Artikel 1. In dit Verdrag :
a) omvat de term " wetgeving " alle regels, alsmede wetten en voorschriften met betrekking tot sociale zekerheid;
b) betekent de term " voorgeschreven " vastgesteld door of krachtens de nationale wetgeving.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 JUNI 1988. - Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid
Titre
21 JUIN 1988. - Convention n° 168 concernant la promotion de l'emploi et la protection contre le chômage
Informations sur le document
Numac: 2011A15137
Datum: 1988-06-21
Info du document
Numac: 2011A15137
Date: 1988-06-21
Table des matières
Tekst (50)
Texte (50)
I. Algemene bepalingen
I. Dispositions générales
Article 1er. Aux fins de la présente convention :
a) le terme " législation " comprend les lois et règlements, aussi bien que les dispositions statutaires en matière de sécurité sociale;
b) le terme " prescrit " signifie déterminé par ou en vertu de la législation nationale.
a) le terme " législation " comprend les lois et règlements, aussi bien que les dispositions statutaires en matière de sécurité sociale;
b) le terme " prescrit " signifie déterminé par ou en vertu de la législation nationale.
Art. 2. Ieder Lid dient passende stappen te ondernemen ten einde zijn stelsel voor bescherming tegen werkloosheid en zijn werkgelegenheidsbeleid te coördineren. Hiertoe dient het te trachten te waarborgen dat zijn stelsel van bescherming tegen werkloosheid en, in het bijzonder, de methoden voor het verlenen van een werkloosheidsuitkering bijdragen tot de bevordering van volledige, produktieve en uit vrije wil gekozen arbeid en dat deze niet van zodanige aard zijn dat zij werkgevers ontmoedigen om produktieve arbeid aan te bieden en werknemers demotiveren om die te zoeken.
Art. 2. Tout Membre doit prendre des mesures appropriées pour coordonner son régime de protection contre le chômage et sa politique de l'emploi. A cette fin, il doit veiller à ce que son régime de protection contre le chômage et en particulier les modalités de l'indemnisation du chômage contribuent à la promotion du plein emploi, productif et librement choisi, et n'aient pas pour effet de décourager les employeurs d'offrir, et les travailleurs de rechercher, un emploi productif.
Art. 3. De bepalingen van dit Verdrag dienen te worden ten uitvoer gelegd in overleg en samenwerking met de organisaties van werkgevers en werknemers en in overeenstemming met de nationale praktijk.
Art. 3. Les dispositions de la présente convention doivent être mises en application en consultation et en collaboration avec les organisations d'employeurs et de travailleurs, conformément à la pratique nationale.
Art. 4. 1. Ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan, door middel van een verklaring gevoegd bij zijn bekrachtiging, de bepalingen van Deel VII uitsluiten van de verplichtingen die het door de bekrachtiging aanvaardt.
2. Ieder Lid dat een dergelijke verklaring heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een latere verklaring.
2. Ieder Lid dat een dergelijke verklaring heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een latere verklaring.
Art. 4. 1. Tout Membre qui ratifie la présente convention peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, exclure de l'engagement résultant de cette ratification les dispositions de la partie VII.
2. Tout Membre ayant fait une telle déclaration peut l'annuler en tout temps par une déclaration ultérieure.
2. Tout Membre ayant fait une telle déclaration peut l'annuler en tout temps par une déclaration ultérieure.
Art. 5. 1. Ieder Lid kan door een verklaring, gevoegd bij zijn bekrachtiging, hoogstens twee van de tijdelijke uitzonderingen maken zoals voorzien in artikel 10, vierde lid, artikel 11, derde lid, artikel 15, tweede lid, artikel 18, tweede lid, artikel 19, vierde lid, artikel 23, tweede lid, artikel 24, tweede lid, en artikel 25, tweede lid. Zulk een verklaring dient de redenen te vermelden die deze uitzonderingen rechtvaardigen.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kan een Lid, wanneer zulks is gerechtvaardigd op grond van de mate van bescherming die zijn socialezekerheidsstelsel biedt, door middel van een verklaring, te voegen bij zijn bekrachtiging, zich de tijdelijke uitzonderingen voorbehouden als voorzien in artikel 10, vierde lid, artikel 11, derde lid, artikel 15, tweede lid, artikel 18, tweede lid, artikel 19, vierde lid, artikel 23, tweede lid, artikel 24, tweede lid, en artikel 25, tweede lid. Zulk een verklaring dient de redenen te bevatten die deze uitzonderingen rechtvaardigen.
3. Ieder Lid dat een verklaring heeft afgelegd ingevolge het eerste of het tweede lid van dit artikel, dient in de rapporten die het ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet indienen met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag, ter zake van iedere uitzondering die het zich voorbehoudt een verklaring op te nemen :
a) dat de reden die het daarvoor had, nog altijd bestaat; of
b) dat het met ingang van een bepaalde datum afziet van zijn recht op de desbetreffende uitzondering.
4. Ieder Lid dat een verklaring ingevolge het eerste of het tweede lid heeft afgelegd, dient, naar gelang van de bewoordingen van een zodanige verklaring en wanneer de omstandigheden dat toelaten :
a) mogelijke gedeeltelijke werkloosheid onder het sociale-zekerheidsstelsel te laten vallen;
b) het aantal beschermde personen te vergroten;
c) het bedrag van de uitkeringen te verhogen;
d) de duur van de wachttijd te verkorten;
e) de duur van de uitkeringsperiode te verlengen;
f) de wettelijke socialezekerheidsstelsels aan te passen aan de beroepsomstandigheden van deeltijdwerkers;
g) ernaar te streven te verzekeren dat er medische verzorging wordt geboden aan degenen die een werkloosheidsuitkering ontvangen en aan personen te hunnen laste;
h) ernaar te streven te waarborgen dat rekening wordt gehouden met de periodes gedurende welke zulk een uitkering wordt betaald voor het verkrijgen van het recht op socialezekerheidsuitkeringen, en waar passend, bij de berekening van uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, ouderdom en ten behoeve van nabestaanden.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kan een Lid, wanneer zulks is gerechtvaardigd op grond van de mate van bescherming die zijn socialezekerheidsstelsel biedt, door middel van een verklaring, te voegen bij zijn bekrachtiging, zich de tijdelijke uitzonderingen voorbehouden als voorzien in artikel 10, vierde lid, artikel 11, derde lid, artikel 15, tweede lid, artikel 18, tweede lid, artikel 19, vierde lid, artikel 23, tweede lid, artikel 24, tweede lid, en artikel 25, tweede lid. Zulk een verklaring dient de redenen te bevatten die deze uitzonderingen rechtvaardigen.
3. Ieder Lid dat een verklaring heeft afgelegd ingevolge het eerste of het tweede lid van dit artikel, dient in de rapporten die het ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet indienen met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag, ter zake van iedere uitzondering die het zich voorbehoudt een verklaring op te nemen :
a) dat de reden die het daarvoor had, nog altijd bestaat; of
b) dat het met ingang van een bepaalde datum afziet van zijn recht op de desbetreffende uitzondering.
4. Ieder Lid dat een verklaring ingevolge het eerste of het tweede lid heeft afgelegd, dient, naar gelang van de bewoordingen van een zodanige verklaring en wanneer de omstandigheden dat toelaten :
a) mogelijke gedeeltelijke werkloosheid onder het sociale-zekerheidsstelsel te laten vallen;
b) het aantal beschermde personen te vergroten;
c) het bedrag van de uitkeringen te verhogen;
d) de duur van de wachttijd te verkorten;
e) de duur van de uitkeringsperiode te verlengen;
f) de wettelijke socialezekerheidsstelsels aan te passen aan de beroepsomstandigheden van deeltijdwerkers;
g) ernaar te streven te verzekeren dat er medische verzorging wordt geboden aan degenen die een werkloosheidsuitkering ontvangen en aan personen te hunnen laste;
h) ernaar te streven te waarborgen dat rekening wordt gehouden met de periodes gedurende welke zulk een uitkering wordt betaald voor het verkrijgen van het recht op socialezekerheidsuitkeringen, en waar passend, bij de berekening van uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, ouderdom en ten behoeve van nabestaanden.
Art. 5. 1. Tout Membre peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, se réserver le bénéfice de deux au plus des dérogations temporaires prévues au paragraphe 4 de l'article 10, au paragraphe 3 de l'article 11, au paragraphe 2 de l'article 15, au paragraphe 2 de l'article 18, au paragraphe 4 de l'article 19, au paragraphe 2 de l'article 23, au paragraphe 2 de l'article 24 et au paragraphe 2 de l'article 25. Cette déclaration doit énoncer les raisons qui justifient ces dérogations.
2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, un Membre dont la portée limitée du système de sécurité sociale le justifie peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, se réserver le bénéfice des dérogations temporaires prévues au paragraphe 4 de l'article 10, au paragraphe 3 de l'article 11, au paragraphe 2 de l'article 15, au paragraphe 2 de l'article 18, au paragraphe 4 de l'article 19, au paragraphe 2 de l'article 23, au paragraphe 2 de l'article 24 et au paragraphe 2 de l'article 25. Cette déclaration doit énoncer les raisons qui justifient ces dérogations.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1er ou du paragraphe 2 doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, faire connaître, à propos de chacune des dérogations dont il s'est réservé le bénéfice :
a) soit que les raisons qu'il a eues pour ce faire existent toujours;
b) soit qu'il renonce, à partir d'une date déterminée, à se prévaloir de la dérogation en question.
4. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1er ou du paragraphe 2 devra, selon l'objet de sa déclaration et lorsque les circonstances le permettront :
a) couvrir l'éventualité de chômage partiel;
b) augmenter le nombre des personnes protégées;
c) majorer le montant des indemnités;
d) réduire la durée du délai d'attente;
e) étendre la durée de versement des indemnités;
f) adapter les régimes légaux de sécurité sociale aux conditions de l'activité professionnelle des travailleurs à temps partiel;
g) s'efforcer de garantir les soins médicaux aux bénéficiaires des indemnités de chômage et aux personnes à leur charge;
h) s'efforcer de garantir la prise en considération des périodes au cours desquelles ces indemnités sont versées pour l'acquisition du droit aux prestations de sécurité sociale et, le cas échéant, pour le calcul des prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants.
2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, un Membre dont la portée limitée du système de sécurité sociale le justifie peut, par une déclaration accompagnant sa ratification, se réserver le bénéfice des dérogations temporaires prévues au paragraphe 4 de l'article 10, au paragraphe 3 de l'article 11, au paragraphe 2 de l'article 15, au paragraphe 2 de l'article 18, au paragraphe 4 de l'article 19, au paragraphe 2 de l'article 23, au paragraphe 2 de l'article 24 et au paragraphe 2 de l'article 25. Cette déclaration doit énoncer les raisons qui justifient ces dérogations.
3. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1er ou du paragraphe 2 doit, dans les rapports sur l'application de la présente convention qu'il est tenu de présenter en vertu de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, faire connaître, à propos de chacune des dérogations dont il s'est réservé le bénéfice :
a) soit que les raisons qu'il a eues pour ce faire existent toujours;
b) soit qu'il renonce, à partir d'une date déterminée, à se prévaloir de la dérogation en question.
4. Tout Membre qui a fait une déclaration en application du paragraphe 1er ou du paragraphe 2 devra, selon l'objet de sa déclaration et lorsque les circonstances le permettront :
a) couvrir l'éventualité de chômage partiel;
b) augmenter le nombre des personnes protégées;
c) majorer le montant des indemnités;
d) réduire la durée du délai d'attente;
e) étendre la durée de versement des indemnités;
f) adapter les régimes légaux de sécurité sociale aux conditions de l'activité professionnelle des travailleurs à temps partiel;
g) s'efforcer de garantir les soins médicaux aux bénéficiaires des indemnités de chômage et aux personnes à leur charge;
h) s'efforcer de garantir la prise en considération des périodes au cours desquelles ces indemnités sont versées pour l'acquisition du droit aux prestations de sécurité sociale et, le cas échéant, pour le calcul des prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants.
Art. 6. 1. Ieder Lid dient te waarborgen dat alle beschermde personen gelijk worden behandeld, zonder onderscheid naar ras, huidskleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale afkomst, nationaliteit, etnische of maatschappelijke herkomst, invaliditeit of leeftijd.
2. De bepalingen van het eerste lid verzetten zich niet tegen het invoeren van speciale maatregelen die zijn gerechtvaardigd door de omstandigheden van bepaalde groepen in het kader van de stelsels bedoeld in artikel 12, tweede lid, of beogen te beantwoorden aan de bijzondere behoeften van categorieën personen die bepaalde problemen tegenkomen op de arbeidsmarkt, met name kansarme groepen, of tegen het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen Staten met betrekking tot werkloosheidsuitkeringen op basis van wederkerigheid.
2. De bepalingen van het eerste lid verzetten zich niet tegen het invoeren van speciale maatregelen die zijn gerechtvaardigd door de omstandigheden van bepaalde groepen in het kader van de stelsels bedoeld in artikel 12, tweede lid, of beogen te beantwoorden aan de bijzondere behoeften van categorieën personen die bepaalde problemen tegenkomen op de arbeidsmarkt, met name kansarme groepen, of tegen het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen Staten met betrekking tot werkloosheidsuitkeringen op basis van wederkerigheid.
Art. 6. 1. Tout membre doit garantir l'égalité de traitement à toutes les personnes protégées, sans discrimination fondée sur la race, la couleur, le sexe, la religion, l'opinion politique, l'ascendance nationale, la nationalité, l'origine ethnique ou sociale, l'invalidité ou l'âge.
2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'opposent pas à l'adoption de mesures spéciales qui sont justifiées par la situation de groupes déterminés, dans le cadre des régimes visés au paragraphe 2 de l'article 12, ou destinées à répondre aux besoins spécifiques de catégories de personnes qui rencontrent des problèmes particuliers sur le marché du travail, notamment des groupes désavantagés, ni à la conclusion d'accords bilatéraux ou multilatéraux entre Etats relatifs aux prestations de chômage sur une base de réciprocité.
2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'opposent pas à l'adoption de mesures spéciales qui sont justifiées par la situation de groupes déterminés, dans le cadre des régimes visés au paragraphe 2 de l'article 12, ou destinées à répondre aux besoins spécifiques de catégories de personnes qui rencontrent des problèmes particuliers sur le marché du travail, notamment des groupes désavantagés, ni à la conclusion d'accords bilatéraux ou multilatéraux entre Etats relatifs aux prestations de chômage sur une base de réciprocité.
II. Bevordering van productieve arbeid
II. Promotion de l'emploi productif
Art. 7. Ieder lid dient als prioritaire doelstelling een beleid te formuleren ter bevordering van volledige, productieve en uit vrije wil gekozen arbeid, met alle daartoe passende middelen, met inbegrip van de sociale zekerheid. Deze middelen zouden met name dienen te omvatten arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding en beroepsvoorlichting.
Art. 7. Tout Membre doit formuler, comme objectif prioritaire, une politique visant à promouvoir le plein emploi, productif et librement choisi, par tous moyens appropriés, y compris la sécurité sociale. Ces moyens devraient comprendre notamment les services de l'emploi, la formation et l'orientation professionnelles.
Art. 8. 1. Ieder lid dient ernaar te streven afhankelijk van zijn nationale wetgeving en praktijk speciale programma's op te zetten om aanvullende kansen op werkgelegenheid en ondersteuning bij het vinden van werk te bevorderen en uit vrije wil gekozen, produktieve arbeid aan te moedigen voor bepaalde categorieën kansarme personen die moeilijkheden hebben of zouden kunnen krijgen bij het vinden van duurzame werkgelegenheid, zoals vrouwen, jongeren, gehandicapten, ouderen, langdurig werklozen, legaal in het land verblijvende migrerende werknemers en werknemers die worden getroffen door structurele veranderingen.
2. Ieder Lid dient in zijn ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie in te dienen rapporten te vermelden voor welke categorieën personen het op zich neemt werkgelegenheidsprogramma's te bevorderen.
3. Ieder Lid dient ernaar te streven de bevordering van productieve arbeid geleidelijk uit te breiden tot een groter aantal categorieën dan aanvankelijk het geval was.
2. Ieder Lid dient in zijn ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie in te dienen rapporten te vermelden voor welke categorieën personen het op zich neemt werkgelegenheidsprogramma's te bevorderen.
3. Ieder Lid dient ernaar te streven de bevordering van productieve arbeid geleidelijk uit te breiden tot een groter aantal categorieën dan aanvankelijk het geval was.
Art. 8. 1. Tout Membre doit s'efforcer d'établir, sous réserve de la législation et de la pratique nationales, des mesures spéciales pour promouvoir des possibilités additionnelles d'emploi et l'aide à l'emploi et faciliter l'emploi productif et librement choisi des catégories déterminées de personnes désavantagées qui ont ou qui sont susceptibles d'avoir des difficultés à trouver un emploi durable, telles que les femmes, les jeunes travailleurs, les personnes handicapées, les travailleurs âgés, les chômeurs de longue durée, les travailleurs migrants en situation régulière et les travailleurs affectés par des changements structuraux.
2. Tout Membre doit spécifier, dans ses rapports au titre de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, les catégories de personnes en faveur desquelles il s'engage à promouvoir des mesures d'emploi.
3. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre progressivement la promotion de l'emploi à un nombre de catégories plus élevé que celui qui est couvert à l'origine.
2. Tout Membre doit spécifier, dans ses rapports au titre de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, les catégories de personnes en faveur desquelles il s'engage à promouvoir des mesures d'emploi.
3. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre progressivement la promotion de l'emploi à un nombre de catégories plus élevé que celui qui est couvert à l'origine.
Art. 9. De in dit Deel beoogde maatregelen dienen te worden getroffen tegen de achtergrond van het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen 1975, en de Aanbeveling betreffende het werkgelegenheidsbeleid (Aanvullende Bepalingen), 1984.
Art. 9. Les mesures visées par la présente partie doivent s'inspirer de la convention et de la recommandation sur la mise en valeur des ressources humaines, 1975, et de la recommandation sur la politique de l'emploi (dispositions complémentaires), 1984.
III. Gedekte risico's
III. Eventualités couvertes
Art. 10. 1. De risico's waarop dit Verdrag van toepassing is, dienen onder voorgeschreven voorwaarden, te omvatten volledige werkloosheid, te omschrijven als het verlies van inkomsten uit arbeid ten gevolge van het onvermogen passende arbeid te verkrijgen, naar behoren rekening houdend met de bepalingen van artikel 21, tweede lid, wanneer het een persoon betreft die in staat is tot werken, beschikbaar is voor werk en op dat moment werk zoekt.
2. Ieder Lid dient ernaar te streven de bescherming van het Verdrag, onder voorgeschreven voorwaarden, uit te breiden tot de volgende risico's :
a) verlies van inkomsten uit arbeid als gevolg van gedeeltelijke werkloosheid, te omschrijven als een tijdelijke vermindering van het normale of wettelijk bepaalde aantal arbeidsuren; en
b) schorsing of vermindering van inkomsten uit arbeid als gevolg van een tijdelijke opschorting van werk,
zonder dat de arbeidsrelatie wordt verbroken om redenen van, met name, economische, technologische, structurele of vergelijkbare aard.
3. Ieder Lid dient er bovendien naar te streven te voorzien in de uitbetaling van een uitkering aan deeltijdwerkers die daadwerkelijk op zoek zijn naar voltijdarbeid. Het totale bedrag van de uitkering en hun inkomsten uit deeltijdarbeid kan zodanig zijn dat er een stimulans blijft om voltijdarbeid te aanvaarden.
4. Wanneer er een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de tenuitvoerlegging van het tweede en derde lid worden uitgesteld.
2. Ieder Lid dient ernaar te streven de bescherming van het Verdrag, onder voorgeschreven voorwaarden, uit te breiden tot de volgende risico's :
a) verlies van inkomsten uit arbeid als gevolg van gedeeltelijke werkloosheid, te omschrijven als een tijdelijke vermindering van het normale of wettelijk bepaalde aantal arbeidsuren; en
b) schorsing of vermindering van inkomsten uit arbeid als gevolg van een tijdelijke opschorting van werk,
zonder dat de arbeidsrelatie wordt verbroken om redenen van, met name, economische, technologische, structurele of vergelijkbare aard.
3. Ieder Lid dient er bovendien naar te streven te voorzien in de uitbetaling van een uitkering aan deeltijdwerkers die daadwerkelijk op zoek zijn naar voltijdarbeid. Het totale bedrag van de uitkering en hun inkomsten uit deeltijdarbeid kan zodanig zijn dat er een stimulans blijft om voltijdarbeid te aanvaarden.
4. Wanneer er een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de tenuitvoerlegging van het tweede en derde lid worden uitgesteld.
Art. 10. 1. Les éventualités couvertes doivent comprendre, dans des conditions prescrites, le chômage complet défini comme la perte de gain due à l'impossibilité d'obtenir un emploi convenable, compte dûment tenu des dispositions du paragraphe 2 de l'article 21, pour une personne capable de travailler, disponible pour le travail et effectivement en quête d'emploi.
2. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre la protection de la convention, dans des conditions prescrites, aux éventualités suivantes :
a) la perte de gain due au chômage partiel défini comme une réduction temporaire de la durée normale ou légale du travail;
b) la suspension ou la réduction du gain due à une suspension temporaire de travail,
sans cessation de la relation de travail, notamment pour des motifs économiques, technologiques, structurels ou similaires.
3. Tout Membre doit en outre s'efforcer de prévoir le versement d'indemnités aux travailleurs à temps partiel qui sont effectivement en quête d'un emploi à plein temps. Le total des indemnités et des gains provenant de leur emploi à temps partiel peut être tel qu'il les incite à prendre un emploi à plein temps.
4. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre des paragraphes 2 et 3 peut être différée.
2. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre la protection de la convention, dans des conditions prescrites, aux éventualités suivantes :
a) la perte de gain due au chômage partiel défini comme une réduction temporaire de la durée normale ou légale du travail;
b) la suspension ou la réduction du gain due à une suspension temporaire de travail,
sans cessation de la relation de travail, notamment pour des motifs économiques, technologiques, structurels ou similaires.
3. Tout Membre doit en outre s'efforcer de prévoir le versement d'indemnités aux travailleurs à temps partiel qui sont effectivement en quête d'un emploi à plein temps. Le total des indemnités et des gains provenant de leur emploi à temps partiel peut être tel qu'il les incite à prendre un emploi à plein temps.
4. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre des paragraphes 2 et 3 peut être différée.
IV. Beschermde personen
IV. Personnes protégées
Art. 11. 1. De beschermde personen dienen voorgeschreven categorieën werknemers te omvatten bestaande uit ten minste 85 pct. van alle werknemers, met inbegrip van ambtenaren en leerlingen.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kunnen ambtenaren, wier arbeidsplaats door de nationale wetgeving wordt gegarandeerd tot aan de normale pensioengerechtigde leeftijd van bescherming worden uitgesloten.
3. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, dienen de beschermde personen te onvatten :
a) voorgeschreven categorieën werknemers, die ten minste 50 pct. van alle werknemers vormen; of
b) wanneer dit specifiek wordt gerechtvaardigd door het ontwikkelingsniveau, voorgeschreven categorieën werknemers, die te zamen ten minste 50 pct. van alle werknemers, werkzaam in industriële ondernemingen met 20 of meer werknemers, vormen.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kunnen ambtenaren, wier arbeidsplaats door de nationale wetgeving wordt gegarandeerd tot aan de normale pensioengerechtigde leeftijd van bescherming worden uitgesloten.
3. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, dienen de beschermde personen te onvatten :
a) voorgeschreven categorieën werknemers, die ten minste 50 pct. van alle werknemers vormen; of
b) wanneer dit specifiek wordt gerechtvaardigd door het ontwikkelingsniveau, voorgeschreven categorieën werknemers, die te zamen ten minste 50 pct. van alle werknemers, werkzaam in industriële ondernemingen met 20 of meer werknemers, vormen.
Art. 11. 1. Les personnes protégées doivent comprendre des catégories prescrites de salariés formant au total 85 p.c. au moins de l'ensemble des salariés, y compris les agents de la fonction publique et les apprentis.
2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, les agents de la fonction publique dont l'emploi est garanti par la législation nationale jusqu'à l'âge normal de la retraite peuvent être exclus de la protection.
3. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, les personnes protégées doivent comprendre :
a) soit des catégories prescrites de salariés formant au total 50 p.c. au moins de l'ensemble des salariés;
b) soit, si le niveau de développement le justifie spécialement, des catégories prescrites de salariés formant au total 50 p.c. au moins de l'ensemble des salariés travaillant dans des entreprises industrielles qui emploient vingt personnes au moins.
2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, les agents de la fonction publique dont l'emploi est garanti par la législation nationale jusqu'à l'âge normal de la retraite peuvent être exclus de la protection.
3. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, les personnes protégées doivent comprendre :
a) soit des catégories prescrites de salariés formant au total 50 p.c. au moins de l'ensemble des salariés;
b) soit, si le niveau de développement le justifie spécialement, des catégories prescrites de salariés formant au total 50 p.c. au moins de l'ensemble des salariés travaillant dans des entreprises industrielles qui emploient vingt personnes au moins.
V. Wijzen van bescherming
V. Méthodes de protection
Art. 12. 1. Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, kan ieder Lid zelf bepalen welke wijze of wijzen het kiest om de bepalingen van het Verdrag uit te voeren, hetzij door een stelsel dat op bijdragen is gebaseerd, hetzij door een niet op bijdragen gebaseerd stelsel, dan wel door een combinatie van beide stelsels.
2. Indien de wetgeving van een Lid alle inwoners beschermt, wier middelen gedurende de onvoorziene omstandigheid niet de voorgeschreven grenzen overschrijden, kan de geboden bescherming evenwel worden beperkt al naar de middelen waarover de gerechtigde en zijn of haar familie beschikken, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 16.
2. Indien de wetgeving van een Lid alle inwoners beschermt, wier middelen gedurende de onvoorziene omstandigheid niet de voorgeschreven grenzen overschrijden, kan de geboden bescherming evenwel worden beperkt al naar de middelen waarover de gerechtigde en zijn of haar familie beschikken, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 16.
Art. 12. 1. Tout Membre peut déterminer la méthode ou les méthodes de protection par lesquelles il choisit de donner effet aux dispositions de la convention, qu'il s'agisse de régimes contributifs ou non contributifs, ou encore de la combinaison de tels régimes, à moins qu'il n'en soit disposé autrement par la présente convention.
2. Toutefois, si la législation d'un Membre protège tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites, la protection accordée peut être limitée en fonction des ressources du bénéficiaire et de sa famille conformément aux dispositions de l'article 16.
2. Toutefois, si la législation d'un Membre protège tous les résidents dont les ressources pendant l'éventualité n'excèdent pas des limites prescrites, la protection accordée peut être limitée en fonction des ressources du bénéficiaire et de sa famille conformément aux dispositions de l'article 16.
VI. Te verlenen uitkeringen
VI. Indemnités à attribuer
Art. 13. De in de vorm van periodieke betalingen aan werklozen verstrekte uitkeringen kunnen worden gerelateerd aan de wijzen van bescherming.
Art. 13. Les prestations versées aux chômeurs sous forme de paiements périodiques peuvent être liées aux méthodes de protection.
Art. 14. In gevallen van volledige werkloosheid dienen de uitkeringen te worden verstrekt in de vorm van periodieke betalingen, die op zodanige wijze worden berekend dat zij de gerechtigde een gedeeltelijke en tijdelijke vervanging van het loon verschaffen en dat tegelijkertijd wordt vermeden dat deze wordt gedemotiveerd om te gaan werken en dat het een remmende uitwerking heeft op het scheppen van werkgelegenheid.
Art. 14. Dans le cas de chômage complet, des indemnités doivent être versées sous forme de paiements périodiques calculés de manière à fournir au bénéficiaire une indemnisation partielle et transitoire de la perte de gain et à éviter en même temps des effets dissuasifs pour le travail et la création d'emplois.
Art. 15. 1. In gevallen van volledige werkloosheid en schorsing van inkomsten uit arbeid als gevolg van een tijdelijke opschorting van werkzaamheden zonder dat de arbeidsrelatie wordt verbroken, dienen, wanneer zulk een situatie is gedekt, uitkeringen te worden toegekend in de vorm van periodieke betalingen die als volgt dienen te worden berekend :
a) wanneer deze uitkeringen zijn gebaseerd op door of namens de beschermde persoon betaalde bijdragen of op eerdere inkomsten uit arbeid, dienen zij te worden vastgesteld op ten minste 50 pct. van de vroegere inkomsten uit arbeid, waarbij het is toegestaan een maximumbedrag voor de uitkering of voor de in aanmerking te nemen inkomsten vast te stellen, dat bijvoorbeeld zou kunnen worden gerelateerd aan het loon van een geschoolde handarbeider of aan het gemiddelde loon van de werknemers in de betrokken regio;
b) wanneer zodanige uitkeringen niet zijn gebaseerd op bijdragen of vroegere inkomsten uit arbeid, dienen zij te worden vastgesteld op ten minste 50 pct. van het wettelijk minimumloon of van het loon van een ongeschoolde arbeider, dan wel op een niveau dat het essentiële minimum biedt voor de primaire kosten van levensonderhoud, waarbij het hoogste bedrag dient te worden aangehouden.
2. Wanneer een verklaring, afgelegd ingevolge artikel 5, van kracht is, dient het bedrag van de uitkeringen tenminste gelijk te zijn aan :
a) 45 pct. van de vroegere inkomsten uit arbeid; of
b) 45 pct. van het wettelijk minimumloon of van het loon van een ongeschoolde arbeider, maar niet lager dan een niveau dat het essentiële minimum biedt voor de primaire kosten van levensonderhoud.
3. Indien passend, kunnen de in het eerste en tweede lid vermelde percentages worden bereikt door de netto periodieke betalingen na afdracht van belasting en bijdragen te vergelijken met de netto- inkomsten uit arbeid na afdracht van belasting en bijdragen.
a) wanneer deze uitkeringen zijn gebaseerd op door of namens de beschermde persoon betaalde bijdragen of op eerdere inkomsten uit arbeid, dienen zij te worden vastgesteld op ten minste 50 pct. van de vroegere inkomsten uit arbeid, waarbij het is toegestaan een maximumbedrag voor de uitkering of voor de in aanmerking te nemen inkomsten vast te stellen, dat bijvoorbeeld zou kunnen worden gerelateerd aan het loon van een geschoolde handarbeider of aan het gemiddelde loon van de werknemers in de betrokken regio;
b) wanneer zodanige uitkeringen niet zijn gebaseerd op bijdragen of vroegere inkomsten uit arbeid, dienen zij te worden vastgesteld op ten minste 50 pct. van het wettelijk minimumloon of van het loon van een ongeschoolde arbeider, dan wel op een niveau dat het essentiële minimum biedt voor de primaire kosten van levensonderhoud, waarbij het hoogste bedrag dient te worden aangehouden.
2. Wanneer een verklaring, afgelegd ingevolge artikel 5, van kracht is, dient het bedrag van de uitkeringen tenminste gelijk te zijn aan :
a) 45 pct. van de vroegere inkomsten uit arbeid; of
b) 45 pct. van het wettelijk minimumloon of van het loon van een ongeschoolde arbeider, maar niet lager dan een niveau dat het essentiële minimum biedt voor de primaire kosten van levensonderhoud.
3. Indien passend, kunnen de in het eerste en tweede lid vermelde percentages worden bereikt door de netto periodieke betalingen na afdracht van belasting en bijdragen te vergelijken met de netto- inkomsten uit arbeid na afdracht van belasting en bijdragen.
Art. 15. 1. Dans les cas de chômage complet et de suspension du gain due à une suspension temporaire de travail sans cessation de la relation de travail, si cette dernière éventualité est couverte, des indemnités doivent être versées sous forme de paiements périodiques calculés de la manière suivante :
a) lorsque ces indemnités sont déterminées en rapport avec les cotisations versées par la personne protégée ou en son nom ou avec son gain antérieur, elles doivent être fixées à 50 p.c. au moins du gain antérieur dans la limite éventuelle de maximums d'indemnité ou de gain liés par exemple au salaire d'un ouvrier qualifié ou au salaire moyen des travailleurs dans la région considérée;
b) lorsque ces indemnités sont déterminées sans rapport avec les cotisations ni avec le gain antérieur, elles doivent être fixées à 50 p.c. au moins du salaire minimal légal ou du salaire du manoeuvre ordinaire, ou au montant minimal indispensable pour les dépenses essentielles, le montant le plus élevé devant être retenu.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, le montant des indemnités doit être au moins égal :
a) soit à 45 p.c. du gain antérieur;
b) soit à 45 p.c. du salaire minimal légal ou du salaire du manoeuvre ordinaire, sans que ce pourcentage puisse être inférieur au montant minimal indispensable pour les dépenses essentielles.
3. Si cela est approprié, les pourcentages spécifiés aux paragraphes 1er et 2 peuvent être atteints en comparant les paiements périodiques nets d'impôt et de cotisation avec le gain net d'impôt et de cotisation.
a) lorsque ces indemnités sont déterminées en rapport avec les cotisations versées par la personne protégée ou en son nom ou avec son gain antérieur, elles doivent être fixées à 50 p.c. au moins du gain antérieur dans la limite éventuelle de maximums d'indemnité ou de gain liés par exemple au salaire d'un ouvrier qualifié ou au salaire moyen des travailleurs dans la région considérée;
b) lorsque ces indemnités sont déterminées sans rapport avec les cotisations ni avec le gain antérieur, elles doivent être fixées à 50 p.c. au moins du salaire minimal légal ou du salaire du manoeuvre ordinaire, ou au montant minimal indispensable pour les dépenses essentielles, le montant le plus élevé devant être retenu.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, le montant des indemnités doit être au moins égal :
a) soit à 45 p.c. du gain antérieur;
b) soit à 45 p.c. du salaire minimal légal ou du salaire du manoeuvre ordinaire, sans que ce pourcentage puisse être inférieur au montant minimal indispensable pour les dépenses essentielles.
3. Si cela est approprié, les pourcentages spécifiés aux paragraphes 1er et 2 peuvent être atteints en comparant les paiements périodiques nets d'impôt et de cotisation avec le gain net d'impôt et de cotisation.
Art. 16. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 15 kan de uitkering die wordt toegekend na de in artikel 19, tweede lid, letter a, vermelde aanvankelijke periode, alsmede de door een Lid in overeenstemming met artikel 12, tweede lid, betaalde uitkeringen worden vastgesteld rekening houdende met andere middelen, boven een voorgeschreven grens, waarover een gerechtigde en zijn of haar gezin kunnen beschikken, zulks in overeenstemming met een voorgeschreven schaal. In ieder geval dienen deze uitkeringen, in combinatie met eventuele andere uitkeringen waarop de betrokkenen mogelijk recht kunnen doen gelden, hun gezonde en redelijke levensomstandigheden te garanderen, in overeenstemming met nationale normen.
Art. 16. Nonobstant les dispositions de l'article 15, les indemnités versées après la durée initiale spécifiée à l'alinéa a), du paragraphe 2 de l'article 19, ainsi que les indemnités versées par un Membre visé au paragraphe 2 de l'article 12, peuvent être fixées, compte tenu d'autres ressources dont disposent le bénéficiaire et sa famille au-delà d'une limite prescrite, selon un barème prescrit. En tout cas, ces indemnités, combinées avec toutes autres prestations auxquelles ils peuvent avoir droit, doivent leur garantir des conditions d'existence saines et convenables, selon les normes nationales.
Art. 17. 1. Wanneer de wetgeving van een Lid het recht op een werkloosheidsuitkering afhankelijk stelt van het vervullen van een referteperiode, mag de duur van deze periode niet langer zijn dan nodig wordt geacht om misbruik te voorkomen.
2. Ieder Lid dient te trachten bovenbedoelde periode aan te passen aan de beroepsomstandigheden van seizoenarbeiders.
2. Ieder Lid dient te trachten bovenbedoelde periode aan te passen aan de beroepsomstandigheden van seizoenarbeiders.
Art. 17. 1. Si la législation d'un Membre subordonne le droit aux indemnités de chômage à l'accomplissement d'un stage, ce stage ne doit pas excéder la durée considérée comme nécessaire pour éviter les abus.
2. Tout Membre doit s'efforcer d'adapter le stage aux conditions de l'activité professionnelle des travailleurs saisonniers.
2. Tout Membre doit s'efforcer d'adapter le stage aux conditions de l'activité professionnelle des travailleurs saisonniers.
Art. 18. 1. Indien de wetgeving van een Lid bepaalt dat in gevallen van volledige werkloosheid er eerst een wachttijd moet zijn vervuld alvorens tot betaling van een uitkering wordt overgegaan, mag die periode de zeven dagen niet te boven gaan.
2. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, mag de wachttijd de tien dagen niet te boven gaan.
3. In het geval van seizoenarbeiders kan de in het eerste lid vermelde wachttijd worden aangepast aan hun beroepsomstandigheden.
2. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, mag de wachttijd de tien dagen niet te boven gaan.
3. In het geval van seizoenarbeiders kan de in het eerste lid vermelde wachttijd worden aangepast aan hun beroepsomstandigheden.
Art. 18. 1. Si la législation d'un Membre prévoit que les indemnités ne commencent à être versées en cas de chômage complet qu'à l'expiration d'un délai d'attente, la durée de ce délai ne doit pas dépasser sept jours.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la durée du délai d'attente ne doit pas dépasser dix jours.
3. Lorsqu'il s'agit de travailleurs saisonniers, le délai d'attente prévu au paragraphe 1er peut être adapté aux conditions de leur activité professionnelle.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la durée du délai d'attente ne doit pas dépasser dix jours.
3. Lorsqu'il s'agit de travailleurs saisonniers, le délai d'attente prévu au paragraphe 1er peut être adapté aux conditions de leur activité professionnelle.
Art. 19. 1. De uitkeringen toe te kennen in gevallen van volledige werkloosheid en schorsing van de inkomsten uit arbeid als gevolg van een tijdelijke opschorting van werkzaamheden zonder dat de arbeidsrelatie wordt verbroken, dienen tijdens de gehele duur van deze omstandigheden te worden uitbetaald.
2. Desondanks geldt dat, in geval van volledige werkloosheid :
a) de aanvankelijke periode gedurende welke de in artikel 15 bedoelde uitkering wordt betaald per geval van werkloosheid kan worden beperkt tot zesentwintig weken, of tot negendertig weken in een periode van vierentwintig maanden;
b) in geval van werkloosheid die voortduurt na deze eerste uitkeringsperiode, de duur van de betaling van de uitkeringen, eventueel berekend in samenhang met de middelen waarover de gerechtigde en zijn of haar gezin kunnen beschikken, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, kan worden beperkt tot een voorgeschreven periode.
3. Indien de wetgeving van een Lid bepaalt dat de duur van de eerste periode van betaling van de uitkering, zoals voorzien in artikel 15, afhankelijk is van de duur van de referteperiode, dient de voor de betaling van uitkeringen vastgestelde termijn gemiddeld ten minste zesentwintig weken te belopen.
4. Wanneer er een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de periode gedurende welke een uitkering wordt betaald, worden beperkt tot dertien weken over elke periode van twaalf maanden of tot een gemiddelde van dertien weken indien de wetgeving bepaalt dat de duur van de eerste periode van betaling van de uitkering afhankelijk is van de duur van de referteperiode.
5. In de in het tweede lid, letter b, bedoelde gevallen dient ieder Lid ernaar te streven passende aanvullende hulp aan de betrokken personen te verlenen ten einde hen in staat te stellen, met name met behulp van de in Deel II vermelde maatregelen, productieve en uit vrije wil gekozen arbeid te vinden.
6. De periode gedurende welke de uitkering wordt betaald aan seizoenarbeiders, kan worden aangepast aan hun beroepsomstandigheden, ongeacht de bepalingen van het tweede lid, letter b.
2. Desondanks geldt dat, in geval van volledige werkloosheid :
a) de aanvankelijke periode gedurende welke de in artikel 15 bedoelde uitkering wordt betaald per geval van werkloosheid kan worden beperkt tot zesentwintig weken, of tot negendertig weken in een periode van vierentwintig maanden;
b) in geval van werkloosheid die voortduurt na deze eerste uitkeringsperiode, de duur van de betaling van de uitkeringen, eventueel berekend in samenhang met de middelen waarover de gerechtigde en zijn of haar gezin kunnen beschikken, overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, kan worden beperkt tot een voorgeschreven periode.
3. Indien de wetgeving van een Lid bepaalt dat de duur van de eerste periode van betaling van de uitkering, zoals voorzien in artikel 15, afhankelijk is van de duur van de referteperiode, dient de voor de betaling van uitkeringen vastgestelde termijn gemiddeld ten minste zesentwintig weken te belopen.
4. Wanneer er een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de periode gedurende welke een uitkering wordt betaald, worden beperkt tot dertien weken over elke periode van twaalf maanden of tot een gemiddelde van dertien weken indien de wetgeving bepaalt dat de duur van de eerste periode van betaling van de uitkering afhankelijk is van de duur van de referteperiode.
5. In de in het tweede lid, letter b, bedoelde gevallen dient ieder Lid ernaar te streven passende aanvullende hulp aan de betrokken personen te verlenen ten einde hen in staat te stellen, met name met behulp van de in Deel II vermelde maatregelen, productieve en uit vrije wil gekozen arbeid te vinden.
6. De periode gedurende welke de uitkering wordt betaald aan seizoenarbeiders, kan worden aangepast aan hun beroepsomstandigheden, ongeacht de bepalingen van het tweede lid, letter b.
Art. 19. 1. Les indemnités attribuées en cas de chômage complet et de suspension du gain due à une suspension temporaire du travail sans cessation de la relation de travail doivent être versées pendant toute la durée de ces éventualités.
2. Toutefois, en cas de chômage complet :
a) la durée initiale de versement des indemnités visées à l'article 15 peut être limitée à vingt-six semaines par cas de chômage, ou à trente-neuf semaines au cours de toute période de vingt-quatre mois;
b) en cas de prolongation du chômage à l'expiration de cette période initiale d'indemnisation, la durée de versement des indemnités calculées éventuellement en fonction des ressources du bénéficiaire et de sa famille, conformément aux dispositions de l'article 16, peut être limitée à une période prescrite.
3. Si la législation d'un Membre prévoit que la durée initiale de versement des indemnités visées à l'article 15 est échelonnée selon la durée du stage, la moyenne des durées prévues pour le versement des indemnités doit atteindre au moins vingt-six semaines.
4. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la durée de versement des indemnités peut être limitée à treize semaines au cours d'une période de douze mois ou à une moyenne de treize semaines si la législation prévoit que la durée initiale du versement est échelonnée selon la durée du stage.
5. Dans le cas visé à l'alinéa b) du paragraphe 2, tout Membre doit s'efforcer d'accorder aux intéressés une aide complémentaire appropriée en vue de leur permettre de retrouver un emploi productif et librement choisi, notamment en recourant aux mesures spécifiées à la partie II.
6. La durée de versement des indemnités versées aux travailleurs saisonniers peut être adaptée aux conditions de leur activité professionnelle, sans préjudice des dispositions de l'alinéa b) du paragraphe 2.
2. Toutefois, en cas de chômage complet :
a) la durée initiale de versement des indemnités visées à l'article 15 peut être limitée à vingt-six semaines par cas de chômage, ou à trente-neuf semaines au cours de toute période de vingt-quatre mois;
b) en cas de prolongation du chômage à l'expiration de cette période initiale d'indemnisation, la durée de versement des indemnités calculées éventuellement en fonction des ressources du bénéficiaire et de sa famille, conformément aux dispositions de l'article 16, peut être limitée à une période prescrite.
3. Si la législation d'un Membre prévoit que la durée initiale de versement des indemnités visées à l'article 15 est échelonnée selon la durée du stage, la moyenne des durées prévues pour le versement des indemnités doit atteindre au moins vingt-six semaines.
4. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la durée de versement des indemnités peut être limitée à treize semaines au cours d'une période de douze mois ou à une moyenne de treize semaines si la législation prévoit que la durée initiale du versement est échelonnée selon la durée du stage.
5. Dans le cas visé à l'alinéa b) du paragraphe 2, tout Membre doit s'efforcer d'accorder aux intéressés une aide complémentaire appropriée en vue de leur permettre de retrouver un emploi productif et librement choisi, notamment en recourant aux mesures spécifiées à la partie II.
6. La durée de versement des indemnités versées aux travailleurs saisonniers peut être adaptée aux conditions de leur activité professionnelle, sans préjudice des dispositions de l'alinéa b) du paragraphe 2.
Art. 20. De uitkering waarop een beschermd persoon recht zou hebben gehad in gevallen van volledige of gdeeeltelijke werkloosheid dan wel schorsing van inkomsten uit arbeid als gevolg van de tijdelijke opschorting van werkzaamheden, zonder dat de arbeidsrelatie wordt verbroken, kan worden geweigerd, ingetrokken, geschorst of verminderd in een mate als voorgeschreven :
a) zolang de betrokkene zich niet op het grondgebied van het Lid bevindt;
b) wanneer door de bevoegde autoriteit is vastgesteld dat de betrokkene weloverwogen heeft bijgedragen aan zijn of haar ontslag;
c) wanneer de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de betrokkene zonder goede gronden vrijwillig zijn betrekking heeft opgezegd;
d) zolang er een arbeidsconflict loopt, wanneer de betrokkene zijn werkzaamheden heeft gestaakt om aan een arbeidsconflict deel te nemen of wanneer hem of haar als direct gevolg van een staking van de werkzaamheden ten gevolge van dit arbeidsconflict het werken wordt belet;
e) wanneer de betrokkene langs frauduleuze weg heeft getracht uitkeringen te verkrijgen of deze heeft verkregen;
f) wanneer de betrokkene zonder goede gronden heeft nagelaten gebruik te maken van de beschikbare voorzieningen inzake tewerkstelling, beroepsvoorlichting, opleiding, omscholing of herintreding in passend werk;
g) zolang de betrokkene een andere uitkering tot behoud van inkomen ontvangt, waarin de wetgeving van het betrokken Lid voorziet, met uitzondering van gezinsbijslagen, mits het gedeelte van de uitkering dat wordt geschorst die andere uitkering niet overtreft.
a) zolang de betrokkene zich niet op het grondgebied van het Lid bevindt;
b) wanneer door de bevoegde autoriteit is vastgesteld dat de betrokkene weloverwogen heeft bijgedragen aan zijn of haar ontslag;
c) wanneer de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de betrokkene zonder goede gronden vrijwillig zijn betrekking heeft opgezegd;
d) zolang er een arbeidsconflict loopt, wanneer de betrokkene zijn werkzaamheden heeft gestaakt om aan een arbeidsconflict deel te nemen of wanneer hem of haar als direct gevolg van een staking van de werkzaamheden ten gevolge van dit arbeidsconflict het werken wordt belet;
e) wanneer de betrokkene langs frauduleuze weg heeft getracht uitkeringen te verkrijgen of deze heeft verkregen;
f) wanneer de betrokkene zonder goede gronden heeft nagelaten gebruik te maken van de beschikbare voorzieningen inzake tewerkstelling, beroepsvoorlichting, opleiding, omscholing of herintreding in passend werk;
g) zolang de betrokkene een andere uitkering tot behoud van inkomen ontvangt, waarin de wetgeving van het betrokken Lid voorziet, met uitzondering van gezinsbijslagen, mits het gedeelte van de uitkering dat wordt geschorst die andere uitkering niet overtreft.
Art. 20. Les indemnités auxquelles une personne protégée aurait eu droit dans les éventualités de chômage complet ou partiel, ou de suspension du gain due à une suspension temporaire de travail sans cessation de la relation de travail, peuvent être refusées, supprimées, suspendues ou réduites dans une mesure prescrite :
a) aussi longtemps que l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Membre;
b) lorsque, selon l'appréciation de l'autorité compétente, l'intéressé a délibérément contribué à son renvoi;
c) lorsque, selon l'appréciation de l'autorité compétente, l'intéressé a quitté volontairement son emploi sans motif légitime;
d) pendant la durée d'un conflit professionnel, lorsque l'intéressé a cessé le travail pour prendre part à ce conflit ou lorsqu'il est empêché de travailler en raison directe d'un arrêt du travail dû audit conflit;
e) lorsque l'intéressé a essayé d'obtenir ou a obtenu frauduleusement les indemnités;
f) lorsque l'intéressé a négligé, sans motif légitime, d'utiliser les services mis à sa disposition en matière de placement, d'orientation, de formation, de conversion professionnelles ou de réinsertion dans un emploi convenable;
g) aussi longtemps que l'intéressé reçoit une autre prestation de maintien du revenu prévue par la législation du Membre concerné, à l'exception d'une prestation familiale, sous réserve que la partie des indemnités qui est suspendue ne dépasse pas l'autre prestation.
a) aussi longtemps que l'intéressé ne se trouve pas sur le territoire du Membre;
b) lorsque, selon l'appréciation de l'autorité compétente, l'intéressé a délibérément contribué à son renvoi;
c) lorsque, selon l'appréciation de l'autorité compétente, l'intéressé a quitté volontairement son emploi sans motif légitime;
d) pendant la durée d'un conflit professionnel, lorsque l'intéressé a cessé le travail pour prendre part à ce conflit ou lorsqu'il est empêché de travailler en raison directe d'un arrêt du travail dû audit conflit;
e) lorsque l'intéressé a essayé d'obtenir ou a obtenu frauduleusement les indemnités;
f) lorsque l'intéressé a négligé, sans motif légitime, d'utiliser les services mis à sa disposition en matière de placement, d'orientation, de formation, de conversion professionnelles ou de réinsertion dans un emploi convenable;
g) aussi longtemps que l'intéressé reçoit une autre prestation de maintien du revenu prévue par la législation du Membre concerné, à l'exception d'une prestation familiale, sous réserve que la partie des indemnités qui est suspendue ne dépasse pas l'autre prestation.
Art. 21. 1. De uitkering waarop een beschermd persoon recht zou hebben bij volledige werkloosheid kan worden geweigerd, ingetrokken, geschorst of in een voorgeschreven mate verminderd, wanneer de betrokkene weigert passende arbeid te aanvaarden.
2. Bij het beoordelen van de vraag of arbeid passend is, dient met name, onder voorgeschreven voorwaarden en in passende mate, rekening te worden gehouden met de leeftijd van de werkloze, de diensttijd in zijn vorige werkkring, zijn ervaring, de duur van zijn werkloosheid, de stand van de arbeidsmarkt, de gevolgen van de desbetreffende arbeidsplaats voor zijn persoonlijk leven en zijn gezinsomstandigheden en met de vraag of de betrekking vacant is gekomen als direct gevolg van het staken van werkzaamheden wegens een lopend arbeidsconflict.
2. Bij het beoordelen van de vraag of arbeid passend is, dient met name, onder voorgeschreven voorwaarden en in passende mate, rekening te worden gehouden met de leeftijd van de werkloze, de diensttijd in zijn vorige werkkring, zijn ervaring, de duur van zijn werkloosheid, de stand van de arbeidsmarkt, de gevolgen van de desbetreffende arbeidsplaats voor zijn persoonlijk leven en zijn gezinsomstandigheden en met de vraag of de betrekking vacant is gekomen als direct gevolg van het staken van werkzaamheden wegens een lopend arbeidsconflict.
Art. 21. 1. Les indemnités auxquelles une personne protégée aurait eu droit en cas de chômage complet peuvent être refusées, supprimées, suspendues ou réduites, dans une mesure prescrite, lorsque l'intéressé refuse d'accepter un emploi convenable.
2. Dans l'appréciation du caractère convenable ou non d'un emploi, il doit être tenu compte notamment, dans des conditions prescrites et dans la mesure appropriée, de l'âge du chômeur, de son ancienneté dans sa profession antérieure, de l'expérience acquise, de la durée du chômage, de l'état du marché du travail, des répercussions de cet emploi sur la situation personnelle et familiale de l'intéressé et du fait que l'emploi est disponible en raison directe d'un arrêt du travail dû à un conflit professionnel en cours.
2. Dans l'appréciation du caractère convenable ou non d'un emploi, il doit être tenu compte notamment, dans des conditions prescrites et dans la mesure appropriée, de l'âge du chômeur, de son ancienneté dans sa profession antérieure, de l'expérience acquise, de la durée du chômage, de l'état du marché du travail, des répercussions de cet emploi sur la situation personnelle et familiale de l'intéressé et du fait que l'emploi est disponible en raison directe d'un arrêt du travail dû à un conflit professionnel en cours.
Art. 22. Wanneer een beschermd persoon rechtstreeks van zijn werkgever of uit enige andere bron ingevolge de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, een ontslaguitkering heeft ontvangen, waarvan het voornaamste doel is bij te dragen in de compensatie van het verlies van inkomsten uit arbeid bij volledige werkloosheid :
a) kan de werkloosheidsuitkering waarop de betrokken persoon recht zou hebben, worden geschorst voor een periode overeenkomend met de periode gedurende welke de ontslaguitkering compensatie biedt voor het verlies van inkomsten uit arbeid; of
b) kan de ontslaguitkering worden verminderd met een bedrag overeenkomend met de in een bedrag ineens omgerekende waarde van de werkloosheidsuitkering, waarop de betrokkene recht heeft, gedurende een periode overeenkomend met de periode gedurende welke de ontslaguitkering compensatie biedt voor het verlies van inkomsten uit arbeid ter keuze aan elk Lid.
a) kan de werkloosheidsuitkering waarop de betrokken persoon recht zou hebben, worden geschorst voor een periode overeenkomend met de periode gedurende welke de ontslaguitkering compensatie biedt voor het verlies van inkomsten uit arbeid; of
b) kan de ontslaguitkering worden verminderd met een bedrag overeenkomend met de in een bedrag ineens omgerekende waarde van de werkloosheidsuitkering, waarop de betrokkene recht heeft, gedurende een periode overeenkomend met de periode gedurende welke de ontslaguitkering compensatie biedt voor het verlies van inkomsten uit arbeid ter keuze aan elk Lid.
Art. 22. Lorsqu'une personne protégée a reçu directement de son employeur ou de toute autre source, en vertu de la législation nationale ou d'une convention collective, une indemnité de départ ayant pour principale fonction de contribuer à compenser la perte de gain subie en cas de chômage complet :
a) les indemnités de chômage auxquelles l'intéressé aurait droit peuvent être suspendues pendant une période correspondant à celle durant laquelle l'indemnité de départ permet de compenser la perte de gain subie; ou
b) l'indemnité de départ peut être réduite d'un montant correspondant à la valeur convertie en un versement unique des indemnités de chômage auxquelles l'intéressé aurait droit pendant une période correspondant à celle durant laquelle l'indemnité de départ permet de compenser la perte de gain subie, au choix de chaque Membre.
a) les indemnités de chômage auxquelles l'intéressé aurait droit peuvent être suspendues pendant une période correspondant à celle durant laquelle l'indemnité de départ permet de compenser la perte de gain subie; ou
b) l'indemnité de départ peut être réduite d'un montant correspondant à la valeur convertie en un versement unique des indemnités de chômage auxquelles l'intéressé aurait droit pendant une période correspondant à celle durant laquelle l'indemnité de départ permet de compenser la perte de gain subie, au choix de chaque Membre.
Art. 23. 1. Elk Lid welks wetgeving voorziet in het recht op medische verzorging en deze direct of indirect afhankelijk stelt van beroepswerkzaamheden dient ernaar te streven onder voorgeschreven voorwaarden het verstrekken van medische verzorging aan personen die een werkloosheidsuitkering ontvangen en de personen te hunnen laste te verzekeren.
2. Wanneer een verklaring afgelegd uit hoofde van artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
2. Wanneer een verklaring afgelegd uit hoofde van artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
Art. 23. 1. Tout Membre dont la législation couvre les soins médicaux et en subordonne directement ou indirectement le droit à une condition d'activité professionnelle doit s'efforcer de garantir, dans des conditions prescrites, les soins médicaux aux bénéficiaires des indemnités de chômage, ainsi qu'aux personnes à leur charge.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
Art. 24. 1. Elk Lid dient ernaar te streven personen die een werkloosheidsuitkering ontvangen onder voorgeschreven voorwaarden te garanderen dat de periodes gedurende welke uitkeringen worden betaald, in aanmerking worden genomen :
a) voor de verwerving van het recht op en, indien van toepassing, de berekening van uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom en aan nabestaanden, en
b) voor de verwerving van het recht op medische verzorging en uitkeringen wegens ziekte en moederschap en gezinsbijslagen na het einde van de werkloosheid,
wanneer de wetgeving van het betrokken Lid in zulke uitkeringen voorziet en deze direct of indirect afhankelijk stelt van beroepswerkzaamheden.
2. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
a) voor de verwerving van het recht op en, indien van toepassing, de berekening van uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom en aan nabestaanden, en
b) voor de verwerving van het recht op medische verzorging en uitkeringen wegens ziekte en moederschap en gezinsbijslagen na het einde van de werkloosheid,
wanneer de wetgeving van het betrokken Lid in zulke uitkeringen voorziet en deze direct of indirect afhankelijk stelt van beroepswerkzaamheden.
2. Wanneer een verklaring afgelegd ingevolge artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
Art. 24. 1. Tout Membre doit, dans des conditions prescrites, s'efforcer de garantir aux bénéficiaires des indemnités de chômage la prise en considération des périodes au cours desquelles ces indemnités sont versées :
a) pour l'acquisition du droit et, le cas échéant, le calcul des prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants;
b) pour l'acquisition du droit aux soins médicaux, aux indemnités de maladie et de maternité et aux prestations familiales, après la fin du chômage,
lorsque la législation du Membre considéré prévoit de telles prestations et en subordonne directement ou indirectement le droit à une condition d'activité professionnelle.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
a) pour l'acquisition du droit et, le cas échéant, le calcul des prestations d'invalidité, de vieillesse et de survivants;
b) pour l'acquisition du droit aux soins médicaux, aux indemnités de maladie et de maternité et aux prestations familiales, après la fin du chômage,
lorsque la législation du Membre considéré prévoit de telles prestations et en subordonne directement ou indirectement le droit à une condition d'activité professionnelle.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
Art. 25. 1. Elk Lid dient te verzekeren dat de wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid die zijn gebaseerd op beroepswerkzaamheden worden aangepast aan de beroepsomstandigheden van deeltijdwerkers, tenzij hun arbeidsuren of inkomsten onder voorgeschreven voorwaarden als te verwaarlozen kunnen worden beschouwd.
2. Wanneer een verklaring afgelegd uit hoofde van artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
2. Wanneer een verklaring afgelegd uit hoofde van artikel 5 van kracht is, kan de toepassing van het eerste lid worden uitgesteld.
Art. 25. 1. Tout Membre doit assurer l'adaptation des régimes légaux de sécurité sociale qui sont liés à l'exercice d'une activité professionnelle aux conditions de l'activité professionnelle des travailleurs à temps partiel dont la durée de travail ou les gains ne peuvent, dans des conditions prescrites, être considérés comme négligeables.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
2. Lorsqu'une déclaration faite en vertu de l'article 5 est en vigueur, la mise en oeuvre du paragraphe 1er peut être différée.
VII. Bijzondere bepalingen voor personen die voor het eerst werk zoeken
VII. Dispositions particulières aux nouveaux demandeurs d'emploi
Art. 26. 1. De Leden dienen rekening te houden met het feit dat er vele categorieën werkzoekenden zijn die nooit zijn erkend als werkloos of niet langer als zodanig worden erkend, of die nooit waren gedekt of niet langer zijn gedekt door regelingen inzake uitkeringen bij werkloosheid. Dientengevolge dienen ten minste drie van de volgende tien categorieën werkzoekenden een sociale uitkering te ontvangen, in overeenstemming met voorgeschreven voorwaarden en nadere regels :
a) jongeren die hun beroepsopleiding hebben voltooid;
b) jongeren die hun studie hebben voltooid;
c) jongeren die hun militaire dienstplicht hebben vervuld;
d) personen die zich in de voorafgaande periode hebben gewijd aan het opvoeden van een kind of het verzorgen van een persoon die ziek, invalide of bejaard is;
e) personen wier echtgenoot is overleden, wanneer zij geen recht hebben op een nabestaandenuitkering;
f) gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen;
g) uit gevangenschap ontslagen personen;
h) volwassenen, met inbegrip van gehandicapten, die gedurende een bepaalde periode een opleiding hebben gevolgd;
i) migrerende werknemers die terugkeren naar hun land van oorsprong, behalve voor zover zij rechten hebben verworven ingevolge de wetgeving van het land waar zij het laatst hebben gewerkt;
j) personen die voorheen zelfstandig werkzaam waren.
2. Ieder Lid dient in de rapporten die het indient ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de categorieën van in het eerste lid opgesomde personen die het wenst te beschermen, te vermelden.
3. Ieder lid dient ernaar te streven de bescherming geleidelijk uit te breiden tot een groter aantal categorieën dan de aanvankelijk beschermde.
a) jongeren die hun beroepsopleiding hebben voltooid;
b) jongeren die hun studie hebben voltooid;
c) jongeren die hun militaire dienstplicht hebben vervuld;
d) personen die zich in de voorafgaande periode hebben gewijd aan het opvoeden van een kind of het verzorgen van een persoon die ziek, invalide of bejaard is;
e) personen wier echtgenoot is overleden, wanneer zij geen recht hebben op een nabestaandenuitkering;
f) gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen;
g) uit gevangenschap ontslagen personen;
h) volwassenen, met inbegrip van gehandicapten, die gedurende een bepaalde periode een opleiding hebben gevolgd;
i) migrerende werknemers die terugkeren naar hun land van oorsprong, behalve voor zover zij rechten hebben verworven ingevolge de wetgeving van het land waar zij het laatst hebben gewerkt;
j) personen die voorheen zelfstandig werkzaam waren.
2. Ieder Lid dient in de rapporten die het indient ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de categorieën van in het eerste lid opgesomde personen die het wenst te beschermen, te vermelden.
3. Ieder lid dient ernaar te streven de bescherming geleidelijk uit te breiden tot een groter aantal categorieën dan de aanvankelijk beschermde.
Art. 26. 1. Les Membres doivent prendre en considération le fait qu'il existe de nombreuses catégories de personnes en quête d'emploi qui n'ont jamais été reconnues comme chômeurs ou ont cessé de l'être, ou qui n'ont jamais appartenu à des régimes d'indemnisation du chômage ou ont cessé d'y appartenir. En conséquence, trois au moins des dix catégories de personnes suivantes, en quête d'emploi, doivent bénéficierde prestations sociales, dans des conditions et selon des modalités prescrites :
a) les jeunes gens ayant terminé leur formation professionnelle;
b) les jeunes gens ayant terminé leurs études;
c) les jeunes gens libérés du service militaire obligatoire;
d) toute personne à l'issue d'une période qu'elle a consacrée à l'éducation d'un enfant ou aux soins d'une personne malade, handicapée ou âgée;
e) les personnes dont le conjoint est décédé, lorsqu'elles n'ont pas droit à une prestation de survivant;
f) les personnes divorcées ou séparées;
g) les détenus libérés;
h) les adultes, y compris les invalides, ayant terminé une période de formation;
i) les travailleurs migrants à leur retour dans leur pays d'origine, sous réserve de leurs droits acquis au titre de la législation de leur dernier pays de travail;
j) les personnes ayant auparavant travaillé à leur compte.
2. Tout Membre doit spécifier, dans ses rapports au titre de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, les catégories de personnes visées au paragraphe 1er qu'il s'engage à protéger.
3. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre progressivement la protection à un nombre de catégories de personnes plus élevé que celui qu'il a accepté à l'origine.
a) les jeunes gens ayant terminé leur formation professionnelle;
b) les jeunes gens ayant terminé leurs études;
c) les jeunes gens libérés du service militaire obligatoire;
d) toute personne à l'issue d'une période qu'elle a consacrée à l'éducation d'un enfant ou aux soins d'une personne malade, handicapée ou âgée;
e) les personnes dont le conjoint est décédé, lorsqu'elles n'ont pas droit à une prestation de survivant;
f) les personnes divorcées ou séparées;
g) les détenus libérés;
h) les adultes, y compris les invalides, ayant terminé une période de formation;
i) les travailleurs migrants à leur retour dans leur pays d'origine, sous réserve de leurs droits acquis au titre de la législation de leur dernier pays de travail;
j) les personnes ayant auparavant travaillé à leur compte.
2. Tout Membre doit spécifier, dans ses rapports au titre de l'article 22 de la Constitution de l'Organisation internationale du Travail, les catégories de personnes visées au paragraphe 1er qu'il s'engage à protéger.
3. Tout Membre doit s'efforcer d'étendre progressivement la protection à un nombre de catégories de personnes plus élevé que celui qu'il a accepté à l'origine.
VIII. Juridische, administratieve en financiële waarborgen
VIII. Garanties juridiques, administratives et financières
Art. 27. 1. In geval van weigering, intrekking, schorsing of vermindering van een uitkering, dan wel ingeval van een geschil ten aanzien van de hoogte ervan, hebben de personen die een uitkering aanvragen het recht een klacht in te dienen bij de instantie die de uitkeringsregeling uitvoert en daarna in beroep te gaan bij een onafhankelijke instantie. Zij dienen schriftelijk in kennis te worden gesteld van de mogelijke procedures, die eenvoudig en snel dienen te zijn.
2. De beroepsprocedure moet de eiser, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk, in staat stellen zich te laten vertegenwoordigen of te doen bijstaan door een daartoe bevoegd persoon van zijn eigen keuze of door een afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie, dan wel door een afgevaardigde van een organisatie die representatief is voor beschermde personen.
2. De beroepsprocedure moet de eiser, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk, in staat stellen zich te laten vertegenwoordigen of te doen bijstaan door een daartoe bevoegd persoon van zijn eigen keuze of door een afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie, dan wel door een afgevaardigde van een organisatie die representatief is voor beschermde personen.
Art. 27. 1. En cas de refus, de suppression, de suspension, de réduction des indemnités ou de contestation sur leur montant, tout requérant doit avoir le droit de présenter une réclamation devant l'organisme qui administre le régime des prestations et d'exercer ultérieurement un recours devant un organe indépendant. Le requérant doit être informé par écrit des procédures applicables, lesquelles doivent être simples et rapides.
2. La procédure de recours doit permettre au requérant, conformément à la législation et à la pratique nationales, de se faire représenter ou assister par une personne qualifiée de son choix, par un délégué d'une organisation représentative de travailleurs ou par un délégué d'une organisation représentative des personnes protégées.
2. La procédure de recours doit permettre au requérant, conformément à la législation et à la pratique nationales, de se faire représenter ou assister par une personne qualifiée de son choix, par un délégué d'une organisation représentative de travailleurs ou par un délégué d'une organisation représentative des personnes protégées.
Art. 28. Ieder Lid dient de algemene verantwoordelijkheid te aanvaarden voor het goede beheer van de instellingen en diensten waaraan de toepassing van het Verdrag is toevertrouwd.
Art. 28. Tout Membre doit assumer une responsabilité générale pour la bonne administration des institutions et services qui concourent à l'application de la convention.
Art. 29. 1. Wanneer het beheer direct is toevertrouwd aan een ministerie dat verantwoording is verschuldigd aan een parlement, worden vertegenwoordigers van de beschermde personen en van de werkgevers onder voorgeschreven voorwaarden als adviseurs bij dit beheer betrokken.
2. Wanneer het beheer niet is toevertrouwd aan een ministerie dat verantwoording is verschuldigd aan een parlement :
a) dienen vertegenwoordigers van de beschermde personen deel te nemen aan het beheer of hierbij onder voorgeschreven voorwaarden als adviseurs te worden betrokken;
b) kan de nationale wetgeving tevens voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van werkgevers;
c) kan de wetgeving voorts voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de overheidsinstanties.
2. Wanneer het beheer niet is toevertrouwd aan een ministerie dat verantwoording is verschuldigd aan een parlement :
a) dienen vertegenwoordigers van de beschermde personen deel te nemen aan het beheer of hierbij onder voorgeschreven voorwaarden als adviseurs te worden betrokken;
b) kan de nationale wetgeving tevens voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van werkgevers;
c) kan de wetgeving voorts voorzien in de deelneming van vertegenwoordigers van de overheidsinstanties.
Art. 29. 1. Lorsque l'administration est directement assurée par un département gouvernemental responsable devant un parlement, les représentants des personnes protégées et des employeurs doivent, dans des conditions prescrites, être associés à celle-ci à titre consultatif.
2. Lorsque l'administration n'est pas assurée par un département gouvernemental responsable devant un parlement :
a) des représentants des personnes protégées doivent participer à l'administration ou y être associés avec pouvoir consultatif dans des conditions prescrites;
b) la législation nationale peut aussi prévoir la participation de représentants des employeurs;
c) la législation peut aussi prévoir la participation de représentants des autorités publiques.
2. Lorsque l'administration n'est pas assurée par un département gouvernemental responsable devant un parlement :
a) des représentants des personnes protégées doivent participer à l'administration ou y être associés avec pouvoir consultatif dans des conditions prescrites;
b) la législation nationale peut aussi prévoir la participation de représentants des employeurs;
c) la législation peut aussi prévoir la participation de représentants des autorités publiques.
Art. 30. In gevallen waarin door de Staat of het socialezekerheidsstelsel subsidies worden verleend ten einde werkgelegenheid te waarborgen, dienen de Leden alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te garanderen dat de betalingen uitsluitend voor het bestemde doel worden gedaan en om fraude of misbruik door degenen die zulke betalingen ontvangen, te voorkomen.
Art. 30. Lorsque des subventions sont accordées par l'Etat ou le système de sécurité sociale en vue de sauvegarder des emplois, les Membres doivent prendre les mesures nécessaires pour garantir l'affectation exclusive de ces subventions au but prévu et empêcher toute fraude ou tout abus de la part des bénéficiaires.
Art. 31. Dit Verdrag herziet het Verdrag ter verzekering van uitkeringen of bijstand aan onvrijwillig werklozen, 1934.
Art. 31. La présente convention révise la convention du chômage, 1934.
Art. 32. De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Art. 32. Les ratifications formelles de la présente convention seront communiquées au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistrées.
Art. 33. 1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
2. Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
2. Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3. Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Art. 33. 1. La présente convention ne liera que les Membres de l'Organisation internationale du Travail dont la ratification aura été enregistrée par le Directeur général.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque Membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
2. Elle entrera en vigueur douze mois après que les ratifications de deux Membres auront été enregistrées par le Directeur général.
3. Par la suite, cette convention entrera en vigueur pour chaque Membre douze mois après la date où sa ratification aura été enregistrée.
Art. 34. 1. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het voorgaande lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden, voorzien in dit artikel.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het voorgaande lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden, voorzien in dit artikel.
Art. 34. 1. Tout Membre ayant ratifié la présente convention peut la dénoncer à l'expiration d'une période de dix années après la date de la mise en vigueur initiale de la convention, par un acte communiqué au Directeur général du Bureau international du Travail et par lui enregistré. La dénonciation ne prendra effet qu'une année après avoir été enregistrée.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
2. Tout Membre ayant ratifié la présente convention qui, dans le délai d'une année après l'expiration de la période de dix années mentionnée au paragraphe précédent, ne fera pas usage de la faculté de dénonciation prévue par le présent article sera lié pour une nouvelle période de dix années et, par la suite, pourra dénoncer la présente convention à l'expiration de chaque période de dix années dans les conditions prévues au présent article.
Art. 35. 1. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
2. Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
2. Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Art. 35. 1. Le Directeur général du Bureau international du Travail notifiera à tous les Membres de l'Organisation internationale du Travail l'enregistrement de toutes les ratifications et dénonciations qui lui seront communiquées par les Membres de l'Organisation.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation l'enregistrement de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
2. En notifiant aux Membres de l'Organisation l'enregistrement de la deuxième ratification qui lui aura été communiquée, le Directeur général appellera l'attention des Membres de l'Organisation sur la date à laquelle la présente convention entrera en vigueur.
Art. 36. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Art. 36. Le Directeur général du Bureau international du Travail communiquera au Secrétaire général des Nations unies, aux fins d'enregistrement, conformément à l'article 102 de la Charte des Nations unies, des renseignements complets au sujet de toutes ratifications et de tous actes de dénonciation qu'il aura enregistrés conformément aux articles précédents.
Art. 37. De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verslag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Art. 37. Chaque fois qu'il le jugera nécessaire, le Conseil d'administration du Bureau international du Travail présentera à la Conférence générale un rapport sur l'application de la présente convention et examinera s'il y a lieu d'inscrire à l'ordre du jour de la Conférence la question de sa révision totale ou partielle.
Art. 38. 1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt :
a) bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, van rechtswege onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande de bepalingen van artikel 39 hierboven, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, kan dit Verdrag niet langer door de Leden worden bekrachtigd.
2. Dit Verdrag blijft in ieder geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
a) bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, van rechtswege onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande de bepalingen van artikel 39 hierboven, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, kan dit Verdrag niet langer door de Leden worden bekrachtigd.
2. Dit Verdrag blijft in ieder geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
Art. 38. 1. Au cas où la Conférence adopterait une nouvelle convention portant revision totale ou partielle de la présente convention, et à moins que la nouvelle convention dispose autrement :
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant revision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 34 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant revision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant revision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant revision.
a) la ratification par un Membre de la nouvelle convention portant revision entraînerait de plein droit, nonobstant l'article 34 ci-dessus, dénonciation immédiate de la présente convention, sous réserve que la nouvelle convention portant revision soit entrée en vigueur;
b) à partir de la date de l'entrée en vigueur de la nouvelle convention portant revision, la présente convention cesserait d'être ouverte à la ratification des Membres.
2. La présente convention demeurerait en tout cas en vigueur dans sa forme et teneur pour les Membres qui l'auraient ratifiée et qui ne ratifieraient pas la convention portant revision.
Art. 39. De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.
Art. 39. Les versions française et anglaise du texte de la présente convention font également foi.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Lijst der Lidstaten
Art. N1. Liste des Etats liés
| Staten | Datum authentificatie | Type instemming | Datum instemming | Datum interne inwerkingtreding |
| ALBANIE | Bekrachtiging | 04/08/2006 | 04/08/2007 | |
| BRAZILIE | Bekrachtiging | 24/03/1993 | 24/03/1994 | |
| BELGIE | Bekrachtiging | 21/10/2011 | 21/10/2012 | |
| FINLAND | Bekrachtiging | 19/12/1990 | 19/12/1991 | |
| NOORWEGEN | Bekrachtiging | 19/06/1990 | 17/10/1991 | |
| ROEMENIE | Bekrachtiging | 15/12/1992 | 15/12/1993 | |
| ZWEDEN | Bekrachtiging | 18/12/1990 | 18/12/1991 | |
| ZWITSERLAND | Bekrachtiging | 17/10/1990 | 17/10/1991 |
| Etats | Date authentification | Type de consentement | Date consentement | Entrée en vigueur locale |
| ALBANIE | Ratification | 04/08/2006 | 04/08/2007 | |
| BELGIQUE | Ratification | 21/10/2011 | 21/10/2012 | |
| BRESIL | Ratification | 24/03/1993 | 24/03/1994 | |
| FINLANDE | Ratification | 19/12/1990 | 19/12/1991 | |
| NORVEGE | Ratification | 19/06/1990 | 17/10/1991 | |
| ROUMANIE | Ratification | 15/12/1992 | 15/12/1993 | |
| SUEDE | Ratification | 18/12/1990 | 18/12/1991 | |
| SUISSE | Ratification | 17/10/1990 | 17/10/1991 |
Art. N2. Het verdrag treedt in werking op 21 oktober 2012.
Art. N2. La convention entre en vigueur le 21 octobre 2012.