Zij mogen hoogstens [1 350 euro]1 bedragen voor een hypothecair krediet met een onroerende bestemming. Voor een kredietovereenkomst bedoeld in voorbeeld 34 opgenomen in bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vaststelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten, maar zonder hypotheekstelling, en voor een overbruggingskrediet, bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde besluit, maar zonder hypotheekstelling, mogen deze kosten hoogstens 300 euro bedragen.
Wanneer de kredietovereenkomsten bedoeld in het voorgaande lid tegelijk gepaard gaan met een hypotheekstelling en het sluiten van een tweede kredietovereenkomst dan bedragen de gezamenlijke dossierkosten hoogstens [1 650 euro]1.
§ 2. De dossierkosten in geval van [1 wijziging van het kredietcontract]1 bij eenzelfde kredietgever, bedoeld in artikel VII.145, zesde lid, van het Wetboek van economisch recht, mogen hoogstens vijftig procent bedragen van de dossierkosten die, op het ogenblik dat de herfinanciering wordt aangegaan, worden aangerekend voor de hypothecaire kredieten met een onroerende bestemming.
Als een nieuwe herfinanciering plaats vindt binnen de twaalf maanden na een vorige herfinanciering die plaats vond na de inwerkingtreding van dit besluit dan worden de percentages bedoeld in het eerste lid opgetrokken tot honderd procent.
§ . 3. De maximale duplicatakosten, bedoeld in artikel VII.145, zesde lid, van het Wetboek van economisch recht, en de kosten voor het lichten van de opties, bedoeld in artikel VII.145, zevende lid, van het Wetboek van economisch recht, worden volgens een forfaitaire methode vastgesteld.
Zij mogen hoogstens 50 euro bedragen.