Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 FEBRUARI 2020. - Wet tot invoering van diverse fiscale overgangsbepalingen wat betreft de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-03-2020 en tekstbijwerking tot 29-12-2020)
Titre
21 FEVRIER 2020. - Loi introduisant diverses dispositions fiscales transitoires en ce qui concerne le retrait du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Union européenne(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-03-2020 et mise à jour au 29-12-2020)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (20)
Texte (20)
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTENBELASTINGEN
TITRE 2. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX IMPOTS SUR LES REVENUS
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 2. In titel X van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 544 ingevoegd, luidende:
"Art. 544. § 1. Voor de toepassing van artikel 59, § 1, eerste lid, 1° en van de bepalingen van titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 2bis, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor overeenkomsten ten laatste afgesloten op 31 december 2020.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 2753, § 1, derde lid, 1°, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor samenwerkingsovereenkomsten ten laatste afgesloten op 31 december 2020 en dit tot het initieel voorziene einde van deze overeenkomsten.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 192, § 3, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor de tot en met 31 december 2020 verwezenlijkte meerwaarden.
§ 4. Voor de toepassing van de artikelen 184bis, § 4 en § 5, 184ter, § 2, achtste lid, 211, § 1, vierde en vijfde lid, en § 2, zesde lid, 214bis, inleidende zin, 229, § 4, derde tot tiende lid en 231, § 2, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor verrichtingen of overbrengingen die ten laatste op 31 december 2020 zijn bekend gemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.".
"Art. 544. § 1. Voor de toepassing van artikel 59, § 1, eerste lid, 1° en van de bepalingen van titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 2bis, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor overeenkomsten ten laatste afgesloten op 31 december 2020.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 2753, § 1, derde lid, 1°, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor samenwerkingsovereenkomsten ten laatste afgesloten op 31 december 2020 en dit tot het initieel voorziene einde van deze overeenkomsten.
§ 3. Voor de toepassing van artikel 192, § 3, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor de tot en met 31 december 2020 verwezenlijkte meerwaarden.
§ 4. Voor de toepassing van de artikelen 184bis, § 4 en § 5, 184ter, § 2, achtste lid, 211, § 1, vierde en vijfde lid, en § 2, zesde lid, 214bis, inleidende zin, 229, § 4, derde tot tiende lid en 231, § 2, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor verrichtingen of overbrengingen die ten laatste op 31 december 2020 zijn bekend gemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.".
Art. 2. Dans le titre X du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 544 rédigé comme suit :
"Art. 544. § 1er. Pour l'application de l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 1°, et des dispositions du titre II, chapitre III, section 1ère, sous-section 2bis, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les contrats conclus au plus tard le 31 décembre 2020.
§ 2. Pour l'application de l'article 2753, § 1er, alinéa 3, 1°, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les conventions de partenariat conclues au plus tard le 31 décembre 2020, et ce jusqu'à la fin initialement prévue de ces conventions.
§ 3. Pour l'application de l'article 192, § 3, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les plus-values réalisées jusqu'au 31 décembre 2020.
§ 4. Pour l'application des articles 184bis, § 4 et § 5, 184ter, § 2, alinéa 8, 211, § 1er, alinéas 4 et 5, et § 2, alinéa 6, 214bis, phrase liminaire, 229, § 4, alinéas 3 à 10, et 231, § 2, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les opérations ou les transferts publiés aux Annexes du Moniteur belge au plus tard le 31 décembre 2020.".
"Art. 544. § 1er. Pour l'application de l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 1°, et des dispositions du titre II, chapitre III, section 1ère, sous-section 2bis, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les contrats conclus au plus tard le 31 décembre 2020.
§ 2. Pour l'application de l'article 2753, § 1er, alinéa 3, 1°, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les conventions de partenariat conclues au plus tard le 31 décembre 2020, et ce jusqu'à la fin initialement prévue de ces conventions.
§ 3. Pour l'application de l'article 192, § 3, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les plus-values réalisées jusqu'au 31 décembre 2020.
§ 4. Pour l'application des articles 184bis, § 4 et § 5, 184ter, § 2, alinéa 8, 211, § 1er, alinéas 4 et 5, et § 2, alinéa 6, 214bis, phrase liminaire, 229, § 4, alinéas 3 à 10, et 231, § 2, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Union européenne pour les opérations ou les transferts publiés aux Annexes du Moniteur belge au plus tard le 31 décembre 2020.".
Art. 3. In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 545 ingevoegd, luidende:
"Art. 545. Voor de toepassing van de artikelen 171, 3° quater, en 269, § 1, 3°, worden voor wat betreft de tot 31 december 2025 betaalde of toegekende inkomsten, de in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelegen onroerende goederen die de uitkerende vennootschap reeds op 31 december 2020 rechtstreeks of onrechtstreeks in haar bezit had en deze sindsdien ononderbroken tot en met de dag van de betaling of toekenning van de inkomsten in haar bezit heeft gehouden, als in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte gelegen onroerende goederen beschouwd.".
"Art. 545. Voor de toepassing van de artikelen 171, 3° quater, en 269, § 1, 3°, worden voor wat betreft de tot 31 december 2025 betaalde of toegekende inkomsten, de in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelegen onroerende goederen die de uitkerende vennootschap reeds op 31 december 2020 rechtstreeks of onrechtstreeks in haar bezit had en deze sindsdien ononderbroken tot en met de dag van de betaling of toekenning van de inkomsten in haar bezit heeft gehouden, als in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte gelegen onroerende goederen beschouwd.".
Art. 3. Dans le titre X du même Code, il est inséré un article 545 rédigé comme suit :
"Art. 545. Pour l'application des articles 171, 3° quater, et 269, § 1er, 3°, en ce qui concerne les revenus payés ou attribués jusqu'au 31 décembre 2025, les biens immobiliers situés dans le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord, dont la société distributrice disposait déjà, directement ou indirectement, le 31 décembre 2020 et dont elle a continué à disposer depuis lors de façon ininterrompue jusqu'au jour du paiement ou de l'attribution des revenus, sont considérés comme des biens immobiliers situés dans un Etat membre de l'Espace économique européen.".
"Art. 545. Pour l'application des articles 171, 3° quater, et 269, § 1er, 3°, en ce qui concerne les revenus payés ou attribués jusqu'au 31 décembre 2025, les biens immobiliers situés dans le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord, dont la société distributrice disposait déjà, directement ou indirectement, le 31 décembre 2020 et dont elle a continué à disposer depuis lors de façon ininterrompue jusqu'au jour du paiement ou de l'attribution des revenus, sont considérés comme des biens immobiliers situés dans un Etat membre de l'Espace économique européen.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de programmawet van 2 augustus 2002
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi-programme du 2 août 2002
Art. 4. In de programmawet van 2 augustus 2002, wordt een titel XV ingevoegd, luidende:
"Titel XV. Overgangsbepalingen"
"Titel XV. Overgangsbepalingen"
Art. 4. Dans la loi-programme de 2 août 2002, il est inséré un titre XV, rédigé comme suit :
"Titre XV. Dispositions transitoires"
"Titre XV. Dispositions transitoires"
Art. 5. In titel XV, van de programmawet van 2 augustus 2002, wordt een artikel 208 ingevoegd, luidende:
"Art. 208. Voor de toepassing van de artikelen 115 tot 120 of 124, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Economische Ruimte tot aan het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk dat ten laatste afsluit op 31 december 2020.
Wanneer het belastbaar tijdperk niet overeenstemt met het kalenderjaar, in het geval de belastingplichtige ten gevolge van het verlaten van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Economische Ruimte, niet langer voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt 2.2, tweede lid of in punt 3.1, leden 8 en 9, van de Mededeling C(2004) 43 van de Commissie - Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer, is de forfaitaire belasting aan de hand van de tonnage overeenkomstig de artikelen 115 tot 120 of 124 niet van toepassing voor het volledige belastbaar tijdperk.".
"Art. 208. Voor de toepassing van de artikelen 115 tot 120 of 124, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Economische Ruimte tot aan het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk dat ten laatste afsluit op 31 december 2020.
Wanneer het belastbaar tijdperk niet overeenstemt met het kalenderjaar, in het geval de belastingplichtige ten gevolge van het verlaten van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Economische Ruimte, niet langer voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt 2.2, tweede lid of in punt 3.1, leden 8 en 9, van de Mededeling C(2004) 43 van de Commissie - Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer, is de forfaitaire belasting aan de hand van de tonnage overeenkomstig de artikelen 115 tot 120 of 124 niet van toepassing voor het volledige belastbaar tijdperk.".
Art. 5. Dans le titre XV, de la loi-programme du 2 août 2002, il est inséré un article 208 rédigé comme suit :
"Art. 208. Pour l'application des articles 115 à 120 ou 124, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Espace économique européen jusqu'à l'exercice d'imposition afférant à la période imposable se clôturant au plus tard le 31 décembre 2020.
Lorsque la période imposable ne correspond pas à l'année civile, dans le cas où le contribuable, suite au retrait du le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Espace économique européen, ne répond plus en cours de période aux conditions mentionnées au point 2.2, alinéa 2, ou au point 3.1, alinéas 8 et 9, de la Communication C(2004) 43 de la Commission - Orientations communautaires sur les aides d'Etat au transport maritime, la taxation forfaitaire en fonction du tonnage conformément aux articles 115 à 120 ou 124, n'est pas applicable pour toute la période imposable concernée.".
"Art. 208. Pour l'application des articles 115 à 120 ou 124, le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord est assimilé à un Etat membre de l'Espace économique européen jusqu'à l'exercice d'imposition afférant à la période imposable se clôturant au plus tard le 31 décembre 2020.
Lorsque la période imposable ne correspond pas à l'année civile, dans le cas où le contribuable, suite au retrait du le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Espace économique européen, ne répond plus en cours de période aux conditions mentionnées au point 2.2, alinéa 2, ou au point 3.1, alinéas 8 et 9, de la Communication C(2004) 43 de la Commission - Orientations communautaires sur les aides d'Etat au transport maritime, la taxation forfaitaire en fonction du tonnage conformément aux articles 115 à 120 ou 124, n'est pas applicable pour toute la période imposable concernée.".
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
Art. 6.
Art. 6.
Art. 7.
Art. 7.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9.
Art. 9.
Art. 10.
Art. 10.
Art. 11.
Art. 11.
TITEL 3. - INWERKINGTREDING
TITRE 3. - ENTREE EN VIGUEUR
Art. 12. § 1. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van titel 2.
De artikelen 4 en 5 kunnen echter enkel in werking treden na een positieve beslissing van de Europese Commissie in gevolge de aanmelding van de in deze artikelen bedoelde wijzigingen.
§ 2. Indien het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland op een datum die plaatsvindt na 31 december 2020 de Europese Unie verlaat zonder terugtrekkingsakkoord overeenkomstig artikel 50 VEU, wijzigt de Koning door middel van een in Ministerraad overlegd besluit eveneens de data vermeld in de artikelen 2 tot 10 in functie van deze latere datum en overeenkomstig de volgende modaliteiten:
- de datum van 31 december 2020, door de datum van 31 december van het jaar waarin de laatste dag waarop het Verenigd Koninkrijk deel uitmaakt van de Europese Unie, plaatsvindt;
- de datum van 31 december 2025, door de datum van 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar van de laatste dag waarop het Verenigd Koninkrijk deel uitmaakt van de Europese Unie.
Indien het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de Europese Unie verlaat overeenkomstig artikel 50 VEU met een terugtrekkingsakkoord en de transitieperiode wordt verlengd tot na 31 december 2020, wijzigt de Koning door middel van een in Ministerraad overlegd besluit eveneens de data vermeld in de artikelen 2 tot 10 overeenkomstig de volgende modaliteiten:
- de datum van 31 december 2020, door de datum van 31 december van het jaar waarin de transitieperiode eindigt;
- de datum van 31 december 2025, door de datum van 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de transitieperiode eindigt.
§ 3. De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het in de tweede paragraaf genomen besluit. Dit besluit wordt geacht geen uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
De artikelen 4 en 5 kunnen echter enkel in werking treden na een positieve beslissing van de Europese Commissie in gevolge de aanmelding van de in deze artikelen bedoelde wijzigingen.
§ 2. Indien het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland op een datum die plaatsvindt na 31 december 2020 de Europese Unie verlaat zonder terugtrekkingsakkoord overeenkomstig artikel 50 VEU, wijzigt de Koning door middel van een in Ministerraad overlegd besluit eveneens de data vermeld in de artikelen 2 tot 10 in functie van deze latere datum en overeenkomstig de volgende modaliteiten:
- de datum van 31 december 2020, door de datum van 31 december van het jaar waarin de laatste dag waarop het Verenigd Koninkrijk deel uitmaakt van de Europese Unie, plaatsvindt;
- de datum van 31 december 2025, door de datum van 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar van de laatste dag waarop het Verenigd Koninkrijk deel uitmaakt van de Europese Unie.
Indien het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de Europese Unie verlaat overeenkomstig artikel 50 VEU met een terugtrekkingsakkoord en de transitieperiode wordt verlengd tot na 31 december 2020, wijzigt de Koning door middel van een in Ministerraad overlegd besluit eveneens de data vermeld in de artikelen 2 tot 10 overeenkomstig de volgende modaliteiten:
- de datum van 31 december 2020, door de datum van 31 december van het jaar waarin de transitieperiode eindigt;
- de datum van 31 december 2025, door de datum van 31 december van het vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de transitieperiode eindigt.
§ 3. De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het in de tweede paragraaf genomen besluit. Dit besluit wordt geacht geen uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. § 1er. Le Roi détermine la date d'entrée en vigueur du titre 2.
Toutefois, les articles 4 et 5 ne peuvent entrer en vigueur qu'après une décision favorable de la Commission européenne en réponse à la notification des modifications y visées.
§ 2. Si le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord quitte l'Union européenne conformément à l'article 50 TUE, sans accord de retrait, à une date qui se situe après le 31 décembre 2020, le Roi modifie les dates mentionnées aux articles 2 à 10 par arrêté délibéré en Conseil des ministres, en fonction de cette date postérieure et selon les modalités suivantes :
- la date du 31 décembre 2020, par la date du 31 décembre de l'année du dernier jour d'appartenance du Royaume-Uni à l'Union européenne ;
- la date du 31 décembre 2025, par la date du 31 décembre de la cinquième année civile qui suit l'année du dernier jour d'appartenance du Royaume-Uni à l'Union européenne.
Si le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord quitte l'Union européenne conformément à l'article 50 TUE, avec un accord de retrait, et que la période de transition est prolongée au-delà du 31 décembre 2020, le Roi modifie les dates mentionnées aux articles 2 à 10 par arrêté délibéré en Conseil des ministres, selon les modalités suivantes :
- la date du 31 décembre 2020, par la date du 31 décembre de l'année où prend fin la période de transition ;
- la date du 31 décembre 2025, par la date du 31 décembre de la cinquième année civile qui suit l'année où prend fin la période de transition.
§ 3. Le Roi saisira la Chambre des représentants immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation de l'arrêté pris en exécution du paragraphe 2. Ledit arrêté est censé ne pas avoir produit ses effets s'il n'est pas confirmé par la loi dans les douze mois de la date de sa publication au Moniteur belge.
Toutefois, les articles 4 et 5 ne peuvent entrer en vigueur qu'après une décision favorable de la Commission européenne en réponse à la notification des modifications y visées.
§ 2. Si le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord quitte l'Union européenne conformément à l'article 50 TUE, sans accord de retrait, à une date qui se situe après le 31 décembre 2020, le Roi modifie les dates mentionnées aux articles 2 à 10 par arrêté délibéré en Conseil des ministres, en fonction de cette date postérieure et selon les modalités suivantes :
- la date du 31 décembre 2020, par la date du 31 décembre de l'année du dernier jour d'appartenance du Royaume-Uni à l'Union européenne ;
- la date du 31 décembre 2025, par la date du 31 décembre de la cinquième année civile qui suit l'année du dernier jour d'appartenance du Royaume-Uni à l'Union européenne.
Si le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord quitte l'Union européenne conformément à l'article 50 TUE, avec un accord de retrait, et que la période de transition est prolongée au-delà du 31 décembre 2020, le Roi modifie les dates mentionnées aux articles 2 à 10 par arrêté délibéré en Conseil des ministres, selon les modalités suivantes :
- la date du 31 décembre 2020, par la date du 31 décembre de l'année où prend fin la période de transition ;
- la date du 31 décembre 2025, par la date du 31 décembre de la cinquième année civile qui suit l'année où prend fin la période de transition.
§ 3. Le Roi saisira la Chambre des représentants immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation de l'arrêté pris en exécution du paragraphe 2. Ledit arrêté est censé ne pas avoir produit ses effets s'il n'est pas confirmé par la loi dans les douze mois de la date de sa publication au Moniteur belge.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 2 ; 3 ; 4 ; 5 ; 6 ; 7 ; 8 ; 9 ; 10 ; 11 fixée au 01-01-2021 par AR 2020-12-22/07, art. 3)
TITEL 4. - TERRITORIAAL TOEPASSINGSGEBIED
TITRE 4. - CHAMP D'APPLICATION TERRITORIAL
Art. 13. Voor de toepassing van deze wet, wordt Gibraltar geacht deel uit te maken van "het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland".
Art. 13. Pour l'application de la présente loi, Gibraltar est censé faire partie du "Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord".