Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden tot erkenning als organisatie bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek
Titre
18 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté royal fixant les conditions d'agrément de l'organisation visée à l'article 383bis/1 du Code pénal
Informations sur le document
Numac: 2016009455
Datum: 2016-09-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016009455
Date: 2016-09-18
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de minister": de Minister van Justitie.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par "le Ministre" : le Ministre de la Justice.
HOOFDSTUK II. - Erkenningscriteria
CHAPITRE II. - Critères d'agrément
Art. 2. Om een erkenning te verkrijgen en te behouden, moet de organisatie, bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek, aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° rechtspersoonlijkheid hebben;
  2° op het Belgisch grondgebied zijn gevestigd;
  3° de strijd tegen kinderpornografie op internet als een van de belangrijkste maatschappelijke doelen in haar statuut omschrijven;
  4° lid zijn van de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie, met name INHOPE;
  5° in staat zijn daadwerkelijk en gewoonlijk te zorgen voor de ontvangst, het analyseren naar inhoud en herkomst van de meldingen die betrekking zouden kunnen hebben op beelden zoals voorzien in artikel 383bis van het Strafwetboek, en de overzending ervan, op het Belgisch grondgebied;
  6° in staat zijn alle voormelde meldingen, over te zenden aan de politiediensten en gerechtelijke overheden, zulks zonder uitzondering, binnen een termijn van vierentwintig uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;
  7° in staat zijn de voormelde meldingen met betrekking tot in het buitenland gehoste beelden over te zenden aan de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie, binnen een termijn van vierentwintig uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;
  8° zich ervan vergewissen dat de personen belast met de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen, alsmede de personen belast met de controle van die taken, het voorwerp hebben uitgemaakt van een positief veiligheidsadvies overeenkomstig artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, om die taken uit te voeren.
  9° zich ervan vergewissen dat de personen belast met de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken en dat zij de gepaste opleidingen krijgen;
  10° zich ervan vergewissen dat die personen een regelmatige en gepaste interne supervisie genieten;
  11° beschikken over beveiligde lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitvoering van de taken, alsmede over gepast computermateriaal waarvan de toegang beveiligd is, teneinde de vertrouwelijkheid van de meldingen te waarborgen.
Art. 2. Pour pouvoir être agréée et conserver son agrément, l'organisation visée par l'article 383bis/1 du Code pénal, doit répondre aux conditions suivantes :
  1° disposer de la personnalité juridique;
  2° être établi sur le territoire belge ;
  3° prévoir dans son statut comme un des objets sociaux principaux la lutte contre la pédopornographie sur internet ;
  4° être membre de l'association internationale de hotlines Internet luttant contre la pédopornographie, à savoir INHOPE ;
  5° être en mesure d'accomplir effectivement et habituellement la réception des signalements relatifs à des images susceptibles d'être visées à l'article 383bis du Code pénal, l'analyse de leur contenu et de leur origine, et leur transmission, sur le territoire belge ;
  6° être en mesure de transmettre tous les signalements précités aux services de police et aux autorités judiciaires, sans exception, dans un délai de vingt-quatre heures ou au plus tard le premier jour ouvrable qui suit celui de leur réception ;
  7° être en mesure de transmettre les signalements précités qui sont relatifs à des images hébergées à l'étranger à l'association internationale de hotlines Internet luttant contre la pédopornographie, dans un délai de vingt-quatre heures ou au plus tard le premier jour ouvrable qui suit celui de leur réception ;
  8° s'assurer que les personnes chargées de la réception, de l'analyse et de la transmission des signalements, et celles chargées du contrôle de ces tâches, ont fait l'objet d'un avis de sécurité positif conformément à l'article 22quinquies de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité, pour exécuter ces tâches.
  9° s'assurer que les personnes chargées de la réception, de l'analyse et de la transmission des signalements, possèdent les connaissances et les aptitudes requises, et qu'elles reçoivent les formations appropriées ;
  10° s'assurer que ces personnes bénéficient d'une supervision interne régulière et appropriée;
  11° disposer de locaux exclusivement réservés à l'exécution des tâches et sécurisés, ainsi que d'un matériel informatique approprié et dont l'accès est sécurisé, afin d'assurer la confidentialité des signalements.
HOOFDSTUK III. - Erkenningsprocedure
CHAPITRE III. - Procédure d'agrément
Art. 3. § 1. Het verzoek tot erkenning wordt bij aangetekend schrijven gericht aan de Minister.
  De stukken waaruit blijkt dat de voorwaarden bepaald in artikel 2 zijn vervuld, worden bij het verzoek gevoegd.
  § 2. De Minister of zijn gemachtigde kan aanvullende inlichtingen vragen waarop de organisatie schriftelijk dient te antwoorden.
  § 3. De Minister of zijn gemachtigde kan ter plaatse controleren of de erkenningsvoorwaarden in acht worden genomen.
Art. 3. § 1er. La demande d'agrément est adressée au Ministre, par lettre recommandée.
  Elle est accompagnée des pièces établissant que les conditions fixées à l'article 2 sont remplies.
  § 2. Le Ministre ou son délégué peut demander des informations complémentaires, que l'organisation devra fournir par écrit.
  § 3. Le Ministre ou son délégué peut contrôler sur place le respect des conditions d'agrément.
Art. 4. De erkenning wordt verleend door Ons, op voorstel van de minister binnen vier maanden na de ontvangst van de documenten bedoeld in artikel 3. Zij wordt verleend voor een duur van vijf jaar en kan op verzoek worden verlengd.
  De erkenning begint te lopen op de dag waarop het erkenningsbesluit ter kennis wordt gebracht van de organisatie.
Art. 4. L'agrément est octroyé par Nous, sur la proposition du Ministre dans les quatre mois à dater de la réception des documents visés à l'article 3. Il est accordé pour une durée de cinq ans et peut être renouvelé sur demande.
  L'agrément prend cours le jour où l'arrêté d'agrément est notifié à l'organisation.
Art. 5. De erkenning houdt geen recht op het verkrijgen van subsidies in.
Art. 5. L'agrément n'emporte pas de droits à l'obtention d'un subside.
HOOFDSTUK IV. - Plichten van de erkende organisatie
CHAPITRE IV. - Devoirs de l'oganisation agréée
Art. 6. De organisatie voert haar opdracht uit met inachtneming van de procedures waarin is voorzien in het samenwerkingsprotocol afgesloten tussen haar, de politiediensten en de gerechtelijke overheden.
  De organisatie mag geen gegevensbank oprichten op grond van de beelden die haar werden gemeld.
Art. 6. L'organisation exécute sa mission dans le respect des procédures prévues dans le protocole de collaboration conclu entre elle, les services de police et les autorités judiciaires.
  Il lui est interdit de constituer une banque de données à partir des images qui lui ont été signalées.
Art. 7. De organisatie deelt de identiteit mee van de personen belast met de ontvangst, de analyse en de doormelding van de meldingen, alsmede die van de personen belast met de controle van die taken in de organisatie, aan de politiediensten en gerechtelijke overheden, voor advies, vóór de uitvoering van de opdracht en voor elke verandering van personen.
  De Minister vraagt het veiligheidsadvies aan de veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Dit veiligheidsadvies moet positief zijn en om de vijf jaar vernieuwd worden.
  De Minister heeft het recht om, bij gemotiveerde beslissing, voorgestelde personen voor de uitvoering van de opdracht te weigeren.
Art. 7. L'organisation communique l'identité des personnes chargées de la réception, de l'analyse et de la transmission des signalements, et celle des personnes chargées du contrôle de ces tâches au sein de l'organisation, aux services de police et aux autorités judiciaires, pour avis, préalablement à l'exécution de la mission et préalablement à chaque changement de personnes.
  Le Ministre demande un avis de sécurité à l'autorité de sécurité visée à l'article 22quinquies de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité. Cet avis doit être positif et renouvelé tous les cinq ans.
  Par décision motivée, le Ministre a le droit de refuser des personnes proposées pour l'exécution de la mission.
Art. 8. Indien de organisatie de intentie heeft haar statuten de wijzigen, haar activiteiten stop te zetten of indien er zich een wijziging voordoet die een impact heeft op de inachtneming van de in artikel 2 bedoelde voorwaarden, deelt ze dit mee aan de Minister bij aangetekend schrijven, ten laatste dertig dagen voor de wijziging of de stopzetting van de activiteiten.
Art. 8. Si l'organisation a l'intention de modifier ses statuts, de cesser ses activités ou de procéder à une modification ayant un impact sur le respect des conditions visées à l'article 2, elle en informe le Ministre par lettre recommandée, au plus tard trente jours avant la modification ou la cessation d'activités.
Art. 9. De organisatie moet jaarlijks, uiterlijk eind maart, een activiteitenverslag overzenden aan de Minister dat minstens handelt over het aantal meldingen, de herkomst van de meldingen, het aantal meldingen dat werd overgezonden aan de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie en het aantal meldingen dat werd overgezonden aan de politiediensten.
Art. 9. L'organisation doit transmettre chaque année, au plus tard fin mars, un rapport d'activités au Ministre, qui traite au moins du nombre de signalements, de la provenance des signalements, du nombre de signalements transmis à l'association internationale de hotlines Internet luttant contre la pédopornographie et du nombre de signalements transmis aux services de police.
Art. 10. De Minister of zijn gemachtigde controleert de inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Art. 10. Le Ministre ou son délégué contrôle le respect des dispositions du présent chapitre.
HOOFDSTUK V. - Intrekking van de erkenning
CHAPITRE V. - Retrait de l'agrément
Art. 11. De erkenning kan door Ons, op voorstel van de Minister, worden ingetrokken wanneer de vereniging niet langer voldoet aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 2.
  Voorafgaand aan voornoemde intrekking wordt de vereniging uitgenodigd om haar standpunt schriftelijk te doen gelden.
  De intrekking van de erkenning wordt ter kennis gebracht van de organisatie.
Art. 11. L'agrément peut être retiré par Nous, sur la proposition du Ministre lorsque l'organisation ne respecte plus toutes les conditions visées à l'article 2.
  Préalablement au retrait précité, l'organisation est invitée à faire valoir son point de vue par écrit.
  Le retrait de l'agrément est notifié à l'organisation.
HOOFDSTUK VI. - Uitvoering
CHAPITRE VI. - Exécution
Art. 12. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.