Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 OKTOBER 2018. - Wet tot wijziging van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers, wat de cumulatie van mandaten betreft
Titre
14 OCTOBRE 2018. - Loi modifiant, en ce qui concerne le cumul des mandats, la loi du 6 août 1931 établissant des incompatibilités et interdictions concernant les ministres, anciens ministres et ministres d'Etat, ainsi que les membres et anciens membres des Chambres législatives
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 1quinquies van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden :
"De vergoedingen, wedden of presentiegelden van bijzondere functies in de Kamer van volksvertegenwoordigers of Senaat, zoals vastgesteld door het reglement van de assemblee, worden eveneens in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag.";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
"De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.".
1° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden :
"De vergoedingen, wedden of presentiegelden van bijzondere functies in de Kamer van volksvertegenwoordigers of Senaat, zoals vastgesteld door het reglement van de assemblee, worden eveneens in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag.";
2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
"De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.".
Art. 2. Dans l'article 1erquinquies de la loi du 6 août 1931 établissant des incompatibilités et interdictions concernant les ministres et ministres d'Etat, ainsi que les membres et anciens membres des Chambres législatives, inséré par la loi du 4 mai 1999, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par les mots suivants :
"Les indemnités, traitements ou jetons de présence découlant de l'exercice de fonctions spéciales au sein de la Chambre des représentants ou du Sénat, telles que déterminées par le règlement de l'assemblée, sont également pris en considération pour le calcul de ce montant.";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
"Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux présidents de la Chambre des représentants et du Sénat.".
1° l'alinéa 2 est complété par les mots suivants :
"Les indemnités, traitements ou jetons de présence découlant de l'exercice de fonctions spéciales au sein de la Chambre des représentants ou du Sénat, telles que déterminées par le règlement de l'assemblée, sont également pris en considération pour le calcul de ce montant.";
2° l'article est complété par l'alinéa suivant :
"Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux présidents de la Chambre des représentants et du Sénat.".
Art. 3. Deze wet treedt in werking bij de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. La présente loi entre en vigueur lors du premier renouvellement intégral de la Chambre des représentants après la parution de la présente loi au Moniteur belge.