Artikel 1. Het opschrift van het ministerieel besluit van 12 april 1965 tot toekenning van een toelage aan sommige personeelsleden van het Ministerie van Financiën die aan mechanografische machines tewerkgesteld zijn wordt vervangen als volgt :
"Ministerieel besluit van 12 april 1965 tot toekenning van een toelage aan sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën die aan mechanografische machines tewerkgesteld zijn".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 DECEMBER 2013. - Ministerieel besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende sommige toelagen en vergoedingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-12-2013 en tekstbijwerking tot 27-02-2017)
Titre
13 DECEMBRE 2013. - Arrêté ministériel portant modification de diverses dispositions relatives à certaines allocations et indemnités(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-12-2013 et mise à jour au 27-02-2017)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 5. - - Wijziging van het ministerieel...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het ministerieel b...
HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtreding
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté minist...
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté ministér...
CHAPITRE 9. - Dispositions abrogatoires
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Tekst (44)
Texte (44)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het ministerieel besluit van 12 april 1965 tot toekenning van een toelage aan sommige personeelsleden van het Ministerie van Financiën die aan mechanografische machines tewerkgesteld zijn
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté ministériel du 12 avril 1965 accordant une allocation à certains agents du Ministère des Finances affectés à des machines mécanographiques
Article 1er. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 12 avril 1965 accordant une allocation à certains agents du Ministère des Finances affectés à des machines mécanographiques est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté ministériel du 12 avril 1965 accordant une allocation à certains agents du Service public fédéral Finances affectés à des machines mécanographiques ".
" Arrêté ministériel du 12 avril 1965 accordant une allocation à certains agents du Service public fédéral Finances affectés à des machines mécanographiques ".
Art. 2. In artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 21 februari 1972, worden in de inleidende bepaling de woorden "der weddeschaal 411" vervangen door de woorden "van de weddeschaal 40B".
Art. 2. Dans l'article 1er, § 1er du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 21 février 1972, dans la phrase liminaire, les mots " échelle de traitements 411 " sont remplacés par les mots " échelle de traitement 40B ".
Art. 3. In artikel 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 13 juni 1968, worden in de inleidende bepaling de woorden "der weddeschaal 411" vervangen door de woorden "van de weddeschaal 40B".
Art. 3. Dans l'article 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 13 juin 1968, dans la phrase liminaire, les mots " échelle de traitements 411 " sont remplacés par les mots " échelle de traitement 40B ".
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/1. § 1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, blijven de personeelsleden gerechtigd op de toelage ten persoonlijk titel indien zij de hierna vermelde voorwaarden cumulatief vervullen :
1° op de dag die voorafgaat aan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1 of 2;
2° tijdens de periode gaande van de 14e tot en met de 3e kalendermaand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van onderhavig artikel, tot het toepassingsgebied van artikel 1 of 2 gedurende ten minste 90 kalenderdagen behoord hebben.
§ 2. Onverminderd artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, zijn de in paragraaf 1 bedoelde personeelsleden gerechtigd op de toelage tijdens de 10 jaren die volgen op de inwerkingtreding van onderhavig artikel.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, verliezen de personeelsleden het recht op de toelage met ingang van de datum dat zij bevorderd worden tot het hogere niveau.".
"Art. 5/1. § 1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, blijven de personeelsleden gerechtigd op de toelage ten persoonlijk titel indien zij de hierna vermelde voorwaarden cumulatief vervullen :
1° op de dag die voorafgaat aan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1 of 2;
2° tijdens de periode gaande van de 14e tot en met de 3e kalendermaand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van onderhavig artikel, tot het toepassingsgebied van artikel 1 of 2 gedurende ten minste 90 kalenderdagen behoord hebben.
§ 2. Onverminderd artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, zijn de in paragraaf 1 bedoelde personeelsleden gerechtigd op de toelage tijdens de 10 jaren die volgen op de inwerkingtreding van onderhavig artikel.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, verliezen de personeelsleden het recht op de toelage met ingang van de datum dat zij bevorderd worden tot het hogere niveau.".
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un article 5/1, rédigé comme suit :
" Art. 5/1. § 1er. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents conservent le droit à l'allocation à titre personnel s'ils remplissent les conditions cumulatives suivantes :
1° relever, au jour qui précède la date d'entrée en vigueur de cet article, du champ d'application de l'article 1er ou 2;
2° avoir relevé, pendant au moins 90 jours calendrier, du champ d'application de l'article 1er ou 2 durant la période du 14ème au 3e mois calendrier inclus qui précède l'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Sans préjudice de l'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux, les agents visés au paragraphe 1er ont droit à l'allocation durant les 10 années qui suivent l'entrée en vigueur du présent article.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 2, les agents perdent le droit à l'allocation à la date à laquelle ils sont promus au niveau supérieur".
" Art. 5/1. § 1er. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents conservent le droit à l'allocation à titre personnel s'ils remplissent les conditions cumulatives suivantes :
1° relever, au jour qui précède la date d'entrée en vigueur de cet article, du champ d'application de l'article 1er ou 2;
2° avoir relevé, pendant au moins 90 jours calendrier, du champ d'application de l'article 1er ou 2 durant la période du 14ème au 3e mois calendrier inclus qui précède l'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Sans préjudice de l'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux, les agents visés au paragraphe 1er ont droit à l'allocation durant les 10 années qui suivent l'entrée en vigueur du présent article.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 2, les agents perdent le droit à l'allocation à la date à laquelle ils sont promus au niveau supérieur".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het ministerieel besluit van 12 april 1965 betreffende de toekenning van een jaarlijkse forfaitaire toelage aan sommige personeelsleden der directe belastingen
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté ministériel du 12 avril 1965 concernant l'octroi d'une allocation forfaitaire annuelle à certains agents des contributions directes
Art. 5. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 12 april 1965 betreffende de toekenning van een jaarlijkse forfaitaire toelage aan sommige personeelsleden der directe belastingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "der weddeschaal 411" vervangen door de woorden "van de weddeschaal 40B";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden "der weddeschaal 411" vervangen door de woorden "van de weddeschaal 40B";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 1er de l'arrêté ministériel du 12 avril 1965 concernant l'octroi d'une allocation forfaitaire annuelle à certains agents des contributions directes, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er les mots " échelle de traitements 411 " sont remplacés par les mots " échelle de traitement 40B ";
2° le paragraphe 2 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er les mots " échelle de traitements 411 " sont remplacés par les mots " échelle de traitement 40B ";
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 1/1. § 1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, blijven de personeelsleden gerechtigd op de toelage ten persoonlijke titel indien zij de hierna vermelde voorwaarden cumulatief vervullen :
1° op de dag die voorafgaat aan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1;
2° tijdens de periode gaande van de 14e tot en met de 3e kalendermaand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van onderhavig artikel, tot het toepassingsgebied van artikel 1 gedurende ten minste 90 kalenderdagen behoord hebben.
§ 2. Onverminderd artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, zijn de in paragraaf 1 bedoelde personeelsleden gerechtigd op de toelage tijdens de 10 jaren die volgen op de inwerkingtreding van onderhavig artikel.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, verliezen de personeelsleden het recht op de toelage met ingang van de datum dat zij bevorderd worden tot het hogere niveau.".
"Art. 1/1. § 1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, blijven de personeelsleden gerechtigd op de toelage ten persoonlijke titel indien zij de hierna vermelde voorwaarden cumulatief vervullen :
1° op de dag die voorafgaat aan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1;
2° tijdens de periode gaande van de 14e tot en met de 3e kalendermaand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van onderhavig artikel, tot het toepassingsgebied van artikel 1 gedurende ten minste 90 kalenderdagen behoord hebben.
§ 2. Onverminderd artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, toelagen en premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten, zijn de in paragraaf 1 bedoelde personeelsleden gerechtigd op de toelage tijdens de 10 jaren die volgen op de inwerkingtreding van onderhavig artikel.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, verliezen de personeelsleden het recht op de toelage met ingang van de datum dat zij bevorderd worden tot het hogere niveau.".
Art. 6. Dans le même arrêté, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/1. § 1er. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents conservent le droit à l'allocation à titre personnel s'ils remplissent les conditions cumulatives suivantes :
1° relever, au jour qui précède la date d'entrée en vigueur de cet article, du champ d'application de l'article 1er;
2° avoir relevé, pendant au moins 90 jours calendrier, du champ d'application de l'article 1er durant la période du 14e au 3e mois calendrier inclus qui précède l'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Sans préjudice de l'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux, les agents visés au paragraphe 1er ont droit à l'allocation durant les 10 années qui suivent l'entrée en vigueur du présent article.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 2, les agents perdent le droit à l'allocation à la date à laquelle ils sont promus au niveau supérieur ".
" Art. 1/1. § 1er. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents conservent le droit à l'allocation à titre personnel s'ils remplissent les conditions cumulatives suivantes :
1° relever, au jour qui précède la date d'entrée en vigueur de cet article, du champ d'application de l'article 1er;
2° avoir relevé, pendant au moins 90 jours calendrier, du champ d'application de l'article 1er durant la période du 14e au 3e mois calendrier inclus qui précède l'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. Sans préjudice de l'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux, les agents visés au paragraphe 1er ont droit à l'allocation durant les 10 années qui suivent l'entrée en vigueur du présent article.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 2, les agents perdent le droit à l'allocation à la date à laquelle ils sont promus au niveau supérieur ".
Art. 7. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 2. De bij dit besluit bedoelde toelage wordt maandelijks samen met de wedde uitbetaald. Het bedrag van de toelage wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.".
"Art. 2. De bij dit besluit bedoelde toelage wordt maandelijks samen met de wedde uitbetaald. Het bedrag van de toelage wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.".
Art. 7. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. L'allocation prévue au présent arrêté est payée mensuellement en même temps que le traitement. Le montant de l'allocation est rattaché à l'indice-pivot 138,01 ".
" Art. 2. L'allocation prévue au présent arrêté est payée mensuellement en même temps que le traitement. Le montant de l'allocation est rattaché à l'indice-pivot 138,01 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van het Ministerie van Financiën
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté ministériel du 25 octobre 1966 fixant les allocations accordées aux personnes chargées de donner des cours ou des conférences au personnel du Ministère des Finances
Art. 8. Het opschrift van het ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van het Ministerie van Financiën wordt vervangen als volgt :
"Ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën".
"Ministerieel besluit van 25 oktober 1966 tot vaststelling van de toelagen verleend aan de personen belast met het geven van cursussen of conferenties aan het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën".
Art. 8. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 25 octobre 1966 fixant les allocations accordées aux personnes chargées de donner des cours ou des conférences au personnel du Ministère des Finances est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté ministériel du 25 octobre 1966 fixant les allocations accordées aux personnes chargées de donner des cours ou des conférences au personnel du Service public fédéral Finances ".
" Arrêté ministériel du 25 octobre 1966 fixant les allocations accordées aux personnes chargées de donner des cours ou des conférences au personnel du Service public fédéral Finances ".
Art. 9. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "het Ministerie van Financiën" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Financiën";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "secretaris-generaal" vervangen door de woorden "Voorzitter van het directiecomité".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "het Ministerie van Financiën" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Financiën";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "secretaris-generaal" vervangen door de woorden "Voorzitter van het directiecomité".
Art. 9. A l'article 1er du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots " Ministère des Finances " sont remplacés par les mots " Service public fédéral Finances ";
2° au paragraphe 2, les mots " secrétaire général " sont remplacés par les mots " Président du comité de direction ".
1° au paragraphe 1er, les mots " Ministère des Finances " sont remplacés par les mots " Service public fédéral Finances ";
2° au paragraphe 2, les mots " secrétaire général " sont remplacés par les mots " Président du comité de direction ".
Art. 10. In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 juli 1975 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "het Ministerie van Financiën" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Financiën";
2° een paragraaf 1bis wordt ingevoegd, luidende :
" § 1bis. De in paragraaf 1 bedoelde toelage kan nog slechts worden toegekend aan de ambtenaren die zijn aangewezen als vaste lesgevers op de datum van de inwerkingtreding van de onderhavige paragraaf.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "het Ministerie van Financiën" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Financiën";
2° een paragraaf 1bis wordt ingevoegd, luidende :
" § 1bis. De in paragraaf 1 bedoelde toelage kan nog slechts worden toegekend aan de ambtenaren die zijn aangewezen als vaste lesgevers op de datum van de inwerkingtreding van de onderhavige paragraaf.".
Art. 10. A l'article 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 juillet 1975 et modifié par l'arrêté ministériel du 15 juillet 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots " Ministère des Finances " sont remplacés par les mots " Service public fédéral Finances ";
2° il est inséré un paragraphe 1erbis rédigé comme suit :
" § 1er bis. L'allocation visée au paragraphe 1er ne peut plus être accordée qu'aux agents désignés pour donner des cours en permanence à la date de l'entrée en vigueur du présent paragraphe. ".
1° au paragraphe 1er, les mots " Ministère des Finances " sont remplacés par les mots " Service public fédéral Finances ";
2° il est inséré un paragraphe 1erbis rédigé comme suit :
" § 1er bis. L'allocation visée au paragraphe 1er ne peut plus être accordée qu'aux agents désignés pour donner des cours en permanence à la date de l'entrée en vigueur du présent paragraphe. ".
Art. 11. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "met een graad ingedeeld in het niveau 1" vervangen door de woorden "behorend tot het niveau A".
Art. 11. Dans l'article 3, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " titulaires de grades classés au niveau 1 " sont remplacés par les mots " du niveau A ".
Art. 12. In artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 18 juli 1975 en gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "in graad" worden vervangen door de woorden "of verandering van graad";
2° de woorden "of niveaus 3 en 4" worden vervangen door de woorden "of niveau D";
3° de woorden "niveau 2" worden vervangen door de woorden "niveau C en 2+";
4° de woorden "en 2+ ", zoals ingevoegd onder 3°, worden vervangen door de woorden "en B";
5° de woorden "in niveau 1" worden vervangen door de woorden "in niveau A".
1° de woorden "in graad" worden vervangen door de woorden "of verandering van graad";
2° de woorden "of niveaus 3 en 4" worden vervangen door de woorden "of niveau D";
3° de woorden "niveau 2" worden vervangen door de woorden "niveau C en 2+";
4° de woorden "en 2+ ", zoals ingevoegd onder 3°, worden vervangen door de woorden "en B";
5° de woorden "in niveau 1" worden vervangen door de woorden "in niveau A".
Art. 12. A l'article 3bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 18 juillet 1975 et modifié par l'arrêté ministériel du 15 juillet 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " à un grade " sont remplacés par les mots " ou le changement de grade ";
2° les mots " des niveaux 3 ou 4 " sont remplacés par les mots " au niveau D ";
3° les mots " du niveau 2 " sont remplacés par les mots " aux niveaux C et 2+ ";
4° les mots " et 2+ ", tels qu'insérés sous le 3° sont remplacés par les mots " et B ";
5° les mots " du niveau 1 " sont remplacés par les mots " au niveau A ".
1° les mots " à un grade " sont remplacés par les mots " ou le changement de grade ";
2° les mots " des niveaux 3 ou 4 " sont remplacés par les mots " au niveau D ";
3° les mots " du niveau 2 " sont remplacés par les mots " aux niveaux C et 2+ ";
4° les mots " et 2+ ", tels qu'insérés sous le 3° sont remplacés par les mots " et B ";
5° les mots " du niveau 1 " sont remplacés par les mots " au niveau A ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het ministerieel besluit van 19 november 1973 tot vaststelling voor de personeelsleden van het Ministerie van Financiën van sommige vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté ministériel du 19 novembre 1973 fixant certaines indemnités pour frais de parcours et de séjour pour les agents du Ministère des Finances
Art. 13. Het opschrift van het ministerieel besluit van 19 november 1973 tot vaststelling voor de personeelsleden van het Ministerie van Financiën van sommige vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten wordt vervangen als volgt :
"Ministerieel besluit van 19 november 1973 tot vaststelling voor de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën van sommige vergoedingen wegens verblijfkosten".
"Ministerieel besluit van 19 november 1973 tot vaststelling voor de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën van sommige vergoedingen wegens verblijfkosten".
Art. 13. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 19 novembre 1973 fixant certaines indemnités pour frais de parcours et de séjour pour les agents du Ministère des Finances est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté ministériel du 19 novembre 1973 fixant certaines indemnités pour frais de séjour pour les agents du Service public fédéral Finances ".
" Arrêté ministériel du 19 novembre 1973 fixant certaines indemnités pour frais de séjour pour les agents du Service public fédéral Finances ".
Art. 14. In het opschrift van hoofdstuk I van hetzelfde besluit worden de woorden "reis- en" opgeheven.
Art. 14. Dans l'intitulé du chapitre 1er du même arrêté les mots " de parcours et " sont abrogés.
Art. 15. Artikel 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij ministerieel besluit van 18 februari 1975, wordt vervangen als volgt :
"Artikel 1. Aan de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt, ingeval van ambtshalve standplaatsverandering of indien de ambtenaren een nieuwe standplaats dienden te postuleren omdat hun standplaats werd afgeschaft, een dagelijkse forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten toegekend wanneer de afstand tussen de nieuwe standplaats en de woonplaats, de afstand tussen de vroegere standplaats en de woonplaats overtreft.".
"Artikel 1. Aan de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt, ingeval van ambtshalve standplaatsverandering of indien de ambtenaren een nieuwe standplaats dienden te postuleren omdat hun standplaats werd afgeschaft, een dagelijkse forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten toegekend wanneer de afstand tussen de nieuwe standplaats en de woonplaats, de afstand tussen de vroegere standplaats en de woonplaats overtreft.".
Art. 15. L'article 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975, est remplacé par ce qui suit :
" Article 1er. En cas de changement d'office de la résidence administrative ou si l'agent est tenu de postuler une nouvelle résidence administrative suite à la suppression de sa résidence administrative, une indemnité journalière forfaitaire est accordée aux agents du Service public fédéral Finances lorsque la distance entre la nouvelle résidence administrative et la résidence effective dépasse la distance entre l'ancienne résidence administrative et la résidence effective ".
" Article 1er. En cas de changement d'office de la résidence administrative ou si l'agent est tenu de postuler une nouvelle résidence administrative suite à la suppression de sa résidence administrative, une indemnité journalière forfaitaire est accordée aux agents du Service public fédéral Finances lorsque la distance entre la nouvelle résidence administrative et la résidence effective dépasse la distance entre l'ancienne résidence administrative et la résidence effective ".
Art. 16. In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 februari 1975 en gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 18 maart 1975 en 15 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
"1° een dagelijkse forfaitaire vergoeding van 3,19 EUR wordt toegekend aan de ambtenaren gedurende een periode van zes maand;";
2° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "rang 12" vervangen door de woorden "klasse A3";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven;
4° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt :
"1° een dagelijkse forfaitaire vergoeding van 3,19 EUR wordt toegekend aan de ambtenaren gedurende een periode van zes maand;";
2° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "rang 12" vervangen door de woorden "klasse A3";
3° paragraaf 2 wordt opgeheven;
4° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 16. A l'article 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975 et modifié par les arrêtés ministériels des 18 mars 1975 et 15 juillet 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° une indemnité forfaitaire journalière de 3,19 EUR est accordée aux agents pendant une période de six mois ";
2° au paragraphe 1er, 2°, les mots " au rang 12 " sont remplacés par les mots " à la classe A3 ";
3° le paragraphe 2 est abrogé;
4° le paragraphe 3 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° une indemnité forfaitaire journalière de 3,19 EUR est accordée aux agents pendant une période de six mois ";
2° au paragraphe 1er, 2°, les mots " au rang 12 " sont remplacés par les mots " à la classe A3 ";
3° le paragraphe 2 est abrogé;
4° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 17. Artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 februari 1975, wordt opgeheven.
Art. 17. L'article 3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975, est abrogé.
Art. 18. Artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij ministerieel besluit van 18 februari 1975, wordt vervangen als volgt :
"Art. 4. De vergoeding wegens verblijfkosten bedoeld in artikel 2, § 1, 2°, wordt onder dezelfde voorwaarden toegekend aan de ambtenaren die van standplaats veranderen ingevolge een bevordering of een verandering van graad die niet gelijkgesteld is met een mutatie.".
"Art. 4. De vergoeding wegens verblijfkosten bedoeld in artikel 2, § 1, 2°, wordt onder dezelfde voorwaarden toegekend aan de ambtenaren die van standplaats veranderen ingevolge een bevordering of een verandering van graad die niet gelijkgesteld is met een mutatie.".
Art. 18. L'article 4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4. L'indemnité pour frais de séjour visée à l'article 2, § 1er, 2°, est accordée, aux mêmes conditions, aux agents qui changent de résidence administrative suite à une promotion ou à un changement de grade qui n'est pas assimilé à une mutation. ".
" Art. 4. L'indemnité pour frais de séjour visée à l'article 2, § 1er, 2°, est accordée, aux mêmes conditions, aux agents qui changent de résidence administrative suite à une promotion ou à un changement de grade qui n'est pas assimilé à une mutation. ".
Art. 19. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 februari 1975, worden de woorden "en § 2, 2°, " opgeheven.
Art. 19. Dans l'article 5, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975, les mots " et § 2, 2°, " sont abrogés.
Art. 20. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 maart 1975, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 mars 1975, le paragraphe 1er est abrogé.
Art. 21. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 18 februari 1975, worden de woorden "alsmede van de lengte der reistrajecten die niet met behulp van een gemeenschappelijk vervoermiddel kunnen afgelegd worden," opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 8 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 18 février 1975, les mots ", ainsi que de la longueur des trajets qui ne peuvent être effectués au moyen de transports en commun, " sont abrogés.
Art. 22. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 15 juillet 2002, est abrogé.
Art. 23. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 23. Dans l'article 12 du même arrêté, le paragraphe 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - - Wijziging van het ministerieel besluit van 22 november 1991 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan sommige ambtenaren aangesteld bij de interne audit-cel voor de fiscale administraties
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté ministériel du 22 novembre 1991 octroyant une allocation forfaitaire à certains agents désignés à la cellule d'audit interne pour les administrations fiscales
Art. 24. In het ministerieel besluit van 22 november 1991 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan sommige ambtenaren aangesteld bij de interne audit-cel voor de fiscale administraties wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behoudt elke audit-raadgever in functie de toelage tot het einde van de oorspronkelijke termijn van zijn aanstelling.".
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behoudt elke audit-raadgever in functie de toelage tot het einde van de oorspronkelijke termijn van zijn aanstelling.".
Art. 24. Dans l'arrêté ministériel du 22 novembre 1991 octroyant une allocation forfaitaire à certains agents désignés à la cellule d'audit interne pour les administrations fiscales, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/ 1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, chaque audit-conseil en fonction conserve l'allocation jusqu'à l'échéance de sa désignation initialement prévue. ".
" Art. 1/ 1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, chaque audit-conseil en fonction conserve l'allocation jusqu'à l'échéance de sa désignation initialement prévue. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het ministerieel besluit van 17 juni 1999 tot toekenning van een forfaitaire toelage voor de uitoefening van informaticafuncties aan sommige personeelsleden van het Ministerie van Financiën
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté ministériel du 17 juin 1999 octroyant une allocation forfaitaire pour l'exercice de fonctions informatiques à certains agents du Ministère des Finances
Art. 25. Het opschrift van het ministerieel besluit van 17 juni 1999 tot toekenning van een forfaitaire toelage voor de uitoefening van informaticafuncties aan sommige personeelsleden van het Ministerie van Financiën wordt vervangen als volgt :
"Ministerieel besluit van 17 juni 1999 tot toekenning van een forfaitaire toelage voor de uitoefening van informaticafuncties aan sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën".
"Ministerieel besluit van 17 juni 1999 tot toekenning van een forfaitaire toelage voor de uitoefening van informaticafuncties aan sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën".
Art. 25. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 17 juin 1999 octroyant une allocation forfaitaire pour l'exercice de fonctions informatiques à certains agents du Ministère des Finances est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté ministériel du 17 juin 1999 octroyant une allocation forfaitaire pour l'exercice de fonctions informatiques à certains agents du Service public fédéral Finances ".
" Arrêté ministériel du 17 juin 1999 octroyant une allocation forfaitaire pour l'exercice de fonctions informatiques à certains agents du Service public fédéral Finances ".
Art. 26. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "niveau 1" worden vervangen door de woorden "niveau A";
2° de woorden "eerstaanwezend verificateurs en de landmeters-expert van financiën" worden vervangen door de woorden "fiscaal deskundigen en de titularissen van een van de volgende afgeschafte graden : financieel en administratief deskundige of eerstaanwezend verificateur";
3° de woorden "verificateurs en de landmeters van financiën" worden vervangen door de woorden "financieel deskundigen en de titularissen van een van de volgende afgeschafte graden : adjunct-fiscaal deskundige of verificateur";
4° de woorden "niveaus 2" worden vervangen door de woorden "niveaus C";
5° de woorden "en 3" worden vervangen door de woorden "en D".
1° de woorden "niveau 1" worden vervangen door de woorden "niveau A";
2° de woorden "eerstaanwezend verificateurs en de landmeters-expert van financiën" worden vervangen door de woorden "fiscaal deskundigen en de titularissen van een van de volgende afgeschafte graden : financieel en administratief deskundige of eerstaanwezend verificateur";
3° de woorden "verificateurs en de landmeters van financiën" worden vervangen door de woorden "financieel deskundigen en de titularissen van een van de volgende afgeschafte graden : adjunct-fiscaal deskundige of verificateur";
4° de woorden "niveaus 2" worden vervangen door de woorden "niveaus C";
5° de woorden "en 3" worden vervangen door de woorden "en D".
Art. 26. A l'article 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 15 juillet 2002, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " niveau 1 " sont remplacés par les mots " niveau A ";
2° les mots " vérificateurs-principaux et les géomètres-experts des finances " sont remplacés par les mots " experts fiscaux et les titulaires d'un des grades supprimés suivants : expert financier et administratif, ou vérificateur principal ";
3° les mots " vérificateurs et pour les géomètres des finances " sont remplacés par les mots " experts financiers et les titulaires d'un des grades supprimés suivants : expert fiscal adjoint ou vérificateur ";
4° les mots " niveaux 2 " sont remplacés par les mots " niveaux C ";
5° les mots " et 3 " sont remplacés par les mots " et D ".
1° les mots " niveau 1 " sont remplacés par les mots " niveau A ";
2° les mots " vérificateurs-principaux et les géomètres-experts des finances " sont remplacés par les mots " experts fiscaux et les titulaires d'un des grades supprimés suivants : expert financier et administratif, ou vérificateur principal ";
3° les mots " vérificateurs et pour les géomètres des finances " sont remplacés par les mots " experts financiers et les titulaires d'un des grades supprimés suivants : expert fiscal adjoint ou vérificateur ";
4° les mots " niveaux 2 " sont remplacés par les mots " niveaux C ";
5° les mots " et 3 " sont remplacés par les mots " et D ".
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behouden de ambtenaren van het niveau B, C of D, die op datum van de inwerkingtreding van het onderhavige artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1, ten persoonlijke titel, de toelage voor de duur dat zij een informaticafunctie uitoefenen en benoemd blijven in hun huidige niveau. Het bedrag van de toelage wijzigt niet in geval van een verandering van graad.
In afwijking van het eerste lid behouden de ambtenaren van het niveau A, die op datum van de inwerkingtreding van het onderhavige artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1, ten persoonlijke titel, de toelage voor de duur dat zij een informaticafunctie uitoefenen en niet worden bevorderd in een hogere klasse na het postuleren van een vacante betrekking in deze klasse.".
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behouden de ambtenaren van het niveau B, C of D, die op datum van de inwerkingtreding van het onderhavige artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1, ten persoonlijke titel, de toelage voor de duur dat zij een informaticafunctie uitoefenen en benoemd blijven in hun huidige niveau. Het bedrag van de toelage wijzigt niet in geval van een verandering van graad.
In afwijking van het eerste lid behouden de ambtenaren van het niveau A, die op datum van de inwerkingtreding van het onderhavige artikel onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1, ten persoonlijke titel, de toelage voor de duur dat zij een informaticafunctie uitoefenen en niet worden bevorderd in een hogere klasse na het postuleren van een vacante betrekking in deze klasse.".
Art. 27. Dans le même arrêté, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents des niveaux B, C, ou D qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article, entrent dans le champ d'application de l'article 1er, conservent le droit à l'allocation, à titre personnel, pour la durée durant laquelle ils exercent une fonction informatique et restent nommés dans leur niveau actuel. Le montant de l'allocation n'est pas modifié en cas de changement de grade.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents du niveau A qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article, entrent dans le champ d'application de l'article 1er, conservent le droit à l'allocation, à titre personnel, pour la durée durant laquelle ils exercent une fonction informatique et pour autant qu'ils ne soient pas promus dans une classe supérieure suite à la postulation d'un emploi vacant dans cette classe. ".
" Art. 1/1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents des niveaux B, C, ou D qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article, entrent dans le champ d'application de l'article 1er, conservent le droit à l'allocation, à titre personnel, pour la durée durant laquelle ils exercent une fonction informatique et restent nommés dans leur niveau actuel. Le montant de l'allocation n'est pas modifié en cas de changement de grade.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les agents du niveau A qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article, entrent dans le champ d'application de l'article 1er, conservent le droit à l'allocation, à titre personnel, pour la durée durant laquelle ils exercent une fonction informatique et pour autant qu'ils ne soient pas promus dans une classe supérieure suite à la postulation d'un emploi vacant dans cette classe. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het ministerieel besluit van 7 april 2000 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan sommige ambtenaren aangesteld bij de interne audit-cel van [1 de Algemene Administratie van de Thesaurie]1
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté ministériel du 7 avril 2000 octroyant une allocation forfaitaire à certains agents désignés à la cellule d'audit interne de [1 l'Administration générale de la Trésorerie]1
Art. 28. In het ministerieel besluit van 7 april 2000 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan sommige ambtenaren aangesteld bij de interne audit-cel van [1 de Algemene Administratie van de Thesaurie]1 wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behoudt elke audit-raadgever in functie de toelage tot het einde van de oorspronkelijke termijn van zijn aanstelling.".
"Art. 1/1. De in dit besluit bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid, behoudt elke audit-raadgever in functie de toelage tot het einde van de oorspronkelijke termijn van zijn aanstelling.".
Modifications
Art. 28. Dans l'arrêté ministériel du 7 avril 2000 octroyant une allocation forfaitaire à certains agents désignés à la cellule d'audit interne de l'[1 l'Administration générale de la Trésorerie]1, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, chaque audit-conseil en fonction conserve le droit à l'allocation, jusqu'à l'échéance de sa désignation initialement prévue. ".
" Art. 1/1. L'allocation visée au présent arrêté ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, chaque audit-conseil en fonction conserve le droit à l'allocation, jusqu'à l'échéance de sa désignation initialement prévue. ".
Modifications
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het ministerieel besluit van 9 mei 2001 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan de ambtenaar die in de hoedanigheid van preventie-adviseur bij het Ministerie van Financiën, belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté ministériel du 9 mai 2001 octroyant une allocation forfaitaire au fonctionnaire chargé, en sa qualité de conseiller en prévention au Ministère des Finances, de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail
Art. 29. Het opschrift van het ministerieel besluit van 9 mei 2001 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan de ambtenaar die in de hoedanigheid van preventie-adviseur bij het Ministerie van Financiën, belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk wordt vervangen als volgt :
"Ministerieel besluit van 9 mei 2001 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan de ambtenaar die in de hoedanigheid van preventie-adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën, belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk".
"Ministerieel besluit van 9 mei 2001 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan de ambtenaar die in de hoedanigheid van preventie-adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën, belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk".
Art. 29. L'intitulé de l'arrêté ministériel du 9 mai 2001 octroyant une allocation forfaitaire au fonctionnaire chargé, en sa qualité de conseiller en prévention au Ministère des Finances, de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté ministériel du 9 mai 2001 octroyant une allocation forfaitaire au fonctionnaire chargé, en sa qualité de conseiller en prévention au Service public fédéral Finances, de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail ".
" Arrêté ministériel du 9 mai 2001 octroyant une allocation forfaitaire au fonctionnaire chargé, en sa qualité de conseiller en prévention au Service public fédéral Finances, de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail ".
Art. 30. In artikel 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "het Ministerie van Financiën" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Financiën".
Art. 30. Dans l'article 1er, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " Ministère des Finances " sont remplacés par les mots " Service public fédéral Finances ".
Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 1/1. De in artikel 1 bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid en bij wege van overgangsmaatregel behoudt de ambtenaar, die op de datum van de inwerkingtreding van dit artikel als preventieadviseur belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk, de toelage voor de duur dat hij belast blijft met de leiding van deze dienst en uiterlijk tot de datum waarop hij wordt bevorderd in de weddeschaal A32 of tot de klasse A4.".
"Art. 1/1. De in artikel 1 bedoelde toelage kan niet meer worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid en bij wege van overgangsmaatregel behoudt de ambtenaar, die op de datum van de inwerkingtreding van dit artikel als preventieadviseur belast is met de leiding van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk, de toelage voor de duur dat hij belast blijft met de leiding van deze dienst en uiterlijk tot de datum waarop hij wordt bevorderd in de weddeschaal A32 of tot de klasse A4.".
Art. 31. Dans le même arrêté, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/1. L'allocation visée à l'article 1er ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er et par mesure transitoire, le fonctionnaire qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article en qualité de conseiller en prévention est chargé de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail, maintient l'allocation pour la durée durant laquelle il est chargé de la direction de ce service et au plus tard, jusqu'à la date à laquelle il est promu à l'échelle de traitement A32 ou à la classe A4. ".
" Art. 1/1. L'allocation visée à l'article 1er ne peut plus être accordée.
Par dérogation à l'alinéa 1er et par mesure transitoire, le fonctionnaire qui, à la date d'entrée en vigueur du présent article en qualité de conseiller en prévention est chargé de la direction du Service interne pour la prévention et la protection au travail, maintient l'allocation pour la durée durant laquelle il est chargé de la direction de ce service et au plus tard, jusqu'à la date à laquelle il est promu à l'échelle de traitement A32 ou à la classe A4. ".
HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions abrogatoires
Art. 32. Het ministerieel besluit van 17 maart 1966 tot vaststelling van een kilometervergoeding voor de personeelsleden die voor hun dienstverplaatsingen een eigen vervoermiddel ander dan een autovoertuig gebruiken, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 15 juli 2002, wordt opgeheven.
Art. 32. L'arrêté ministériel du 17 mars 1966 fixant le taux de l'indemnité kilométrique à allouer aux agents qui utilisent pour leurs déplacements de service un moyen de transport personnel, autre qu'une voiture automobile, modifié par l'arrêté ministériel du 15 juillet 2002, est abrogé.
Art. 33. Het ministerieel besluit van 22 januari 1971 betreffende de toekenning van een toelage voor de als buitengewone prestaties gedane vertalingen in de Duitse taal of in vreemde talen wordt opgeheven.
Art. 33. L'arrêté ministériel du 22 janvier 1971 relatif à l'octroi d'une allocation pour les traductions en langue allemande ou en langues étrangères, effectuées en prestations extraordinaires est abrogé.
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 34. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van :
1° de artikelen 1, 8, 9, 10, 1°, 13, 25, 29 en 30 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2003;
2° artikelen 2, 3 en 5, 1°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1994;
3° de artikelen 12, 1° en 2° en 26, 5°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2002;
4° artikel 7 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1990;
5° de artikelen 11, 12, 5°, 16, 1° en 2°, en 26, 1°, die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2004;
6° de artikelen 12, 3°, en 26, 4°, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2002;
7° de artikelen 12, 4°, en 26, 2° en 3°, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2002.
1° de artikelen 1, 8, 9, 10, 1°, 13, 25, 29 en 30 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2003;
2° artikelen 2, 3 en 5, 1°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1994;
3° de artikelen 12, 1° en 2° en 26, 5°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2002;
4° artikel 7 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1990;
5° de artikelen 11, 12, 5°, 16, 1° en 2°, en 26, 1°, die uitwerking hebben met ingang van 1 december 2004;
6° de artikelen 12, 3°, en 26, 4°, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2002;
7° de artikelen 12, 4°, en 26, 2° en 3°, die uitwerking hebben met ingang van 1 oktober 2002.
Art. 34. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2014, à l'exception :
1° des articles 1er, 8, 9, 10, 1°, 13, 25, 29 et 30 qui produisent leurs effets le 1er janvier 2003;
2° des articles 2, 3 et 5, 1° qui produisent leurs effets le 1er janvier 1994;
3° des articles 12, 1° et 2° et 26, 5°, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2002;
4° de l'article 7 qui produit ses effets le 1er janvier 1990;
5° des articles 11, 12, 5°, 16, 1° et 2°, et 26, 1° qui produisent leurs effets le 1er décembre 2004;
6° des articles 12, 3° et 26, 4°, qui produisent leurs effets le 1er juin 2002;
7° des articles 12, 4° et 26, 2° et 3°, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2002.
1° des articles 1er, 8, 9, 10, 1°, 13, 25, 29 et 30 qui produisent leurs effets le 1er janvier 2003;
2° des articles 2, 3 et 5, 1° qui produisent leurs effets le 1er janvier 1994;
3° des articles 12, 1° et 2° et 26, 5°, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2002;
4° de l'article 7 qui produit ses effets le 1er janvier 1990;
5° des articles 11, 12, 5°, 16, 1° et 2°, et 26, 1° qui produisent leurs effets le 1er décembre 2004;
6° des articles 12, 3° et 26, 4°, qui produisent leurs effets le 1er juin 2002;
7° des articles 12, 4° et 26, 2° et 3°, qui produisent leurs effets le 1er octobre 2002.