Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 JUNI 2019. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de kwalificaties met een landbouworiëntatie krachtens artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 20 juni 2019 tot bepaling van de minimale inhoud van de plaatsbeschrijving inzake pacht en van de clausules bedoeld in artikel 24 van de pachtwet
Titre
20 JUIN 2019. - Arrêté ministériel définissant les qualifications à orientation agricole en vertu de l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 juin 2019 déterminant le contenu minimal de l'état des lieux en matière de bail à ferme et précisant les clauses prévues à l'article 24 de la loi sur le bail à ferme
Informations sur le document
Numac: 2019015075
Datum: 2019-06-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019015075
Date: 2019-06-20
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° medewerker of meewerkende echtgenoot: de persoon of de echtgenoot die een zelfstandige bij de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt zonder tegenover hem door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, zoals bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 tot regeling van het sociaal statuut van de zelfstandigen;
  2° besluit van de Waalse Regering van 2 juni 2019: het besluit van 20 juni 2019 tot bepaling van de minimale inhoud van de plaatsbeschrijving inzake pacht en van de clausules bedoeld in artikel 24 van de pachtwet;
  3° "CESS": het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;
  4° "CQ6": het kwalificatiegetuigschrift afgegeven aan het einde van het zesde jaar van het secundair onderwijs.
Article 1er. Au sens du présent arrêté, l'on entend par :
  1° l'aidant ou le conjoint aidant : la personne ou le conjoint qui assiste ou supplée un travailleur indépendant dans l'exercice de sa profession sans être engagé envers lui par un contrat de travail, tel que visé à l'article 6 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants ;
  2° l'arrêté du Gouvernement du 20 juin 2019 : l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 juin 2019 déterminant le contenu minimal de l'état des lieux en matière de bail à ferme et précisant les clauses prévues à l'article 24 de la loi sur le bail à ferme ;
  3° le CESS : le certificat de l'enseignement secondaire supérieur ;
  4° le CQ6 : le certificat de qualification de sixième année de l'enseignement secondaire.
Art. 2. § 1. De kwalificaties met een landbouworiëntatie bedoeld in artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 20 juni 2019 worden verworven door het behalen van één of meerdere van de volgende studiecertificaten of diploma's:
  1° een master in een agronomische oriëntatie;
  2° een bachelor in een agronomische oriëntatie;
  3° een diploma van het hoger of universitair onderwijs in een niet-agronomische oriëntatie;
  4° een "CESS" behaald bij beëindiging van de opleiding van het technisch secundair doorstromingsonderwijs in een agronomische oriëntatie;
  5° een "CESS" behaald bij beëindiging van de opleiding van het algemeen onderwijs;
  6° een "CESS" behaald bij beëindiging van de opleiding van het algemeen onderwijs alsook een "CQ6" met een landbouworiëntatie;
  7° een "CQ6" in een agronomische oriëntatie.
  § 2. De in paragraaf 1, 3°, 5° en 7° bedoelde kwalificaties worden in aanmerking genomen mits het behalen van één van de volgende getuigschriften:
  1° een getuigschrift dat de succesvolle afronding van de cursussen bevestigt, die bedoeld zijn in artikel 4, § 2, van het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016 houdende uitvoering van hoofdstuk II van Titel IV van het Waalse Landbouwwetboek betreffende de beroepsopleiding in de landbouw;
  2° een door de Duitstalige of Vlaamse Gemeenschap uitgereikt opleidingsgetuigschrift voor landbouwers;
  3° een aanvullend beroepsopleidingsgetuigschrift voor landbouwers zoals bedoeld in artikel D.99, §§ 1 en 2, van het Waalse Landbouwwetboek, uitgereikt aan het einde van een programma van minstens honderd vijftig uren, aangevuld met twee jaar praktijkervaring van ten minste twee jaar in hoofdberoep:
  a) als medewerker of meewerkend echtgenoot;
  b) als loontrekkende in de landbouw- of tuinbouwsector;
  c) bevestigd door een attest van het Vestigingscomité voor het verkrijgen van een landbouwsteun.
Art. 2. § 1er. Les qualifications à orientation agricole visées à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement du 20 juin 2019 sont acquises par l'obtention d'un ou des certificats d'études ou diplômes suivants :
  1° un master dans une orientation agronomique ;
  2° un bachelier dans une orientation agronomique ;
  3° un diplôme de l'enseignement supérieur ou universitaire dans une orientation non agronomique ;
  4° un CESS obtenu à l'issue du cursus de l'enseignement technique de transition dans une orientation agronomique ;
  5° un CESS obtenu à l'issue du cursus de l'enseignement général ;
  6° un CESS obtenu à l'issue du cursus de l'enseignement général ainsi qu'un CQ6 dans une orientation agronomique ;
  7° un CQ6 dans une orientation agronomique.
  § 2. Les qualifications visées au paragraphe 1er, 3°, 5° et 7°, sont prises en compte moyennant l'obtention d'un des certificats suivants :
  1° un certificat confirmant la réussite des cours visés à l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016 portant exécution du chapitre II du Titre IV du Code wallon de l'Agriculture relatif à la formation professionnelle dans l'agriculture ;
  2° un certificat de formation d'exploitant agricole délivré par la Communauté germanophone ou flamande ;
  3° un certificat de formation complémentaire professionnelle agricole, tel que prévu à l'article D. 99, §§ 1er et 2, du Code wallon de l'Agriculture, délivré au terme d'un programme d'au moins cent cinquante heures, complété par une expérience pratique d'au moins deux ans à titre principal soit :
  a) comme aidant ou conjoint-aidant ;
  b) comme salarié agricole ou horticole ;
  c) confirmée par une attestation du Comité d'installation pour l'obtention d'une aide agricole.
Art. 3. De door een lidstaat van de Europese Unie erkende diploma's en certificaten die gelijkwaardig zijn aan de in artikel 2 genoemde diploma's en certificaten worden op dezelfde wijze in aanmerking genomen als de in artikel 2 genoemde diploma's en certificaten.
Art. 3. Les diplômes et certificats reconnus par un Etat membre de l'Union européenne équivalents à ceux mentionnés à l'article 2 sont pris en compte au même titre que ces derniers.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2020.