Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 FEBRUARI 2017. - Koninklijk besluit houdende de overgangsregeling van huidige managementfuncties ingevolge de oprichting van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning
Titre
22 FEVRIER 2017. - Arrêté royal portant régime transitoire des actuelles fonctions de management suite à la création du Service public fédéral Stratégie et Appui
Informations sur le document
Numac: 2017010835
Datum: 2017-02-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017010835
Date: 2017-02-22
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Elke persoon die is aangesteld als houder van een managementfunctie bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie, de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole, de Federale Overheidsdienst Informatie- en Communicatietechnologie, behoudt zijn weddenklasse tot het verstrijken van zijn lopend mandaat.
Article 1er. Chaque personne qui est désignée pour exercer une fonction de management au Service public fédéral Personnel et Organisation, au Service public fédéral Budget et Contrôle de la gestion ou au Service public fédéral Technologie de l'Information et de la Communication, conserve sa classe de traitement jusqu'au terme de leur mandat en cours.
Art. 2. § 1. De houders van een managementfunctie bedoeld in artikel 1, worden door de bevoegde ministers op 1 maart 2017 voor de resterende duur van hun lopende mandaat bij ministerieel besluit ambtshalve belast met een opdracht bij de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Deze opdracht vormt geen nieuwe aanstelling in een mandaat, bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten noch verlof of afwezigheid bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit.
  § 2. In afwijking van artikel 20, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit kunnen de bevoegde ministers bij ministerieel besluit de houder van een managementfunctie bedoeld in artikel 1 belasten met de tijdelijke vervanging van een definitief vacant verklaarde managementfunctie. In ieder geval neemt deze tijdelijke vervanging van een houder van een managementfunctie een einde bij de aanstelling van een mandaathouder in deze betrekking.
Art. 2. § 1er. Les titulaires d'une fonction de management visés par l'article 1ersont chargés d'office au 1er mars 2017 par les ministres compétents, par arrêté ministériel, de l'exercice d'une mission auprès du Service public fédéral Stratégie et Appui. Cette mission ne constitue pas une nouvelle désignation dans un mandat, comme visé par l'article 10 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation et ne constitue pas un congé ou une absence visés par l'article 14 du même arrêté.
  § 2. En dérogation de l'article 20, § 4, 1er alinéa du même arrêté, les ministres compétents peuvent, par arrêté ministériel, confier au titulaire d'une fonction de management visés par l'article 1er le remplacement temporaire d'un titulaire d'une fonction de management déclarée définitivement vacante. Dans tous les cas, le remplacement temporaire d'un titulaire d'une fonction de management prend fin au moment la désignation d'un mandataire dans ladite fonction.
Art. 3. Tijdens de duur van hun opdracht zijn de opdrachthouders bedoeld in artikel 2 onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Zij worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met ambtenaren van de klasse A5.
Art. 3. Pendant la durée de leur mission les chargés de mission visés à l'article 2 sont soumis aux dispositions de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. Ils sont assimilés à des agents de classe A5 pour l'application de cet article.
Art. 4. De opdrachthouders bedoeld in artikel 2 van dit besluit kunnen geen aanspraak maken op de bepalingen van hoofdstuk VII betreffende de hernieuwing van het mandaat, bepaald in het bovenvermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
  Artikel 14 van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 is van toepassing op opdrachthouders, bedoeld in artikel 2 van dit besluit.
Art. 4. Les chargés de mission, visés à l'article 2 du présent arrêté, ne peuvent pas prétendre aux dispositions du chapitre VII relatif au renouvellement du mandat, définies dans l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité.
  L'article 14 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité est applicable aux chargés de mission, tels que visés à l'article 2 du présent arrêté.
Art. 5. De bepalingen betreffende de herintegratievergoedingen en beëindigingsvergoedingen, opgenomen in artikel 21 en volgende van het bovenvermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 blijven onverminderd van toepassing op de opdrachthouders, bedoeld in artikel 2 van dit besluit.
Art. 5. Les dispositions relatives aux indemnités de réintégration et aux indemnités de départ, définies aux articles 21 et suivants de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité restent entièrement applicables aux chargés de mission, visés à l'article 2 du présent arrêté.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2017.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2017.
Art. 7. De minister bevoegd voor de Digitale Agenda, de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken en de minister bevoegd voor Begroting, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre qui a l'Agenda numérique dans ses attributions, le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions et le ministre qui a le Budget dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.