Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 SEPTEMBER 2020. - Wet tot wijziging van het Wetboek van economisch recht en van andere wetten met het oog op het versterken van de opsporings- en handhavingsbevoegdheden in overeenstemming met en in uitvoering van Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004
Titre
29 SEPTEMBRE 2020. - Loi modifiant le Code de droit économique et d'autres lois en vue de renforcer les compétences de recherche et d'application conformément au règlement (UE) 2017/2394 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 sur la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs et abrogeant le règlement (CE) n° 2006/2004 et en exécution de celui-ci
Informations sur le document
Numac: 2020043284
Datum: 2020-09-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020043284
Date: 2020-09-29
Moniteur: Voir
Tekst (133)
Texte (133)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht
Section 1ère. - Modifications du livre VI du Code de droit économique
Art. 2. In artikel VI.1, § 1, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt de bepaling onder 7. vervangen als volgt :
  "7. Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004;".
Art. 2. Dans l'article VI.1, § 1er, alinéa 2, du Code de droit économique, inséré par la loi du 21 décembre 2013, le 7. est remplacé par ce qui suit :
  "7. Règlement (UE) 2017/2394 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 relatif à la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs et abrogeant le règlement (CE) n° 2006/2004;".
Art. 3. In artikel VI.96 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "Verordening (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 of bepalingen die uitvoering geven aan deze verordeningen".
Art. 3. Dans l'article VI.96 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "Règlement (CE) n° 2006/2004 du Parlement européen et du Conseil du 27 octobre 2004 relatif à la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs" sont remplacés par les mots "Règlement (UE) 2017/2394 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 relatif à la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs et abrogeant le règlement (CE) n° 2006/2004 ou aux dispositions portant exécution de ces règlements".
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications du livre XV du Code de droit économique
Art. 4. In artikel XII.1, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming." vervangen door de woorden "en Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004.".
Art. 4. Dans l'article XII.1, § 1er, alinéa 2, du même Code, les mots "et le Règlement (CE) n° 2006/2004 relatif à la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs." sont remplacés par les mots "et le Règlement (UE) 2017/2394 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2017 relatif à la coopération entre les autorités nationales chargées de veiller à l'application de la législation en matière de protection des consommateurs et abrogeant le règlement (CE) n° 2006/2004.".
Art. 5. In artikel XV.3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wetten van 29 juni 2016, 30 juli 2018 en 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1°, eerste lid, worden de woorden ", en tot alle vervoersmiddelen, waarvan ze kunnen eisen dat de vervoerder ze tot stilstand brengt," ingevoegd tussen de woorden "zich toegang laten verschaffen tot alle plaatsen" en de woorden "waarvan zij op redelijke gronden van oordeel zijn";
  2° in de bepaling onder 5° worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "of vervoersmiddelen" ingevoegd tussen de woorden "in de bepaling onder 1° bedoelde plaatsen" en de woorden "te hebben begeven" en worden de woorden ", ongeacht het gebruikte medium of de locatie van opslag," ingevoegd tussen de woorden "gegevensbestanden en geïnformatiseerde dragers van gegevens" en de woorden "laten verstrekken";
  b) de bepaling wordt aangevuld met een lid luidende: "De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 kunnen desgevallend de termijn bepalen waarbinnen deze gegevens moeten worden verstrekt;";
  3° in de bepaling onder 5° /1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "in afwijking van artikel" worden vervangen door de woorden "in afwijking van de artikelen 46bis en";
  b) de woorden ", voor zover de identificatie niet door andere middelen bekomen kan worden en het onderzoek kadert in het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de bepalingen van het Wetboek van economisch recht die betrekking hebben op de informatieverplichtingen, de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, de overeenkomsten op afstand, de oneerlijke handelspraktijken en beroepspraktijken, de ongewenste communicaties en de namaak en piraterij en de bepalingen van het Strafwetboek bedoeld in artikel XV.8, § 2" worden vervangen door de woorden "en personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen die noodzakelijk zijn in het kader van het onderzoek";
  4° een bepaling onder 5° /2, wordt ingevoegd, luidende :
  "5° /2. in afwijking van artikel 46quater van het Wetboek van Strafvordering, financiële stromen opsporen. Meer bepaald kunnen ze alle noodzakelijke informatie over de producten, diensten en verrichtingen van financiële aard en betreffende virtuele waarden, die betrekking hebben op een verdachte vorderen bij :
  a) personen en instellingen als bedoeld in artikel 5, § 1, 3° tot 22°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
  b) personen en instellingen die binnen het Belgisch grondgebied diensten beschikbaar stellen of aanbieden met betrekking tot virtuele waarden die toelaten dat gereglementeerde betaalmiddelen in virtuele waarden worden uitgewisseld;";
  5° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt :
  "8° goederen of diensten inspecteren, bestuderen, demonteren en testen of dit laten doen.
  Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat een goed of dienst :
  a) niet voldoet aan de voorwaarden opgelegd door besluiten genomen in uitvoering van artikelen VI.9, § 1, en VI.10, of
  b) het voorwerp is van een oneerlijke handelspraktijk, of
  c) in strijd is met de intellectuele eigendomsrechten zoals strafbaar gesteld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8,
  en de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren niet over de mogelijkheid beschikken om zelf de nodige ontleding of controle uit te voeren of de resultaten onvoldoende betrouwbaar zijn, kan de betrokken onderneming bovendien gelast worden om het goed of de dienst binnen een bepaalde termijn en op kosten van de onderneming te onderwerpen aan ontleding of controle door een onafhankelijk laboratorium of onderzoeksinstelling.
  De onderneming vraagt aan de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren een bevestiging van het gekozen laboratorium of de gekozen onderzoeksinstelling;";
  6° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende :
  "9° goederen en diensten als testaankoop kopen, indien nodig ook met gebruikmaking van een fictieve identiteit en ondernemingen benaderen door zich voor te doen als cliënten of potentiële cliënten, zonder dat zij hun hoedanigheid en de omstandigheid dat de bij deze gelegenheid gedane vaststellingen kunnen worden aangewend voor de uitoefening van het toezicht, moeten mededelen.
  Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, kunnen de betaalde bedragen voor het uitvoeren van de testaankopen teruggevorderd worden van de overtreder.
  Blijven vrij van straf, de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2, die in dat kader strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen.
  De betrokken persoon of personen waarbij vaststellingen worden gedaan mogen niet worden geprovoceerd in de zin van het artikel 30 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering.
  Alle andere bevoegdheden bedoeld in de bepalingen onder 1° tot en met 8°, kunnen aangewend worden bij het uitoefenen van deze bevoegdheid.
  Deze bevoegdheid kan enkel worden uitgeoefend indien het voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk is om de reële omstandigheden die gelden voor gewone cliënten of potentiële cliënten te kunnen vaststellen.
  De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren stellen een verslag op waarin minstens volgende elementen worden opgenomen:
  a) de datum en locatie van het onderzoek;
  b) de identiteit van de betrokken ambtenaren, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;
  c) de aanleiding voor het voeren van het onderzoek;
  d) de vaststellingen, met, in voorkomend geval, de eventuele vastgestelde inbreuken;
  e) de gebeurtenissen tijdens het onderzoek;
  f) de identificatie van de betrokken persoon of personen waarbij het onderzoek is gevoerd;
  g) in voorkomend geval, de fictieve identiteit waarvan gebruik werd gemaakt.".
Art. 5. A l'article XV.3 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par les lois du 29 juin 2016, du 30 juillet 2018 et du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 1°, alinéa 1er, les mots ", y compris des moyens de transport, dont ils peuvent exiger l'immobilisation par le transporteur," sont insérés entre les mots "à des lieux" et les mots "dans lesquels, sur base de motifs raisonnables,";
  2° dans le 5°, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, les mots "ou moyens de transport" sont insérés entre les mots "s'être rendus aux endroits" et les mots "visés à la disposition 1° ", et les mots ", quel que soit le support utilisé ou le lieu de stockage,", sont insérés entre les mots "et supports informatisés de données" et les mots "qu'ils estiment nécessaires";
  b) la disposition est complétée par un alinéa rédigé comme suit: "Les agents visés à l'article XV.2 peuvent, le cas échéant, déterminer le délai dans lequel ces données doivent être fournies;";
  3° dans le 5° /1, les modifications suivantes sont apportées: :
  a) les mots "par dérogation à l'article" sont remplacés par les mots "par dérogation aux articles 46bis et";
  b) les mots ", pour autant que l'identification ne puisse se faire par d'autres moyens et l'enquête cadre dans la recherche et la constatation des infractions qui concernent les dispositions du Code de droit économique relatives aux obligations d'information, à l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises, aux contrats à distance, aux pratiques déloyales et pratiques professionnelles déloyales, aux communications non souhaitées et à la contrefaçon et la piraterie et les dispositions du Code pénal visées à l'article XV.8, § 2" sont remplacés par les mots "et des personnes impliquées dans des flux financiers et de données nécessaires dans le cadre de l'enquête";
  4° un 5° /2 est inséré, rédigé comme suit :
  "5° /2. par dérogation à l'article 46quater du Code d'instruction criminelle, rechercher des flux financiers. Plus précisément, ils peuvent requérir les informations nécessaires relatives aux produits, services et transactions de nature financière et aux valeurs virtuelles concernant le suspect auprès :
  a) des personnes et institutions visées à l'article 5, § 1er, 3° à 22°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces;
  b) des personnes et institutions qui, sur le territoire belge, mettent à disposition ou proposent des services en lien avec des valeurs virtuelles permettant d'échanger des moyens de payement réglementés en valeurs virtuelles;";
  5° le 8° est remplacé par ce qui suit :
  "8° inspecter, étudier, démonter et tester des biens ou des services, ou les faire inspecter, étudier, démonter et tester.
  S'il existe des indices suffisants qu'un bien ou qu'un service :
  a) ne satisfait pas aux conditions imposées par des arrêtés pris en exécution des articles VI.9, § 1er, et VI.10 ou
  b) fait l'objet d'une pratique commerciale déloyale, ou
  c) est contraire aux droits de propriété intellectuelle d'une façon rendue punissable au titre 3, chapitre 2, section 8,
  et que les agents visés à l'article XV.2 ne disposent pas de la possibilité d'effectuer eux-mêmes l'analyse ou le contrôle nécessaire ou que les résultats ne sont pas suffisamment fiables, l'entreprise concernée peut être chargée de faire soumettre le bien ou le service à une analyse ou un contrôle par un laboratoire indépendant ou un organisme de recherche dans un délai fixé et à ses propres frais.
  L'entreprise demande aux agents visés à l'article XV.2 une confirmation du laboratoire ou de l'organisme de recherche choisi;";
  6° l'article est complété par un 9° rédigé comme suit :
  "9° acheter des biens et des services en tant qu'achats-tests, si nécessaire en utilisant une identité fictive, et approcher des entreprises en se faisant passer pour des clients ou des clients potentiels, sans devoir communiquer leur qualité et le fait que les constatations faites à cette occasion peuvent être utilisées pour l'exercice de la surveillance.
  Lorsqu'une infraction est constatée, les montants payés pour l'exécution des achats-tests peuvent être récupérés auprès du contrevenant.
  Sont exemptés de peine les agents visés à l'article XV.2 qui commettent dans ce cadre des infractions absolument nécessaires.
  La ou les personnes concernées faisant l'objet des constatations ne peuvent être provoquées au sens de l'article 30 du titre préliminaire du Code d'instruction criminelle.
  Toutes les autres compétences visées aux 1° à 8° peuvent être utilisées lors de l'exercice de cette compétence.
  Cette compétence peut uniquement être exercée s'il est nécessaire à l'exercice de la surveillance de pouvoir constater les circonstances réelles valables pour les clients habituels ou potentiels.
  Les agents visés à l'article XV.2 rédigent un rapport reprenant au moins les éléments suivants:
  a) la date et le lieu de l'enquête;
  b) l'identité des agents concernés, la qualité en laquelle ils interviennent et l'administration dont ils relèvent;
  c) la raison pour laquelle l'enquête est menée;
  d) les constatations ainsi que, le cas échéant, les éventuelles infractions constatées;
  e) les événements survenus au cours de l'enquête;
  f) l'identification de la ou des personnes concernées auprès desquelles l'enquête a été menée;
  g) le cas échéant, l'identité fictive qui a été utilisée.".
Art. 6. Artikel XV.3/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article XV.3/1 du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2016, est abrogé.
Art. 7. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een artikel XV.5/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.5/1. § 1. Indien er geen andere doeltreffende middelen zijn om de inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, te doen beëindigen of te verbieden, en om het gevaar van ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, hebben de hiertoe door de minister aangeduide ambtenaren de bevoegdheid om :
  1° inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan consumenten wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen;
  2° aanbieders van hostingdiensten te gelasten toegang tot een online interface te deactiveren, te blokkeren of te beperken;
  3° operatoren van domeinregisters of registrerende instanties te gelasten een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen en de betrokken bevoegde autoriteit toe te laten deze te registreren.
  Maatregelen die worden genomen op grond van het vorige lid, worden door het openbaar ministerie bevestigd binnen een termijn van achtenveertig uur. Bij ontstentenis van een bevestiging door het openbaar ministerie, is de verwijdering, de opdracht tot vermelding van een waarschuwingsboodschap, de deactivering, de blokkering, de beperking of de schrapping van rechtswege opgeheven.
  Het openbaar ministerie kan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren ook bevelen de in deze paragraaf bedoelde maatregelen te nemen, onder dezelfde voorwaarden.
  § 2. Behalve in het geval van gemotiveerde hoogdringendheid, nemen de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren, vooraleer over te kunnen gaan tot het nemen van een maatregel bedoeld in paragraaf 1 en in de mate dat de contactgegevens bedoeld in artikel XII.6 voorhanden zijn, minstens vierentwintig uur voor het nemen van de maatregel contact op met de onderneming verantwoordelijk voor de online interface. Hierbij verwijzen zij naar de door hen vastgestelde inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, en/of naar het gevaar van ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen dat is vastgesteld en naar de maatregelen die genomen kunnen worden op basis van onderhavige bepaling.
  Slechts indien de onderneming niet reageert of indien de reactie niet tot gevolg heeft dat het gevaar van ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen wordt vermeden voor het einde van de termijn van vierentwintig uur, kan overgegaan worden tot het nemen van de bedoelde maatregel.
  § 3. De maatregelen die op basis van paragraaf 1 worden genomen, maken het voorwerp uit van een schriftelijke vaststelling. Dit geschrift vermeldt minstens :
  1° de datum en het uur waarop de maatregelen zijn genomen;
  2° de datum en het uur van de in paragraaf 2 bedoelde contactname;
  3° de identiteit van de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;
  4° de genomen maatregelen;
  5° de feitelijke en juridische grondslag.
  § 4. Het openbaar ministerie kan de maatregelen die het bevolen of bevestigd heeft, te allen tijde opheffen.
  Zolang er geen bevestiging is van het openbaar ministerie, kunnen de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren de maatregelen opheffen.
  Na de bevestiging van de maatregelen of na het bevel kan op gemotiveerde wijze beroep worden ingesteld tegen de genomen maatregelen bij het openbaar ministerie.
  § 5. De maatregelen bedoeld in paragraaf 1 worden van rechtswege opgeheven door de rechterlijke beslissing die een einde maakt aan de vervolgingen zodra die in kracht van gewijsde is gegaan, of door seponering van de zaak door het openbaar ministerie, of door een beslissing van de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren.".
Art. 7. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, il est inséré un article XV.5/1, rédigé comme suit :
  "Art. XV.5/1. § 1er. Lorsqu'aucun autre moyen efficace n'est disponible pour faire cesser ou interdire les infractions visées à l'article XV.2, § 1er, et afin de prévenir le risque de préjudice grave pour les intérêts collectifs des consommateurs, les agents désignés à cette fin par le ministre disposent des compétences de :
  1° retirer un contenu d'une interface en ligne ou de restreindre l'accès à celle-ci ou d'ordonner qu'un message d'avertissement s'affiche clairement lorsque les consommateurs accèdent à une interface en ligne;
  2° ordonner à un fournisseur de services d'hébergement qu'il supprime, désactive ou restreigne l'accès à une interface en ligne;
  3° ordonner aux opérateurs de registre ou aux bureaux d'enregistrement de domaines de supprimer un nom de domaine complet et de permettre à l'autorité compétente concernée de l'enregistrer.
  Les mesures prises sur la base de l'alinéa précédent sont confirmées par le ministère public dans un délai de quarante-huit heures. A défaut d'une confirmation par le ministère public, le retrait, l'ordre de mentionner un message d'avertissement, la suppression, la désactivation ou la restriction sont levés de plein droit.
  Le ministère public peut également ordonner aux agents visés à l'alinéa 1er de prendre les mesures visées dans le présent paragraphe, dans les mêmes conditions.
  § 2. Sauf en cas d'urgence motivée, avant de pouvoir prendre une mesure visée au paragraphe 1er et dans la mesure où les coordonnées visées à l'article XII.6 sont disponibles, les agents visés au paragraphe 1er prennent contact avec l'entreprise responsable de l'interface en ligne au moins vingt-quatre heures avant de prendre la mesure. Ils renvoient aux infractions visées à l'article XV.2, § 1er, qu'ils ont constatées et/ou au risque de préjudice grave pour les intérêts collectifs des consommateurs qui est constaté et aux mesures qui peuvent être prises sur la base de la présente disposition.
  La mesure visée ne peut être prise que si l'entreprise ne réagit pas ou que la réaction n'a pas pour effet d'éviter le risque de préjudice grave pour les intérêts collectifs des consommateurs avant l'échéance du délai de vingt-quatre heures.
  § 3. Les mesures prises sur la base du paragraphe 1er, font l'objet d'un constat écrit. Cet écrit mentionne au moins :
  1° la date et l'heure à laquelle les mesures sont prises;
  2° la date et l'heure de la prise de contact visée au paragraphe 2;
  3° l'identité des agents visés au paragraphe 1er, la qualité en laquelle ils interviennent et l'administration dont ils relèvent;
  4° les mesures prises;
  5° la base factuelle et juridique.
  § 4. Le ministère public peut à tout moment donner mainlevée des mesures qu'il a ordonnées ou confirmées.
  Tant qu'il n'y a pas eu confirmation par le ministère public, les agents visés au paragraphe 1er peuvent donner mainlevée des mesures.
  Après la confirmation des mesures ou après l'ordre, un recours contre les mesures prises peut être formé de manière motivée devant le ministère public.
  § 5. Les mesures visées au paragraphe 1er sont levées de plein droit par la décision judiciaire mettant fin aux poursuites, lorsque ce jugement est passé en force de chose jugée, ou par le classement sans suite par le ministère public, ou par une décision des agents visés au paragraphe 1er.".
Art. 8. Artikel XV.7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt aangevuld met de woorden" en van de verordeningen van de Europese Unie waarvoor dit Wetboek in sancties voorziet en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan.".
Art. 8. L'article XV.7 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, est complété par les mots "et des règlements de l'Union européenne pour lesquels le présent Code prévoit des sanctions et d'autres lois dont ils sont chargés de surveiller le respect.".
Art. 9. Artikel XV.16/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article XV.16/1 du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2016, est abrogé.
Art. 10. In artikel XV.16/2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "bedoeld in artikel XV.16/1" vervangen door "bedoeld in artikel XV.3, 8°, ".
Art. 10. Dans l'article XV.16/2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2016, les mots "visé à l'article XV.16/1" sont remplacés par "visé à l'article XV.3, 8°, ".
Art. 11. In boek XV, titel 1, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk 3, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, aangevuld met de woorden "en herstelmaatregelen".
Art. 11. Dans le livre XV, titre 1er, du même Code, l'intitulé du chapitre 3, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 19 avril 2014, est complété par les mots "et des mesures correctives".
Art. 12. In artikel XV.31, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt :
  "4° dat de overtreder kan toezeggen om de inbreuk stop te zetten en, waar relevant, bijkomend kan toezeggen over te gaan tot herstel, dat een toezegging aanvaard kan worden en aanleiding kan geven tot het stopzetten van de handhaving maar verdere bestuurlijke of strafrechtelijke handhaving niet noodzakelijk in de weg staat en dat de toezegging van de overtreder om de inbreuk stop te zetten of, waar relevant, over te gaan tot herstel, openbaar kan worden gemaakt.".
Art. 12. Dans l'article XV.31, § 1er, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, le 4° est remplacé comme suit :
  "4° que le contrevenant peut s'engager à mettre fin à l'infraction et, là où cela se révèle pertinent, peut en complément s'engager à procéder à des mesures correctives, qu'un engagement peut être accepté et donner lieu à la cessation de l'action répressive mais ne fait pas nécessairement obstacle à d'autres applications administratives ou pénales et que l'engagement du contrevenant de mettre fin à l'infraction ou, là où cela se révèle pertinent, de procéder à des mesures correctives, peut être rendu public.".
Art. 13. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 3 ingevoegd dat artikel XV.31/2 bevat, luidende "Afdeling 3 - Herstelmaatregelen".
Art. 13. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 3 du même Code, il est inséré une section 3 comportant l'article XV.31/2, intitulée "Section 3 - Mesures correctives".
Art. 14. Artikel XV.31/2 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 29 juni 2016, wordt hersteld als volgt :
  "Art. XV.31/2. § 1. De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om toezeggingen tot het beëindigen van inbreuken te verkrijgen of te aanvaarden van de onderneming die verantwoordelijk is voor de inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1.
  § 2. De in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren hebben de bevoegdheid om van de onderneming, op haar initiatief, aanvullende toezeggingen tot herstel te verkrijgen in het belang van consumenten die nadeel hebben ondervonden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, of, waar passend, toezeggingen van de onderneming trachten te verkrijgen die adequaat herstel bieden aan consumenten die nadeel ondervinden van de inbreuken.
  § 3. Het verkrijgen of aanvaarden van een toezegging staat verdere administratieve of strafrechtelijke handhaving niet in de weg.
  De toezegging en aanvaarding ervan door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren kan tot gevolg hebben dat de handhaving wordt beëindigd voor zover de inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, werden stopgezet en in voorkomend geval de schade aan consumenten werd vergoed.
  § 4. De toezeggingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2, met inbegrip van de identiteit van de onderneming, kunnen openbaar worden gemaakt, voor zover zij aanvaard werden door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren.".
Art. 14. L'article XV.31/2 du même Code, abrogé par la loi du 29 juin 2016, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. XV.31/2. § 1er. Les agents visés à l'article XV.2 ont la compétence d'obtenir ou d'accepter de la part de l'entreprise responsable des infractions visées à l'article XV.2, § 1er des engagements tendant à mettre fin aux infractions.
  § 2. Les agents visés à l'article XV.2 ont la compétence de recevoir de la part de l'entreprise, sur l'initiative de cette dernière, des engagements supplémentaires en matière de mesures correctives en faveur des consommateurs affectés par les infractions supposées visées à l'article XV.2, § 1er, ou, le cas échéant, de tenter d'obtenir des engagements de la part de l'entreprise en vue d'offrir des mesures correctives adéquates pour les consommateurs affectés par lesdites infractions.
  § 3. L'obtention ou l'acceptation d'un engagement ne fait pas obstacle à d'autres poursuites administratives ou pénales.
  L'engagement et l'acceptation de celui-ci par les agents visés à l'article XV.2 peuvent avoir pour conséquence qu'il est mis fin à l'action répressive pour autant que les infractions visées à l'article XV.2, § 1er, aient cessé et que, le cas échéant, le préjudice des consommateurs ait été compensé.
  § 4. Les engagements visés aux paragraphes 1er et 2, y compris l'identité de l'entreprise, peuvent être rendus publics pour autant qu'ils aient été acceptés par les agents visés à l'article XV.2.".
Art. 15. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 4 ingevoegd luidende "Afdeling 4. Openbaarmaking".
Art. 15. Dans le livre XV, titre 1er, chapitre 3, du même Code, il est inséré une section 4 intitulée "Section 4. Publicité".
Art. 16. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel XV.31/2/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.31/2/1. Om ernstige schade aan de collectieve consumentenbelangen te voorkomen, beschikken de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheid om tijdelijk over te gaan tot de publicatie van de naam, de praktijk en in voorkomend geval, de volledige identificatiegegevens van ondernemingen die praktijken hanteren die schade veroorzaken aan consumenten.
  Vooraleer over te kunnen gaan tot de publicatie, dienen de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren de onderneming op de hoogte te brengen van de feiten die aan de basis liggen van de in het eerste lid bedoelde maatregelen, van het voornemen om deze maatregelen te nemen en van de bepalingen opgenomen in het derde en vierde lid.
  Er kan slechts worden overgegaan tot de in het eerste lid bedoelde publicatie, indien er binnen de termijn van vierentwintig uur geen reactie wordt ontvangen van de onderneming, er geen contact mogelijk is, indien de onderneming niet toezegt de schadelijke praktijk stop te zetten zoals bedoeld in artikel XV.31/2, of indien ze op geen andere manier een afdoende verantwoording heeft gegeven.
  Onverminderd de mogelijkheid om de toezegging zelf openbaar te maken, wordt de publicatie ingetrokken van zodra de onderneming het bewijs levert dat ze de inbreuk heeft stopgezet in overeenstemming met haar toezegging zoals bedoeld in artikel XV.31/2.".
Art. 16. Dans la section 4, insérée par l'article 15, il est inséré un article XV.31/2/1 rédigé comme suit :
  "Art. XV.31/2/1. Afin de prévenir les préjudices graves aux intérêts collectifs des consommateurs, les agents visés à l'article XV.2 disposent de la compétence de procéder temporairement à la publication du nom, de la pratique et le cas échéant des données d'identification complètes des entreprises qui appliquent des pratiques qui portent préjudice aux consommateurs.
  Avant de pouvoir procéder à la publication, les agents visés à l'article XV.2 doivent au préalable informer l'entreprise des faits qui sont à la base des mesures visées à l'alinéa 1er, de l'intention de prendre ces mesures et des dispositions mentionnées aux alinéas 3 et 4.
  Il peut uniquement être procédé à la publication visée à l'alinéa 1er lorsqu'aucune réaction n'a été reçue dans le délai de quarante-huit heures, qu'aucun contact n'est possible, que l'entreprise ne s'engage pas à mettre fin à la pratique nuisible comme visé à l'article XV.31/2 ou qu'elle n'a pas donné une justification adéquate d'une autre manière.
  Sans préjudice de la possibilité de rendre public l'engagement lui-même, la publication est retirée dès que l'entreprise fournit la preuve qu'elle a mis fin à l'infraction conformément à son engagement tel que visé à l'article XV.31/2.".
Art. 17. In boek XV van hetzelfde Wetboek wordt na artikel XV.60 een titel 1/1 ingevoegd luidende "Titel 1/1 - Vervolging van de inbreuken".
Art. 17. Dans le livre XV du même Code, après l'article XV.60, il est inséré un titre 1/1 intitulé "Titre 1/1 - La poursuite des infractions"
Art. 18. In titel 1/1, ingevoegd bij artikel 17, wordt een artikel XV.60/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.60/1. § 1. Onverminderd de bijzondere procedures voorzien in dit Wetboek, kunnen de inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in titel 2, hoofdstuk 1;
  2° een administratieve vervolging bedoeld in titel 1/2;
  3° een strafrechtelijke vervolging zoals bedoeld in titel 3.
  § 2. De vervolging gebeurt op basis van een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk opgemaakt door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren.
  Deze processen-verbaal worden door de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren toegezonden aan de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. Deze laatste beslissen of en welke procedure bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°, wordt toegepast, dan wel of het dossier overeenkomstig paragraaf 1, 3°, wordt overgemaakt aan het openbaar ministerie.".
Art. 18. Dans le titre 1/1, inséré par l'article 17, il est inséré un article XV.60/1 rédigé comme suit:
  "Art. XV.60/1. § 1er. Sans préjudice des procédures particulières prévues dans le présent Code, les infractions visées à l'article XV.2, § 1er, peuvent faire l'objet de :
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée au titre 2, chapitre 1er;
  2° une poursuite administrative visée au titre 1/2;
  3° une poursuite pénale telle que visée au titre 3.
  § 2. La poursuite se fait sur la base d'un procès-verbal constatant une infraction dressé par les agents visés à l'article XV.2.
  Les agents visés à l'article XV.2 envoient ces procès-verbaux aux agents du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie commissionnés par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions. Ces derniers décident si les procédures visées au paragraphe 1er, 1° et 2°, seront appliquées et, dans l'affirmative, laquelle ou si le dossier sera transmis au ministère public conformément au paragraphe 1er, 3°. ".
Art. 19. In dezelfde titel 1/1 wordt een artikel XV.60/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/2. Indien toepassing wordt gemaakt van een administratieve vervolging zoals bedoeld in artikel VI.60/1, § 1, 2°, beslissen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4, of de inbreuken aanleiding geven tot een administratieve geldboete, een schuldigverklaring of een klassering zonder gevolg.
  Zij beschikken over dezelfde bevoegdheden wanneer het openbaar ministerie afziet van vervolging van de dader van een inbreuk bedoeld in artikel XV.2, § 1.".
Art. 19. Dans le même titre 1/1, il est inséré un article XV.60/2 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/2. Lorsqu'il est fait application d'une poursuite administrative telle que visée à l'article VI.60/1, § 1er, 2°, les agents visés à l'article XV.60/4 décident si les infractions donnent lieu à une amende administrative, à une déclaration de culpabilité ou à un classement sans suite.
  Ils disposent des mêmes compétences lorsque le ministère public renonce à poursuivre l'auteur d'une infraction visée à l'article XV.2, § 1er.".
Art. 20. In dezelfde titel 1/1 wordt een artikel XV.60/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/3. De strafvervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, zelfs als ze afgesloten wordt met een vrijspraak.
  De minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of de bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek sluiten eveneens de toepassing van een administratieve geldboete uit.".
Art. 20. Dans le même titre 1/1, il est inséré un article XV.60/3 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/3. Les poursuites pénales excluent l'application d'une amende administrative même si un acquittement les clôture.
  La transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou la médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code excluent également l'application d'une amende administrative.".
Art. 21. In boek XV van hetzelfde Wetboek wordt na artikel XV.60/3 een titel 1/2 ingevoegd luidende "Titel 1/2 - De administratieve vervolging".
Art. 21. Dans le livre XV du même Code, après l'article XV.60/3, il est inséré un titre 1/2 intitulé "Titre 1/2 - La poursuite administrative".
Art. 22. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 1. - Algemeen".
Art. 22. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 1er intitulé "CHAPITRE 1er. - Généralités".
Art. 23. In hoofdstuk 1 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 22, wordt een artikel XV.60/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/4. De Koning wijst de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die gemachtigd zijn om administratieve geldboeten op te leggen.".
Art. 23. Dans le chapitre 1er du titre 1/2, inséré par l'article 22, il est inséré un article XV.60/4 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/4. Le Roi désigne les agents de la Direction générale de l'Inspection économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie qui sont habilités à infliger des amendes administratives.".
Art. 24. In hoofdstuk 1 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 22, wordt een artikel XV.60/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.60/5. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 die aangesteld zijn om de administratieve geldboeten op te leggen, dienen die bevoegdheid uit te oefenen onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.
  Deze ambtenaren mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen die betrokken zijn in de procedure.".
Art. 24. Dans le chapitre 1er du titre 1/2, inséré par l'article 22, il est inséré un article XV.60/5 rédigé comme suit:
  "Art. XV.60/5. Les agents visés à l'article XV.60/4 désignés pour infliger les amendes administratives doivent exercer cette compétence dans des conditions garantissant leur indépendance et leur impartialité.
  Ces agents ne peuvent prendre de décision dans un dossier dans lequel ils sont déjà intervenus dans une autre qualité, ni avoir un intérêt direct ou indirect dans les entreprises ou institutions concernées par la procédure.".
Art. 25. In hoofdstuk 1 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 22, wordt een artikel XV.60/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/6. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen aan de bevoegde overheidsinstellingen of overheidsdiensten de noodzakelijke administratieve inlichtingen vragen om te kunnen beschikken over alle elementen die hen in staat moeten stellen om met volledige kennis van zaken een beslissing te nemen over het gevolg dat aan het dossier dat ze behandelen, moet worden gegeven.
  Alle overheidsdiensten met inbegrip van de parketten, de griffies van hoven en rechtbanken en de politie, alle diensten van de provincies, agglomeraties, gemeentefederaties, gemeenten, verenigingen waartoe ze behoren, de overheidsinstellingen die ervan afhangen, alsook alle openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, gaan in op het verzoek van de bevoegde ambtenaren om hun alle inlichtingen te verstrekken en hun kopieën te bezorgen, in eender welke vorm, van alle informatiedragers, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde procureur-generaal of de federale procureur.
  De voornoemde diensten verschaffen deze inlichtingen en afschriften kosteloos.
  De inlichtingen verkregen tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van respectievelijk het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter.".
Art. 25. Dans le chapitre 1er du titre 1/2, inséré par l'article 22, il est inséré un article XV.60/6 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/6. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent requérir des institutions ou services publics compétents les renseignements administratifs nécessaires pour disposer de tous les éléments leur permettant de décider en pleine connaissance de cause des suites à donner au dossier qu'ils traitent.
  Tous les services de l'Etat, y compris les parquets, les greffes des cours et tribunaux et la police, tous les services des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes, des communes, des associations dont elles font partie, des institutions publiques qui en dépendent, ainsi que de toutes les institutions publiques et les institutions coopérantes de sécurité sociale, accèdent à la demande des agents compétents de leur fournir tout renseignement et de leur produire des copies, sous n'importe quelle forme, de tous les supports d'information, étant entendu que les informations et documents relatifs à une information ou à une instruction ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général compétent ou du procureur fédéral.
  Les services précités fournissent sans frais ces renseignements et copies.
  Toutefois, tous renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par le ministère public ou par le juge d'instruction ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse respectivement du ministère public ou du juge d'instruction.".
Art. 26. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een Hoofdstuk 2 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 2. Verweermiddelen".
Art. 26. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 2 intitulé "CHAPITRE 2. Les moyens de défense".
Art. 27. In hoofdstuk 2 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel XV.60/7 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/7. De overtreder wordt bij een aangetekende zending verzocht zijn verweermiddelen in te dienen. Deze zending vermeldt de volgende gegevens :
  1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de basis liggen van de aanvang van de procedure;
  2° het recht van de overtreder om zijn verweermiddelen in te dienen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de dag van de kennisgeving, namelijk op de dag van aanbieding van de aangetekende zending aan de geadresseerde;
  3° zijn recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
  4° het adres van de dienst waar de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deel van uitmaken en waar de overtreder zijn dossier kan inzien, alsmede de openingsuren gedurende dewelke hij hiervoor bij de bevoegde ambtenaren terecht kan;
  5° het recht van de overtreder op een afschrift van het dossier;
  6° het postadres en het e-mailadres van de dienst waar de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deel van uitmaken, met het oog op de indiening van de verweermiddelen.
  Indien de overtreder verzuimd heeft om de aangetekende zending in ontvangst te nemen, sturen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 hem bij gewone brief of via elektronische weg een tweede uitnodiging toe om zijn verweermiddelen in te dienen.
  Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor de indiening van verweermiddelen.".
Art. 27. Dans le chapitre 2 du titre 1/2, inséré par l'article 26, il est inséré un article XV.60/7 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/7. Le contrevenant est invité par un envoi recommandé à présenter ses moyens de défense. Cet envoi spécifie les informations suivantes :
  1° les références du procès-verbal qui constate l'infraction et relate les faits à propos desquels la procédure est entamée;
  2° le droit pour le contrevenant d'exposer ses moyens de défense dans un délai de trente jours à compter du jour de la notification, à savoir, le jour de la présentation de l'envoi recommandé au destinataire;
  3° son droit de se faire assister d'un conseil;
  4° l'adresse du service dont font partie les agents compétents visés à l'article XV.60/4 et où le contrevenant peut consulter son dossier ainsi que les heures d'ouverture au cours desquelles il peut s'adresser aux agents compétents à cette fin;
  5° le droit pour le contrevenant d'obtenir une copie du dossier;
  6° les adresses postale et électronique du service dont font partie les agents compétents visés à l'article XV.60/4 en vue de la présentation des moyens de défense.
  Si le contrevenant a omis de prendre réception de l'envoi recommandé, les agents compétents lui envoient, par pli ordinaire ou par voie électronique, une seconde invitation à présenter ses moyens de défense.
  Cette seconde invitation ne fait pas courir un nouveau délai de trente jours pour introduire des moyens de défense.".
Art. 28. In hoofdstuk 2 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel XV.60/8 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/8. De verweermiddelen kunnen schriftelijk, inbegrepen via e-mail, worden ingediend.
  Ze kunnen ook mondeling worden ingediend bij de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.".
Art. 28. Dans le chapitre 2 du titre 1/2, inséré par l'article 26, il est inséré un article XV.60/8 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/8. Les moyens de défense peuvent être présentés par écrit, y compris par courrier électronique.
  Ils peuvent également être présentés oralement auprès des agents compétents visés à l'article XV.60/4.".
Art. 29. In hoofdstuk 2 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel XV.60/9 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/9. De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 stellen het dossier met betrekking tot de inbreuken die aanleiding kunnen geven tot een administratieve geldboete ter beschikking van de overtreder of diens raadsman, zodat hij het kan raadplegen in de lokalen van de bevoegde ambtenaren en, op diens verzoek, verstrekken de bevoegde ambtenaren een kopie van de stukken van het dossier.
  Artikel 460ter van het Strafwetboek is toepasselijk op de overtreder die gelijkgesteld wordt met de inverdenkinggestelde met het oog op de toepassing van die bepaling.".
Art. 29. Dans le chapitre 2 du titre 1/2, inséré par l'article 26, il est inséré un article XV.60/9 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/9. Les agents compétents visés à l'article XV.60/4 mettent à la disposition du contrevenant ou de son avocat le dossier relatif aux infractions pouvant donner lieu à l'application de l'amende administrative afin qu'il le consulte dans les locaux des agents compétents et, sur demande, les agents compétents fournissent une copie des pièces du dossier.
  L'article 460ter du Code pénal est applicable au contrevenant qui est assimilé à l'inculpé en vue de l'application de cette disposition.".
Art. 30. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een Hoofdstuk 3 ingevoegd luidende "Hoofdstuk 3. Beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete".
Art. 30. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 3 intitulé "Chapitre 3. La décision infligeant une amende administrative".
Art. 31. In hoofdstuk 3 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel XV.60/10 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/10. De administratieve geldboete kan niet meer worden opgelegd vijf jaar na de feiten.
  De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgevingen van de beslissingen van het openbaar ministerie omtrent het al dan niet instellen van strafvervolging en het verzoek ten aanzien van de overtreder om verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid gestelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.".
Art. 31. Dans le chapitre 3 du titre 1/2, inséré par l'article 30, il est inséré un article XV.60/10 rédigé comme suit: :
  "Art. XV.60/10. L'amende administrative ne peut plus être infligée cinq ans après les faits.
  Toutefois, les actes d'instruction ou de poursuites, y compris les notifications des décisions du ministère public d'intenter des poursuites pénales ou de ne pas poursuivre et l'invitation au contrevenant de présenter des moyens de défense, accomplis dans le délai déterminé à l'alinéa 1er, en interrompent le cours. Ces actes font courir un nouveau délai d'égale durée, même à l'égard des personnes qui n'y sont pas impliquées.".
Art. 32. In hoofdstuk 3 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel XV.60/11 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/11. De administratieve geldboete mag niet worden opgelegd vóór het eind van de termijn vermeld in artikel XV.60/7, eerste lid, 2°, of vóór het verweer van de overtreder, wanneer dit wordt ingediend vóór het einde van de voormelde termijn.".
Art. 32. Dans le chapitre 3 du titre 1/2, inséré par l'article 30, il est inséré un article XV.60/11 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/11. L'amende administrative ne peut être infligée avant l'échéance du délai prévu à l'article XV.60/7, alinéa 1er, 2°, ou avant la défense du contrevenant, lorsque celle-ci est présentée avant la fin du délai précité.".
Art. 33. In hoofdstuk 3 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel XV.60/12 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/12. De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete omvat inzonderheid de volgende elementen :
  1° de bepalingen die de rechtsgrond van de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete uitmaken;
  2° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de basis lagen van de aanvang van de procedure tot oplegging van een administratieve geldboete;
  3° de datum van de kennisgeving van de mogelijkheid tot indiening van de verweermiddelen;
  4° in voorkomend geval de datum waarop de verweermiddelen werden ingediend, een overzicht van de ingediende verweermiddelen en de repliek op deze verweermiddelen;
  5° het bedrag van de administratieve geldboete;
  6° in voorkomend geval, hoe en in welke mate rekening is gehouden met de genomen maatregelen bedoeld in de artikelen XV.5/1, § 1, of XV.31/2/1 bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete;
  7° de bepalingen van artikel XV.60/17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de betaling van de geldboete;
  8° de bepaling van artikel XV.60/15 met betrekking tot het beroep tegen de beslissing.".
Art. 33. Dans le chapitre 3 du titre 1/2, inséré par l'article 30, il est inséré un article XV.60/12 rédigé comme suit :
  "Art. XV. 60/12. La décision infligeant une amende administrative comprend notamment les éléments suivants :
  1° les dispositions qui constituent la base juridique de la décision infligeant une amende administrative;
  2° les références du procès-verbal constatant l'infraction et relatant les faits à propos desquels la procédure infligeant une amende administrative a été entamée;
  3° la date de la notification de la possibilité de présenter des moyens de défense;
  4° le cas échéant, la date à laquelle les moyens de défense ont été présentés, un relevé des moyens de défense présentés et la réplique à ces moyens de défense;
  5° le montant de l'amende administrative;
  6° le cas échéant, la mesure dans laquelle et la manière dont il a été tenu compte des mesures prises en application des articles XV.5/1, § 1er, ou XV.31/2/1 pour fixer le montant de l'amende administrative;
  7° les dispositions de l'article XV.60/17, alinéas 1er et 2, relatif au paiement de l'amende;
  8° la disposition de l'article XV.60/15 concernant le recours contre la décision.".
Art. 34. In hoofdstuk 3 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel XV.60/13 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/13. De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete wordt per aangetekende zending aan de overtreder ter kennis gebracht. De kennisgeving doet de strafvordering vervallen.".
Art. 34. Dans le chapitre 3 du titre 1/2, inséré par l'article 30, il est inséré un article XV.60/13 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/13. La décision infligeant une amende administrative est notifiée au contrevenant par envoi recommandé. La notification éteint l'action publique.".
Art. 35. In hoofdstuk 3 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 30, wordt een artikel XV.60/14 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/14. De beslissing heeft uitvoerbare kracht.".
Art. 35. Dans le chapitre 3 du titre 1/2, inséré par l'article 30, il est inséré un article XV.60/14 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/14. La décision a force exécutoire.".
Art. 36. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 4. Beroep".
Art. 36. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 4 intitulé "CHAPITRE 4. Le recours".
Art. 37. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een Hoofdstuk 5 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 5. Betaling van de administratieve geldboete".
Art. 37. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 5 intitulé "CHAPITRE 5. Le paiement de l'amende administrative".
Art. 38. In hoofdstuk 5 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel XV.60/16 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/16. De administratieve geldboete wordt behoudens beroep bedoeld in artikel XV.60/15 betaald binnen een termijn van drie maanden, die ingaat op de dag van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
  De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen evenwel de overtreder op diens verzoek en indien daartoe aanleiding bestaat een langere termijn toekennen, zonder dat de termijn van één jaar overschreden mag worden.
  De administratieve geldboete wordt betaald op het rekeningnummer dat vermeld wordt in de kennisgeving betreffende de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.".
Art. 38. Dans le chapitre 5 du titre 1/2, inséré par l'article 37, il est inséré un article XV.60/16 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/16. L'amende administrative est sauf recours visé à l'article XV.60/15, payée dans un délai de trois mois à compter du jour de la notification de la décision infligeant l'amende administrative.
  Les agents compétents visés à l'article XV.60/4 peuvent toutefois accorder au contrevenant, à sa demande et s'il y a lieu, un délai plus long, sans pouvoir dépasser le délai d'un an.
  L'amende administrative est payée sur le numéro de compte mentionné dans la notification relative à la décision infligeant une amende administrative.".
Art. 39. In hoofdstuk 5 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel XV.60/17 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/17. Indien de overtreder in gebreke blijft voor de betaling van de administratieve geldboete binnen de termijn bedoeld in artikel XV.60/16, maken de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 het dossier over aan de administratie van de FOD Financiën die belast is met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de invordering van deze geldboete.
  Met het oog hierop bezorgen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 een kopie van de administratieve beslissing, aan de in het eerste lid bedoelde administratie.
  De door de in het eerste lid bedoelde administratie in te stellen invorderingen gebeuren overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de domaniale wet van 22 december 1949.".
Art. 39. Dans le chapitre 5 du titre 1/2, inséré par l'article 37, il est inséré un article XV.60/17 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/17. Si le contrevenant demeure en défaut de payer l'amende administrative dans le délai visé à l'article XV.60/16, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 transmettent le dossier à l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales en vue du recouvrement de cette amende.
  A cet effet, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 transmettent une copie de la décision administrative à l'administration visée à l'alinéa 1er.
  Les recouvrements à intenter par l'administration visée à l'alinéa 1er se déroulent conformément aux articles 3 et 4 de la loi domaniale du 22 décembre 1949.".
Art. 40. In hoofdstuk 5 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel XV.60/18 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/18. De rechtsvordering tot invordering van de administratieve geldboete verjaart tien jaar na de dag waarop geen beroep meer kan worden aangetekend tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.".
Art. 40. Dans le chapitre 5 du titre 1/2, inséré par l'article 37, il est inséré un article XV.60/18 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/18. L'action en récupération de l'amende administrative se prescrit par dix ans à dater du jour où la décision des agents compétents visés à l'article XV.60/4 n'est plus susceptible de recours.".
Art. 41. In hoofdstuk 5 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel XV.60/19 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/19. Door de betaling van de geldboete vervalt de rechtsvordering van de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.".
Art. 41. Dans le chapitre 5 du titre 1/2, inséré par l'article 37, il est inséré un article XV.60/19 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/19. Le paiement de l'amende met fin à l'action des agents compétents visés à l'article XV.60/4.".
Art. 42. In titel 1/2, ingevoegd bij artikel 21, wordt een Hoofdstuk 6 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 6. Bedrag van de administratieve geldboete".
Art. 42. Dans le titre 1/2, inséré par l'article 21, il est inséré un chapitre 6 intitulé "CHAPITRE 6. Montant de l'amende administrative".
Art. 43. In hoofdstuk 6 van titel 1/2, ingevoegd bij artikel 42, wordt een artikel XV.60/20 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.60/20. De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete stemmen overeen met de respectieve minimale en maximale bedragen van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de hoofdstukken 1 en 2 van titel 3 van dit boek, die hetzelfde feit sanctioneert.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboeten bedoeld bij dit Wetboek.".
Art. 43. Dans le chapitre 6 du titre 1/2, inséré par l'article 42, il est inséré un article XV.60/20 rédigé comme suit :
  "Art. XV.60/20. Les montants minimaux et maximaux de l'amende administrative correspondent aux montants minimaux et maximaux respectifs de l'amende pénale, définie aux chapitres 1er et 2 du titre 3 du présent livre, sanctionnant le même fait.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans le présent Code.".
Art. 44. In titel 2 van boek XV, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt na artikel XV.62/1 een hoofdstuk 1/1 ingevoegd luidende "HOOFDSTUK 1/1. De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels".
Art. 44. Dans le titre 2 du livre XV, inséré par la loi du 20 novembre 2013, après l'article XV.62/1, il est inséré un chapitre 1/1 intitulé "CHAPITRE 1/1. Les règles applicables aux amendes administratives".
Art. 45. In hoofdstuk 1/1 van titel 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel XV.62/2 ingevoegd luidende :
  "Art. XV.62/2. In geval van herhaling binnen een termijn van vijf jaar die volgt op een administratieve beslissing tot schuldigverklaring, op een administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete of op een gerechtelijke veroordeling tot een sanctie, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.".
Art. 45. Dans le chapitre 1/1 du titre 2, inséré par l'article 44, il est inséré un article XV.62/2 rédigé comme suit :
  "Art. XV.62/2. En cas de récidive dans un délai de cinq ans qui suit une décision administrative déclarant la culpabilité, une décision administrative infligeant une amende administrative ou une condamnation judiciaire à une sanction, le montant de l'amende administrative peut être porté au double du maximum.".
Art. 46. In hoofdstuk 1/1 van titel 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel XV.62/3 ingevoegd luidende :
  "Art. XV.62/3. In geval van samenloop van meerdere inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd zonder dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de hoogste administratieve geldboete mogen overschrijden.".
Art. 46. Dans le chapitre 1/1 du titre 2, inséré par l'article 44, il est inséré un article XV.62/3 rédigé comme suit :
  "Art. XV.62/3. En cas de concours de plusieurs infractions, les montants des amendes administratives sont cumulés sans qu'ils puissent cependant excéder le double du maximum de l'amende administrative la plus élevée.".
Art. 47. In hoofdstuk 1/1 van titel 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel XV.62/4 ingevoegd luidende :
  "Art. XV.62/4. Wanneer eenzelfde feit verscheidene inbreuken oplevert of wanneer verschillende inbreuken die gelijktijdig worden voorgelegd aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde misdadig opzet, wordt alleen de zwaarste administratieve geldboete opgelegd.
  Wanneer de bevoegde ambtenaren vaststellen dat inbreuken reeds het voorwerp waren van een beslissing tot het opleggen van een definitieve administratieve geldboete, en andere feiten die bij hen aanhangig zijn en die in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houden ze bij de toemeting van de administratieve geldboete rekening met de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Indien deze hun voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijken, spreken ze zich uit over de schuldvraag en verwijzen ze in hun beslissing naar de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.".
Art. 47. Dans le chapitre 1/1 du titre 2, inséré par l'article 44, il est inséré un article XV.62/4 rédigé comme suit :
  "Art. XV.62/4. Quand un même fait constitue plusieurs infractions ou lorsque différentes infractions soumises simultanément aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 constituent la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, l'amende administrative la plus forte est seule infligée.
  Lorsque les agents compétents constatent que des infractions ayant antérieurement fait l'objet d'une décision infligeant une amende administrative définitive et d'autres faits dont ils sont saisis et qui, à les supposer établis, sont antérieurs à ladite décision et constituent avec les premières infractions la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, ils tiennent compte, pour la fixation de l'amende administrative, des amendes administratives déjà infligées. Si celles-ci leur paraissent suffire à une juste répression de l'ensemble des infractions, ils se prononcent sur la culpabilité et renvoient dans leur décision aux amendes administratives déjà infligées. Le total des amendes administratives infligées en application du présent article ne peut excéder le maximum de l'amende administrative la plus forte.".
Art. 48. In hoofdstuk 1/1 van titel 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel XV.62/5 ingevoegd luidende :
  "Art. XV.62/5. Bij verzachtende omstandigheden kan de administratieve geldboete worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum.".
Art. 48. Dans le chapitre 1/1 du titre 2, inséré par l'article 44, il est inséré un article XV.62/5 rédigé comme suit :
  "Art. XV.62/5. En cas de circonstances atténuantes, l'amende administrative peut être réduite en dessous du montant minimum porté par la loi.".
Art. 49. In hoofdstuk 1/1 van titel 2, ingevoegd bij artikel 44, wordt een artikel XV.62/6 ingevoegd luidende :
  "Art. XV.62/6. § 1. De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 mogen besluiten dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover aan de overtreder geen administratieve geldboete van niveau 2 tot en met 6 werd opgelegd of hij niet veroordeeld werd tot een strafsanctie van niveau 2 tot en met 6 tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan.
  Een sanctie van niveau 1 tot en met 6 die vroeger uitgesproken was voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde misdadig opzet, vormt geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.
  § 2. De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 verlenen het uitstel bij dezelfde beslissing als die met welke zij de geldboete opleggen.
  De beslissing waarbij het uitstel wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn.
  § 3. De proeftermijn mag niet minder zijn dan één jaar en niet meer dan drie jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete of van het vonnis of het arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan.
  § 4. Het uitstel kan herroepen worden ingeval gedurende de proeftermijn een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk, hoger of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.
  § 5. Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de proeftermijn.
  De vermelding van de herroeping van het uitstel in de beslissing geschiedt zowel wanneer de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer deze ter beoordeling van de bevoegde ambtenaren wordt gelaten.
  § 6. De administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel wordt onbeperkt gecumuleerd met die welke opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.".
Art. 49. Dans le chapitre 1/1 du titre 2, inséré par l'article 44, il est inséré un article XV.62/6 rédigé comme suit :
  "Art. XV.62/6. § 1er. Les agents compétents visés à l'article XV.60/4 peuvent décider qu'il sera sursis à l'exécution de la décision infligeant une amende administrative, en tout ou en partie, pour autant que le contrevenant ne s'est pas vu infliger une amende administrative de niveau 2 à 6 ou n'a pas été condamné à une sanction pénale de niveau 2 à 6 durant les cinq années qui précèdent la nouvelle infraction.
  Une sanction de niveau 1 à 6 infligée ou prononcée antérieurement pour des faits unis par une même intention délictueuse ne fait pas obstacle à l'octroi d'un sursis.
  § 2. Les agents compétents visés à l'article XV.60/4 accordent le sursis par la même décision que celle par laquelle ils infligent l'amende.
  La décision accordant ou refusant le sursis doit être motivée.
  § 3. Le délai d'épreuve ne peut être inférieur à une année ni excéder trois années, à compter de la date de la notification de la décision infligeant l'amende administrative ou à dater du jugement ou de l'arrêt coulé en force de chose jugée.
  § 4. Le sursis peut être révoqué en cas de nouvelle infraction commise pendant le délai d'épreuve et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau égal, supérieur ou inférieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis.
  § 5. Le sursis est révoqué dans la même décision que celle par laquelle est infligée l'amende administrative pour la nouvelle infraction commise dans le délai d'épreuve.
  La mention de la révocation du sursis dans la décision se fait tant lorsque la révocation a lieu de plein droit que dans le cas où elle est laissée à l'appréciation des agents compétents.
  § 6. L'amende administrative qui devient exécutoire par suite de la révocation du sursis est cumulée sans limite avec celle infligée du chef de la nouvelle infraction.".
Art. 50. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XV.69/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.69/1. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of van een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 of de procedure voor de administratieve sanctie wordt opgestart.".
Art. 50. Il est inséré dans le même Code un article XV.69/1 rédigé comme suit :
  "Art. XV.69/1. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou lorsque le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal de constatation de l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 décident s'il y a lieu d'entamer la procédure de sanction administrative.".
Art. 51. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel XV.69/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.69/2. Indien het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafvervolging en van het voorstellen van een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of van een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek en indien er aanvullende onderzoeksdaden hebben plaatsgevonden, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van deze onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.".
Art. 51. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 1er du même Code, il est inséré un article XV.69/2 rédigé comme suit :
  "Art. XV.69/2. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, et que des actes d'enquête complémentaires ont eu lieu, il envoie une copie des pièces de procédure de ces actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4.".
Art. 52. In artikel XV.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet 21 december 2013, gewijzigd bij wetten van 29 juni 2016 en 30 juli 2018, wordt onder punt 3° de woorden "bedoeld in artikel XV.16/1" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel XV.3, 8°, ".
Art. 52. Dans l'article XV.85 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, modifié par les lois du 29 juin 2016 et du 30 juillet 2018, dans le point 3°, les mots "visé à l'article XV.16/1" sont remplacés par les mots "visé à l'article XV.3, 8° ".
Art. 53. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt het opschrift van afdeling 12 aangevuld met de woorden "en het niet in acht nemen van maatregelen".
Art. 53. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, l'intitulé de la section 12 est complété par les mots "et non-respect des mesures".
Art. 54. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 12, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt een artikel XV.126/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.126/2. Onverminderd de artikelen XV.126 en XV.126/1, wordt met een sanctie van niveau 4 gestraft:
  1° zij die geen gevolg geeft aan de verzoeken of opgelegde maatregelen bedoeld in de artikelen XV.3, 5° /1, 5° /2, 8° en 9°, en XV.5/1;
  2° de onderneming bedoeld in artikel XV.31/2 die de gemaakte toezeggingen of aanvullende toezeggingen niet in acht neemt.".
Art. 54. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2, section 12 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013, il est inséré un article XV.126/2, rédigé comme suit :
  "Art. XV.126/ 2. Sans préjudice des articles XV.126 et XV.126/1, est puni d'une sanction de niveau 4:
  1° quiconque ne donne pas suite aux demandes ou mesures imposées visées aux articles XV.3, 5° /1, 5° /2, 8° et 9°, et XV.5/1;
  2° l'entreprise visée à l'article XV.31/2 qui ne respecte pas les engagements pris ou les engagements supplémentaires.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 9 mars 1993 tendant à réglementer et à contrôler les activités des entreprises de courtage matrimonial
Art. 55. Artikel 8bis van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, ingevoegd bij de wet van 11 april 1999, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 8bis. Wanneer zij vaststellen dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op één van haar uitvoeringbesluiten of dat zij aanleiding kan geven tot een vordering tot staking op initiatief van de minister bevoegd voor Economie, kunnen de in artikel 9 bedoelde ambtenaren aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 55. L'article 8bis de la loi du 9 mars 1993 tendant à réglementer et à contrôler les activités des entreprises de courtage matrimonial, inséré par la loi du 11 avril 1999, est remplacé comme suit :
  "Art. 8bis. Lorsqu'ils constatent qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution ou qu'il peut donner lieu à une action en cessation à l'initiative du ministre ayant l'Economie dans ses attributions, les agents visés à l'article 9 peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 56. Het opschrift van hoofdstuk IV van dezelfde wet, wordt vervangen door "HOOFDSTUK IV. - Opsporing en vervolging".
Art. 56. L'intitulé du chapitre IV de la même loi est remplacé par "CHAPITRE IV. - Recherche et poursuite".
Art. 57. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt voor artikel 9 een "Afdeling 1 - Opsporing" ingevoegd.
Art. 57. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré avant l'article 9 une "Section 1er - Recherche".
Art. 58. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "bevoegd om de in deze wet bedoelde misdrijven" vervangen door de woorden "bevoegd om de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten bedoelde inbreuken";
  2° het derde lid vervangen als volgt :
  "De inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 58. A l'article 9 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est complété par les mots "et à ses arrêtés d'exécution";
  2° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
  "Les infractions à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
Art. 59. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt na artikel 9 een "Afdeling 2 - Vervolging".
Art. 59. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré après l'article 9 "Section 2 - Poursuite".
Art. 60. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 59, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 9bis;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 60. Dans la section 2, insérée par l'article 59, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit :
  "Art. 9/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de :
  1° l'application de la procédure de transaction visée à l'article 9bis;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 61. In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel 9/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 61. Dans la même section 2, il est inséré un article 9/2 rédigé comme suit :
  "Art. 9/2. Le ministère public notifie au service compétent visé à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 62. In dezelfde afdeling 2, wordt een artikel 9/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/3. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 62. Dans la même section 2, il est inséré un article 9/3 rédigé comme suit :
  "Art. 9/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 63. Artikel 9bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 april 1999, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 9bis. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikelen 10, 11 en 12, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 63. L'article 9bis de la même loi, inséré par la loi du 11 avril 1999, est remplacé comme suit :
  "Art. 9bis. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende fixé aux articles 10, 11 ou 12, majoré des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 64. Het opschrift van hoofdstuk V van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "HOOFDSTUK V. - Bestraffing".
Art. 64. L'intitulé du chapitre V de la même loi est remplacé comme suit: "CHAPITRE V. - Répression".
Art. 65. In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 april 1999, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De inbreuken op de bepalingen vervat in de artikelen 2 tot 6, 7, § 1, en 8 worden bestraft hetzij met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en een geldboete van 26 tot 100 000 euro of met een van die straffen alleen, hetzij met een administratieve geldboete van 26 tot 100 000 euro.".
Art. 65. Dans l'article 10 de la même loi, modifié par la loi du 11 avril 1999, l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
  "Les infractions aux dispositions des articles 2 à 6, 7, § 1er, et 8 sont punies soit d'une peine d'emprisonnement de quinze jours à trois ans et d'une amende de 26 à 100 000 euros ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 100 000 euros.".
Art. 66. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. Met hetzij een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en een geldboete van 26 tot 100 000 euro of met een van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 100 000 euro, wordt gestraft, hij die reclame maakt of doet maken voor voorstellen tot het organiseren van ontmoetingen, of een dergelijk voorstel doet onder een vorm die afbreuk doet aan de menselijke waardigheid, inzonderheid door een onterend beeld te geven van de persoon.".
Art. 66. L'article 12 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 12. Est puni soit d'un emprisonnement de quinze jours à trois ans et d'une amende de 26 à 100 000 euros, ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 100 000 euros, quiconque fait ou fait faire de la publicité pour des offres de rencontres ou fait une telle offre, dans des formes qui portent atteinte à la dignité humaine, notamment en présentant une image dégradante de la personne.".
Art. 67. Artikel 16 van dezelfde wet wordt als volgt vervangen :
  "De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 67. L'article 16 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 68. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 16/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 16/1. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 68. Dans le chapitre V de la même loi, il est inséré un article 16/1 rédigé comme suit :
  "Art. 16/1. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable des dettes du consommateur
Art. 69. In artikel 11 van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, gebeuren overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, opgenomen in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
  2° de paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.
Art. 69. Dans l'article 11 de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable des dettes du consommateur, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé comme suit:
  " § 2. La recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi se font conformément aux dispositions y relatives prévues dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du Code de droit économique.".
  2° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 70. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. Wanneer zij vaststellen dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op één van haar uitvoeringbesluiten of dat zij aanleiding kan geven tot een vordering tot staking, kunnen de in artikel 11, § 1, bedoelde ambtenaren aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 70. L'article 12 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 12. Lorsqu'ils constatent qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution ou qu'il peut donner lieu à une action en cessation, les agents visés à l'article 11, § 1er peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 71. In dezelfde wet wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 12/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 13;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 71. Dans la même loi, il est inséré un article 12/1 rédigé comme suit :
  "Art. 12/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de :
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 13;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 72. In hoofdstuk VI van dezelfde wet wordt een artikel 12/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 12/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 72. Dans le chapitre VI de la même loi, il est inséré un article 12/2 rédigé comme suit :
  "Art. 12/2. Le ministère public notifie au service compétent visé à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 73. In hoofdstuk VI van dezelfde wet wordt een artikel 12/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 12/3. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 73. Dans le chapitre VI de la même loi, il est inséré un article 12/3 rédigé comme suit :
  "Art. 12/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 74. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 13. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 15, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 74. L'article 13 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 13. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 15, majoré des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
Art. 75. Het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk VII van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Afdeling 1. - Burgerrechtelijke sancties, strafbepalingen en administratieve geldboetes.".
Art. 75. L'intitulé de la section 1re du chapitre VII de la même loi est remplacé comme suit: "Section 1re. - Sanctions civiles, dispositions pénales et amendes administratives.".
Art. 76. In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of met een administratieve geldboete van 26 tot 50 000 euro" ingevoegd tussen de woorden "Met geldboete van 26 tot 50 000 euro" en de woorden "worden gestraft";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.".
Art. 76. Dans l'article 15 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou d'une amende administrative de 26 à 50 000 euros" sont insérés après les mots "d'une amende de 26 à 50 000 euros";
  2° le paragraphe 3 est abrogé.".
Art. 77. In hoofdstuk VII, afdeling 1, van dezelfde wet wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 15/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 77. Dans le chapitre VII, section 1re de la même loi, il est inséré un article 15/1 rédigé comme suit :
  "Art. 15/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 78. In hoofdstuk VII, afdeling 1 van dezelfde wet wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 15/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 78. Dans le chapitre VII, section 1re de la même loi, il est inséré un article 15/2 rédigé comme suit :
  "Art. 15/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion
Art. 79. In de wet van 11 juni 2004 betreffende de informatieverstrekking bij de verkoop van tweedehandsvoertuigen wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kunnen het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 11;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 79. Dans la loi du 11 juin 2004 relative à l'information à fournir lors de la vente de véhicules d'occasion, il est inséré un article 7/1 rédigé comme suit :
  "Art. 7/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 11;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 80. In dezelfde wet wordt een artikel 7/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 80. Dans la même loi, il est inséré un article 7/2 rédigé comme suit :
  "Art. 7/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 81. In dezelfde wet wordt een artikel 7/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/3. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 81. Dans la même loi, il est inséré un article 7/3 rédigé comme suit :
  "Art. 7/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 82. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 28 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De hiervoor bedoelde inbreuken kunnen eveneens het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete van 10 tot 3 000 euro.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.".
Art. 82. Dans l'article 8 de la même loi, modifié par la loi du 28 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
  "Les infractions visées ci-avant peuvent également faire l'objet d'une amende administrative de 10 à 3 000 euros.";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.".
Art. 83. In dezelfde wet wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 8/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 83. Dans la même loi, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit :
  "Art. 8/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 84. In dezelfde wet wordt een artikel 8/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 8/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 84. Dans la même loi, il est inséré un article 8/2 rédigé comme suit :
  "Art. 8/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
Art. 85. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, gebeuren overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, opgenomen in boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.";
  2° de paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.
Art. 85. Dans l'article 9 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. La recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi se font conformément aux dispositions y relatives prévues dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du Code de droit économique.";
  2° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 86. Artikel 10 van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 10. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 9, § 1, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 86. L'article 10 de la même loi, est remplacé comme suit: :
  "Art. 10. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 9, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 87. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 11. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 8, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 87. L'article 11 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 11. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 8, majoré des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 28 août 2011 relative à la protection des consommateurs en matière de contrats d'utilisation de biens à temps partagé, de produits de vacances à long terme, de revente et d'échange
Art. 88. Artikel 22 van de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 22. Wanneer zij vaststellen dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op één van haar uitvoeringbesluiten of dat zij aanleiding kan geven tot een vordering tot staking op initiatief van de minister bevoegd voor Economie, kunnen de in artikel 27, § 1, bedoelde ambtenaren aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 88. L'article 22 de la loi du 28 août 2011 relative à la protection des consommateurs en matière de contrats d'utilisation de biens à temps partagé, de produits de vacances à long terme, de revente et d'échange, est remplacé comme suit :
  "Art. 22. Lorsqu'ils constatent qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution ou qu'il peut donner lieu à une action en cessation à l'initiative du ministre ayant l'Economie dans ses attributions, les agents visés à l'article 27, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 89. Het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Afdeling 4. - Vervolging en bestraffing".
Art. 89. L'intitulé de la section 4 du chapitre 8 de la même loi est remplacé comme suit: "Section 4. - Poursuite et répression".
Art. 90. In Afdeling 4 van hoofdstuk 8 van dezelfde wet wordt voor artikel 23 het opschrift "Onderafdeling 1. - Vervolging" ingevoegd.
Art. 90. Dans la section 4 du chapitre 8 de la même loi, il est inséré avant l'article 23 une sous-section 1re intitulée: "Sous-section 1re. - Poursuite".
Art. 91. In onderafdeling 1 van hoofdstuk 8, afdeling 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 90, wordt een artikel 22/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 28;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 91. Dans la sous-section 1re du chapitre 8, section 4, de la même loi, insérée par l'article 90, il est inséré un article 22/1 rédigé comme suit :
  "Art. 22/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de :
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 28;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 92. In onderafdeling 1 van hoofdstuk 8, afdeling 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 90, wordt een artikel 22/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 92. Dans la sous-section 1re du chapitre 8, section 4, de la même loi, inséré par l'article 90, il est inséré un article 22/2 rédigé comme suit :
  "Art. 22/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 93. In onderafdeling 1 van hoofdstuk 8, afdeling 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 90, wordt een artikel 22/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22/3. Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 93. Dans la sous-section 1re du chapitre 8, section 4, de la même loi, insérée par l'article 90, il est inséré un article 22/3 rédigé comme suit: :
  "Art. 22/3. Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 94. In afdeling 4 van hoofdstuk 8 van dezelfde wet wordt na artikel 22/3, ingevoegd bij artikel 93, het opschrift "Onderafdeling 2. - Bestraffing" ingevoegd dat de artikelen 23 tot 26 omvat.
Art. 94. Dans la section 4 du chapitre 8 de la même loi, après l'article 22/3, inséré par l'article 93, il est inséré une sous-section 2 intitulée: "Sous-section 2. - Répression", qui inclut les articles 23 à 26.
Art. 95. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 23. Zij die de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten overtreden, worden bestraft hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 250 tot 20 000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 250 tot 20 000 euro.".
Art. 95. L'article 23 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 23. Ceux qui commettent une infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution sont punis soit d'une amende pénale de 250 à 20 000 euros, soit d'une amende administrative de 250 à 20 000 euros.".
Art. 96. In artikel 24 van dezelfde wet worden de woorden "Met een geldboete van 1 000 tot 20 000 euro" vervangen door de woorden "Hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 1 000 tot 20 000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 1 000 tot 20 000 euro".
Art. 96. Dans l'article 24 de la même loi, les mots "d'une amende de 1 000 à 20 000 euros" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale de 1 000 à 20 000 euros, soit d'une amende administrative de 1 000 à 20 000 euros".
Art. 97. In dezelfde wet wordt een artikel 25/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 25/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 97. Dans la même loi, il est inséré un article 25/1 rédigé comme suit :
  "Art. 25/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 98. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 26. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 98. L'article 26 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 26. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
Art. 99. In artikel 27 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
  2° De paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.
Art. 99. Dans l'article 27 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Le paragraphe 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. Les infractions à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique.".
  2° Les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 100. Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 28. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 24, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 100. L'article 28 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 28. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 24, majoré des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 30 juli 2013 betreffende de verkoop van toegangsbewijzen tot evenementen
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi du 30 juillet 2013 relative à la revente de titres d'accès à des événements
Art. 101. In de wet van 30 juli 2013 betreffende de verkoop van toegangsbewijzen tot evenementen wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 8/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 13;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 101. Dans la loi du 30 juillet 2013 relative à la revente de titres d'accès à des événements, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit :
  "Art. 8/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de :
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 13;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.".
Art. 102. In dezelfde wet wordt een artikel 8/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 8/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 102. Dans la même loi, il est inséré un article 8/2 rédigé comme suit :
  "Art. 8/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 103. In dezelfde wet wordt een artikel 8/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 8/3. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 103. Dans la même loi, il est inséré un article 8/3 rédigé comme suit :
  "Art. 8/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 104. Artikel 9 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
  "Art. 9. De inbreuken op de artikelen 4 en 5 zijn onderworpen aan hetzij een strafrechtelijke geldboete van niveau 2 zoals bedoeld in artikel XV.70 van het Wetboek van economisch recht, hetzij een administratieve geldboete van hetzelfde niveau, overeenkomstig artikel XV.60/20 van hetzelfde Wetboek.".
Art. 104. L'article 9 de la même loi est modifié comme suit :
  "Art. 9. Les infractions aux articles 4 et 5 sont soumises soit à une amende pénale de niveau 2 telle que visée à l'article XV.70 du Code de droit économique, soit à une amende administrative du même niveau conformément à l'article XV.60/20 du même Code.".
Art. 105. In dezelfde wet wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 105. Dans la même loi, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit :
  "Art. 9/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 106. In dezelfde wet wordt een artikel 9/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 9/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 106. Dans la même loi, il est inséré un article 9/2 rédigé comme suit ::
  "Art. 9/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
Art. 107. Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 107. L'article 10 de la même loi est abrogé.
Art. 108. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.".
  2° de paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.
Art. 108. Dans l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. Les infractions à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution sont recherchées et constatées conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1re du Code de droit économique.".
  1° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 109. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 12. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet of één van haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 11, § 1, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 109. L'article 12 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 12. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 11, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 110. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 13. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de geldboete bepaald in artikel 9, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 110. L'article 13 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 13. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende fixé à l'article 9, majoré des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage
Art. 111. Het opschrift van hoofdstuk 3 van titel 7 van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten wordt vervangen door "HOOFDSTUK 3. - Vervolging en bestraffing".
Art. 111. L'intitulé du chapitre 3 du titre 7 de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage est remplacé par "CHAPITRE 3. - Poursuite et répression".
Art. 112. In hoofdstuk 3 van titel 7 van dezelfde wet wordt voor artikel 79 het opschrift "Afdeling 1. - Vervolging" ingevoegd.
Art. 112. Dans le chapitre 3 du titre 7 de la même loi, il est inséré le titre "Section 1ère. - Poursuite" avant l'article 79.
Art. 113. In afdeling 1 van titel 7, hoofdstuk 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 78/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 78/1. § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van :
  1° de toepassing van de transactieprocedure zoals bedoeld in artikel 84;
  2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
  3° een strafrechtelijke vervolging.
  § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV het Wetboek van economisch recht.".
Art. 113. Dans la section 1re du titre 7, chapitre 3, de la même loi, insérée par l'article 112, il est inséré un article 78/1 rédigé comme suit :
  "Art. 78/1. § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 84;
  2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
  3° une poursuite pénale.
  § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV Code de droit économique.".
Art. 114. In afdeling 1 van titel 7, hoofdstuk 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 78/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 78/2. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.".
Art. 114. Dans la section 1re du titre 7, chapitre 3, de la même loi, insérée par l'article 112, il est inséré un article 78/2 rédigé comme suit :
  "Art. 78/2. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.".
Art. 115. In afdeling 1 van titel 7, hoofdstuk 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 78/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 78/3. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van de aanvullende onderzoeksdaden aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 115. Dans la section 1re du titre 7, chapitre 3, de la même loi, insérée par l'article 112, il est inséré un article 78/3 rédigé comme suit :
  "Art. 78/3. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.".
Art. 116. In hoofdstuk 3 van titel 7 van dezelfde wet wordt na artikel 78/3, ingevoegd bij artikel 115, het opschrift "Afdeling 2. - Bestraffing" ingevoegd.
Art. 116. Dans le chapitre 3 du titre 7 de la même loi, il est inséré le titre "Section 2. - Répression" après l'article 78/3, inséré par l'article 115.
Art. 117. In het artikel 79 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 25 000 euro" vervangen door de woorden "hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 25 000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 26 tot 25 000 euro";
  2° in het tweede lid worden de woorden "een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 50 000 euro" vervangen door de woorden "hetzij een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 50 000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 50 000 euro".
Art. 117. Dans l'article 79 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une amende pénale de 26 à 25 000 euros" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale de 26 à 25 000 euros, soit d'une amende administrative de 26 à 25 000 euros";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "d'une amende pénale de 26 à 50 000 euros" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale de 26 à 25 000 euros, soit d'une amende administrative de 26 à 25 000 euros".
Art. 118. In artikel 81 van dezelfde wet worden de woorden "een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 25 000 euro" vervangen door de woorden "hetzij een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 25 000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 26 tot 25 000 euro".
Art. 118. Dans l'article 81 de la même loi, les mots "d'une amende de 26 à 25 000 euros" sont remplacés par les "soit d'une amende pénale de 26 à 25 000 euros, soit d'une amende administrative de 26 à 25 000 euros".
Art. 119. In afdeling 2 van titel 7, hoofdstuk 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 116, wordt een artikel 81/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 81/1. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld bij deze wet.".
Art. 119. Dans la section 2 du titre 7, chapitre 3, de la même loi, insérée par l'article 116, il est inséré un article 81/1 rédigé comme suit :
  "Art. 81/1. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.".
Art. 120. In afdeling 2 van titel 7, hoofdstuk 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 116, wordt een artikel 81/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 81/2. De artikelen XV.69, XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn toepasselijk op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.".
Art. 120. Dans la section 2 du titre 7, chapitre 2, de la même loi, insérée par l'article 116, il est inséré un article 81/2 rédigé comme suit :
  "Art. 81/2. Les articles XV.69, XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.".
Art. 121. In artikel 82 van dezelfde wet wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 121. Dans l'article 82 de la même loi, le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 122. Artikel 83 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 83. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vormt, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 82, § 1, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 122. L'article 83 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 83. Lorsqu'il est constaté qu'un acte constitue une infraction à la présente loi ou à un de ses arrêtés d'exécution, les agents visés à l'article 82, § 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.".
Art. 123. Artikel 84 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 84. Wanneer inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren aan de overtreders een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.".
Art. 123. L'article 84 de la même loi est remplacé comme suit :
  "Art. 84. Lorsque des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont constatées, les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une transaction aux contrevenants conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.".