kandidaat hetzij een getuigschrift van praktisch onderricht voor dat afgegeven is door een rijschool, hetzij het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing.
  De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid;";
  3° in punt 4° wordt de zinsnede "behalve wanneer het gaat om een voertuig van de categorie AM," opgeheven;
  4° punt 6° wordt opgeheven;
  5° in punt 8° wordt de zinsnede "het document bedoeld in artikel 3, § 1 waarvan de begeleider of de bestuurder houder is" vervangen door de zinsnede "een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1".
Art. 8. A l'article 35 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 15 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ; " ;
  2° au point 2°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) la preuve que le candidat a réussi l'examen théorique de la catégorie pour laquelle il se présente à l'examen pratique ou qu'il en est dispensé.
  A l'exception du candidat au permis de conduire de la catégorie G, le candidat doit présenter soit un certificat de formation pratique délivré par une école de conduite, soit une preuve de dispense de formation.
  En outre, le candidat présente la déclaration visée à l'article 41, § 1, le cas échéant, ainsi qu'un ou deux des attestations visées à l'article 41, §§ 2 et 3, ou à l'article 45, alinéa 2, selon le cas ; " ;
  3° au point 4°, le membre de phrase " sauf s'il s'agit d'un véhicule de la catégorie AM, " est abrogé ;
  4° le point 6° est abrogé ;
  5° au point 8°, le membre de phrase " le document visé à l'article 3, § 1 dont est titulaire le guide ou le conducteur " est remplacé par le membre de phrase " une preuve qu'il remplit l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ".
Art. 9. In artikel 35/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2013 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;";
  2° aan het eerste lid, 2°, a), worden de woorden "of het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing" toegevoegd;
  3° in het eerste lid, 2°, wordt punt b) opgeheven;
  4° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.
  De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid;";
  5° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;";
  6° aan het tweede lid, 2°, a), worden de woorden "of het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing" toegevoegd;
  7° in het tweede lid, 2°, wordt punt b) opgeheven;
  8° in het tweede lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.
  De kandidaat legt bovendien de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid.".
Art. 9. A L'article 35/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 8 janvier 2013 et modifié par l'arrêté royal du 15 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ; " ;
  2° au premier alinéa, 2°, a), les mots " ou la preuve qu'il est dispensé de formation " sont ajoutés ;
  3° au premier alinéa, 2°, le point b) est abrogé ;
  4° au premier alinéa, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° la preuve que le candidat a réussi l'examen théorique de la catégorie pour laquelle il se présente à l'examen pratique ou qu'il en est dispensé.
  En outre, le candidat présente la déclaration visée à l'article 41, § 1, le cas échéant, ainsi qu'un ou deux des attestations visées à l'article 41, §§ 2 et 3, ou à l'article 45, alinéa 2, selon le cas ; " ;
  5° à l'alinéa deux, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ; " ;
  6° aux deuxième alinéa, 2°, a), les mots " ou la preuve qu'il est dispensé de la formation " sont ajoutés ;
  7° à l'alinéa deux, 2°, le point b) est abrogé ;
  8° à l'alinéa deux, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° la preuve que le candidat a réussi l'examen théorique de la catégorie pour laquelle il se présente à l'examen pratique ou qu'il en est dispensé.
  En outre, le candidat présente la déclaration visée à l'article 41, § 1, le cas échéant, ainsi qu'un ou deux des attestations visées à l'article 41, §§ 2 et 3, ou à l'article 45, alinéa deux, selon le cas. ".
Art. 10. In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 maart 2004, 28 april 2011, 3 april 2013 en 15 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;";
  2° in punt 3° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
  "a) het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.
  De kandidaat legt bovendien het attest, vermeld in artikel 44, § 5, voor, behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor al een attest is voorgelegd om dat rijbewijs te behalen;";
  3° in punt 3° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) een getuigschrift van praktisch onderricht dat afgegeven is door een rijschool, het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing, of het attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de opleiding, vermeld in artikel 4, 4°, 5°, 7°, 8° of 15°, heeft gevolgd;";
  4° in punt 7° wordt de zinsnede "het document bedoeld in artikel 3, § 1 waarvan de begeleider houder is" vervangen door de zinsnede "een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1".
Art. 10. A l'article 36 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 22 mars 2004, 28 avril 2011, 3 avril 2013 et 15 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ; " ;
  2° au point 3°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) la preuve que le candidat a réussi l'examen théorique de la catégorie pour laquelle il se présente à l'examen pratique ou qu'il en est dispensé.
  En outre, le candidat présente l'attestation visée à l'article 44, § 5, à moins que le candidat ne soit titulaire d'un permis de conduire valable pour lequel une attestation a déjà été présentée en vue de l'obtention de ce permis de conduire ; " ;
  3° au point 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) un certificat d'enseignement pratique délivré par une école de conduite, la preuve de dispense de formation ou une attestation confirmant que le candidat a suivi la formation visée à l'article 4, 4°, 5°, 7°, 8° ou 15° ; " ;
  4° au point 7°, le membre de phrase " le document visé à l'article 3, § 1 dont est titulaire le guide " est remplacé par le membre de phrase " une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ".
Art. 11. In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 april 2011 en 3 april 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1;";
  2° in punt 2° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
  "a) het bewijs dat de kandidaat geslaagd is voor het theoretische examen van de categorie waarvoor hij het praktische examen aflegt, of dat hij daarvan vrijgesteld is.
  De kandidaat voor het rijbewijs voor categorie A1, A2, A, B of B+E legt de verklaring, vermeld in artikel 41, § 1, voor, in voorkomend geval samen met, naargelang het geval, een of twee van de attesten, vermeld in artikel 41, § 2 en § 3, of in artikel 45, tweede lid.
  De kandidaat voor het rijbewijs voor categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E legt het attest, vermeld in artikel 44, § 5, voor, behalve als hij houder is van een geldig rijbewijs waarvoor hij al een attest heeft voorgelegd om dat rijbewijs te behalen;";
  3° in punt 2° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) een getuigschrift van praktisch onderricht dat afgegeven is door een rijschool, het bewijs dat hij is vrijgesteld van scholing, of het attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de opleiding, vermeld in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° of 15°, heeft gevolgd;";
  4° in punt 8° wordt de zinsnede "het document bedoeld in artikel 3, § 1 van de begeleider of de bestuurder" vervangen door de zinsnede "een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1,".
Art. 11. A l'article 37 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 28 avril 2011 et 3 avril 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 ; " ;
  2° au point 2°, le point a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) la preuve que le candidat a réussi l'examen théorique de la catégorie pour laquelle il se présente à l'examen pratique ou qu'il en est dispensé.
  En outre, le candidat au permis de conduire pour la catégorie A1, A2, A, B ou B+E présente la déclaration visée à l'article 41, § 1, le cas échéant, ainsi qu'un ou deux des attestations visées à l'article 41, §§ 2 et 3, ou à l'article 45, alinéa deux, selon le cas.
  Le candidat au permis de conduire pour la catégorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D ou D+E présente l'attestation visée à l'article 44, § 5, à moins que le candidat ne soit titulaire d'un permis de conduire valable pour lequel une attestation a déjà été présentée en vue de l'obtention de ce permis de conduire ; " ;
  3° au point 2°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) un certificat d'enseignement pratique délivré par une école de conduite, la preuve de dispense de formation ou l'attestation confirmant que le candidat a suivi la formation visée à l'article 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9° ou 15° ; " ;
  4° au point 8°, le membre de phrase " le document visé à l'article 3, § 1er du guide ou du conducteur " est remplacé par le membre de phrase " une preuve qu'il remplit l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, ".
Art. 12. In artikel 39 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5, tweede lid, wordt tussen de woorden "of de begeleider" en de woorden "of indien de bestuurder" de zinsnede ", in geval van een onregelmatigheid van de kandidaat, de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur" ingevoegd;
  2° in paragraaf 8 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Kandidaten hebben recht op redelijke aanpassingen waarin het examencentrum voorziet. Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die het examencentrum aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.";
  3° aan paragraaf 8 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid kan een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, de proef gevaarherkenningstest tijdens het praktische examen voor categorie B met behulp van een audiovertaling afleggen.".
Art. 12. A l'article 39 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 5, deuxième alinéa, le membre de phrase " , en cas d'irrégularité de la part du candidat, du guide, de l'instructeur ou de l'instructeur-stagiaire " est inséré entre les mots " ou le guide " et les mots " ou si le conducteur " ;
  2° au paragraphe 8, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les candidats ont droit à des ajustements raisonnables fournis par le centre d'examen. Les candidats présentant un handicap auditif, à savoir les candidats sourds ou malentendants, peuvent être assistés d'un interprète assermenté en langue des signes désigné par le centre d'examen, sans préjudice de l'application éventuelle de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. L'interprète ne peut exercer d'emploi dans une école de conduite agréée ou dispenser de quelque manière que ce soit un enseignement professionnel de la conduite. " ;
  3° au paragraphe 8, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation au premier alinéa, le candidat qui ne comprend pas le néerlandais peut passer l'épreuve de reconnaissance des dangers lors de l'examen pratique de la catégorie B à l'aide d'une traduction audio. "
Art. 13. In titel III, hoofdstuk IV, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2020, wordt een afdeling V/1, die bestaat uit artikel 39/1 tot en met 39/3, ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling V/1. Onregelmatigheden
  Art. 39/1. Als de examinator of de medewerker van het examencentrum in het kader van het theoretische of het praktische examen meent dat er sprake is van een onregelmatigheid van de kandidaat of van de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat, schort hij de evaluatie van de kandidaat op tot op het moment dat er een beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid is genomen.
  De examinator of de medewerker van het examencentrum brengt de betrokkene op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.
  De betrokkene wordt onmiddellijk in zijn verdediging gehoord over de onregelmatigheid die hem wordt verweten. Als de betrokkene een minderjarige kandidaat is, is een van zijn ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is, aanwezig tijdens de hoorzitting.
  Nadat de betrokkene is gehoord of, als de betrokkene niet gehoord kon of wou worden, nadat de onmogelijkheid om de betrokkene te horen is vastgesteld, wordt onmiddellijk beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan.
  Naar aanleiding van de vastgestelde feiten wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin al de volgende onderdelen zijn opgenomen:
  1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de voogden;
  2° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het eerste en tweede lid;
  3° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het zevende lid;
  4° de gegevens van het theoretische of het praktische examen;
  5° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;
  6° een verslag van het horen;
  7° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;
  8° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.
  Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders of de voogden van de kandidaat bezorgd. Het examencentrum bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het Departement op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.
  Het horen van de betrokkene, het nemen van de beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid en de opmaak en de ondertekening van het proces-verbaal gebeurt, in alle onafhankelijkheid, door een andere medewerker van het examencentrum dan de medewerker, vermeld in het eerste en tweede lid.
  Als wordt beslist dat er sprake is van een onregelmatigheid, worden al de volgende maatregelen opgelegd:
  1° de kandidaat wordt uitgesteld voor het examen;
  2° de betrokkene wordt uitgesloten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra voor:
  a) drie maanden in de volgende gevallen:
  1) verstoring van de orde;
  2) het niet-naleven van richtlijnen of instructies die examinatoren of medewerkers van het examencentrum hebben gegeven;
  3) elke vorm van verbale agressie, met uitzondering van bedreigingen als vermeld in punt b);
  b) zes maanden in geval van bedreigingen of in geval van fysieke agressie tegen zaken;
  c) twaalf maanden in geval van een poging tot fraude of fraude of bij elke vorm van fysieke agressie tegen personen.
  De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, conform de procedure, vermeld in artikel 48.
  Art. 39/2. Als het Departement nadat de kandidaat het theoretische of het praktische examen heeft afgelegd, kennis krijgt van fraude of van een poging tot fraude door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat in het kader van dat examen, deelt het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat mee aan de betrokkene. Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde brengt de betrokkene daarbij op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde informeert de betrokkene in de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, over de mogelijkheid om met een aangetekende brief of op elektronische wijze een schriftelijk verweer te richten binnen dertig dagen na de datum van de kennisgeving, vermeld in het eerste lid.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan. Die beslissing wordt genomen binnen dertig dagen na de dag waarop het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde het schriftelijke verweer heeft ontvangen, of, als hij niet tijdig een schriftelijk verweer heeft ontvangen, binnen dertig dagen nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken, bij gebreke waaraan het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde wordt geacht af te zien van een maatregel.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde maakt naar aanleiding van de vastgestelde feiten een proces-verbaal op waarin al de volgende elementen worden vermeld:
  1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de voogden;
  2° de identificatiegegevens van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde;
  3° de gegevens van het theoretische of het praktische examen;
  4° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;
  5° een samenvatting van het schriftelijke verweer;
  6° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;
  7° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.
  Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt door het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, aan de ouders of de voogden van de kandidaat bezorgd. Het Departement bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het examencentrum waar het examen is afgelegd op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.
  De beslissing van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat er sprake is van een onregelmatigheid, heeft al de volgende gevolgen:
  1° het examen van de kandidaat wordt ongeldig verklaard;
  2° het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel voor het examen;
  3° de betrokkene wordt voor twaalf maanden uitgesloten van het afleggen van een examen of van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra.
  De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, conform de procedure, vermeld in artikel 48.
  Art. 39/3. Het examen dat wordt afgelegd na het examen waar een onregelmatigheid is vastgesteld maar vóór de datum van de beslissing tot uitsluiting wegens een onregelmatigheid, en het examen dat wordt afgelegd gedurende de periode waarin de kandidaat uitgesloten is van het afleggen van een examen wegens een onregelmatigheid, zijn ongeldig en het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel.".
Art. 13. Au titre III, chapitre IV, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2020, est insérée une section V/1, comprenant les articles 39/1 à 39/3, rédigée comme suit :
  " Section V/1. Irrégularités
  Art. 39/1. Si l'examinateur ou le collaborateur du centre d'examen estime, dans le cadre de l'examen théorique ou pratique, qu'une irrégularité a été commise par le candidat ou le guide, l'instructeur ou l'instructeur stagiaire du candidat, il suspendra l'évaluation du candidat jusqu'à ce qu'une décision ait été prise sur l'irrégularité constatée.
  L'examinateur ou le collaborateur du centre d'examen informe l'intéressé des informations factuelles pertinentes et de tout document prouvant l'irrégularité détectée.
  L'intéressé est immédiatement entendu en sa défense concernant l'irrégularité qui lui est reprochée. Si l'intéressé est un candidat mineur, l'un de ses parents ou le titulaire de l'autorité parentale est présent à l'audition.
  Après que l'intéressé a été entendu ou, s'il n'a pas pu ou voulu être entendu, après que l'impossibilité de l'entendre a été établie, il est immédiatement décidé si une irrégularité a été commise ou non.
  A la suite des faits établis, un procès-verbal est rédigé qui comprend tous les éléments suivants :
  1° les données de contact et les coordonnées, y compris le numéro de registre national de l'intéressé et, dans le cas d'un mineur, celui des parents ou des tuteurs ;
  2° les données d'identification du collaborateur du centre d'examen visées aux premier et deuxième alinéas ;
  3° les données d'identification du collaborateur du centre d'examen visées au septième alinéa ;
  4° les données de l'examen théorique ou pratique ;
  5° toutes les données factuelles pertinentes, éventuellement complétées par tout document utile ;
  6° un compte rendu de l'audience ;
  7° les données ou documents communiqués ou fournis par l'intéressé ;
  8° la décision, les mesures imposées et les raisons pour lesquelles elles ont été adoptées.
  Le procès-verbal est établi en deux exemplaires et signé. L'un des deux exemplaires est remis par envoi sécurisé à l'intéressé ou, dans le cas d'un candidat mineur, à ses parents ou tuteurs. Le centre d'examen conserve l'autre copie et en remet une copie au Département dans les deux jours ouvrables, de la manière déterminée par le Département. Si l'intéressé est un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire, une copie sera également envoyée au candidat par envoi sécurisé.
  L'audition de l'intéressé, la décision sur l'irrégularité constatée, la rédaction et la signature du procès-verbal sont effectuées, en toute indépendance, par un collaborateur du centre d'examen autre que celui visé aux premier et deuxième alinéas.
  S'il est décidé qu'une irrégularité a été commise, toutes les mesures suivantes sont imposées :
  1° le candidat est ajourné à l'examen ;
  2° l'intéressé est exclu de présenter un examen ou d'accompagner des candidats lors d'un examen dans les centres d'examen pour :
  a) trois mois dans les cas suivants :
  1) perturbation de l'ordre ;
  2) le non-respect des directives ou instructions données par les examinateurs ou collaborateurs du centre d'examen ;
  3) toute forme d'agression verbale, à l'exception des menaces visées au point b) ;
  b) six mois en cas de menaces ou d'agression physique contre des biens ;
  c) douze mois en cas de tentative de fraude ou d'actes frauduleux ou de toute forme d'agression physique contre des personnes.
  L'intéressé peut introduire un recours auprès de la commission de recours visée à l'article 47, conformément à la procédure visée à l'article 48.
  Art. 39/2. Si, après que le candidat s'est présenté à l'examen théorique ou pratique, le Département a connaissance d'une fraude ou d'une tentative de fraude de la part du candidat ou de son guide, instructeur ou instructeur stagiaire dans le cadre de cet examen, le chef du Département ou son mandataire en informe l'intéressé. Le chef du Département ou son mandataire informe l'intéressé des informations factuelles pertinentes et de tout document prouvant l'irrégularité détectée.
  Le chef du Département ou son mandataire informe l'intéressé par la notification visée à l'alinéa premier de la possibilité de présenter une défense écrite par lettre recommandée ou par voie électronique dans un délai de trente jours à compter de la date de la notification visée à l'alinéa premier.
  Le chef du Département ou son mandataire décide si une irrégularité a été commise ou non. Cette décision est prise dans un délai de trente jours à compter du jour où le chef du Département ou son mandataire a reçu la défense écrite ou, s'il n'a pas reçu de défense écrite en temps utile, dans un délai de trente jours à compter de l'expiration du délai visé au deuxième alinéa, faute de quoi le chef du Département ou son mandataire est réputé s'être abstenu de toute mesure.
  Le chef du Département ou son mandataire établit un procès-verbal à la suite des faits constatés, qui comprend tous les éléments suivants :
  1° les données d'identification et les coordonnées, y compris le numéro de registre national de l'intéressé et, dans le cas d'un candidat mineur, celui des parents ou des tuteurs ;
  2° les données d'identification du chef du Département ou de son mandataire ;
  3° les données de l'examen théorique ou pratique ;
  4° toutes les données factuelles pertinentes, éventuellement complétées par tout document utile ;
  5° un résumé de la défense écrite ;
  6° les données ou documents communiqués ou fournis par l'intéressé ;
  7° la décision, les mesures imposées et les raisons pour lesquelles elles ont été adoptées.
  Le procès-verbal est établi en deux exemplaires et est signé par le chef du Département ou par son mandataire. L'un des deux exemplaires est transmis par envoi sécurisé à l'intéressé ou, dans le cas d'un candidat mineur, à ses parents ou tuteurs. Le Département conserve l'autre copie et en fournit une copie au centre d'examen où l'examen s'est déroulé dans les deux jours ouvrables, de la manière déterminée par le Département. Si l'intéressé est un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire, une copie sera également transmise au candidat par envoi sécurisé.
  La décision du chef du Département ou de son mandataire selon laquelle une irrégularité a été commise a toutes les conséquences suivantes :
  1° l'examen du candidat est déclaré nul ;
  2° le résultat de l'examen est transformé en un report de l'examen ;
  3° l'intéressé est exclu pour une durée de douze mois de la présentation d'un examen ou de l'accompagnement de candidats lors d'un examen dans les centres d'examen.
  L'intéressé peut introduire un recours auprès de la commission de recours visée à l'article 47, conformément à la procédure visée à l'article 48.
  Art. 39/3. L'examen passé après l'examen où une irrégularité a été constatée mais avant la date de la décision d'exclusion pour irrégularité, et l'examen passé pendant la période pendant laquelle le candidat est exclu de la présentation d'un examen pour irrégularité, sont nuls et le résultat de l'examen est modifié en report. ".
Art. 14. In titel III, hoofdstuk IV, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2020, wordt het opschrift van afdeling VII vervangen door wat volgt:
  "Afdeling VII. Beroep in verband met het uitstel voor het praktische examen en in verband met het uitstel en de uitsluiting wegens een onregelmatigheid".
Art. 14. Au titre III, chapitre IV, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2020, l'intitulé de la section VII est remplacée par ce qui suit :
  " Section VII. Recours relatif au report de l'examen pratique et au report et à l'exclusion pour irrégularité ".
Art. 15. In artikel 47 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 en 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "in verband met mislukking voor het praktische examen" vervangen door de woorden "in verband met het uitstel voor het praktische examen en in verband met het uitstel en de uitsluiting wegens een onregelmatigheid";
  2° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. De zittingen van de beroepscommissie zijn niet openbaar.".
Art. 15. A l'article 47 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 5 septembre 2002 et les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 juillet 2015 et 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, premier alinéa, les mots " en matière d'échec à l'examen pratique " sont remplacés par les mots " en ce qui concerne le report de l'examen pratique et le report et l'exclusion pour cause d'irrégularité " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Les sessions de la commission de recours ne sont pas ouvertes au public. ".
Art. 16. Artikel 48 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 48. § 1. In al de volgende gevallen kan er beroep worden ingediend bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47:
  1° door de kandidaat na een uitstel voor het praktische examen;
  2° door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat als conform artikel 39/1, achtste lid, wordt beslist om de kandidaat uit te stellen voor het examen en om de betrokkene uit te sluiten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra;
  3° door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat als het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde conform artikel 39/2, zesde lid, beslist om het examen van de kandidaat ongeldig te verklaren, het examenresultaat te wijzigen in een uitstel voor het examen en om de betrokkene uit te sluiten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra.
  § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep stuurt de indiener het beroep met een aangetekende brief naar de voorzitter van de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, binnen vijftien dagen vanaf de dag volgend op volgende data:
  1° de datum van de kennisgeving van het uitstel, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 1° ;
  2° de datum van de kennisgeving van het proces-verbaal, vermeld in artikel 39/1, vijfde lid, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 2° ;
  3° de datum van de kennisgeving van het proces-verbaal, vermeld in artikel 39/2, vierde lid, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°.
  Als de laatste dag van de termijn van vijftien dagen, vermeld in het eerste lid, een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
  De retributie, vermeld in artikel 63, § 3, eerste lid, wordt betaald conform artikel 63, § 3, tweede lid.
  § 3. De betrokkene of, bij een minderjarige kandidaat, zijn ouders of de persoon die met het ouderlijke gezag bekleed is, ondertekenen het beroep en dienen het in.
  In het beroepschrift worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, al de volgende gegevens vermeld:
  1° de identificatiegegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene en bij een minderjarige kandidaat van de ouders of de voogden;
  2° het domicilieadres;
  3° het telefoonnummer;
  4° het e-mailadres;
  5° het examencentrum waar het examen is afgenomen;
  6° de datum van het examen;
  7° de voor het beroep relevante feiten die betrekking kunnen hebben op de personen, de plaats, de tijd en de procedure van het examen;
  8° de beroepsgrieven.
  § 4. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47, verricht alle bijkomende onderzoeken die ze nodig acht.
  Het examencentrum of het Departement bezorgt alle stukken over het examen, de genomen beslissing en de opgelegde maatregelen in geval van een onregelmatigheid aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 47. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47, kan personen oproepen om gehoord te worden en kan alle dienstige stukken opvragen.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47, kan de volgende beslissingen nemen:
  1° in het geval, vermeld in paragraaf 1, 1°, beslist de beroepscommissie of de kandidaat geslaagd is voor het examen of bevestigt ze het uitstel. De beroepscommissie kan de verzoeker machtigen een nieuw examen af te leggen, in voorkomend geval na afloop van de geldigheidsduur van het voorlopige rijbewijs waarvan de verzoeker houder was, en kan bepalen onder welke voorwaarden het examen plaatsvindt;
  2° in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, oordeelt de beroepscommissie of de feiten al dan niet een onregelmatigheid vormen en beslist ze over de regelmatigheid van de beslissingen en de maatregelen van het examencentrum of van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde. De beroepscommissie kan de opgelegde maatregelen vernietigen, bevestigen of herzien.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47, neemt haar beslissing binnen een ordetermijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de indiener het beroep verstuurt.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47, bezorgt een kopie van de beslissing binnen een ordetermijn van tien dagen aan de indiener van het beroep en aan het examencentrum of het Departement.".
Art. 16. L'article 48 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 48. § 1. Dans tous les cas suivants, un recours peut être introduit auprès de la commission de recours visée à l'article 47 :
  1° par le candidat après un report pour l'examen pratique ;
  2° par le candidat ou par le guide, l'instructeur ou l'instructeur stagiaire du candidat si, conformément à l'article 39/1, huitième alinéa, il est décidé de reporter le candidat à l'examen et de l'exclure de l'examen ou de l'accompagnement des candidats lors d'un examen dans les centres d'examen ;
  3° par le candidat ou par le guide, l'instructeur ou l'instructeur stagiaire du candidat si le chef du Département ou son mandataire décide, conformément à l'article 39/2, sixième alinéa, d'invalider l'examen du candidat, de transformer le résultat de l'examen en report de l'examen et d'exclure l'intéressé de se présenter à un examen ou d'accompagner les candidats lors d'un examen dans les centres d'examen.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité du recours, l'auteur envoie le recours par lettre recommandée au président de la commission de recours visée à l'article 47, dans les quinze jours à compter du lendemain des dates suivantes :
  1° la date de la notification du report, dans le cas visé au paragraphe 1, 1° ;
  2° la date de la notification du procès-verbal, visée à l'article 39/1, cinquième alinéa, dans le cas visé au paragraphe 1, 2° ;
  3° la date de notification du procès-verbal, visée à l'article 39/2, quatrième alinéa, dans le cas visé au paragraphe 1, 3°.
  Lorsque le dernier jour du délai de quinze jours visé à l'alinéa premier, est un samedi, un dimanche ou un jour férié, le délai est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant.
  La redevance visée à l'article 63, § 3, alinéa premier, est payée conformément à l'article 63, § 3, alinéa deux.
  § 3. L'intéressé ou, s'il s'agit d'un candidat mineur, ses parents ou le titulaire de l'autorité parentale signent et présentent le recours.
  Le recours doit contenir, sous peine d'irrecevabilité, toutes les données suivantes :
  1° les données d'identification, y compris le numéro de registre national de l'intéressé et, s'il s'agit d'un candidat mineur, des parents ou des tuteurs ;
  2° le domicile ;
  3° le numéro de téléphone ;
  4° l'adresse e-mail ;
  5° le centre d'examen où s'est déroulé l'examen ;
  6° la date de l'examen ;
  7° les faits pertinents pour le recours qui peuvent concerner les personnes, le lieu, l'heure et la procédure de l'examen ;
  8° les griefs de recours.
  § 4. La commission de recours visée à l'article 47, procède à toute enquête complémentaire qu'elle juge nécessaire.
  Le centre d'examen ou le Département transmet à la commission de recours visée à l'article 47 tous les documents relatifs à l'examen, la décision prise et les mesures imposées en cas d'irrégularité. La commission de recours visée à l'article 47, peut convoquer des personnes à être entendues et peut réclamer tous les documents utiles.
  La commission de recours visée à l'article 47 peut prendre les décisions suivantes :
  1° dans le cas visé au paragraphe 1, 1°, la commission de recours décide si le candidat a réussi l'examen ou confirme le report. La commission de recours peut autoriser le demandeur à subir un nouvel examen, le cas échéant après l'expiration de la période de validité du permis de conduire provisoire dont le demandeur était titulaire et déterminer les conditions dans lesquelles l'examen sera subi ;
  2° dans les cas visés aux paragraphes 1, 2° et 3°, la commission de recours estime si les faits constituent ou non une irrégularité et se prononce sur la régularité des décisions et mesures prises par le centre d'examen ou par le chef de Département ou son mandataire. La commission de recours peut annuler, confirmer ou réviser les mesures imposées.
  La commission de recours visée à l'article 47, prend sa décision dans un délai d'ordre de soixante jours, qui commence à courir le lendemain du jour où l'auteur envoie son recours.
  La commission de recours visée à l'article 47 transmet une copie de la décision à l'auteur du recours et au centre d'examen ou au Département dans un délai d'ordre de dix jours. ".
Art. 17. In artikel 61 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 8° opgeheven;
  2° in het derde lid wordt de zin "De betalingswijze van de retributie voor het verzoekschrift aan de beroepscommissie wordt evenwel bepaald door de Vlaamse minister." opgeheven;
  3° in het vijfde lid worden de woorden "of de Vlaamse minister" en de zinsnede ", ieder wat hem betreft," opgeheven.
Art. 17. A l'article 61 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, le point 8° est abrogé ;
  2° au troisième alinéa, la phrase " Le mode de paiement de la redevance pour l'introduction d'un recours devant la commission de recours est cependant fixé par le Ministre flamand. " est supprimé ;
  3° au cinquième alinéa, les mots " ou le Ministre flamand " et le membre de phrase " , chacun en ce qui le concerne, " sont abrogés.
Art. 18. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 en 20 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) de audiovertaling, vermeld in artikel 32, § 3: een toeslag van 35 euro;";
  2° in paragraaf 2, 1°, wordt de zinsnede ", de zaterdag niet meegerekend," opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De indiener van een verzoekschrift aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 47, betaalt een retributie van 25 euro.
  De Vlaamse minister bepaalt de betalingswijze van de retributie voor het verzoekschrift aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 47.
  Het bedrag van de retributie is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2020 is bereikt. De bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.".
Art. 18. A l'article 63 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 2006 et les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 juillet 2015 et 20 janvier 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, alinéa premier, 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) la traduction audio visée à l'article 32, § 3 : un supplément de 35 euros ; " ;
  2° au paragraphe 2, 1°, le membre de phrase " , le samedi non compris, " est abrogé ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. L'auteur d'une requête à la commission de recours visée à l'article 47, paie une redevance de 25 euros.
  Le ministre flamand détermine les modalités de paiement de la redevance pour la requête à la commission de recours visée à l'article 47.
  Le montant de la redevance est lié à l'indice santé atteint le 31 décembre 2020. Les montants sont adaptés le 1 janvier de chaque année à l'indice santé atteint le 31 décembre de l'année précédente, et sont arrondis à l'euro inférieur le plus proche. ".
Art. 19. Het opschrift van titel V van hetzelfde besluit, opgeheven door het koninklijk besluit van 18 november 2011, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Titel V. Verwerking van gegevens".
Art. 19. Le titre V du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 18 novembre 2011, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Titre V. Traitement des données ".
Art. 20. Artikel 74 tot en met 76 van hetzelfde besluit, opgeheven door het koninklijk besluit van 18 november 2011, worden opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 74. § 1. Het examencentrum houdt al de volgende gegevens bij:
  1° de beslissing tot uitsluiting van het examen omwille van een vastgestelde onregelmatigheid;
  2° de gegevens van de documenten, vermeld in artikel 32, § 2, en artikel 35 tot en met 37;
  3° de identificatiegegevens en het beëdigingsnummer van de tolk, vermeld in artikel 32, § 3, tweede lid, en artikel 39, § 8, tweede lid;
  4° het proces-verbaal, vermeld in artikel 39/1, vijfde lid;
  5° een kopie van het proces-verbaal als vermeld in artikel 39/2, vijfde lid;
  6° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 48, § 4, vijfde lid, over het beroep in het geval, vermeld in artikel 48, § 1, 1° ;
  7° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 48, § 4, vijfde lid, over het beroep in de gevallen, vermeld in artikel 48, § 1, 2° en 3°.
  § 2. Het examencentrum is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° de controle van de toelatingsvoorwaarden tot het examen, vermeld in artikel 32 tot en met 39;
  2° het nemen van maatregelen na de vaststelling van onregelmatigheden, vermeld in artikel 39/1;
  3° het bezorgen van de stukken aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 48, § 4, tweede lid;
  4° de inspectie en de controle, vermeld in artikel 64;
  5° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1°, 4° en 5°.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2° en 4° tot en met 7°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 5°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3° worden tien jaar bijgehouden.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1° en 4° tot en met 7°, worden twee jaar bijgehouden.
  Art. 75. § 1. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van dit besluit, houdt al de volgende gegevens bij:
  1° het beroepschrift en de gegevens, vermeld in artikel 48, § 3, tweede lid;
  2° de stukken die het examencentrum of het Departement heeft bezorgd, vermeld in artikel 48, § 4, tweede lid;
  3° alle dienstige stukken, vermeld in artikel 48, § 4, tweede lid;
  4° de beslissing, vermeld in artikel 48, § 4, derde lid.
  § 2. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van dit besluit, is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° de beslissing, vermeld in artikel 48, § 4, derde lid;
  2° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1°.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 4°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 2°.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 2°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden één jaar bijgehouden.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 4°, worden twee jaar bijgehouden.
  Art. 76. § 1. Het Departement houdt al de volgende gegevens bij:
  1° de informatie, vermeld in artikel 25, § 2/1;
  2° een kopie van het proces-verbaal als vermeld in artikel 39/1, zesde lid;
  3° het proces-verbaal, vermeld in artikel 39/2, vierde lid;
  4° het schriftelijke verweer, vermeld in artikel 39/2, derde lid;
  5° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 48, § 4, vijfde lid, over het beroep in het geval, vermeld in artikel 48, § 1, 1° ;
  6° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 48, § 4, vijfde lid, over het beroep in de gevallen, vermeld in artikel 48, § 1, 2° en 3°.
  § 2. Het Departement is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° het nemen van maatregelen na de vaststelling van onregelmatigheden, vermeld in artikel 39/2;
  2° het bezorgen van de stukken aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 48, § 4, tweede lid;
  3° de inspectie en de controle, vermeld in artikel 64;
  4° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 4°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, worden bijgehouden gedurende de levensloop van de betrokkene.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2° tot en met 6°, worden twee jaar bijgehouden.".
Art. 20. Les articles 74 à 76 du même arrêté, abrogés par l'arrêté royal du 18 novembre 2021, sont rétablis dans la rédaction suivante :
  " Art. 74. § 1. Le centre d'examen conserve toutes les données suivantes :
  1° la décision d'exclusion à l'examen en raison d'une irrégularité établie ;
  2° les données des documents visées à l'article 32, § 2, et aux articles 35 à 37 ;
  3° les données d'identification et le numéro d'assermentation de l'interprète visé à l'article 32, § 3, alinéa deux, et l'article 39, § 8, alinéa deux ;
  4° le procès-verbal visé à l'article 39/ 1, alinéa cinq ;
  5° une copie du procès-verbal tel que visé à l'article 39/2, alinéa cinq ;
  6° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 48, § 4, alinéa, cinq concernant le recours dans le cas visé à l'article 48, § 1, 1° ;
  7° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 48, § 4, alinéa cinq, concernant le recours dans les cas visés à l'article 48, § 1, 2° et 3°.
  § 2. Le centre d'examen est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données visé au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° le contrôle des conditions d'admission à l'examen visées aux articles 32 à 39 ;
  2° la prise de mesures à la suite du constat d'irrégularités visées à l'article 39/1 ;
  3° la transmission des documents à la commission de recours visée à l'article 48, § 4, alinéa deux ;
  4° l'inspection et le contrôle visés à l'article 64 ;
  5° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département afin d'examiner et d'évaluer la mesure politique.
  Les données visées au paragraphe 1, 1° et 3° sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 1°, 4° et 5°.
  Les données visées au paragraphe 1, 2° et 4° à 7°, sont collectées et traitées à la fin visée à l'alinéa premier, 1° à 5°.
  Les données collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 5°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 2° et 3° sont conservées pendant dix ans.
  Les données visées au paragraphe 1, 1° et 4° à 7° sont conservées pendant deux ans.
  Art. 75. § 1. La commission de recours visée à l'article 47 du présent arrêté, conserve toutes les données suivantes :
  1° Le recours et les données visées à l'article 48, § 3, alinéa deux ;
  2° les documents transmis par le centre d'examen ou le Département, visés à l'article 48, § 4, deuxième alinéa ;
  3° tous les documents utiles visés à l'article 48, § 4, alinéa deux ;
  4° la décision visée à l'article 48, § 4, alinéa trois.
  § 2. La commission de recours visée à l'article 47 du présent arrêté, est le responsable de traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données visé au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° la décision visée à l'article 48, § 4, alinéa trois ;
  2° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département afin d'examiner et d'évaluer la mesure politique.
  Les données visées au paragraphe 1, 1°, 2° et 3° sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 1°.
  Les données visées au paragraphe 1, 4°, sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 2°.
  Les données qui sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 2°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 1°, 2° et 3° sont conservées pendant un an.
  Les données visées au paragraphe 1, 4° sont conservées pendant deux ans.
  Art. 76. § 1. Le Département conserve toutes les données suivantes :
  1° les informations visées à l'article 25, § 2/1 ;
  2° une copie du procès-verbal visé à l'article 39/1, alinéa six ;
  3° le procès-verbal visé à l'article 39/2, quatrième alinéa ;
  4° la défense écrite visée à l'article 39/2, troisième alinéa ;
  5° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 48, § 4, cinquième alinéa, concernant le recours dans le cas visé à l'article 48, § 1, 1° ;
  6° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 48, § 4, cinquième alinéa, concernant le recours dans les cas visés à l'article 48, § 1, 2° et 3°.
  § 2. Le Département est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données pour les données visées au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° la prise de mesures à la suite du constat d'irrégularités visé à l'article 39/2 ;
  2° la transmission des documents à la commission de recours visée à l'article 48, § 4, alinéa deux ;
  3° l'inspection et le contrôle visés à l'article 64 ;
  4° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département pour examiner et évaluer la mesure politique.
  Les données qui sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 4°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 1° sont conservées pendant le cours de vie de l'intéressé.
  Les données visées au paragraphe 1, 2° à 6° sont conservées pendant deux ans. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal du 11 mai 2004 relatif aux conditions d'agrément des écoles de conduite des véhicules à moteur
Art. 21. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 maart 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, wordt de zinsnede "en in artikelen 4 en 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B" opgeheven.
Art. 21. A l'article 2, § 1, premier alinéa, de l'arrêté royal du 11 mai 2004 relatif aux conditions d'agrément des écoles de conduite des véhicules à moteur, remplacé par l'arrêté royal du 17 mars 2005 et modifié par l'arrêté royal du 20 septembre 2012, le membre de phrase " aux articles 4 et 9 de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B " est abrogé.
Art. 22. In artikel 23, § 6, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 maart 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "of de in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B" opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B" vervangen door de zinsnede "artikel 15, tweede lid, 6°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs".
Art. 22. A l'article 23, § 6, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 17 mars 2005 et modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, le membre de phrase " ou à l'article 9 de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B, " est abrogé ;
  2° au deuxième alinéa, le membre de phrase " l'article 4 de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de la catégorie B " est remplacé par le membre de phrase " article 15, deuxième alinéa, 6°, de l'arrêté royal du 23 mars 1998 relatif au permis de conduire ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B
Art. 23. In artikel 5/1, § 2, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2018, wordt de zinsnede "voorgeschreven in artikel 8, eerste lid" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 8, tweede lid".
Art. 23. A l'article 5/1, § 2, de l'arrêté royal du 10 juillet 2006 relatif au permis de conduire pour les véhicules de catégorie B, inséré par l'arrêté royal du 4 décembre 2013 et modifié par l'arrêté royal du 5 septembre 2018, le membre de phrase " prescrit à l'article 8, alinéa premier " est remplacé par le membre de phrase " , visé à l'article 8, alinéa deux ".
Art. 24. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2017, vernietigd bij het arrest nr. 247.301 van de Raad van State van 12 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die voldoet aan al de volgende voorwaarden, kan worden toegelaten tot het praktische examen:
  1° de kandidaat is sinds minder dan drie jaar geslaagd voor het theoretische examen of is daarvan vrijgesteld;
  2° de kandidaat heeft de minimumleeftijd van achttien jaar bereikt;
  3° de kandidaat is niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten van het afleggen van een examen;
  4° de kandidaat biedt zich aan met een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur die niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen.";
  2° in het derde lid worden de woorden "of subcategorie" opgeheven;
  3° in het vierde lid worden de woorden "bepaald in" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 17, § 1, derde lid, en artikel 18, § 2 en § 5, van";
  4° in het vijfde lid wordt tussen de woorden "geen houder" en het woord "is" het woord "meer" ingevoegd.
Art. 24. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 décembre 2013 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juin 2017, annulé par l'arrêt n° 247.301 du Conseil d'Etat du 12 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Un candidat qui répond à toutes les conditions suivantes, peut être admis à l'examen pratique :
  1° le candidat doit avoir réussi l'examen théorique depuis moins de trois ans, ou il en est dispensé ;
  2° le candidat a atteint l'âge minimum de dix-huit ans ;
  3° le candidat n'a pas été exclu de la participation à un examen en raison d'une irrégularité ;
  4° le candidat se présente avec un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire qui n'est pas exclu de l'accompagnement de candidats lors d'un examen en raison d'une irrégularité. " ;
  2° au troisième alinéa, les mots " ou de la sous-catégorie " sont abrogés ;
  3° au quatrième alinéa, les mots " visées à " sont remplacés par le membre de phrase " visé à l'article 17, § 1, alinéa trois, et à l'article 18, §§ 2 et 5, de " ;
  4° au cinquième alinéa, le mot " pas " est remplacé par le mot " plus ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté royal du 4 mai 2007 relatif au permis de conduire, à l'aptitude professionnelle et à la formation continue des conducteurs de véhicules des catégories C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
Art. 25. Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, worden een punt 36° tot en met 40° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "36° onregelmatigheid: een van de volgende gedragingen:
  a) elk gedrag waarmee de orde wordt verstoord;
  b) elke vorm van fraude of poging tot fraude;
  c) elke vorm van verbale of fysieke agressie ten aanzien van zaken of personen voor, tijdens of na het theoretische of het praktische examen;
  d) de niet-naleving van richtlijnen of instructies die worden gegeven door examinatoren of medewerkers van het examencentrum;
  37° audiovertaling: het vertaalhulpsysteem waarbij voor de vragen en de antwoordmogelijkheden die in het Nederlands op het scherm verschijnen en door middel van geluidsondersteuning in het Nederlands worden voorgelezen, bijkomend een vertaling in het Frans, Duits of Engels wordt voorgelezen, die een beëdigd vertaler heeft opgemaakt;
  38° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  b) een aangetekende brief met ontvangstbewijs;
  39° werkdag: elke dag, uitgezonderd zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen als vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;
  40° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).".
Art. 25. A l'article 2 de l'arrêté royal du 4 mai 2007 relatif au permis de conduire, à l'aptitude professionnelle et à la formation continue des conducteurs de véhicules des catégories C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est ajouté un point 36° à 40°, rédigés comme suit :
  " 36° irrégularité : un des comportements suivants :
  a) tout comportement qui perturbe l'ordre ;
  b) toute forme de fraude ou de tentative de fraude ;
  c) toute forme d'agression verbale ou physique envers des objets ou des personnes avant, pendant ou après l'examen théorique ou pratique ;
  d) le non-respect des directives ou instructions données par les examinateurs ou les examinateurs ou collaborateurs du centre d'examen ;
  37° traduction audio : le système d'aide à la traduction par lequel, pour les questions et les options de réponse apparaissant à l'écran en néerlandais et lues en néerlandais au moyen d'un support sonore, une traduction en français, en allemand ou en anglais faite par un traducteur juré est en outre lue ;
  38° envoi sécurisé : un des modes de notification suivants :
  a) une remise contre récépissé ;
  b) une lettre recommandée avec accusé de réception ;
  39° jour ouvrable : chaque jour, excepté les samedis, dimanches et jours fériés légaux visés à l'article 1 de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés ;
  40° règlement général sur la protection des données : règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). ".
Art. 26. Artikel 24 van hetzelfde besluit, opgeheven door het koninklijk besluit van 10 januari 2013, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 24. De instellingen die instaan voor het afnemen van examens om een rijbewijs of een bewijs van vakbekwaamheid te behalen, delen de informatie die vermeld is in de documenten die ze afgeven aan kandidaten, elektronisch mee aan het Departement. Het Departement bepaalt de modaliteiten daarvoor en bepaalt de vorm waarin de informatie wordt opgesteld en aan het Departement wordt bezorgd.".
Art. 26. L'article 24 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 10 janvier 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 24. Les établissements chargés de faire passer les examens pour l'obtention d'un permis de conduire communiquent au Département, par voie électronique, les informations contenues dans les documents qu'ils délivrent aux candidats. Le Département fixe les modalités à cet effet et détermine la forme dans laquelle les informations doivent être rédigées et transmises au Département. ".
Art. 27. Aan artikel 26, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° als het examen wordt afgelegd in een examencentrum als vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, voldoet de kandidaat aan al de volgende voorwaarden:
  a) de kandidaat is niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten van het afleggen van een examen;
  b) de kandidaat biedt zich aan met een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur die niet wegens een onregelmatigheid uitgesloten is van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen.".
Art. 27. A l'article 26, § 4, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2011, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° si l'examen est passé dans un centre d'examen tel que visé à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, le candidat répond à toutes les conditions suivantes :
  a) le candidat n'a pas été exclu de la participation à un examen en raison d'une irrégularité ;
  b) le candidat se présente avec un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire qui n'est pas exclu de l'accompagnement de candidats lors d'un examen en raison d'une irrégularité. ".
Art. 28. In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, kan het theoretische examen met behulp van een audiovertaling afleggen.";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid kan een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, bij het afleggen van het onderdeel mondelinge proef bijgestaan worden door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels, die hij onder de beëdigde vertalers kiest. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.";
  3° in paragraaf 1 wordt het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, vervangen door wat volgt:
  "Kandidaten hebben recht op redelijke aanpassingen waarin het examencentrum voorziet. Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die het examencentrum aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.";
  4° in paragraaf 1 worden in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, de woorden "Deze examens mogen" vervangen door de zinsnede "In het geval, vermeld in het derde lid, mogen de examens";
  5° in paragraaf 1 worden in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, de woorden "of idioom" opgeheven;
  6° in paragraaf 1 wordt het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, vervangen door wat volgt:
  "In de gevallen, vermeld in het tweede en het derde lid, mag het examen niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatsvinden.";
  7° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Kandidaten hebben recht op redelijke aanpassingen waarin het examencentrum voorziet. Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die het examencentrum aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.".
Art. 28. A l'article 27 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 janvier 2013 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Un candidat qui ne comprend pas le néerlandais peut passer l'examen théorique en utilisant une traduction audio. " ;
  2° au paragraphe 1, entre le premier et le deuxième alinéas, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, le candidat qui ne comprend pas le néerlandais peut être assisté, lors de l'examen oral, par un interprète pour les langues française, allemande ou anglaise, qu'il peut choisir parmi les traducteurs assermentés. L'interprète est rémunéré dans tous les cas par le candidat et ne peut exercer d'emploi dans une école de conduite agréée ou dispenser de quelque manière que ce soit un enseignement professionnel de la conduite. " ;
  3° dans le paragraphe 1, l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
  " Les candidats ont droit à des ajustements raisonnables fournis par le centre d'examen. Les candidats présentant un handicap auditif, à savoir les candidats sourds ou malentendants, peuvent être assistés d'un interprète assermenté en langue des signes désigné par le centre d'examen, sans préjudice de l'application éventuelle de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. L'interprète ne peut pas travailler dans une école de conduite agréée ou donner des leçons de conduite professionnelle sous quelque forme que ce soit. " ;
  4° au paragraphe 1, dans le troisième alinéa existant, qui devient le quatrième alinéa, les mots " Ces examens peuvent " sont remplacés par le membre de phrase " Dans le cas visé à l'alinéa trois, les examens peuvent " ;
  5° au paragraphe 1, le troisième alinéa existant, qui devient le quatrième alinéa, les mots " ou idiome " sont abrogés ;
  6° au paragraphe 1, le quatrième alinéa existant, qui devient le cinquième alinéa, est remplacé par ce qui suit :
  " Dans les cas visés aux deuxième et troisième alinéas, l'examen ne peut avoir lieu plus de deux mois après l'inscription. " ;
  7° au paragraphe 2, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les candidats ont droit à des ajustements raisonnables fournis par le centre d'examen. Les candidats présentant un handicap auditif, à savoir les candidats sourds ou malentendants, peuvent être assistés d'un interprète assermenté en langue des signes désigné par le centre d'examen, sans préjudice de l'application éventuelle de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 établissant les règles coordinatrices pour le bureau central d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille. L'interprète ne peut pas travailler dans une école de conduite agréée ou donner des leçons de conduite professionnelle sous quelque forme que ce soit. " ;
Art. 29. In artikel 30, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin wordt tussen de zinsnede "artikel 26, § 4" en de zinsnede "- tevens" de zinsnede ", van dit besluit" ingevoegd;
  2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, voorleggen als hij een onderdaan van de Europese Unie is;".
Art. 29. A l'article 30, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, le membre de phrase " , du présent arrêté " est inséré entre le membre de phrase " article 26, § 4 " et le membre de phrase " - également " ;
  2° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° présenter la preuve qu'il remplit l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, s'il est un ressortissant de l'Union européenne ; ".
Art. 30. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, als hij een onderdaan van de Europese Unie is;";
  2° aan punt 3° wordt de zinsnede ", van dit besluit" toegevoegd;
  3° in punt 9° wordt de zinsnede "het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs waarvan de begeleider houder is" vervangen door de zinsnede "een bewijs dat de begeleider voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs".
Art. 30. A l'article 33 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 avril 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, s'il est un ressortissant de l'Union européenne ; " ;
  2° le point 3° est complété par le membre de phrase " , du présent arrêté " ;
  3° au point 9°, le membre de phrase " le document visé à l'article 3, § 1er de l'arrêté royal relatif au permis de conduire dont le guide est titulaire " est remplacé par le membre de phrase " la preuve que le guide répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire ".
Art. 31. In artikel 37, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, voorleggen;";
  2° aan punt 2° wordt de zinsnede ", van dit besluit" toegevoegd.
Art. 31. A l'article 37, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° présenter une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire ; " ;
  2° au point 2° est ajouté le membre de phrase " , du présent arrêté ".
Art. 32. In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 april 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;";
  2° aan punt 3° wordt de zinsnede ", van dit besluit" toegevoegd;
  3° in punt 8° wordt de zinsnede "het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs waarvan de begeleider houder is" vervangen door de zinsnede "een bewijs dat hij voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs".
Art. 32. A l'article 40 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 3 avril 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° présenter une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1 l'arrêté royal relatif au permis de conduire ; " ;
  2° le point 3° est complété par le membre de phrase " , du présent arrêté " ;
  3° au point 8°, le membre de phrase " le document visé à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire dont le guide est titulaire " est remplacé par le membre de phrase " une preuve qu'il répond à l'une des conditions visées à l'article 3, § 1, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire " ;
Art. 33. Aan titel III, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, wordt een afdeling 5/1, die bestaat uit artikel 43/1 tot en met 43/4, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 5/1. Onregelmatigheden
  Art. 43/1. Deze afdeling is van toepassing op de examens die afgelegd worden in een examencentrum als vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
  Art. 43/2. Als de examinator of de medewerker van het examencentrum in het kader van het examen basiskwalificatie, het gecombineerde examen of het aanvullende examen basiskwalificatie meent dat er sprake is van een onregelmatigheid van de kandidaat of van de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat, schort hij de evaluatie van de kandidaat op tot op het moment dat er een beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid is genomen.
  De examinator of de medewerker van het examencentrum brengt de betrokkene op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.
  De betrokkene wordt onmiddellijk in zijn verdediging gehoord over de onregelmatigheid die hem wordt verweten.
  Nadat de betrokkene is gehoord of, als de betrokkene niet gehoord kon of wou worden, nadat de onmogelijkheid om de betrokkene te horen is vastgesteld, wordt onmiddellijk beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan.
  Naar aanleiding van de vastgestelde feiten wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin al de volgende onderdelen zijn opgenomen:
  1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene;
  2° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het eerste en tweede lid;
  3° de identificatiegegevens van de medewerker van het examencentrum, vermeld in het zevende lid;
  4° de gegevens van het examen basiskwalificatie, het gecombineerde examen of het aanvullende examen basiskwalificatie;
  5° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;
  6° een verslag van het horen;
  7° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;
  8° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.
  Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene bezorgd. Het examencentrum bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het Departement op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.
  Het horen van de betrokkene, het nemen van de beslissing over de vastgestelde onregelmatigheid en de opmaak en de ondertekening van het proces-verbaal gebeurt, in alle onafhankelijkheid, door een andere medewerker van het examencentrum dan de medewerker, vermeld in het eerste en tweede lid.
  Als wordt beslist dat er sprake is van een onregelmatigheid, worden al de volgende maatregelen opgelegd:
  1° de kandidaat wordt uitgesteld voor het examen;
  2° de betrokkene wordt uitgesloten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra voor:
  a) drie maanden in de volgende gevallen:
  1) verstoring van de orde;
  2) het niet-naleven van richtlijnen of instructies die examinatoren of medewerkers van het examencentrum hebben gegeven;
  3) elke vorm van verbale agressie, met uitzondering van bedreigingen als vermeld in punt b);
  b) zes maanden in geval van bedreigingen of in geval van fysieke agressie tegen zaken;
  c) twaalf maanden in geval van een poging tot fraude of fraude of bij elke vorm van fysieke agressie tegen personen.
  De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, conform de procedure, vermeld in artikel 44 van dit besluit.
  Art. 43/3. Als het Departement nadat de kandidaat het examen basiskwalificatie, het gecombineerde examen of het aanvullende examen basiskwalificatie heeft afgelegd, kennis krijgt van fraude of van een poging tot fraude door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat in het kader van dat examen, deelt het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat mee aan de betrokkene. Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde brengt de betrokkene daarbij op de hoogte van de relevante feitelijke gegevens en van de eventuele stukken waaruit de vastgestelde onregelmatigheid blijkt.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde informeert de betrokkene in de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, over de mogelijkheid om met een aangetekende brief of op elektronische wijze een schriftelijk verweer te richten binnen dertig dagen na de datum van de kennisgeving, vermeld in het eerste lid.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde beslist of er zich al dan niet een onregelmatigheid heeft voorgedaan. Die beslissing wordt genomen binnen dertig dagen na de dag waarop het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde het schriftelijke verweer heeft ontvangen, of, als hij niet tijdig een schriftelijk verweer heeft ontvangen, binnen dertig dagen nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken, bij gebreke waaraan het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde wordt geacht af te zien van een maatregel.
  Het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde maakt naar aanleiding van de vastgestelde feiten een proces-verbaal op waarin al de volgende elementen worden vermeld:
  1° de identificatie- en contactgegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene;
  2° de identificatiegegevens van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde;
  3° de gegevens van het examen basiskwalificatie, het gecombineerde examen of het aanvullende examen basiskwalificatie;
  4° alle relevante feitelijke gegevens, eventueel aangevuld met alle dienstige stukken;
  5° een samenvatting van het schriftelijke verweer;
  6° de gegevens of de stukken die de betrokkene meedeelt of bezorgt;
  7° de beslissing, de opgelegde maatregelen en de motiveringen die tot de aanneming ervan hebben geleid.
  Het proces-verbaal wordt in twee exemplaren opgesteld en wordt door het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde ondertekend. Een van beide exemplaren wordt met een beveiligde zending aan de betrokkene bezorgd. Het Departement bewaart het andere exemplaar en bezorgt een kopie daarvan binnen twee werkdagen aan het examencentrum waar het examen is afgelegd op de wijze die het Departement bepaalt. Als de betrokkene een begeleider, een instructeur of een stagiair-instructeur is, wordt er ook een kopie met een beveiligde zending aan de kandidaat bezorgd.
  De beslissing van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde dat er sprake is van een onregelmatigheid, heeft al de volgende gevolgen:
  1° het examen van de kandidaat wordt ongeldig verklaard;
  2° het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel voor het examen;
  3° de betrokkene wordt voor twaalf maanden uitgesloten van het afleggen van een examen of van het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra.
  De betrokkene kan beroep indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, conform de procedure, vermeld in artikel 44 van dit besluit.
  Art. 43/4. Het examen dat wordt afgelegd na het examen waar een onregelmatigheid is vastgesteld maar vóór de datum van de beslissing tot uitsluiting wegens een onregelmatigheid, en het examen dat wordt afgelegd gedurende de periode waarin de kandidaat uitgesloten is van het afleggen van een examen wegens een onregelmatigheid, zijn ongeldig en het examenresultaat wordt gewijzigd in een uitstel.".
Art. 33. Le titre III, chapitre 3, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2017, est complété par une section 5/1, comprenant les articles 43/1 à 43/4, rédigée comme suit :
  " Section 5/1. Irrégularités
  Art. 43/1. La présente section s'applique aux examens passés dans un centre d'examen tel que visé à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire.
  Art. 43/2. Si, dans le cadre de l'examen de qualification de base, de l'examen combiné ou de l'examen complémentaire de qualification de base, l'examinateur ou le collaborateur du centre d'examen estime qu'il y a irrégularité du candidat ou de l'accompagnateur, de l'instructeur ou de l'instructeur stagiaire du candidat, il suspend l'évaluation du candidat jusqu'à ce qu'une décision ait été prise sur l'irrégularité constatée.
  L'examinateur ou le collaborateur du centre d'examen informe l'intéressé des informations factuelles pertinentes et de tout document prouvant l'irrégularité détectée.
  L'intéressé est immédiatement entendu pour sa défense concernant l'irrégularité qui lui est reprochée.
  Après que l'intéressé a été entendu ou, s'il n'a pas pu ou voulu être entendu, après que l'impossibilité de l'entendre a été établie, il est immédiatement décidé si une irrégularité a été commise ou non.
  A la suite des faits établis, un rapport officiel est rédigé qui comprend tous les éléments suivants :
  1° les données d'identification et les coordonnées dont le numéro de registre national de l'intéressé ;
  2° les données d'identification du collaborateur du centre d'examen visées aux premier et deuxième alinéas ;
  3° les données d'identification du collaborateur du centre d'examen visé au septième alinéa ;
  4° les données de l'examen de qualification de base, de l'examen combiné ou de l'examen de qualification de base complémentaire ;
  5° toutes les données factuelles pertinentes, éventuellement complétées si nécessaire par tout document pertinent ;
  6° un compte rendu de l'audience ;
  7° les données ou documents communiqués ou fournis par l'intéressé ;
  8° la décision, les mesures imposées et les raisons pour lesquelles elles ont été adoptées.
  Le procès-verbal est établi en deux exemplaires et signé. Un des deux exemplaires est remis à l'intéressé par envoi sécurisé. Le centre d'examen conserve l'autre exemplaire et en fournit une copie au Département dans les deux jours ouvrables, de la manière déterminée par le Département. Si l'intéressé est un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire, une copie sera également transmise au candidat par envoi sécurisé.
  L'audition de l'intéressé, la décision sur l'irrégularité constatée, la rédaction et la signature du procès-verbal sont effectuées, en toute indépendance, par un collaborateur du centre d'examen autre que celui visé aux premier et deuxième alinéas.
  S'il est décidé qu'une irrégularité a été commise, toutes les mesures suivantes sont imposées :
  1° le candidat est ajourné à l'examen ;
  2° l'intéressé est exclu de se présenter à un examen ou d'accompagner des candidats pendant un examen dans les centres d'examen pour :
  a) trois mois dans les cas suivants :
  1) perturbation de l'ordre ;
  2) le non-respect des directives ou instructions données par les examinateurs ou le personnel du centre d'examen ;
  3) toute forme d'agression verbale, à l'exception des menaces visées au point b) ;
  b) six mois en cas de menaces ou d'agression physique contre des biens ;
  c) douze mois en cas de tentative de fraude ou d'actes frauduleux ou de toute forme d'agression physique contre des personnes.
  L'intéressé peut introduire un recours auprès de la commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, conformément à la procédure visée à l'article 44 du présent arrêté.
  Art. 43/3. Si, après que le candidat s'est présenté à l'examen de qualification de base, de l'examen combiné ou l'examen de qualification de base complémentaire, le Département a connaissance d'une fraude ou d'une tentative de fraude de la part du candidat ou de son guide, de l'instructeur ou de l'instructeur stagiaire dans le cadre de cet examen, le chef du Département ou son mandataire en informe l'intéressé. Le chef du Département ou son mandataire informe l'intéressé des données factuelles pertinentes et de tout document prouvant l'irrégularité détectée.
  Le chef du Département ou son mandataire informe l'intéressé par la notification visée à l'alinéa premier de la possibilité de présenter une défense écrite par lettre recommandée ou par voie électronique dans un délai de trente jours à compter de la date de la notification visée à l'alinéa premier.
  Le chef du Département ou son mandataire décide si une irrégularité a été commise ou non. Cette décision est prise dans un délai de trente jours à compter du jour où le chef du Département ou son mandataire a reçu la défense écrite ou, s'il n'a pas reçu de défense écrite en temps utile, dans un délai de trente jours à compter de l'expiration du délai visé au deuxième alinéa, faute de quoi le chef du Département ou son mandataire est réputé s'être abstenu de toute mesure.
  Le chef du Département ou son mandataire établit un procès-verbal à la suite des faits constatés, qui comprend tous les éléments suivants :
  1° les données d'identification et de contact dont le numéro de registre national de l'intéressé ;
  2° les données d'identification du chef du Département ou de son mandataire ;
  3° les données de l'examen de qualification de base, de l'examen combiné ou de l'examen de qualification de base complémentaire ;
  4° toutes les données factuelles pertinentes, éventuellement complétées par tout document pertinent ;
  5° un résumé de la défense écrite ;
  6° les données ou documents communiqués ou fournis par l'intéressé ;
  7° la décision, les mesures imposées et les raisons pour lesquelles elles ont été adoptées.
  Le procès-verbal est établi en deux exemplaires et est signé par le chef du Département ou par son mandataire. Un des deux exemplaires est remis à l'intéressé par envoi sécurisé. Le Département conserve l'autre exemplaire et en fournit une copie au centre d'examen dans les deux jours ouvrables, de la manière déterminée par le Département. Si l'intéressé est un guide, un instructeur ou un instructeur stagiaire, une copie sera également envoyée au candidat par envoi sécurisé.
  La décision du chef du Département ou de son mandataire selon laquelle une irrégularité a été commise a toutes les conséquences suivantes :
  1° l'examen du candidat est déclaré nul ;
  2° le résultat de l'examen est transformé en un report de l'examen ;
  3° l'intéressé est interdit de se présenter à un examen ou d'accompagner des candidats pendant un examen dans les centres d'examen.
  L'intéressé peut introduire un recours auprès de la commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, conformément à la procédure visée à l'article 44 du présent arrêté.
  Art. 43/4. L'examen passé après l'examen où une irrégularité a été constatée mais avant la date de la décision d'exclusion pour irrégularité, et l'examen passé pendant la période pendant laquelle le candidat est exclu de la présentation d'un examen pour irrégularité, sont invalides et le résultat de l'examen est modifié en report. ".
Art. 34. In titel III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 4. Beroep in verband met het uitstel voor het praktische examen en in verband met het uitstel en de uitsluiting wegens een onregelmatigheid".
Art. 34. Au titre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2017, l'intitulé du chapitre 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 4. - Recours relatif au report de l'examen pratique et au report et à l'exclusion pour irrégularité ".
Art. 35. Artikel 44 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 januari 2011 en 10 januari 2013, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 44. § 1. In al de volgende gevallen kan er beroep worden ingediend bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs:
  1° door de kandidaat na een uitstel voor het praktische examen;
  2° door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat als conform artikel 43/2, achtste lid, van dit besluit wordt beslist om de kandidaat uit te stellen voor het examen en om de betrokkene uit te sluiten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra, vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
  3° door de kandidaat of door de begeleider, de instructeur of de stagiair-instructeur van de kandidaat als het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde conform artikel 43/3, zesde lid, van dit besluit beslist om het examen van de kandidaat ongeldig te verklaren, het examenresultaat te wijzigen in een uitstel voor het examen en om de betrokkene uit te sluiten van het afleggen van een examen of het begeleiden van kandidaten tijdens een examen in de examencentra, vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
  § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep stuurt de indiener het beroep met een aangetekende brief naar de voorzitter van de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, binnen vijftien dagen vanaf de dag volgend op volgende data:
  1° de datum van de kennisgeving van het uitstel, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 1° ;
  2° de datum van de kennisgeving van het proces-verbaal, vermeld in artikel 43/2, vijfde lid, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 2° ;
  3° de datum van de kennisgeving van het proces-verbaal, vermeld in artikel 43/3, vierde lid, in het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°.
  Als de laatste dag van de termijn van vijftien dagen, vermeld in het eerste lid, een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
  De retributie, vermeld in artikel 63, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, wordt betaald conform artikel 63, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
  § 3. De betrokkene ondertekent het beroep en dient het in.
  In het beroepschrift worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, al de volgende gegevens vermeld:
  1° de identificatiegegevens waaronder het rijksregisternummer van de betrokkene;
  2° het domicilieadres;
  3° het telefoonnummer;
  4° het e-mailadres;
  5° het examencentrum waar het examen is afgenomen;
  6° de datum van het examen;
  7° de voor het beroep relevante feiten die betrekking kunnen hebben op de personen, de plaats, de tijd en de procedure van het examen;
  8° de beroepsgrieven.
  § 4. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, verricht alle bijkomende onderzoeken die ze nodig acht.
  Het examencentrum of het Departement bezorgt alle stukken over het examen, de genomen beslissing en de opgelegde maatregelen in geval van een onregelmatigheid aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, kan personen oproepen om gehoord te worden en kan alle dienstige stukken opvragen.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, kan de volgende beslissingen nemen:
  1° in het geval, vermeld in paragraaf 1, 1°, beslist de beroepscommissie of de kandidaat geslaagd is voor het examen of bevestigt ze het uitstel. De beroepscommissie kan de verzoeker machtigen een nieuw examen af te leggen, in voorkomend geval na afloop van de geldigheidsduur van het voorlopige rijbewijs waarvan de verzoeker houder was, en kan bepalen onder welke voorwaarden het examen plaatsvindt;
  2° in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, oordeelt de beroepscommissie of de feiten al dan niet een onregelmatigheid vormen en beslist ze over de regelmatigheid van de beslissingen en de maatregelen van het examencentrum of van het hoofd van het Departement of zijn gemachtigde. De beroepscommissie kan de opgelegde maatregelen vernietigen, bevestigen of herzien.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, neemt haar beslissing binnen een ordetermijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de indiener het beroep verstuurt.
  De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, bezorgt een kopie van de beslissing binnen een ordetermijn van tien dagen aan de indiener van het beroep en aan het examencentrum of het Departement.
  § 5. Als de beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, beslist dat de kandidaat geslaagd is voor het praktische examen, levert het examencentrum het getuigschrift van basiskwalificatie af in afwijking van artikel 35, § 5, en artikel 42, § 5, van dit besluit.
  Het getuigschrift van basiskwalificatie, vermeld in het eerste lid, vermeldt de categorie van het voertuig waarmee de kandidaat het examen heeft afgelegd, en de datum van het praktische examen ten gevolge van het beroep, vermeld in dit artikel.".
Art. 35. L'article 44 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 janvier 2011 et 10 janvier 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 44. § 1. Dans tous les cas suivants un recours peut être introduit auprès de la commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire :
  1° par le candidat après un report de l'examen pratique ;
  2° par le candidat ou par le guide, l'instructeur ou l'instructeur stagiaire du candidat si, conformément à l'article 43/2, alinéa 8, du présent arrêté, il est décidé de reporter le candidat à l'examen et d'exclure l'intéressé de passer un examen ou d'accompagner des candidats lors d'un examen dans les centres d'examen visés à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire ;
  3° par le candidat ou par le guide, l'instructeur ou l'instructeur stagiaire du candidat si le chef du Département ou son mandataire décide, conformément à l'article 43/3, alinéa 6, du présent arrêté, d'invalider l'examen du candidat, de modifier le résultat de l'examen en un report de l'examen et d'exclure l'intéressé de passer un examen ou de l'accompagnement de candidats lors d'examen dans les centres d'examen visés à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire.
  § 2. Sous peine d'irrecevabilité du recours, l'auteur du recours envoie le recours par lettre recommandée au président de la commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, dans les quinze jours à partir du jour qui suit les dates suivantes :
  1° la date de la notification du report, dans le cas visé au paragraphe 1, 1° ;
  2° la date de la notification du procès-verbal, visée à l'article 43/2, cinquième alinéa, dans le cas visé au paragraphe 1, 2° ;
  3° la date de la notification du procès-verbal visée à l'article 43/3, quatrième alinéa, dans le cas visé au paragraphe 1, 3°.
  Lorsque le dernier jour du délai de quinze jours visé à l'alinéa premier, est un samedi, un dimanche ou un jour férié, le délai est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant.
  La redevance visée à l'article 63, § 3, premier alinéa, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire est payée conformément à l'article 63, § 3, deuxième alinéa, de l'arrêté royal relatif au permis de conduire.
  § 3. L'intéressé signe et introduit le recours.
  La déclaration de recours doit, sous peine d'irrecevabilité, contenir toutes les données suivantes :
  1° les données d'identification dont le numéro de registre national de l'intéressé ;
  2° le domicile ;
  3° le numéro de téléphone ;
  4° l'adresse e-mail ;
  5° le centre d'examen où s'est déroulé l'examen ;
  6° la date de l'examen ;
  7° les faits pertinents pour le recours qui peuvent concerner les personnes, le lieu, l'heure et la procédure de l'examen ;
  8° les griefs de recours.
  § 4. La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire effectue tous les examens complémentaires qu'elle estime nécessaires.
  Le centre d'examen ou le Département transmet à la commission de recours visée à l'article 47 tous les documents relatifs à l'examen, à la décision prise et aux mesures imposées en cas d'irrégularité visées à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire. La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire peut convoquer des personnes pour les entendre et peut réclamer tous les documents utiles.
  La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire peut prendre les décisions suivantes :
  1° dans le cas visé au paragraphe 1, 1°, la commission de recours décide si le candidat a réussi l'examen ou confirme le report. La commission de recours peut autoriser le demandeur à subir un nouvel examen, le cas échéant après l'expiration de la période de validité du permis de conduire provisoire dont le demandeur était titulaire et déterminer les conditions dans lesquelles l'examen aura lieu ;
  2° dans les cas visés au paragraphe 1, 2° et 3°, la commission de recours estime si les faits constituent ou non une irrégularité et se prononce sur la régularité des décisions et mesures prises par le centre d'examen ou par le chef de Département ou son mandataire. La commission de recours peut annuler, confirmer ou réviser les mesures imposées.
  La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, prend sa décision dans un délai d'ordre de soixante jours, qui commence à courir le lendemain du jour où le demandeur envoie son recours.
  La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire transmet une copie de la décision au demandeur du recours et au centre d'examen ou au Département dans un délai d'ordre de dix jours. ".
  § 5. Si la commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, décide que le candidat a réussi l'examen pratique, le centre d'examen délivre le certificat de qualification de base en dérogation à l'article 35, § 5, et à l'article 42, § 5, du présent arrêté.
  Le certificat de qualification de base visé à l'alinéa premier indique la catégorie de véhicule avec laquelle le candidat a subi l'examen et la date de l'examen pratique en raison du recours visée au présent article. ".
Art. 36. Artikel 55/1 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 55/1. § 1. Voor de examens die afgelegd zijn in de examencentra, vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, worden de volgende retributies betaald:
  1° voor het examen rijbewijs:
  a) voor het theoretische examen: 15 euro;
  b) voor het volledige praktische examen: 45 euro;
  c) voor de praktische proef op de openbare weg: 37,50 euro;
  2° voor het examen basiskwalificatie:
  a) voor het deel van het theoretische examen, vermeld in artikel 29, eerste lid, 1°, en artikel 36, tweede lid, 1°, van dit besluit: 51 euro;
  b) voor het deel van het theoretische examen, vermeld in artikel 29, eerste lid, 2°, en artikel 36, tweede lid, 2°, van dit besluit: 43 euro;
  c) voor het deel van het theoretische examen, vermeld in artikel 29, eerste lid, 3°, en artikel 36, tweede lid, 3°, van dit besluit: 89 euro;
  d) voor het deel van het praktische examen, vermeld in artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, en artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit: 124 euro;
  e) voor het deel van het praktische examen, vermeld in artikel 35, § 1, eerste lid, 2°, en artikel 42, § 1, eerste lid, 2°, van dit besluit: 53 euro;
  f) voor het deel van het praktische examen, vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, van dit besluit: 36 euro;
  g) voor de delen van het praktische examen, vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van dit besluit, op hetzelfde moment: 71 euro;
  h) voor de delen van het praktische examen, vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van dit besluit, op hetzelfde moment met een voertuig van categorie C1+E, C+E, D1+E of D+E: 83 euro;
  i) voor het deel van het praktische examen, vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, van dit besluit, met een voertuig van categorie C1+E, C+E, D1+E of D+E: 47 euro;
  3° de volgende aanvullende retributies:
  a) voor de audiovertaling, vermeld in artikel 27, § 1, eerste lid, van dit besluit: 35 euro;
  b) voor het theoretische examen, vermeld in artikel 27, § 3 en § 4, van dit besluit: 75 euro.
  § 2. De retributies, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op de tiende werkdag vóór de dag van het examen waarvoor ze verschuldigd zijn, betaald. Als de retributie niet op tijd is betaald, wordt de afspraak die door het examencentrum vastgelegd is, geannuleerd.
  Als de kandidaat het examencentrum minder dan acht werkdagen vóór de dag van het examen van zijn afwezigheid op de hoogte heeft gebracht, worden de retributies, met uitzondering van de aanvullende retributie, vermeld in paragraaf 1, 3°, a), niet terugbetaald.
  De retributies worden uitzonderlijk terugbetaald in geval van overmacht op de wijze en onder de voorwaarden die de minister of zijn gemachtigde bepaalt.
  § 3. In de bedragen, vermeld in paragraaf 1, is de belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.
  De bedragen, vermeld in paragraaf 1, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2007 is bereikt.
  De bedragen, vermeld in paragraaf 1, worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en worden tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.".
Art. 36. L'article 55/1 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est rétabli dans la lecture suivante :
  " Art. 55/1. § 1. Pour les examens subis aux centres d'examen visés à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, les redevances suivantes sont payées :
  1° pour l'examen permis de conduire :
  a) pour l'examen théorique : 15 euros ;
  b) pour l'examen pratique entier : 45 euros ;
  c) pour l'examen pratique sur la voie publique : 37,50 euros ;
  2° pour l'examen qualification de base :
  a) pour la partie de l'examen théorique visée à l'article 29, premier alinéa, 1°, et à l'article 36, deuxième alinéa, 1°, du présent arrêté: 51 euros ;
  b) pour la partie de l'examen théorique visée à l'article 29, premier alinéa, 2°, et à l'article 36, deuxième alinéa, 2°, du présent arrêté : 43 euros ;
  c) pour la partie de l'examen théorique visée à l'article 29, premier alinéa, 3°, et à l'article 36, deuxième alinéa, 3°, du présent arrêté : 89 euros ;
  d) pour la partie de l'examen pratique visée à l'article 35, § 1, premier alinéa, 1°, et à l'article 42, § 1, alinéa premier, 1°, du présent arrêté : 124 euros ;
  e) pour la partie de l'examen pratique visée à l'article 35, § 1, premier alinéa, 2°, et à l'article 42, § 1, alinéa premier, 2°, du présent arrêté : 53 euros ;
  f) pour la partie de l'examen pratique visée à l'article 42, § 1, premier alinéa, 3°, du présent arrêté : 36 euros ;
  g) pour les parties de l'examen pratique visée à l'article 42, § 1, premier alinéa, 2° et 3°, du présent arrêté, au même moment : 71 euros ;
  h) pour les parties de l'examen pratique visées à l'article 42, § 1, premier alinéa, 2° et 3°, du présent arrêté, au même moment avec un véhicule de la catégorie C1+E, C+E, D1+E ou D+E : 83 euros ;
  i) pour la partie de l'examen pratique visée à l'article 42, § 1, premier alinéa, 3°, du présent arrêté, avec un véhicule de la catégorie C1+E, C+E, D1+E ou D+E : 47 euros ;
  3° les redevances supplémentaires suivantes :
  a) pour la traduction audio visée à l'article 27, § 1, premier alinéa, du présent arrêté : 35 euros ;
  b) pour l'examen théorique visé à l'article 27, §§ 3 et 4, du présent arrêté : 75 euros.
  § 2. Les redevances visées au paragraphe 1 sont payées au plus tard le dixième jour ouvrable avant le jour de l'examen pour lequel elles sont dues. Si la redevance n'est pas payée à temps, le rendez-vous fixé par le centre d'examen sera annulé.
  Si le candidat a informé le centre d'examen de son absence moins de huit jours ouvrables avant le jour de l'examen, les redevances, à l'exception de la redevance supplémentaire visée au paragraphe 1, 3°, a), ne seront pas remboursées.
  Les redevances sont exceptionnellement remboursées en cas de force majeure, de la manière et aux conditions déterminées par le ministre ou son mandataire.
  § 3. Les montants visés au paragraphe 1 incluent la taxe sur la valeur ajoutée.
  Les montants visés au paragraphe 1, sont liés à l'indice santé atteint le 31 décembre 2007.
  Les montants visés au paragraphe 1, sont adaptés le 1 janvier de chaque année à l'indice santé atteint le 31 décembre de l'année précédente, et sont arrondis à l'euro inférieur le plus proche. ".
Art. 37. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, worden een artikel 55/6 tot en met 55/8 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 55/6. § 1. Het examencentrum, vermeld in artikel 25 van het koninklijk betreffende het rijbewijs, houdt al de volgende gegevens bij:
  1° de beslissing tot uitsluiting van het examen omwille van een vastgestelde onregelmatigheid;
  2° de gegevens van de documenten, vermeld in artikel 30, § 2, artikel 33, artikel 37, § 2, en artikel 40;
  3° het proces-verbaal, vermeld in artikel 43/2, vijfde lid, van dit besluit;
  4° een kopie van het proces-verbaal als vermeld in artikel 43/3, vijfde lid, van dit besluit;
  5° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 44, § 4, vijfde lid, van dit besluit, over het beroep in het geval, vermeld in artikel 44, § 1, 1°, van dit besluit;
  6° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 44, § 4, vijfde lid, van dit besluit, over het beroep in de gevallen, vermeld in artikel 44, § 1, 2° en 3°, van dit besluit.
  § 2. Het examencentrum, vermeld in artikel 25 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° de controle van de toelatingsvoorwaarden tot het examen, vermeld in artikel 32 tot en met 38/1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
  2° het nemen van maatregelen na de vaststelling van onregelmatigheden, vermeld in artikel 43/2;
  3° het bezorgen van de stukken aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 44, § 4, tweede lid;
  4° de inspectie en de controle, vermeld in artikel 64 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
  5° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1°, 4° en 5°.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2° tot en met 6°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 5°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden tien jaar bijgehouden.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3° tot en met 5°, worden twee jaar bijgehouden.
  Art. 55/7. § 1. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, houdt al de volgende gegevens bij:
  1° het beroepschrift en de gegevens, vermeld in artikel 44, § 3, tweede lid, van dit besluit;
  2° de stukken die het examencentrum of het Departement heeft bezorgd, vermeld in artikel 44, § 4, tweede lid, van dit besluit;
  3° alle dienstige stukken, vermeld in artikel 44, § 4, tweede lid, van dit besluit;
  4° de beslissing, vermeld in artikel 44, § 4, derde lid, van dit besluit.
  § 2. De beroepscommissie, vermeld in artikel 47 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° de beslissing, vermeld in artikel 44, § 4, derde lid;
  2° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 1°.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 4°, worden verzameld en verwerkt voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 2°.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 2°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden één jaar bijgehouden.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 4°, worden twee jaar bijgehouden.
  Art. 55/8. § 1. Het Departement houdt al de volgende gegevens bij:
  1° de informatie, vermeld in artikel 24;
  2° een kopie van het proces-verbaal als vermeld in artikel 43/2, zesde lid;
  3° het proces-verbaal, vermeld in artikel 43/3, vierde lid;
  4° het schriftelijke verweer, vermeld in artikel 43/3, derde lid;
  5° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 44, § 4, vijfde lid, over het beroep in het geval, vermeld in artikel 44, § 1, 1° ;
  6° een kopie van de beslissing van de beroepscommissie als vermeld in artikel 44, § 4, vijfde lid, over het beroep in de gevallen, vermeld in artikel 44, § 1, 2° en 3°.
  § 2. Het Departement is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
  1° het nemen van maatregelen na de vaststelling van onregelmatigheden, vermeld in artikel 43/3;
  2° het bezorgen van de stukken aan de beroepscommissie, vermeld in artikel 44, § 4, tweede lid;
  3° de inspectie en de controle, vermeld in titel VI, hoofdstuk 1;
  4° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregelen te onderzoeken en te evalueren.
  De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 4°, worden geanonimiseerd.
  § 4. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 1°, worden bijgehouden gedurende de levensloop van de betrokkene.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 1, 2° tot en met 6°, worden twee jaar bijgehouden.".
Art. 37. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, sont insérés les articles 55/6 à 55/8 inclus, rédigés comme suit :
  " Art. 55/6. § 1. Le centre d'examen visé à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, conserve toutes les données suivantes :
  1° la décision d'exclusion de l'examen en raison d'une irrégularité établie ;
  2° les données des documents visées à l'article 30, § 2, article 33, article 37, § 2, et article 40 ;
  3° le procès-verbal visé à l'article 43/2, alinéa cinq, du présent arrêté ;
  4° une copie du procès-verbal visé à l'article 43/3, alinéa cinq, du présent arrêté ;
  5° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 44, § 4, alinéa cinq, du présent arrêté, relatif au recours dans le cas visé à l'article 44, § 1, 1°, du présent arrêté ;
  6° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 44, § 4, cinquième alinéa, du présent arrêté, concernant le recours dans les cas visés à l'article 44, § 1, 2° et 3°, du présent arrêté.
  § 2. Le centre d'examen visé à l'article 25 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire est le responsable de traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données visé au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° le contrôle des conditions d'admission à l'examen visé aux articles 32 à 38/1 de l'arrête royal relatif au permis de conduire ;
  2° la prise de mesures à la suite du constat d'irrégularités visées à l'article 43/2 ;
  3° la transmission des documents à la commission de recours visée à l'article 44, § 4, alinéa deux ;
  4° l'inspection et le contrôle visés à l'article 64 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire ;
  5° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département pour examiner et évaluer la mesure politique.
  Les données visées au paragraphe 1, 1°, sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 1°, 4° et 5°.
  Les données visées au paragraphe 1, 4° à 6°, sont collectées et traitées à la fin visée à l'alinéa premier, 1° à 5°.
  Les données collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 5°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 2°, sont conservées pendant dix ans.
  Les données visées au paragraphe 1, 1° et 3° à 5°, sont conservées pendant deux ans.
  Art. 55/7. § 1. La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire conserve toutes les données suivantes :
  1° la déclaration de recours et les données visées à l'article 44, § 3, alinéa deux, du présent arrêté ;
  2° les documents transmis par le centre d'examen ou le Département visés à l'article 44, § 4, alinéa deux, du présent arrêté ;
  3° tous les documents utiles visés à l'article 44, § 4, alinéa deux, du présent arrêté ;
  4° la décision visée à l'article 44, § 4, alinéa trois, du présent arrêté.
  § 2. La commission de recours visée à l'article 47 de l'arrêté royal relatif au permis de conduire, est le responsable de traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données visé au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° la décision visée à l'article 44, § 4, alinéa trois ;
  2° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département pour examiner et évaluer la mesure politique.
  Les données visées au paragraphe 1, 1°, 2° et 3°, sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 1°.
  Les données visées au paragraphe 1, 4°, sont collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 2°.
  Les données collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 2°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 1°, 2° et 3° sont conservées pendant un an.
  Les données visées au paragraphe 1, 4°, sont conservées pendant deux ans.
  Art. 55/8. § 1. Le Département conserve toutes les données suivantes :
  1° les informations visées à l'article 24 ;
  2° une copie du procès-verbal visé à l'article 43/2, alinéa six ;
  3° le procès-verbal visé à l'article 43/3, alinéa quatre ;
  4° la défense écrite visée à l'article 43/3, alinéa trois ;
  5° une copie de la décision de la commission de recours telle que visée à l'article 44, § 4, alinéa cinq, relative au recours dans le cas visé à l'article 44, § 1, 1° ;
  6° une copie de la décision de la commission de recours visée à l'article 44, § 4, cinquième alinéa, concernant le recours dans les cas visés à l'article 44, § 1, 2° et 3°.
  § 2. Le Département est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données pour les données visées au paragraphe 1.
  § 3. Les données visées au paragraphe 1 sont collectées et traitées aux fins suivantes :
  1° la prise de mesures à la suite du constat d'irrégularités visées à l'article 43/3 ;
  2° la transmission des documents à la commission de recours visée à l'article 44, § 4, alinéa deux ;
  3° l'inspection et le contrôle, visés au titre VI, chapitre 1 ;
  4° l'établissement de statistiques générales et anonymes par le Département pour examiner et évaluer les mesures politiques.
  Les données collectées et traitées aux fins visées à l'alinéa premier, 4°, sont anonymisées.
  § 4. Les données visées au paragraphe 1, 1°, sont conservées pendant le cours de vie de l'intéressé.
  Les données visées au paragraphe 1, 2° à 6°, sont conservées pendant deux ans. ".
Art. 38. Artikel 74ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 september 2008 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 juli 2009, 28 april 2011 en 10 januari 2013, wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 74ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 18 septembre 2008 et modifié par les arrêtés royaux des 16 juillet 2009, 28 avril 2011 et 10 janvier 2013, est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif à la séance de mise à niveau dans le cadre de la formation à la conduite catégorie B
Art. 39. Aan artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Deelnemers hebben recht op redelijke aanpassingen waarin de instelling voorziet.
  Deelnemers met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende deelnemers, kunnen zich laten bijstaan door een beëdigd doventolk die de instelling aanwijst, onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.".
Art. 39. L'article 19 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif à la séance de mise à niveau dans le cadre de la formation à la conduite catégorie B, est complété par les alinéas trois et quatre, rédigés comme suit :
  " Les participants ont droit à des ajustements raisonnables fournis par l'établissement.
  Les participants présentant un handicap auditif, à savoir les candidats sourds ou malentendants, peuvent être assistés par un interprète assermenté en langue des signes désigné par l'établissement, sans préjudice de l'application éventuelle de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 relatif à l'établissement de règles générales pour l'agence centrale d'interprétation pour les domaines politiques de l'Enseignement et du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille. L'interprète ne peut pas travailler dans une école de conduite agréée ou donner des leçons de conduite professionnelles sous quelque forme que ce soit. " ;
Art. 40. Aan artikel 56, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de personen die, met bijstand van een rijschool, vanaf 1 augustus 2021 geslaagd zijn voor het praktische examen en die op het moment waarop ze het praktische examen afleggen, ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een Vlaamse gemeente en geen houder zijn van een geldig voorlopig rijbewijs.".
Art. 40. L'article 56, alinéa premier, du même arrêté, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les personnes qui, avec l'aide d'une école de conduite, ont réussi l'examen pratique à partir du 1 août 2021 et qui, au moment de passer l'examen pratique, sont inscrites au registre de la population, des étrangers ou d'attente d'une commune flamande et ne sont pas titulaires d'un permis de conduire provisoire valable. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 41. Op een datum die de Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, vaststelt, en uiterlijk op 1 januari 2023 delen de instellingen die instaan voor het afnemen van examens om een rijbewijs of een bewijs van vakbekwaamheid te behalen, de informatie die vermeld is in de documenten die ze vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 4 en 26 aan kandidaten hebben afgegeven, elektronisch mee aan het departement. Het departement bepaalt de modaliteiten daarvoor en bepaalt de vorm waarin de informatie wordt opgesteld en aan het departement wordt bezorgd.
  In het eerste lid wordt verstaan onder departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Art. 41. A une date à déterminer par le ministre flamand ayant l'infrastructure et la politique routières dans ses attributions, et au plus tard le 1 janvier 2023, les établissements chargés de faire passer les examens pour l'obtention d'un permis de conduire ou d'un certificat d'aptitude professionnelle communiquent par voie électronique au Département les informations contenues dans les documents qu'elles ont délivrés aux candidats avant la date d'entrée en vigueur des articles 4 et 26. Le département en arrête les modalités et arrêté la forme dans laquelle les informations doivent être rédigées et transmises au Département.
  Dans l'alinéa premier, on entend par département : le département visé à l'article 28, § 1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.
Art. 42. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2021, met uitzondering van de bepalingen betreffende de audiovertaling, vermeld in artikel 1, 6, 12, 18, 25, 28 en 36, en artikel 4 en 26, die in werking treden op een datum die de Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, vaststelt, en uiterlijk op 1 januari 2023.
Art. 42. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 septembre 2021, à l'exception des dispositions relatives à la traduction audio visées aux articles 1, 6, 12, 18, 25, 28 et 36 et aux articles 4 et 26, qui entrent en vigueur à une date à déterminer par le ministre flamand ayant l'infrastructure et la politique routières dans ses attributions, et au plus tard le 1 janvier 2023.
Art. 43. De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 43. Le ministre flamand ayant l'infrastructure et la politique routières dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.