Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 JUNI 2003. - Koninklijk besluit betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-07-2003 en tekstbijwerking tot 25-06-2025)
Titre
29 JUIN 2003. - Arrêté royal relatif à la formation des conducteurs d'unités de transport transportant par la route des marchandises dangereuses autres que les matières radioactives. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-07-2003 et mise à jour au 25-06-2025)
Informations sur le document
Numac: 2003014189
Datum: 2003-06-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003014189
Date: 2003-06-29
Moniteur: Voir
Tekst (68)
Texte (68)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. [1 Dit besluit zet gedeeltelijk de Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg om in Belgisch recht, gewijzigd bij Richtlijn 2010/61/EU van de Commissie van 2 september 2010 [2 en Richtlijn 2012/45/EU van de Commissie van 3 december 2012]2 .]1
  
Article 1. [1 Le présent arrêté transpose partiellement en droit belge la Directive 2008/68/CE du Parlement européen et du Conseil du 24 septembre 2008 relative au transport intérieur des marchandises dangereuses, modifiée par la Directive 2010/61/UE de la Commission du 2 septembre 2010 [2 et la Directive 2012/45/UE de la Commission du 3 décembre 2012]2 .]1
  
Art.1_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land, gewijzigd bij Richtlijnen 2010/61/EU van de Commissie van 2 september 2010, 2012/45/EU van de Commissie van 3 december 2012, 2014/103/EU van de Commissie van 21 november 2014, 2016/2309 van de Commissie van 16 december 2016, 2018/217 van de Commissie van 31 januari 2018, 2018/1846 van de Commissie van 23 november 2018, 2020/1833 van de Commissie van 2 oktober 2020, 2022/2407 van de Commissie van 20 september 2022 en 2025/149 van de Commissie van 15 november 2024.]1
Art.1_REGION_FLAMANDE.
  [1 Article 1er. Le présent arrêté prévoit la transposition partielle de la directive 2008/68/CE du Parlement européen et du Conseil du 24 septembre 2008 relative au transport intérieur des marchandises dangereuses, modifiée par les Directives 2010/61/UE de la Commission du 3 décembre 2012, 2014/103/UE de la Commission du 21 novembre 2014, 2016/2309 de la Commission du 16 décembre 2016, 2018/217 de la Commission du 31 janvier 2018, 2018/1846 de la Commission du 23 novembre 2018, 2020/1833 de la Commission du 2 octobre 2020, 2022/2407 de la Commission du 20 septembre 2022 et 2025/149 de la Commission du 15 novembre 2024. ]1
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " ADR " : het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960 [1 , zoals gewijzigd]1 ;
  2° " klassen " : de klassen van gevaarlijke goederen opgesomd in paragraaf 2.1.1.1 van bijlage A bij het ADR;
  3° " gevaarlijke goederen " : de goederen die als gevaarlijke goederen gedefinieerd worden in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR, met uitzondering van die welke behoren tot de klasse 7;
  4° " MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig " : de MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR;
  5° [1 "Bevoegde overheid" : - de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, wanneer het gaat om de gevaarlijke goederen van klasse 1; - de minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort, wanneer het gaat om de gevaarlijke goederen van de andere klassen;]1
  6° [1 "Gemachtigde van de minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort" : de directeur-generaal van het directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;]1
  7° " gemachtigde van de Minister tot wiens bevoegdheid Economische Zaken behoort " : het hoofd van de dienst der springstoffen van de federale overheidsdienst die het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 1 onder zijn bevoegdheid heeft.
  8° [1 "UN-nummer" : het uit vier cijfers bestaande identificatienummer van de gevaarlijke goederen overeenkomstig de "Model Regulations", opgenomen als bijlage bij de "Recommendations on the Transport of Dangerous Goods", gepubliceerd door de Verenigde Naties, in zijn meest recente uitgave.]1
  
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté il y a lieu d'entendre par :
  1° " ADR " : l'Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route et ses annexes, signés à Genève le 30 septembre 1957 et approuvé par la loi du 10 août 1960 [1 , comme modifié]1 ;
  2° " classes " : les classes de marchandises dangereuses énumérées dans le paragraphe 2.1.1.1 de l'annexe A de l'ADR;
  3° " marchandises dangereuses " : les marchandises définies comme marchandises dangereuses dans la section 1.2.1 de l'annexe A de l'ADR, à l'exception de celles qui appartiennent à la classe 7;
  4° " CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport, véhicule batterie " : les CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport et véhicule-batterie définis dans la section 1.2.1. de l'annexe A de l'ADR;
  5° [1 "Autorité compétente" : - le ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions s'il s'agit des marchandises dangereuses de la classe 1; - le ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions s'il s'agit des marchandises dangereuses des autres classes;]1
  6° [1 "Délégué du ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions" : le directeur général de la direction générale Transport Routier et Sécurité Routière du Service public fédéral Mobilité et Transports;]1
  7° " délégué du Ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions " : le chef du service des explosifs du service public fédéral qui a le transport de marchandises dangereuses de la classe 1 dans ses attributions;
  8° [1 "Numéro ONU" : le numéro d'identification à quatre chiffres des marchandises dangereuses selon le " Règlement Type ", annexé aux " Recommandations relatives au transport de marchandises dangereuses ", publié par l'Organisation des Nations unies, dans son édition la plus récente.]1
  
Art.2_WAALS_GEWEST.
   Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " ADR " : het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960 [1 , zoals gewijzigd]1 ;
  2° " klassen " : de klassen van gevaarlijke goederen opgesomd in paragraaf 2.1.1.1 van bijlage A bij het ADR;
  3° " gevaarlijke goederen " : de goederen die als gevaarlijke goederen gedefinieerd worden in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR, met uitzondering van die welke behoren tot de klasse 7;
  4° " MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig " : de MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR;
  5° [1 [2 bevoegde overheid: de minister bevoegd voor het mobiliteits- en goederenvervoerbeleid]2]1;
  6° [1 [2 gemachtigde van de bevoegde overheid: de directeur-generaal van De Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of een ambtenaar of een contractueel personeelslid van niveau A die daartoe is aangewezen door de gemachtigde van de bevoegde overheid, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019 betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst ]2]1;
  7° [2 ...]2;
  8° [1 "UN-nummer" : het uit vier cijfers bestaande identificatienummer van de gevaarlijke goederen overeenkomstig de "Model Regulations", opgenomen als bijlage bij de "Recommendations on the Transport of Dangerous Goods", gepubliceerd door de Verenigde Naties, in zijn meest recente uitgave.]1
Art.2_REGION_WALLONNE.
   Pour l'application du présent arrêté il y a lieu d'entendre par :
  1° " ADR " : l'Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route et ses annexes, signés à Genève le 30 septembre 1957 et approuvé par la loi du 10 août 1960 [1 , comme modifié]1 ;
  2° " classes " : les classes de marchandises dangereuses énumérées dans le paragraphe 2.1.1.1 de l'annexe A de l'ADR;
  3° " marchandises dangereuses " : les marchandises définies comme marchandises dangereuses dans la section 1.2.1 de l'annexe A de l'ADR, à l'exception de celles qui appartiennent à la classe 7;
  4° " CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport, véhicule batterie " : les CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport et véhicule-batterie définis dans la section 1.2.1. de l'annexe A de l'ADR;
  5° [1 [2 autorité compétente : le Ministre qui a la mobilité et la politique du transport de marchandises dans ses attributions;]2]1
  6° [1 [2 délégué de l'autorité compétente : le directeur général du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ou un agent ou membre du personnel contractuel, de niveau A désigné à cet effet par le délégué de l'autorité compétente, en vertu de l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 mai 2019 relatif aux délégations de pouvoirs au Service public de Wallonie;]2]1
  7° [2 ...]2;
  8° [1 "Numéro ONU" : le numéro d'identification à quatre chiffres des marchandises dangereuses selon le " Règlement Type ", annexé aux " Recommandations relatives au transport de marchandises dangereuses ", publié par l'Organisation des Nations unies, dans son édition la plus récente.]1
Art. 2_VLAAMS_GEWEST.    Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " ADR " : het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960 [1 , zoals gewijzigd]1 ;
  2° " klassen " : de klassen van gevaarlijke goederen opgesomd in paragraaf 2.1.1.1 van bijlage A bij het ADR;
  3° " gevaarlijke goederen " : de goederen die als gevaarlijke goederen gedefinieerd worden in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR, met uitzondering van die welke behoren tot de klasse 7;
  4° " MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig " : de MEGC, tank, vaste tank, afneembare tank, mobiele tank, tankcontainer, transporteenheid, batterijvoertuig gedefinieerd in afdeling 1.2.1 van bijlage A bij het ADR;
  5° [2 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer;]2
  6° [2 Departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;]2
  7° [2 gemachtigde: het hoofd van het Departement;]2
  8° [1 "UN-nummer" : het uit vier cijfers bestaande identificatienummer van de gevaarlijke goederen overeenkomstig de "Model Regulations", opgenomen als bijlage bij de "Recommendations on the Transport of Dangerous Goods", gepubliceerd door de Verenigde Naties, in zijn meest recente uitgave.]1
Art. 2 _REGION_FLAMANDE.
   Pour l'application du présent arrêté il y a lieu d'entendre par :
  1° " ADR " : l'Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route et ses annexes, signés à Genève le 30 septembre 1957 et approuvé par la loi du 10 août 1960 [1 , comme modifié]1 ;
  2° " classes " : les classes de marchandises dangereuses énumérées dans le paragraphe 2.1.1.1 de l'annexe A de l'ADR;
  3° " marchandises dangereuses " : les marchandises définies comme marchandises dangereuses dans la section 1.2.1 de l'annexe A de l'ADR, à l'exception de celles qui appartiennent à la classe 7;
  4° " CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport, véhicule batterie " : les CGEM, citerne, citerne fixe, citerne démontable, citerne mobile, conteneur-citerne, unité de transport et véhicule-batterie définis dans la section 1.2.1. de l'annexe A de l'ADR;
  5° [2 Ministre : le Ministre flamand ayant la politique de la mobilité, les travaux publics et les transports dans ses attributions ;]2
  6° [2 Département : le département visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;]2
  7° [2 délégué : le chef du Département ;]2
  8° [1 "Numéro ONU" : le numéro d'identification à quatre chiffres des marchandises dangereuses selon le " Règlement Type ", annexé aux " Recommandations relatives au transport de marchandises dangereuses ", publié par l'Organisation des Nations unies, dans son édition la plus récente.]1
HOOFDSTUK II. - Opleidingsgetuigschrift.
CHAPITRE II. - Certificat de formation.
Art. 3. § 1. De bestuurders van transporteenheden die gevaarlijke goederen over de weg vervoeren
  - in vaste of afneembare tanks met een [1 capaciteit]1 van meer dan 1 000 liter,
  - in batterijvoertuigen met een totale [1 capaciteit]1 van meer dan 1 000 liter,
  - in tankcontainers, mobiele tanks of MEGC's met een individuele [1 capaciteit]1 van meer dan 3 000 liter,
  moeten houder zijn van een opleidingsgetuigschrift van categorie II, behalve wanneer een vrijstelling van paragraaf 1.1.3 van bijlage A bij het ADR van toepassing is.
  § 2. [1 De bestuurders van transporteenheden die gevaarlijke goederen van klasse 1 over de weg vervoeren moeten houder zijn van een opleidingsgetuigschrift van categorie III, behalve wanneer een vrijstelling van afdeling 1.1.3 of van hoofdstukken 3.4 of 3.5 van bijlage A bij het ADR van toepassing is.]1
  § 3. (De bestuurders van voertuigen die gevaarlijke goederen over de weg vervoeren en die niet beoogd worden in paragraaf 1 en 2, moeten houder zijn van een opleidingsgetuigschrift van categorie I, behalve wanneer een vrijstelling van afdeling 1.1.3 [1 of van hoofdstukken 3.4 of 3.5]1 van bijlage A bij het ADR van toepassing is.) <KB 2007-08-03/58, art. 2, § 1, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 4. [1 Indien de in §§ 1 en 3 beoogde bestuurders evenwel enkel vervoer van gevaarlijke goederen van de UN-nummers 1202, 1203, 1223, 3256 en/of 3082 verrichten, volstaat het dat ze houder zijn van een opleidingsgetuigschrift van categorie IV. Voor deze categorie van opleidingsgetuigschrift is het toepassingsgebied voor de UN-nummers 3256 en 3082 beperkt tot zware en residuele stookolie.]1
  
Art. 3. § 1er. Les conducteurs d'unités de transport transportant par la route des marchandises dangereuses
  - dans des citernes fixes ou démontables d'une capacité supérieure à 1 000 litres,
  - dans des véhicules-batteries ayant une capacité totale supérieure à 1 000 litres, et
  - dans des conteneurs-citernes citernes mobiles ou CGEM ayant une capacité individuelle supérieure à 3 000 litres,
  doivent être titulaires d'un certificat de formation de la catégorie II, sauf si une exemption au paragraphe 1.1.3 de l'annexe A de l'ADR est d'application.
  § 2. [1 Les conducteurs d'unités de transport transportant par la route des marchandises dangereuses de la classe 1 doivent être titulaires d'un certificat de formation de la catégorie III, sauf si une exemption de la section 1.1.3 ou des chapitres 3.4 ou 3.5 de l'annexe A de l'ADR est d'application.]1
  § 3. (Les conducteurs de véhicules transportant par la route des marchandises dangereuses, non visés aux paragraphes 1er et 2, doivent être titulaires d'un certificat de formation de la catégorie I, sauf si une exemption de la section 1.1.3 [1 ou des chapitres 3.4 ou 3.5]1 de l'annexe A de l'ADR est d'application.) <AR 2007-08-03/58, art. 2, § 1, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 4. [1 Si les conducteurs visés aux §§ 1er et 3 effectuent exclusivement des transports des marchandises dangereuses des numéros ONU 1202, 1203, 1223, 3256, et/ou 3082, il suffit qu'ils soient titulaires d'un certificat de formation de catégorie IV. Pour cette catégorie de certificat de formation, le champ d'application des numéros ONU 3256 et 3082 est limité à l'huile de chauffe lourde et résiduelle.]1
  
Art. 4. De opleidingsgetuigschriften worden opgesteld conform het model in bijlage I en hebben een geldigheid van vijf jaar.
  Een opleidingsgetuigschrift van categorie I is geldig voor de klassen 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9 anders dan in tanks.
  Een opleidingsgetuigschrift van categorie II is geldig voor de klassen 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9 in tanks.
  Een opleidingsgetuigschrift van categorie III is geldig voor de klasse 1.
  [1 [3 Een opleidingsgetuigschrift van categorie IV is geldig voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de UN-nummers 1202, 1203, 1223, 3256 en/of 3082 in tanks en anders dan in tanks. Voor deze categorie van opleidingsgetuigschrift is het toepassingsgebied voor de UN-nummers 3256 en 3082 beperkt tot zware en residuele stookolie.]3 ]1
  Eenzelfde opleidingsgetuigschrift kan verschillende categorieën combineren.
  Elk opleidingsgetuigschrift afgeleverd door de bevoegde overheid van een Verdragspartij van het ADR of door een door die overheid erkende instelling, [2 conform de subsectie 8.2.2.8]2 van bijlage B bij het ADR, wordt tijdens zijn gehele geldigheidsduur aanvaard.
  
Art. 4. Les certificats de formation sont établis conformément au modèle figurant à l'annexe Ire et ont une validité de cinq ans.
  Un certificat de formation de la catégorie Ire est valable pour les classes 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 et 9 autrement qu'en citernes.
  Un certificat de formation de la catégorie II est valable pour les classes 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 et 9 en citernes.
  Un certificat de formation de la catégorie III est valable pour la classe 1.
  [1 [3 Un certificat de formation de catégorie IV est valable pour le transport de marchandises dangereuses des numéros ONU 1202, 1203, 1223, 3256 et/ou 3082 en citernes et autres qu'en citernes. Pour cette catégorie de certificat de formation, le champ d'application des numéros ONU 3256 et 3082 est limité à l'huile de chauffe lourde et résiduelle.]3 ]1
  Un même certificat de formation peut combiner différentes catégories.
  Tout certificat de formation délivré [2 conformément à la sous-section 8.2.2.8]2 de l'annexe B de l'ADR par l'autorité compétente d'une partie contractante à l'ADR ou tout organisme reconnu par cette autorité, est accepté pendant sa durée de validité.
  
HOOFDSTUK III. - Opleiding.
CHAPITRE III. - Formation.
Art. 5. Om het opleidingsgetuigschrift te behalen, moet de kandidaat een initiële opleiding krijgen en slagen voor het overeenstemmend examen.
  De voornaamste doelstellingen van de opleiding zijn de aandacht van de bestuurders te vestigen op de risico's verbonden aan het vervoer van gevaarlijke stoffen en hun de nodige grondbeginselen bij te brengen om de kansen op een incident te minimaliseren en om - indien zich toch een incident mocht voordoen - hen toe te laten de voor zichzelf, voor de bevolking en voor het milieu vereiste veiligheidsmaatregelen te nemen en de gevolgen van het incident te beperken.
  De individuele praktische oefeningen moeten ingepast worden in de theoretische opleiding en tenminste eerste hulp, brandbestrijding en de bij een incident of ongeval te nemen maatregelen omvatten.
Art. 5. Pour l'obtention du certificat de formation, le candidat doit recevoir une formation initiale et réussir l'examen correspondant.
  La formation a pour objectifs essentiels de sensibiliser les conducteurs aux risques présentés par le transport des marchandises dangereuses et de leur inculquer les notions de base indispensables pour minimiser le risque d'incident et, s'il en survient un, pour leur permettre de prendre les mesures qui sont nécessaires pour leur propre sécurité et pour celle du public et pour la protection de l'environnement, ainsi que pour limiter les effets de l'incident.
  Les travaux pratiques individuels doivent s'inscrire dans le cadre de la formation théorique et doivent porter au moins sur les premiers secours, la lutte contre l'incendie et les dispositions à prendre en cas d'incident et d'accident.
Art. 6. § 1. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie I bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit een basiscursus, die de in bijlage II aangegeven stof omvat.
  § 2. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie II bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit :
  - de in § 1 beoogde basiscursus, en
  - de specialisatiecursus voor tankvervoer die de in bijlage III aangegeven stof omvat.
  § 3. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie III bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit :
  - de in § 1 beoogde basiscursus, en
  - de specialisatiecursus die de in bijlage IV aangegeven stof omvat.
  (§ 4. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie IV bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit een specialisatiecursus die de in bijlage V aangegeven stof omvat.
  De minimale duur van het theoretisch gedeelte van deze specialisatiecursus is 16 leseenheden. De leseenheden duren 45 minuten en elke cursusdag mag niet meer dan acht leseenheden omvatten.) <KB 2007-08-03/58, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 5. (oud § 4) <KB 2007-08-03/58, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007> De bevoegde overheid of haar gemachtigde bepaalt de nadere regelen met betrekking tot de praktische organisatie van de opleiding per omzendbrief.
Art. 6. § 1er. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie I, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en un cours de base portant sur la matière indiquée à l'annexe II.
  § 2. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie II, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en :
  - le cours de base visé au § 1er, et
  - le cours de spécialisation pour le transport en citerne qui porte sur la matière indiquée à l'annexe III.
  § 3. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie III, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en :
  - le cours de base visé au § 1er, et
  - le cours de spécialisation qui porte sur la matière indiquée à l'annexe IV.
  (§ 4. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie IV, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en un cours de spécialisation qui porte sur la matière indiquée à l'annexe V.
   La durée minimale de la partie théorique de ce cours de spécialisation est de 16 séances d'enseignement. Les séances d'enseignement durent 45 minutes et chaque journée de cours ne peut comporter que huit séances d'enseignement au maximum.) <AR 2007-08-03/58, art. 4, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 5. (ancien § 4) <AR 2007-08-03/58, art. 4, 002; En vigueur : 01-11-2007> L'autorité compétente ou son délégué détermine les modalités relatives à l'organisation pratique de la formation par note circulaire.
Art. 6_VLAAMS_GEWEST.    § 1. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie I bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit een basiscursus, die de in bijlage II aangegeven stof omvat.
  § 2. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie II bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit :
  - de in § 1 beoogde basiscursus, en
  - de specialisatiecursus voor tankvervoer die de in bijlage III aangegeven stof omvat.
  § 3. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie III bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit :
  - de in § 1 beoogde basiscursus, en
  - de specialisatiecursus die de in bijlage IV aangegeven stof omvat.
  (§ 4. Voor het behalen van een opleidingsgetuigschrift van categorie IV bestaat de in artikel 5 beoogde initiële opleiding uit een specialisatiecursus die de in bijlage V aangegeven stof omvat.
  De minimale duur van het theoretisch gedeelte van deze specialisatiecursus is 16 leseenheden. De leseenheden duren 45 minuten en elke cursusdag mag niet meer dan acht leseenheden omvatten.) <KB 2007-08-03/58, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 5. (oud § 4) <KB 2007-08-03/58, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007> De [1 minister]1 of [1 zijn]1 gemachtigde bepaalt de nadere regelen met betrekking tot de praktische organisatie van de opleiding per omzendbrief.
  
Art. 6 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie I, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en un cours de base portant sur la matière indiquée à l'annexe II.
  § 2. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie II, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en :
  - le cours de base visé au § 1er, et
  - le cours de spécialisation pour le transport en citerne qui porte sur la matière indiquée à l'annexe III.
  § 3. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie III, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en :
  - le cours de base visé au § 1er, et
  - le cours de spécialisation qui porte sur la matière indiquée à l'annexe IV.
  (§ 4. Pour l'obtention d'un certificat de formation de la catégorie IV, la formation initiale visée à l'article 5 consiste en un cours de spécialisation qui porte sur la matière indiquée à l'annexe V.
   La durée minimale de la partie théorique de ce cours de spécialisation est de 16 séances d'enseignement. Les séances d'enseignement durent 45 minutes et chaque journée de cours ne peut comporter que huit séances d'enseignement au maximum.) <AR 2007-08-03/58, art. 4, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 5. (ancien § 4) <AR 2007-08-03/58, art. 4, 002; En vigueur : 01-11-2007> [1 Le Ministre]1 ou son délégué détermine les modalités relatives à l'organisation pratique de la formation par note circulaire.
  
Art. 7. Op initiatief van de in artikel 15 bedoelde examencommissie wordt voor elke in artikel 6 beoogde cursus een leerboek opgesteld en door haar goedgekeurd. Het wordt gebruikt door de in artikel 8 bedoelde instellingen, die een exemplaar ter beschikking stellen aan elke kandidaat die bij hen de desbetreffende cursus volgt.
  De cursussen kunnen gegeven worden met behulp van elke andere didactische methode, de informatie- en communicatietechnologie inbegrepen.
Art. 7. Pour chaque cours visé à l'article 6, un manuel de formation est rédigé à l'initiative de la commission d'examen visée à l'article 15 et approuvé par elle. Ce manuel est utilisé par les organismes visés à l'article 8 qui en remettent un exemplaire à chaque candidat qui suit les cours qu'ils organisent.
  Les cours peuvent être enseignés en faisant appel à toute autre méthode didactique y compris la technologie de l'information et de la communication.
HOOFDSTUK IV. - Erkenning en verplichtingen van de instellingen die het onderricht verstrekken.
CHAPITRE IV. - Agrément et obligations des organismes qui dispensent la formation.
Art. 8. De bevoegde overheid erkent de instellingen die de in artikel 6 gedefinieerde basiscursus en/of één (of meerdere specialisatiecursussen) [2 en/of de in artikel 22 gedefinieerde bijscholingsopleidingen]2 verstrekken en schorst of trekt in voorkomend geval de erkenning weer in.<KB 2007-08-03/58, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  De bevoegde overheid maakt de erkenning, de schorsing en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.
  [1 De vergoeding voor de aflevering van de erkenning van een instelling die het onderricht verstrekt wordt vastgesteld op 1.000 euro. Dit bedrag wordt betaald bij de aanvraag tot erkenning.
   Voor de jaren volgend op de aflevering van de erkenning, is een jaarlijkse vergoeding van 250 euro verschuldigd, te betalen voor 1 juni.
   Bij wijziging aan de gegevens van de erkenning is een vergoeding van 125 euro verschuldigd, te betalen binnen de 30 dagen.
   De vergoedingen worden geïnd door de administratie van de bevoegde overheid.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar, worden de bedragen van deze vergoedingen aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex volgens volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met de index van de maand januari en gedeeld door de index van de startmaand. De index van de startmaand is de index van de maand volgend op de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat deze basisvergoedingen heeft vastgelegd. Het bedrag wordt naar boven, op de hele euro, afgerond.
   Het bedrag van de vergoedingen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze worden van kracht de eerste dag van de maand die volgt op hun publicatie in het Belgisch Staatsblad.]1

  
Art. 8. L'autorité compétente agrée les organismes qui dispensent le cours de base et /ou un (ou plusieurs cours de spécialisation) définis à l'article 6 [2 et/ou les formations de recyclage définies à l'article 22]2 et suspend ou retire l'agrément le cas échéant. <AR 2007-08-03/58, art. 5, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  L'autorité compétente publie l'agrément, la suspension et son retrait au Moniteur belge.
  [1 La redevance due pour la délivrance d'un agrément d'un organisme qui dispense la formation est de 1.000 euros. Elle est payée lors de l'introduction de la demande d'agrément.
   Pour les années qui suivent celle de la délivrance de l'agrément, il est dû une redevance annuelle de 250 euros, payable avant le 1er juin.
   En cas de modification des données de l'agrément, il est dû une redevance de 125 euros, à payer dans les 30 jours.
   Les redevances sont perçues par les soins de l'administration de l'autorité compétente.
   Chaque année, au plus tard le 31 mars, les montants des redevances sont adaptés, compte tenu de l'évolution de l'indice des prix à la consommation, conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base, multiplié par l'indice du mois de janvier, et divisé par l'indice de départ. L'indice de départ est celui du mois suivant la mise en vigueur de l'arrêté royal qui a fixé les montants de base des redevances. Le résultat est arrondi à l'euro supérieur.
   Le montant des redevances est publié au Moniteur belge. Elles entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de leur publication au Moniteur belge.]1

  
Art.8_WAALS_GEWEST.
   De bevoegde overheid erkent de instellingen die de in artikel 6 gedefinieerde basiscursus en/of één (of meerdere specialisatiecursussen) [2 en/of de in artikel 22 gedefinieerde bijscholingsopleidingen]2 verstrekken en schorst of trekt in voorkomend geval de erkenning weer in.<KB 2007-08-03/58, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  De bevoegde overheid maakt de erkenning, de schorsing en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.
  [1 De vergoeding voor de aflevering van de erkenning van een instelling die het onderricht verstrekt wordt vastgesteld op 1.000 euro. Dit bedrag wordt betaald bij de aanvraag tot erkenning.
   Voor de jaren volgend op de aflevering van de erkenning, is een jaarlijkse vergoeding van 250 euro verschuldigd, te betalen voor 1 juni.
   Bij wijziging aan de gegevens van de erkenning is een vergoeding van 125 euro verschuldigd, te betalen binnen de 30 dagen.
   [3 De retributies worden geïnd door de gemachtigde van de bevoegde overheid]3.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar, worden de bedragen van deze vergoedingen aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex volgens volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met de index van de maand januari en gedeeld door de index van de startmaand. De index van de startmaand is de index van de maand volgend op de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat deze basisvergoedingen heeft vastgelegd. Het bedrag wordt naar boven, op de hele euro, afgerond.
   Het bedrag van de vergoedingen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze worden van kracht de eerste dag van de maand die volgt op hun publicatie in het Belgisch Staatsblad.]1
Art.8_REGION_WALLONNE.
   L'autorité compétente agrée les organismes qui dispensent le cours de base et /ou un (ou plusieurs cours de spécialisation) définis à l'article 6 [2 et/ou les formations de recyclage définies à l'article 22]2 et suspend ou retire l'agrément le cas échéant. <AR 2007-08-03/58, art. 5, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  L'autorité compétente publie l'agrément, la suspension et son retrait au Moniteur belge.
  [1 La redevance due pour la délivrance d'un agrément d'un organisme qui dispense la formation est de 1.000 euros. Elle est payée lors de l'introduction de la demande d'agrément.
   Pour les années qui suivent celle de la délivrance de l'agrément, il est dû une redevance annuelle de 250 euros, payable avant le 1er juin.
   En cas de modification des données de l'agrément, il est dû une redevance de 125 euros, à payer dans les 30 jours.
   [3 Les redevances sont perçues par les soins du délégué de l'autorité compétente.]3
   Chaque année, au plus tard le 31 mars, les montants des redevances sont adaptés, compte tenu de l'évolution de l'indice des prix à la consommation, conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base, multiplié par l'indice du mois de janvier, et divisé par l'indice de départ. L'indice de départ est celui du mois suivant la mise en vigueur de l'arrêté royal qui a fixé les montants de base des redevances. Le résultat est arrondi à l'euro supérieur.
   Le montant des redevances est publié au Moniteur belge. Elles entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de leur publication au Moniteur belge.]1
Art. 8_VLAAMS_GEWEST.    De [3 minister]3 erkent de instellingen die de in artikel 6 gedefinieerde basiscursus en/of één (of meerdere specialisatiecursussen) [2 en/of de in artikel 22 gedefinieerde bijscholingsopleidingen]2 verstrekken en schorst of trekt in voorkomend geval de erkenning weer in.<KB 2007-08-03/58, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  De [3 minister]3 maakt de erkenning, de schorsing en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.
  [1 De vergoeding voor de aflevering van de erkenning van een instelling die het onderricht verstrekt wordt vastgesteld op 1.000 euro. Dit bedrag wordt betaald bij de aanvraag tot erkenning.
   Voor de jaren volgend op de aflevering van de erkenning, is een jaarlijkse vergoeding van 250 euro verschuldigd, te betalen voor 1 juni.
   Bij wijziging aan de gegevens van de erkenning is een vergoeding van 125 euro verschuldigd, te betalen binnen de 30 dagen.
   De vergoedingen worden geïnd door de administratie van de [3 minister]3.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar, worden de bedragen van deze vergoedingen aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex volgens volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met de index van de maand januari en gedeeld door de index van de startmaand. De index van de startmaand is de index van de maand volgend op de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat deze basisvergoedingen heeft vastgelegd. Het bedrag wordt naar boven, op de hele euro, afgerond.
   Het bedrag van de vergoedingen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze worden van kracht de eerste dag van de maand die volgt op hun publicatie in het Belgisch Staatsblad.]1
Art. 8 _REGION_FLAMANDE.
   [3 Le Ministre]3 agrée les organismes qui dispensent le cours de base et /ou un (ou plusieurs cours de spécialisation) définis à l'article 6 [2 et/ou les formations de recyclage définies à l'article 22]2 et suspend ou retire l'agrément le cas échéant. <AR 2007-08-03/58, art. 5, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  [3 Le Ministre]3 publie l'agrément, la suspension et son retrait au Moniteur belge.
  [1 La redevance due pour la délivrance d'un agrément d'un organisme qui dispense la formation est de 1.000 euros. Elle est payée lors de l'introduction de la demande d'agrément.
   Pour les années qui suivent celle de la délivrance de l'agrément, il est dû une redevance annuelle de 250 euros, payable avant le 1er juin.
   En cas de modification des données de l'agrément, il est dû une redevance de 125 euros, à payer dans les 30 jours.
   Les redevances sont perçues par les soins de l'administration [3 du Ministre]3.
   Chaque année, au plus tard le 31 mars, les montants des redevances sont adaptés, compte tenu de l'évolution de l'indice des prix à la consommation, conformément à la formule suivante : le nouveau montant est égal au montant de base, multiplié par l'indice du mois de janvier, et divisé par l'indice de départ. L'indice de départ est celui du mois suivant la mise en vigueur de l'arrêté royal qui a fixé les montants de base des redevances. Le résultat est arrondi à l'euro supérieur.
   Le montant des redevances est publié au Moniteur belge. Elles entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de leur publication au Moniteur belge.]1
Art. 9. Om erkend te kunnen worden voor het verstrekken van de in artikelen 5 en 21 bedoelde opleiding moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden :
  1° het statuut bezitten van :
  - scholingscentrum opgericht door de openbare macht of door de instellingen die er van afhangen, of
  - onderwijsinstelling opgericht of erkend door de Gemeenschappen, of
  - private instelling opgericht als vereniging zonder winstgevend doel, of
  - officiële beroepsvereniging;
  2° (de cursussen) waarvoor de erkenning wordt gevraagd, enkel op het Belgisch grondgebied verstrekken; <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  3° (beschikken over een gepaste infrastructuur, inzonderheid lokalen en gronden, alsook het lesmateriaal dat nodig is om de cursussen waarvoor de erkenning wordt gevraagd te verstrekken aan groepen van ten minste 10 personen); <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  4° niet meer dan 30 kandidaten per cyclus aanvaarden;
  5° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat aan de deelnemers wordt gevraagd zodanig berekenen dat het slechts de kosten [1 en vergoedingen]1 dekt veroorzaakt door de opleiding, en op eenvoudig verzoek van de in artikel 2 genoemde gemachtigde alle gegevens overleggen die tot de bepaling van dit bedrag hebben geleid;
  6° ten minste één maand vooraf de in artikel 2 genoemde gemachtigde in lichten omtrent de datum, de plaats en de taal van (iedere cursus) [1 evenals, zo vlug mogelijk, elke wijziging die zich voordoet]1. <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  
Art. 9. Pour pouvoir être agréé pour dispenser la formation visée aux articles 5 et 21, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
  1° posséder le statut de :
  - centre de formation constitué par les pouvoirs publics ou par les institutions qui en dépendent, ou
  - institut d'enseignement établi ou agréé par les Communautés, ou
  - organisme privé constitué en association sans but lucratif, ou
  - organisation professionnelle officielle;
  2° dispenser (les cours) pour lesquelles l'agrément est demandé exclusivement sur le territoire belge; <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  3° (disposer d'une infrastructure adéquate, notamment de locaux et terrains ainsi que du matériel didactique nécessaire pour dispenser à des groupes d'au moins 10 personnes les cours pour lesquels l'agrément est demandé); <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  4° ne pas accepter plus de 30 candidats par cycle;
  5° calculer le montant du droit d'inscription demandé aux participants de telle sorte que ce montant couvre uniquement les frais [1 et coûts]1 engendrés par l'activité de formation et à produire sur simple demande du délégué nommé à l'article 2, toutes les données qui ont mené à ce montant;
  6° avertir, au moins un mois à l'avance, le délégué nommé à l'article 2, des date, lieu et langue de (chaque cours) [1 ainsi que, le plus rapidement possible, de toute modification qui se produit]1. <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  
Art.9_WAALS_GEWEST.
   Om erkend te kunnen worden voor het verstrekken van de in artikelen 5 en 21 bedoelde opleiding moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden :
  1° het statuut bezitten van :
  - scholingscentrum opgericht door de openbare macht of door de instellingen die er van afhangen, of
  - onderwijsinstelling opgericht of erkend door de Gemeenschappen, of
  - private instelling opgericht als vereniging zonder winstgevend doel, of
  - officiële beroepsvereniging;
  2° (de cursussen) waarvoor de erkenning wordt gevraagd, enkel op het Belgisch grondgebied verstrekken; <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  3° (beschikken over een gepaste infrastructuur, inzonderheid lokalen en gronden, alsook het lesmateriaal dat nodig is om de cursussen waarvoor de erkenning wordt gevraagd te verstrekken aan groepen van ten minste 10 personen); <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  4° niet meer dan 30 kandidaten per cyclus aanvaarden;
  5° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat aan de deelnemers wordt gevraagd zodanig berekenen dat het slechts de kosten [1 en vergoedingen]1 dekt veroorzaakt door de opleiding, en [2 op eenvoudig verzoek van de gemachtigde van de bevoegde overheid]2 alle gegevens overleggen die tot de bepaling van dit bedrag hebben geleid;
  6° ten minste één maand vooraf de in artikel 2 genoemde gemachtigde in lichten omtrent de datum, de plaats en de taal van (iedere cursus) [1 evenals, zo vlug mogelijk, elke wijziging die zich voordoet]1. <KB 2007-08-03/58, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
Art.9_REGION_WALLONNE.
   Pour pouvoir être agréé pour dispenser la formation visée aux articles 5 et 21, les conditions suivantes doivent être satisfaites :
  1° posséder le statut de :
  - centre de formation constitué par les pouvoirs publics ou par les institutions qui en dépendent, ou
  - institut d'enseignement établi ou agréé par les Communautés, ou
  - organisme privé constitué en association sans but lucratif, ou
  - organisation professionnelle officielle;
  2° dispenser (les cours) pour lesquelles l'agrément est demandé exclusivement sur le territoire belge; <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  3° (disposer d'une infrastructure adéquate, notamment de locaux et terrains ainsi que du matériel didactique nécessaire pour dispenser à des groupes d'au moins 10 personnes les cours pour lesquels l'agrément est demandé); <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  4° ne pas accepter plus de 30 candidats par cycle;
  5° calculer le montant du droit d'inscription demandé aux participants de telle sorte que ce montant couvre uniquement les frais [1 et coûts]1 engendrés par l'activité de formation et à produire [2 sur simple demande du délégué de l'autorité compétente,]2 toutes les données qui ont mené à ce montant;
  6° avertir, au moins un mois à l'avance, le délégué nommé à l'article 2, des date, lieu et langue de (chaque cours) [1 ainsi que, le plus rapidement possible, de toute modification qui se produit]1. <AR 2007-08-03/58, art. 6, 002; En vigueur : 01-11-2007>
Art. 10. § 1. De aanvraag tot erkenning van instellingen die de cursussen verstrekken wordt ingediend [1 per aangetekende zending]1, volgens het geval, ofwel bij de [2 gemachtigde van de minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort]2 ofwel bij de gemachtigde van de Minister tot wiens bevoegdheid Economische Zaken behoort.
  § 2. Deze aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten :
  1° de benaming, het statuut en het adres van de instelling;
  2° een lijst van de cursussen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en een gedetailleerd leerplan dat de onderwezen onderwerpen preciseert en het tijdschema en de geplande lesmethodes aangeeft;
  3° de lijst van de personen die de voornoemde cursussen zullen geven, met opgaaf, voor elk van hen, van de volgende gegevens :
  - naam, voornamen, volledig adres en nummer van de identiteitskaart of van het paspoort;
  - de kwalificaties van de lesgevers en de domeinen waarin ze werkzaam zijn;
  - [2 ...]2
  4° de taal of talen waarin de cursussen verstrekt zullen worden;
  5° een beschrijving van de infrastructuur en van het lesmateriaal dat ter beschikking staat, met opgave van het adres van de lokalen, de ligging van de gronden, alsook de aard en de hoeveelheid van het gebruikte lesmateriaal;
  6° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat aan de deelnemers zal gevraagd worden;
  7° [1 het bewijs van betaling van de vergoeding zoals bepaald in artikel 8.]1
  [1 § 2bis. Indien aan alle voorwaarden van dit besluit voldaan is, wordt de erkenning aan de aanvrager verstuurd binnen de 3 maanden volgend op de indiening van de volledige aanvraag, zoals bepaald in § 2.]1
  § 3. De instelling brengt de in § 1 bedoelde gemachtigde onmiddellijk op de hoogte van elke wijziging van de in § 2 omschreven gegevens.
  
Art. 10. § 1er. Les demandes d'agrément des organismes qui dispensent les cours sont introduites par [1 envoi recommandé]1, suivant le cas, soit auprès du [2 délégué du ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions]2 soit auprès du délégué du Ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions.
  § 2. Cette demande doit contenir les données suivantes :
  1° nom, statut et adresse de l'organisme;
  2° une liste des cours pour lesquels l'agrément est demandé et un programme de formation détaillé précisant les matières enseignées et indiquant le plan d'exécution et les méthodes d'enseignement envisagées;
  3° la liste des personnes qui dispenseront les cours précités, avec les indications ci-après pour chacune d'elles :
  - ses nom, prénoms, adresse complète et numéro de la carte d'identité ou du passeport;
  - les qualifications et domaines d'activité des enseignants;
  - [2 ...]2
  4° la langue ou les langues dans laquelle ou lesquelles les cours seront dispensés;
  5° une description de l'infrastructure et du matériel didactique disponible, avec mentions de l'adresse des locaux, de la situation des terrains et de la nature ainsi que de la quantité du matériel didactique utilisé;
  6° le montant du droit d'inscription qui est demandé aux participants;
  7° [1 la preuve du paiement de la redevance visée à l'article 8.]1
  [1 § 2bis. Pour autant que les conditions prévues au présent arrêté soient remplies, l'agrément est notifié au demandeur dans les 3 mois qui suivent l'envoi de la demande complète d'agrément répondant aux exigences du § 2.]1
  § 3. L'organisme avertit immédiatement le délégué visé au § 1er de toute modification des données mentionnées au § 2.
  
Art.10_WAALS_GEWEST.
   § 1. De aanvraag tot erkenning van instellingen die de cursussen verstrekken wordt ingediend [1 per aangetekende zending]1 [3 bij de gemachtigde van de bevoegde overheid]3.
  § 2. Deze aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten :
  1° de benaming, het statuut en het adres van de instelling;
  2° een lijst van de cursussen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en een gedetailleerd leerplan dat de onderwezen onderwerpen preciseert en het tijdschema en de geplande lesmethodes aangeeft;
  3° de lijst van de personen die de voornoemde cursussen zullen geven, met opgaaf, voor elk van hen, van de volgende gegevens :
  - naam, voornamen, volledig adres en nummer van de identiteitskaart of van het paspoort;
  - de kwalificaties van de lesgevers en de domeinen waarin ze werkzaam zijn;
  - [2 ...]2
  4° de taal of talen waarin de cursussen verstrekt zullen worden;
  5° een beschrijving van de infrastructuur en van het lesmateriaal dat ter beschikking staat, met opgave van het adres van de lokalen, de ligging van de gronden, alsook de aard en de hoeveelheid van het gebruikte lesmateriaal;
  6° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat aan de deelnemers zal gevraagd worden;
  7° [1 het bewijs van betaling van de vergoeding zoals bepaald in artikel 8.]1
  [1 § 2bis. Indien aan alle voorwaarden van dit besluit voldaan is, wordt de erkenning aan de aanvrager verstuurd binnen de 3 maanden volgend op de indiening van de volledige aanvraag, zoals bepaald in § 2.]1
  § 3. De instelling brengt de in § 1 bedoelde gemachtigde onmiddellijk op de hoogte van elke wijziging van de in § 2 omschreven gegevens.
Art.10_REGION_WALLONNE.
   § 1er. Les demandes d'agrément des organismes qui dispensent les cours sont introduites par [1 envoi recommandé]1, [3 auprès du délégué de l'autorité compétente]3.
  § 2. Cette demande doit contenir les données suivantes :
  1° nom, statut et adresse de l'organisme;
  2° une liste des cours pour lesquels l'agrément est demandé et un programme de formation détaillé précisant les matières enseignées et indiquant le plan d'exécution et les méthodes d'enseignement envisagées;
  3° la liste des personnes qui dispenseront les cours précités, avec les indications ci-après pour chacune d'elles :
  - ses nom, prénoms, adresse complète et numéro de la carte d'identité ou du passeport;
  - les qualifications et domaines d'activité des enseignants;
  - [2 ...]2
  4° la langue ou les langues dans laquelle ou lesquelles les cours seront dispensés;
  5° une description de l'infrastructure et du matériel didactique disponible, avec mentions de l'adresse des locaux, de la situation des terrains et de la nature ainsi que de la quantité du matériel didactique utilisé;
  6° le montant du droit d'inscription qui est demandé aux participants;
  7° [1 la preuve du paiement de la redevance visée à l'article 8.]1
  [1 § 2bis. Pour autant que les conditions prévues au présent arrêté soient remplies, l'agrément est notifié au demandeur dans les 3 mois qui suivent l'envoi de la demande complète d'agrément répondant aux exigences du § 2.]1
  § 3. L'organisme avertit immédiatement le délégué visé au § 1er de toute modification des données mentionnées au § 2.
Art. 10_VLAAMS_GEWEST.    § 1. [3 De aanvraag tot erkenning van instellingen die de cursussen verstrekken, wordt ingediend met een aangetekende zending bij de gemachtigde.]3
  § 2. Deze aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten :
  1° de benaming, het statuut en het adres van de instelling;
  2° een lijst van de cursussen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en een gedetailleerd leerplan dat de onderwezen onderwerpen preciseert en het tijdschema en de geplande lesmethodes aangeeft;
  3° de lijst van de personen die de voornoemde cursussen zullen geven, met opgaaf, voor elk van hen, van de volgende gegevens :
  - naam, voornamen, volledig adres en nummer van de identiteitskaart of van het paspoort;
  - de kwalificaties van de lesgevers en de domeinen waarin ze werkzaam zijn;
  - [2 ...]2
  4° de taal of talen waarin de cursussen verstrekt zullen worden;
  5° een beschrijving van de infrastructuur en van het lesmateriaal dat ter beschikking staat, met opgave van het adres van de lokalen, de ligging van de gronden, alsook de aard en de hoeveelheid van het gebruikte lesmateriaal;
  6° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat aan de deelnemers zal gevraagd worden;
  7° [1 het bewijs van betaling van de vergoeding zoals bepaald in artikel 8.]1
  [1 § 2bis. Indien aan alle voorwaarden van dit besluit voldaan is, wordt de erkenning aan de aanvrager verstuurd binnen de 3 maanden volgend op de indiening van de volledige aanvraag, zoals bepaald in § 2.]1
  § 3. De instelling brengt de in § 1 bedoelde gemachtigde onmiddellijk op de hoogte van elke wijziging van de in § 2 omschreven gegevens.
Art. 10 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. [3 Les demandes d'agrément des organismes qui dispensent les cours sont introduites par envoi recommandé auprès du délégué.]3
  § 2. Cette demande doit contenir les données suivantes :
  1° nom, statut et adresse de l'organisme;
  2° une liste des cours pour lesquels l'agrément est demandé et un programme de formation détaillé précisant les matières enseignées et indiquant le plan d'exécution et les méthodes d'enseignement envisagées;
  3° la liste des personnes qui dispenseront les cours précités, avec les indications ci-après pour chacune d'elles :
  - ses nom, prénoms, adresse complète et numéro de la carte d'identité ou du passeport;
  - les qualifications et domaines d'activité des enseignants;
  - [2 ...]2
  4° la langue ou les langues dans laquelle ou lesquelles les cours seront dispensés;
  5° une description de l'infrastructure et du matériel didactique disponible, avec mentions de l'adresse des locaux, de la situation des terrains et de la nature ainsi que de la quantité du matériel didactique utilisé;
  6° le montant du droit d'inscription qui est demandé aux participants;
  7° [1 la preuve du paiement de la redevance visée à l'article 8.]1
  [1 § 2bis. Pour autant que les conditions prévues au présent arrêté soient remplies, l'agrément est notifié au demandeur dans les 3 mois qui suivent l'envoi de la demande complète d'agrément répondant aux exigences du § 2.]1
  § 3. L'organisme avertit immédiatement le délégué visé au § 1er de toute modification des données mentionnées au § 2.
Art. 11. [1 § 1. De erkenning van de instelling die :
   - ofwel niet meer voldoet aan de in artikel 9 voorziene vereisten,
   - ofwel de verplichtingen van het huidige besluit of van de ministeriële besluiten genomen volgens het huidige besluit of van de haar verstrekte instructies niet correct naleeft,
   kan ingetrokken worden of voor een termijn van minstens twee maanden en hoogstens zes maanden geschorst worden.
   Gedurende de schorsingsperiode mag geen enkele opleiding beginnen.
   § 2. De bevoegde overheid laat de instelling, per aangetekend schrijven, haar intentie van schorsing van de erkenning weten, voor de duur die zij vermeldt.
   Binnen de 30 dagen laat de instelling per aangetekend schrijven de eventuele motieven weten volgens dewelke zij van mening is dat de erkenning niet moet geschorst worden of vraagt zij om gehoord te worden door de bevoegde overheid. De termijn van 30 dagen wordt conform artikel 53bis van het gerechtelijk wetboek berekend.
   Bij het ontbreken van deze kennisgeving door de instelling, wordt de schorsing van haar erkenning bevolen en gaat deze van rechtswege in bij het verstrijken van de voornoemde termijn.
   Binnen de 30 dagen volgend op de ontvangst van de argumenten van rechtvaardiging of het horen van de instelling, maakt de bevoegde overheid, per aangetekend schrijven, haar akkoord met de rechtvaardiging van de instelling kenbaar of bevestigt zij de schorsingsmaatregel. Het ontbreken van een kennisgeving binnen bovenvermelde termijn houdt een aanvaarding van de verweerargumenten van de instelling in.
   § 3. Indien er ondanks een voorafgaande schorsing wordt vastgesteld dat de in de eerste paragraaf genoemde voorwaarden nog altijd niet nageleefd worden, kan de erkenning van de instelling ambtshalve ingetrokken worden. De verantwoordelijke van de instelling krijgt voorafgaandelijk de mogelijkheid om gehoord te worden. De intrekking wordt per aangetekend schrijven aan de instelling betekend.
   § 4. De bevoegde overheid kan de erkenning in geval van hoogdringendheid onmiddellijk intrekken, voor dezelfde redenen als bedoeld in paragraaf 1, indien zij deze hoogdringendheid motiveert en voorafgaandelijk de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid krijgt om gehoord te worden.
   De intrekking wordt per aangetekend schrijven aan de instelling kenbaar gemaakt of via een gerechtsdeurwaarder betekend.]1

  
Art. 11. [1 § 1er. L'agrément de l'organisme qui :
   - soit ne satisfait plus aux exigences prévues à l'article 9,
   - soit ne remplit pas correctement les obligations du présent arrêté ou des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté ou des instructions qui lui sont données,
   peut être retiré ou suspendu pour une durée de deux mois au moins et six mois au plus.
   Pendant la période de suspension aucune formation ne peut commencer.
   § 2. L'autorité compétente notifie par envoi recommandé à l'organisme son intention de suspendre l'agrément, pour la durée qu'elle indique.
   Dans les 30 jours l'organisme notifie par envoi recommandé les éventuels motifs pour lesquels il estime que l'agrément ne doit pas être suspendu, ou sa demande d'audition par l'autorité compétente. Le délai de trente jours est calculé conformément à l'article 53bis du code judiciaire.
   En cas d'absence de cette notification dans le chef de l'organisme, la suspension de son agrément est ordonnée, avec effet de plein droit à l'expiration du délai précité.
   Dans les 30 jours qui suivent la réception des moyens de justification ou l'audition de l'organisme, l'autorité compétente notifie par envoi recommandé son acceptation des justifications invoquées par l'organisme ou la suspension de l'agrément. L'absence de notification dans le délai précité équivaut à une acceptation des moyens de défense de l'organisme.
   § 3. Si, malgré une mesure préalable de suspension, la persistance du non-respect des conditions prévues au paragraphe 1er est constatée, l'agrément de l'organisme peut être retiré d'office. Le représentant de l'organisme reçoit au préalable la possibilité d'être entendu. Le retrait est notifié à l'organisme par lettre recommandée.
   § 4. L'autorité compétente peut aussi retirer immédiatement l'agrément, pour les mêmes motifs que ceux visés au paragraphe 1er, dans les cas qui requièrent urgence, pour autant qu'elle motive cette urgence et que le représentant de l'organisme reçoive au préalable la possibilité d'être entendu.
   Le retrait est notifié à l'organisme par envoi recommandé ou signifié par huissier de justice.]1

  
Art. 11_VLAAMS_GEWEST.    [1 § 1. De erkenning van de instelling die :
   - ofwel niet meer voldoet aan de in artikel 9 voorziene vereisten,
   - ofwel de verplichtingen van het huidige besluit of van de ministeriële besluiten genomen volgens het huidige besluit of van de haar verstrekte instructies niet correct naleeft,
   kan ingetrokken worden of voor een termijn van minstens twee maanden en hoogstens zes maanden geschorst worden.
   Gedurende de schorsingsperiode mag geen enkele opleiding beginnen.
   § 2. [2 De minister brengt de instelling, met een aangetekende brief, op de hoogte van zijn intentie van schorsing van de erkenning voor de duur die hij vermeldt.]2
   Binnen de 30 dagen laat de instelling per aangetekend schrijven de eventuele motieven weten volgens dewelke zij van mening is dat de erkenning niet moet geschorst worden of vraagt zij om gehoord te worden door de [2 minister]2. De termijn van 30 dagen wordt conform artikel 53bis van het gerechtelijk wetboek berekend.
   Bij het ontbreken van deze kennisgeving door de instelling, wordt de schorsing van haar erkenning bevolen en gaat deze van rechtswege in bij het verstrijken van de voornoemde termijn.
   [2 Binnen dertig dagen die volgen op de ontvangst van de argumenten van rechtvaardiging of het horen van de instelling, maakt de minister, met een aangetekende brief, zijn akkoord met de rechtvaardiging van de instelling kenbaar of bevestigt hij de schorsingsmaatregel. Het ontbreken van een kennisgeving binnen de voormelde termijn houdt een aanvaarding van de verweerargumenten van de instelling in.]2
   § 3. Indien er ondanks een voorafgaande schorsing wordt vastgesteld dat de in de eerste paragraaf genoemde voorwaarden nog altijd niet nageleefd worden, kan de erkenning van de instelling ambtshalve ingetrokken worden. De verantwoordelijke van de instelling krijgt voorafgaandelijk de mogelijkheid om gehoord te worden. De intrekking wordt per aangetekend schrijven aan de instelling betekend.
   § 4. De [2 minister]2 kan de erkenning in geval van hoogdringendheid onmiddellijk intrekken, voor dezelfde redenen als bedoeld in paragraaf 1, indien zij deze hoogdringendheid motiveert en voorafgaandelijk de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid krijgt om gehoord te worden.
   De intrekking wordt per aangetekend schrijven aan de instelling kenbaar gemaakt of via een gerechtsdeurwaarder betekend.]1
Art. 11 _REGION_FLAMANDE.
   [1 § 1er. L'agrément de l'organisme qui :
   - soit ne satisfait plus aux exigences prévues à l'article 9,
   - soit ne remplit pas correctement les obligations du présent arrêté ou des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté ou des instructions qui lui sont données,
   peut être retiré ou suspendu pour une durée de deux mois au moins et six mois au plus.
   Pendant la période de suspension aucune formation ne peut commencer.
   § 2. [2 Le Ministre notifie par envoi recommandé à l'organisme son intention de suspendre l'agrément, pour la durée qu'il indique.]2
   Dans les 30 jours l'organisme notifie par envoi recommandé les éventuels motifs pour lesquels il estime que l'agrément ne doit pas être suspendu, ou sa demande d'audition par [2 le Ministre]2. Le délai de trente jours est calculé conformément à l'article 53bis du code judiciaire.
   En cas d'absence de cette notification dans le chef de l'organisme, la suspension de son agrément est ordonnée, avec effet de plein droit à l'expiration du délai précité.
   [2 Dans les trente jours qui suivent la réception des moyens de justification ou l'audition de l'organisme, le Ministre notifie par envoi recommandé son acceptation des justifications invoquées par l'organisme ou la suspension de l'agrément. L'absence de notification dans le délai précité équivaut à une acceptation des moyens de défense de l'organisme.]2
   § 3. Si, malgré une mesure préalable de suspension, la persistance du non-respect des conditions prévues au paragraphe 1er est constatée, l'agrément de l'organisme peut être retiré d'office. Le représentant de l'organisme reçoit au préalable la possibilité d'être entendu. Le retrait est notifié à l'organisme par lettre recommandée.
   § 4. [2 Le Ministre]2 peut aussi retirer immédiatement l'agrément, pour les mêmes motifs que ceux visés au paragraphe 1er, dans les cas qui requièrent urgence, pour autant qu'elle motive cette urgence et que le représentant de l'organisme reçoive au préalable la possibilité d'être entendu.
   Le retrait est notifié à l'organisme par envoi recommandé ou signifié par huissier de justice.]1
Art. 12. De instellingen bedoeld in artikel 8, houden een jaarregister waarin per volgnummer worden vermeld : de identiteit van de ingeschreven kandidaten, de inschrijvingsdatum, de datum van de gegeven lessen met vermelding, zonder enig wit vlak of leemte, van de aanwezigheid of afwezigheid van de kandidaten. Een kolom moet worden bestemd voor eventuele opmerkingen.
  Deze gegevens kunnen ook opgeslagen worden op dragers voor geïnformatiseerde dataverwerking.
  Deze gegevens worden gedurende ten minste zes jaar bewaard.
  [1 Het register wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde overheid, die deze op eerste aanvraag kan inkijken op het adres vermeld in de aanvraag voor erkenning.]1
  
Art. 12. Les organismes visés à l'article 8, tiennent un registre annuel dans lequel sont mentionnées par numéro d'ordre : l'identité des candidats inscrits, la date de l'inscription, les dates des leçons données avec mention, sans blanc ni lacune, de la présence ou de l'absence des candidats. Une colonne doit être réservée aux observations éventuelles.
  Ces données peuvent aussi être stockées sur des supports destinés à des traitements informatisés.
  Ces données sont conservées pendant au moins six ans.
  [1 Le registre est mis à la disposition de l'autorité compétente qui peut le consulter à la première demande à l'adresse mentionnée dans la demande d'agrément.]1
  
Art. 12_VLAAMS_GEWEST.    De instellingen bedoeld in artikel 8, houden een jaarregister waarin per volgnummer worden vermeld : de identiteit van de ingeschreven kandidaten, de inschrijvingsdatum, de datum van de gegeven lessen met vermelding, zonder enig wit vlak of leemte, van de aanwezigheid of afwezigheid van de kandidaten. Een kolom moet worden bestemd voor eventuele opmerkingen.
  Deze gegevens kunnen ook opgeslagen worden op dragers voor geïnformatiseerde dataverwerking.
  Deze gegevens worden gedurende ten minste zes jaar bewaard.
  [1 Het register wordt ter beschikking gesteld van de [2 minister]2, die deze op eerste aanvraag kan inkijken op het adres vermeld in de aanvraag voor erkenning.]1
Art. 12 _REGION_FLAMANDE.
   Les organismes visés à l'article 8, tiennent un registre annuel dans lequel sont mentionnées par numéro d'ordre : l'identité des candidats inscrits, la date de l'inscription, les dates des leçons données avec mention, sans blanc ni lacune, de la présence ou de l'absence des candidats. Une colonne doit être réservée aux observations éventuelles.
  Ces données peuvent aussi être stockées sur des supports destinés à des traitements informatisés.
  Ces données sont conservées pendant au moins six ans.
  [1 Le registre est mis à la disposition [2 du Ministre]2 qui peut le consulter à la première demande à l'adresse mentionnée dans la demande d'agrément.]1
HOOFDSTUK V. - Voorwaarden gesteld aan de personen die het onderricht verstrekken.
CHAPITRE V. - Conditions auxquelles doivent répondre les personnes qui dispensent la formation.
Art. 13. § 1. De personen die het praktisch onderricht verstrekken betreffende de eerste hulp en de maatregelen die moeten getroffen worden bij incident of ongeval, moeten aan volgende voorwaarden voldoen :
  1° volle 21 jaar oud zijn;
  2° van goed gedrag en zeden zijn.
  § 2. De personen die het praktisch onderricht verstrekken bedoeld in punt o) (van bijlage II en in punt l van bijlage V moeten bovendien) in het bezit zijn van een geldig Europees brevet van eerste hulp, goedgekeurd in 1993 door de maatschappijen van het Rode Kruis van de landen van de Europese Unie, of van een ander ten minste gelijkwaardig diploma. <KB 2007-08-03/58, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  De gemachtigde van de [2 minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort]2 , bepaalt welke diploma's gelijkwaardig zijn.
  [1 § 3. [2 De personen die de opleidingen bedoeld in artikel 6 en/of artikel 22 geven moeten titularis zijn van een geldig opleidingsgetuigschrift bedoeld in artikel 4 dat minstens het toepassingsgebied afdekt waarin opleiding wordt verstrekt en moeten over de nodige vakkennis beschikken.]2 ]1
  
Art. 13. § 1er. Les personnes qui dispensent la formation pratique relative aux premiers secours et aux dispositions à prendre en cas d'incident ou d'accident doivent satisfaire aux conditions suivantes :
  1° être âgées de vingt et un ans accomplis;
  2° être de bonne conduite et moralité.
  § 2. Les personnes qui dispensent la formation pratique visée sous le point o) (de l'annexe II et au point l de l'annexe V doivent en outre) être titulaire du brevet européen de premier secours, en cours de validité, approuvé en 1993, par les sociétés Croix-Rouge des pays de l'Union européenne, ou d'un autre diplôme au moins équivalent. <AR 2007-08-03/58, art. 7, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  Le délégué du [2 ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions]2 détermine l'équivalence des diplômes.
  [1 § 3. [2 Les personnes qui dispensent les formations visées à l'article 6 et/ou l'article 22 doivent être titulaire du certificat de formation, en cours de validité, visé à l'article 4, qui couvre au moins le champ d'application dans lequel la formation est donnée et doivent avoir l'expertise nécessaire.]2 ]1
  
Art.13_WAALS_GEWEST.
   § 1. De personen die het praktisch onderricht verstrekken betreffende de eerste hulp en de maatregelen die moeten getroffen worden bij incident of ongeval, moeten aan volgende voorwaarden voldoen :
  1° volle 21 jaar oud zijn;
  2° van goed gedrag en zeden zijn.
  § 2. De personen die het praktisch onderricht verstrekken bedoeld in punt o) (van bijlage II en in punt l van bijlage V moeten bovendien) in het bezit zijn van een geldig Europees brevet van eerste hulp, goedgekeurd in 1993 door de maatschappijen van het Rode Kruis van de landen van de Europese Unie, of van een ander ten minste gelijkwaardig diploma. <KB 2007-08-03/58, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  [3 De gemachtigde van de bevoegde overheid]3 bepaalt welke diploma's gelijkwaardig zijn.
  [1 § 3. [2 De personen die de opleidingen bedoeld in artikel 6 en/of artikel 22 geven moeten titularis zijn van een geldig opleidingsgetuigschrift bedoeld in artikel 4 dat minstens het toepassingsgebied afdekt waarin opleiding wordt verstrekt en moeten over de nodige vakkennis beschikken.]2 ]1
Art.13_REGION_WALLONNE.
   § 1er. Les personnes qui dispensent la formation pratique relative aux premiers secours et aux dispositions à prendre en cas d'incident ou d'accident doivent satisfaire aux conditions suivantes :
  1° être âgées de vingt et un ans accomplis;
  2° être de bonne conduite et moralité.
  § 2. Les personnes qui dispensent la formation pratique visée sous le point o) (de l'annexe II et au point l de l'annexe V doivent en outre) être titulaire du brevet européen de premier secours, en cours de validité, approuvé en 1993, par les sociétés Croix-Rouge des pays de l'Union européenne, ou d'un autre diplôme au moins équivalent. <AR 2007-08-03/58, art. 7, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  [3 Le délégué de l'autorité compétente]3 détermine l'équivalence des diplômes.
  [1 § 3. [2 Les personnes qui dispensent les formations visées à l'article 6 et/ou l'article 22 doivent être titulaire du certificat de formation, en cours de validité, visé à l'article 4, qui couvre au moins le champ d'application dans lequel la formation est donnée et doivent avoir l'expertise nécessaire.]2 ]1
Art. 13_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De personen die het praktisch onderricht verstrekken betreffende de eerste hulp en de maatregelen die moeten getroffen worden bij incident of ongeval, moeten aan volgende voorwaarden voldoen :
  1° volle 21 jaar oud zijn;
  2° van goed gedrag en zeden zijn.
  § 2. De personen die het praktisch onderricht verstrekken bedoeld in punt o) (van bijlage II en in punt l van bijlage V moeten bovendien) in het bezit zijn van een geldig Europees brevet van eerste hulp, goedgekeurd in 1993 door de maatschappijen van het Rode Kruis van de landen van de Europese Unie, of van een ander ten minste gelijkwaardig diploma. <KB 2007-08-03/58, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  [3 Bij besluit van de Vlaamse Regering wordt bepaald welke diploma's gelijkwaardig zijn.]3
  [1 § 3. [2 De personen die de opleidingen bedoeld in artikel 6 en/of artikel 22 geven moeten titularis zijn van een geldig opleidingsgetuigschrift bedoeld in artikel 4 dat minstens het toepassingsgebied afdekt waarin opleiding wordt verstrekt en moeten over de nodige vakkennis beschikken.]2 ]1
Art. 13 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. Les personnes qui dispensent la formation pratique relative aux premiers secours et aux dispositions à prendre en cas d'incident ou d'accident doivent satisfaire aux conditions suivantes :
  1° être âgées de vingt et un ans accomplis;
  2° être de bonne conduite et moralité.
  § 2. Les personnes qui dispensent la formation pratique visée sous le point o) (de l'annexe II et au point l de l'annexe V doivent en outre) être titulaire du brevet européen de premier secours, en cours de validité, approuvé en 1993, par les sociétés Croix-Rouge des pays de l'Union européenne, ou d'un autre diplôme au moins équivalent. <AR 2007-08-03/58, art. 7, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  [3 L'équivalence des diplômes est déterminée par arrêté du Gouvernement flamand.]3
  [1 § 3. [2 Les personnes qui dispensent les formations visées à l'article 6 et/ou l'article 22 doivent être titulaire du certificat de formation, en cours de validité, visé à l'article 4, qui couvre au moins le champ d'application dans lequel la formation est donnée et doivent avoir l'expertise nécessaire.]2 ]1
HOOFDSTUK VI. - Examens.
CHAPITRE VI. - Examens.
Art. 14. Op het examen moet de kandidaat aantonen de kennis, het inzicht en de vaardigheden te bezitten die nodig zijn om het beroep van bestuurder van voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren te kunnen uitoefenen,(zoals aangeleerd in de initiële opleiding). <KB 2007-08-03/58, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  Het in artikel 5 beoogd examen gaat over dezelfde leerstof als de overeenstemmende initiële opleiding en bestaat uit één of meerdere testen. Iedere test stemt overeen met een van de in artikel 6 voorgeschreven cursussen. Om te slagen voor het examen moet de kandidaat ten minste 50 % van de punten behalen voor iedere test.
Art. 14. Au cours de l'examen, le candidat doit prouver qu'il possède les connaissances, l'intelligence et les qualifications nécessaires pour exercer la profession de conducteur de véhicules transportant des marchandises dangereuses, (comme le prévoit la formation initiale). <AR 2007-08-03/58, art. 8, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  L'examen visé à l'article 5 porte sur les mêmes matières que la formation initiale correspondante et consiste en une ou plusieurs épreuves. Chaque épreuve correspond à un des cours prescrits à l'article 6. Pour réussir l'examen, le candidat doit au moins obtenir 50 % des points à chaque épreuve.
Art. 15. § 1. Een examencommissie voor klasse 1 en een examencommissie voor de andere klassen worden aangesteld.
  § 2. (De examencommissies bestaan uit :
  1° een voorzitter, aangeduid door de bevoegde overheid,
  2° een door de voorzitter aangeduide ondervoorzitter,
  3° vijf door de voorzitter aangeduide ambtenaren,
  4° een door de voorzitter aangeduide secretaris.
  Er is een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van de examencommissies en een bestuursfunctie in de instellingen bedoeld in artikel 16.
  De examencommissies beraadslagen op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
  De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of bij zijn afwezigheid door de ondervoorzitter.
  De beslissingen van de examencommissies worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering beslissend) <KB 2007-08-03/58, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 3. De examencommissie voor klasse 1 houdt zich bezig met de testen die betrekking hebben op de in artikel 6, § 3, beoogde specialisatiecursus. De examencommissie voor de andere klassen houdt zich bezig met de testen die betrekking hebben op de in artikel 6, § 1, beoogde basiscursus en op (de in artikel 6, § 2 en § 4 beoogde specialisatiecursussen). <KB 2007-08-03/58, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 4. De examencommissies stellen de vragen op voor de testen.
  Ze stellen de procedures en regels vast met betrekking tot :
  - de examenzittingen;
  - de inschrijving van de kandidaten voor de testen;
  - de keuze van de vragen en de verbetering van de antwoorden;
  - het mededelen van de resultaten van de testen.
  Ze duiden de verbeteraars aan.
Art. 15. § 1er Une commission d'examen pour la classe 1 et une commission d'examen pour les autres classes sont mises en place.
  § 2. (Les commissions d'examen sont composées :
  1° d'un président, désigné par l'autorité compétente,
  2° d'un vice-président, désigné par le président,
  3° de cinq fonctionnaires désignés par le président,
  4° d'un secrétaire désigné par le président.
  Il y a incompatibilité entre la fonction de membre des commissions d'examen et la fonction d'administrateur dans les organismes visés à l'article 16.
  Les commissions d'examen délibèrent de manière valable si la moitié au moins des membres sont présents.
  La séance est présidée par le président ou à défaut par le vice-président.
  Les décisions des commissions d'examen sont prises à la majorité des voix, celle du président de séance est prépondérante.) <AR 2007-08-03/58, art. 9, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 3. La commission d'examen pour la classe 1 s'occupe des épreuves portant sur le cours de spécialisation visé à l'article 6, § 3. La commission d'examen pour les autres classes s'occupe des épreuves portant sur le cours de base visé à l'article 6, § 1er, et sur (les cours de spécialisation visés à l'article 6, § 2 et § 4). <AR 2007-08-03/58, art. 10, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 4. Les commissions d'examen rédigent les questions pour les épreuves.
  Elles fixent les procédures et règles relatives :
  - aux sessions d'examens;
  - à l'inscription des candidats aux épreuves;
  - aux choix des questions et à la correction des réponses;
  - à la communication des résultats des épreuves.
  Elles désignent les correcteurs.
Art.15_WAALS_GEWEST.
   § 1. [1 Er wordt een examencommissie opgericht voor alle klassen behalve klas 7.]1
  § 2. ([1 de examencommissie bestaat uit]1 :
  1° een voorzitter, aangeduid door de bevoegde overheid,
  2° een door de voorzitter aangeduide ondervoorzitter,
  3° vijf door de voorzitter aangeduide ambtenaren,
  4° een door de voorzitter aangeduide secretaris.
  Er is een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap [1 van de examencommissie]1 en een bestuursfunctie in de instellingen bedoeld in artikel 16.
  [1 De examencommissie beraadslaagt]1 op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
  De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of bij zijn afwezigheid door de ondervoorzitter.
  De beslissingen [1 van de examencommissie]1 worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering beslissend) <KB 2007-08-03/58, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 3. [1 De examencommissie houdt zich bezig met de testen die betrekking hebben op de cursussen bedoeld in artikel 6;]1
  § 4. [1 De examencommissie stelt de vragen op voor de testen. Ze stelt de procedure en -modaliteiten vast met betrekking tot :
   1° de examenzittingen;
   2° de inschrijving van de kandidaten voor de testen;
   3° de keuze van de vragen en de verbetering van de antwoorden;
   4° het mededelen van de resultaten van de testen.
   Ze duidt de verbeteraars aan]1
.
  
Art.15_REGION_WALLONNE.
   § 1er [1 Une commission d'examen pour toutes les classes à l'exception de la classe 7 est mise en place.]1
  § 2. ([1 La commission d'examen est composée]1 :
  1° d'un président, désigné par l'autorité compétente,
  2° d'un vice-président, désigné par le président,
  3° de cinq fonctionnaires désignés par le président,
  4° d'un secrétaire désigné par le président.
  Il y a incompatibilité entre la fonction de membre [1 de la commission d'examen]1 et la fonction d'administrateur dans les organismes visés à l'article 16.
  [1 La commission d'examen délibère]1 de manière valable si la moitié au moins des membres sont présents.
  La séance est présidée par le président ou à défaut par le vice-président.
  Les décisions [1 de la commission d'examen]1 sont prises à la majorité des voix, celle du président de séance est prépondérante.) <AR 2007-08-03/58, art. 9, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 3. [1 La commission d'examen s'occupe des épreuves portant sur les cours visés à l'article 6.]1
  § 4. [1 La commission d'examen rédige les questions pour les épreuves. Elle fixe la procédure et les modalités relatives :
   1° aux sessions d'examen ;
   2° à l'inscription des candidats aux épreuves ;
   3° aux choix des questions et à la correction des réponses ;
   4° à la communication des résultats des épreuves.
   Elle désigne les correcteurs.]1

  
Art. 15_VLAAMS_GEWEST.    § 1. Een examencommissie voor klasse 1 en een examencommissie voor de andere klassen worden aangesteld.
  § 2. [1 De examencommissies bestaan uit:
   1° een voorzitter, aangewezen door de minister;
   2° een ondervoorzitter, aangewezen door het hoofd van het Departement;
   3° twee personeelsleden van het Departement, aangewezen door het hoofd van het Departement;
   4° een secretaris, aangewezen door het hoofd van het Departement.
   Er is een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van die examencommissie en een bestuursfunctie in de instellingen, vermeld in artikel 16.
   De examencommissies beraadslagen op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
   De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of bij zijn afwezigheid door de ondervoorzitter.
   De beslissingen van de examencommissies worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering beslissend.]1

  § 3. De examencommissie voor klasse 1 houdt zich bezig met de testen die betrekking hebben op de in artikel 6, § 3, beoogde specialisatiecursus. De examencommissie voor de andere klassen houdt zich bezig met de testen die betrekking hebben op de in artikel 6, § 1, beoogde basiscursus en op (de in artikel 6, § 2 en § 4 beoogde specialisatiecursussen). <KB 2007-08-03/58, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 4. De examencommissies stellen de vragen op voor de testen.
  Ze stellen de procedures en regels vast met betrekking tot :
  - de examenzittingen;
  - de inschrijving van de kandidaten voor de testen;
  - de keuze van de vragen en de verbetering van de antwoorden;
  - het mededelen van de resultaten van de testen.
  Ze duiden de verbeteraars aan.
  
Art. 15 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er Une commission d'examen pour la classe 1 et une commission d'examen pour les autres classes sont mises en place.
  § 2. [1 Les commissions d'examen sont composées :
   1° d'un président, désigné par le Ministre ;
   2° d'un vice-président, désigné par le chef du Département ;
   3° de deux membres du personnel du Département, désignés par le chef du Département ;
   4° d'un secrétaire désigné par le chef du Département.
   Il y a incompatibilité entre la fonction de membre de cette commission d'examen et la fonction d'administrateur dans les organismes visés à l'article 16.
   Les commissions d'examen ne peuvent délibérer valablement que si au moins la moitié des membres est présente.
   La séance est présidée par le président ou, en son absence, par le vice-président.
   Les décisions des commissions d'examen sont prises à la majorité des voix. En cas de partage des voix, la voix du président de la séance est prépondérante.]1

  § 3. La commission d'examen pour la classe 1 s'occupe des épreuves portant sur le cours de spécialisation visé à l'article 6, § 3. La commission d'examen pour les autres classes s'occupe des épreuves portant sur le cours de base visé à l'article 6, § 1er, et sur (les cours de spécialisation visés à l'article 6, § 2 et § 4). <AR 2007-08-03/58, art. 10, 002; En vigueur : 01-11-2007>
  § 4. Les commissions d'examen rédigent les questions pour les épreuves.
  Elles fixent les procédures et règles relatives :
  - aux sessions d'examens;
  - à l'inscription des candidats aux épreuves;
  - aux choix des questions et à la correction des réponses;
  - à la communication des résultats des épreuves.
  Elles désignent les correcteurs.
  
Art. 16. § 1. [1 De bevoegde overheid mag instellingen erkennen om de examencommissie bij te staan voor de materiële organisatie van de testen en de verdeling van de opleidingsgetuigschriften. De bevoegde overheid of deze instellingen hebben de toelating om bij de kandidaten over te gaan tot de inning van :
   - de inschrijvingskosten voor de testen. De inschrijvingskosten dekken de kosten van de organisatie en van de verbetering;
   - de kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften door de bevoegde overheid.
   Indien geen instelling erkend wordt om de examencommissie bij te staan bij de materiële organisatie van de testen, int de examencommissie zelf de kosten bedoeld in het eerste lid.
   De inschrijving voor de testen is slechts ontvankelijk als de inschrijvingskosten, zoals bedoeld in bovenstaand lid, betaald zijn. Deze zijn slechts terugbetaalbaar in geval van overmacht. De kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften worden terugbetaald aan de kandidaat die niet geslaagd is in het examen.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar betalen de erkende instellingen aan de bevoegde overheid de prijs voor de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften die het voorgaande kalenderjaar zijn verdeeld.
   De bevoegde overheid maakt de erkenning en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.]1

  § 2. De bevoegde overheid of de examencommissie bepaalt de overige nadere regelen met betrekking tot de examens.
  
Art. 16. § 1er. [1 L'autorité compétente peut agréer des organismes en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves et de distribuer les certificats de formation. L'autorité compétente ou ces organismes sont autorisés à percevoir auprès des candidats :
   - les frais d'inscription aux épreuves. Les frais d'inscription couvrent les coûts d'organisation et de correction;
   - les frais liés à la fabrication des certificats de formation par l'autorité compétente.
   Si aucun organisme n'est agréé en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves, la commission d'examen perçoit elle-même les frais prévus à l'alinéa 1er.
   L'inscription aux épreuves n'est recevable qu'après l'acquittement des frais visés à l'alinéa précédent. Ceux-ci ne sont remboursables qu'en cas de force majeure. Les frais relatifs à la fabrication des certificats de formation sont remboursés au candidat qui n'a pas réussi son examen.
   Au plus tard le 31 mars de chaque année, les organismes agréés paient à l'autorité compétente le prix de fabrication des certificats de formation distribués au cours de l'année civile précédente.
   L'autorité compétente publie l'agrément et son retrait au Moniteur belge.]1

  § 2. Les autres modalités relatives aux examens sont déterminées par l'autorité compétente ou la commission d'examen.
  
Art.16_WAALS_GEWEST.
   § 1. [1 De bevoegde overheid mag instellingen erkennen om de examencommissie bij te staan voor de materiële organisatie van de testen en de verdeling van de opleidingsgetuigschriften. [2 De gemachtigde van de bevoegde overheid]2 of deze instellingen hebben de toelating om bij de kandidaten over te gaan tot de inning van :
   - de inschrijvingskosten voor de testen. De inschrijvingskosten dekken de kosten van de organisatie en van de verbetering;
   - de kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften [2 ...]2.
   Indien geen instelling erkend wordt om de examencommissie bij te staan bij de materiële organisatie van de testen, int de examencommissie zelf de kosten bedoeld in het eerste lid.
   De inschrijving voor de testen is slechts ontvankelijk als de inschrijvingskosten, zoals bedoeld in bovenstaand lid, betaald zijn. Deze zijn slechts terugbetaalbaar in geval van overmacht. De kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften worden terugbetaald aan de kandidaat die niet geslaagd is in het examen.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar betalen de erkende instellingen aan de bevoegde overheid de prijs voor de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften die het voorgaande kalenderjaar zijn verdeeld.
   De bevoegde overheid maakt de erkenning en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.]1

  § 2. De bevoegde overheid of de examencommissie bepaalt de overige nadere regelen met betrekking tot de examens.
Art.16_REGION_WALLONNE.
   § 1er. [1 L'autorité compétente peut agréer des organismes en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves et de distribuer les certificats de formation. [2 Le délégué de l'autorité compétente]2 ou ces organismes sont autorisés à percevoir auprès des candidats :
   - les frais d'inscription aux épreuves. Les frais d'inscription couvrent les coûts d'organisation et de correction;
   - les frais liés à la fabrication des certificats de formation [2 ...]2.
   Si aucun organisme n'est agréé en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves, la commission d'examen perçoit elle-même les frais prévus à l'alinéa 1er.
   L'inscription aux épreuves n'est recevable qu'après l'acquittement des frais visés à l'alinéa précédent. Ceux-ci ne sont remboursables qu'en cas de force majeure. Les frais relatifs à la fabrication des certificats de formation sont remboursés au candidat qui n'a pas réussi son examen.
   Au plus tard le 31 mars de chaque année, les organismes agréés paient à l'autorité compétente le prix de fabrication des certificats de formation distribués au cours de l'année civile précédente.
   L'autorité compétente publie l'agrément et son retrait au Moniteur belge.]1

  § 2. Les autres modalités relatives aux examens sont déterminées par l'autorité compétente ou la commission d'examen.
Art. 16_VLAAMS_GEWEST.    § 1. [1 De [2 minister]2 mag instellingen erkennen om de examencommissie bij te staan voor de materiële organisatie van de testen en de verdeling van de opleidingsgetuigschriften. De [2 minister]2 of deze instellingen hebben de toelating om bij de kandidaten over te gaan tot de inning van :
   - de inschrijvingskosten voor de testen. De inschrijvingskosten dekken de kosten van de organisatie en van de verbetering;
   - de kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften door de bevoegde overheid.
   Indien geen instelling erkend wordt om de examencommissie bij te staan bij de materiële organisatie van de testen, int de examencommissie zelf de kosten bedoeld in het eerste lid.
   De inschrijving voor de testen is slechts ontvankelijk als de inschrijvingskosten, zoals bedoeld in bovenstaand lid, betaald zijn. Deze zijn slechts terugbetaalbaar in geval van overmacht. De kosten verbonden aan de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften worden terugbetaald aan de kandidaat die niet geslaagd is in het examen.
   Ten laatste op 31 maart van elk jaar betalen de erkende instellingen aan de [2 minister]2 de prijs voor de vervaardiging van de opleidingsgetuigschriften die het voorgaande kalenderjaar zijn verdeeld.
   De [2 minister]2 maakt de erkenning en het intrekken ervan bekend in het Belgisch Staatsblad.]1

  § 2. De [2 minister]2 of de examencommissie bepaalt de overige nadere regelen met betrekking tot de examens.
Art. 16 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. [1 [2 Le Ministre]2 peut agréer des organismes en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves et de distribuer les certificats de formation. [2 Le Ministre]2 ou ces organismes sont autorisés à percevoir auprès des candidats :
   - les frais d'inscription aux épreuves. Les frais d'inscription couvrent les coûts d'organisation et de correction;
   - les frais liés à la fabrication des certificats de formation par l'autorité compétente.
   Si aucun organisme n'est agréé en vue d'assister la commission d'examen dans l'organisation matérielle des épreuves, la commission d'examen perçoit elle-même les frais prévus à l'alinéa 1er.
   L'inscription aux épreuves n'est recevable qu'après l'acquittement des frais visés à l'alinéa précédent. Ceux-ci ne sont remboursables qu'en cas de force majeure. Les frais relatifs à la fabrication des certificats de formation sont remboursés au candidat qui n'a pas réussi son examen.
   Au plus tard le 31 mars de chaque année, les organismes agréés paient à [2 le Ministre]2 le prix de fabrication des certificats de formation distribués au cours de l'année civile précédente.
   [2 Le Ministre]2 publie l'agrément et son retrait au Moniteur belge.]1

  § 2. Les autres modalités relatives aux examens sont déterminées par [2 le Ministre]2 ou la commission d'examen.
Art. 17. De erkenningvoorwaarden voor de in artikel 16 bedoelde instelling - hierna " examencentrum " genoemd - zijn de volgende :
  1° opgericht zijn door de openbare macht of door de instellingen die er van afhangen, of een onderwijsinstelling zijn, opgericht of erkend door de Gemeenschappen;
  2° geen opleidingsactiviteit uitoefenen zoals bedoeld in de artikelen 5 en 21;
  3° een ervaring van ten minste 3 jaar bezitten in het organiseren van examens in het algemeen;
  4° beantwoorden aan het lastenboek waarin de rechten en de plichten van het examencentrum zijn opgenomen, zoals vastgesteld door de bevoegde examencommissie;
  5° over personeel beschikken dat een toereikende kennis bezit op het gebied van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
Art. 17. Les conditions d'agrément pour l'organisme visé à l'article 16 et dénommé ci-après " centre d'examen ", sont les suivantes :
  1° être constitué par les pouvoirs publics ou par les institutions qui en dépendent ou être une institution d'enseignement établi ou agréé par les Communautés;
  2° ne pas exercer l'activité de formation visée aux articles 5 et 21;
  3° avoir une expérience d'au moins 3 ans en matière d'organisation d'examens en général;
  4° satisfaire au cahier de charge fixant les droits et obligations du centre d'examen, établi par la commission d'examen compétente;
  5° disposer du personnel possédant les connaissances suffisantes dans le domaine du transport routier de marchandises dangereuses.
Art. 18. De erkenning van het examencentrum dat :
  - ofwel niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van artikel 17,
  - ofwel de verplichtingen van onderhavig besluit of van de ministeriele besluiten genomen krachtens dit besluit of van de haar door de examencommissie verstrekte instructies niet correct naleeft,
  wordt ambtshalve ingetrokken nadat de verantwoordelijke van het centrum de mogelijkheid werd geboden om zich te verantwoorden.
Art. 18. L'agrément du centre d'examen qui :
  - soit ne satisfait plus aux exigences prévues à l'article 17,
  - soit ne respecte pas les obligations du présent arrêté ou des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté ou des instructions qui lui ont été transmises par la commission d'examen,
  est retiré d'office après que le responsable du centre ait eu la possibilité de se justifier.
HOOFDSTUK VII. - Afgifte van de opleidingsgetuigschriften.
CHAPITRE VII. - Délivrance des certificats de formation.
Art. 19. [1 § 1. De opleidingsgetuigschriften worden afgegeven door de in artikel 15 beoogde examencommissie bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1.
   § 2. De in artikel 6, § 3, gedefinieerde opleidingsgetuigschriften van categorie III vormen een uitbreiding van geldigheid van de opleidingsgetuigschriften van categorie I gedefinieerd in artikel 6, § 1, en worden door de in de eerste paragraaf bedoelde examencommissie afgegeven op basis van een beslissing van de examencommissie bevoegd voor klasse 1.
   § 3. De minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort of de examencommissie bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1 bepaalt de overige nadere modaliteiten met betrekking tot de afgifte van de opleidingsgetuigschriften.]1

  
Art. 19. [1 § 1er. Les certificats de formation sont délivrés par la commission d'examen compétente pour les classes autres que la classe 1, visée à l'article 15.
   § 2. Les certificats de formation de la catégorie III définis à l'article 6, § 3, constituent une extension de la validité des certificats de formation de la catégorie I définis à l'article 6, § 1er, et sont délivrés par la commission d'examen visée au paragraphe premier au vu d'une décision de la commission d'examen compétente pour la classe 1.
   § 3. Les autres modalités relatives à la délivrance des certificats de formation sont déterminées par le ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions ou la commission d'examen compétente pour les classes autres que la classe 1.]1

  
Art.19_WAALS_GEWEST.
   [1 § 1. [2 De opleidingsgetuigschriften worden afgegeven door de in artikel 15 beoogde examencommissie]2.
   § 2. De in artikel 6, § 3, gedefinieerde opleidingsgetuigschriften van categorie III vormen een uitbreiding van geldigheid van de opleidingsgetuigschriften van categorie I gedefinieerd in artikel 6, § 1, en worden door de in de eerste paragraaf bedoelde examencommissie afgegeven op basis van een beslissing van de examencommissie bevoegd voor klasse 1.
   § 3. [2 De bevoegde overheid]2 of de examencommissie bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1 bepaalt de overige nadere modaliteiten met betrekking tot de afgifte van de opleidingsgetuigschriften.]1
Art.19_REGION_WALLONNE.
   [1 § 1er. [2 Les certificats de formation sont délivrés par la commission d'examen visée à l'article 15.]2
   § 2. Les certificats de formation de la catégorie III définis à l'article 6, § 3, constituent une extension de la validité des certificats de formation de la catégorie I définis à l'article 6, § 1er, et sont délivrés par la commission d'examen visée au paragraphe premier au vu d'une décision de la commission d'examen compétente pour la classe 1.
   § 3. Les autres modalités relatives à la délivrance des certificats de formation sont déterminées par [2 l'autorité compétente]2 ou la commission d'examen compétente pour les classes autres que la classe 1.]1
Art. 19_VLAAMS_GEWEST.    [1 § 1. De opleidingsgetuigschriften worden afgegeven door de in artikel 15 beoogde examencommissie bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1.
   § 2. De in artikel 6, § 3, gedefinieerde opleidingsgetuigschriften van categorie III vormen een uitbreiding van geldigheid van de opleidingsgetuigschriften van categorie I gedefinieerd in artikel 6, § 1, en worden door de in de eerste paragraaf bedoelde examencommissie afgegeven op basis van een beslissing van de examencommissie bevoegd voor klasse 1.
   § 3. [2 De minister of de examencommissie, bevoegd voor de andere klassen dan klasse 1, bepaalt de overige nadere modaliteiten met betrekking tot de afgifte van de opleidingsgetuigschriften.]2]1
Art. 19 _REGION_FLAMANDE.
   [1 § 1er. Les certificats de formation sont délivrés par la commission d'examen compétente pour les classes autres que la classe 1, visée à l'article 15.
   § 2. Les certificats de formation de la catégorie III définis à l'article 6, § 3, constituent une extension de la validité des certificats de formation de la catégorie I définis à l'article 6, § 1er, et sont délivrés par la commission d'examen visée au paragraphe premier au vu d'une décision de la commission d'examen compétente pour la classe 1.
   § 3. [2 Les autres modalités relatives à la délivrance des certificats de formation sont déterminées par le Ministre ou la commission d'examen compétente pour les classes autres que la classe 1.]2]1
Art. 20. § 1. Als het opleidingsgetuigschrift is verloren gegaan, gestolen, beschadigd, onleesbaar geworden of vernield, kan een duplicaat aangevraagd worden bij de [1 examencommissie voor de andere klassen dan klasse 1]1.
  § 2. Om een duplicaat te verkrijgen :
  - doet de houder bij de dichtstbijgelegen politiedienst aangifte van het verlies, van de diefstal of van de vernietiging van zijn getuigschrift en hij voegt bij zijn aanvraag het attest van die aangifte;
  - dient het te vervangen getuigschrift bij de aanvraag om een duplicaat gevoegd te worden als dit wordt aangevraagd om een andere reden dan diefstal, verlies of vernietiging.
  § 3. Het opleidingsgetuigschrift dat vervangen werd door een duplicaat verliest zijn geldigheid.
  Indien de houder, nadat hem een duplicaat is afgegeven, opnieuw in het bezit komt van het gestolen of verloren opleidingsgetuigschrift, dient hij dit onmiddellijk terug te bezorgen aan de overheid die het heeft afgegeven.
  § 4. [1 ...]1
  
Art. 20. § 1er Si le certificat de formation est perdu, volé, détérioré, devenu illisible ou détruit, la délivrance d'un duplicata est demandée auprès [1 de la commission d'examen pour les autres classes autres que la classe 1]1.
  § 2. Pour obtenir la délivrance du duplicata :
  - le titulaire déclare au service de police le plus proche la perte, le vol ou la destruction de son certificat et joint l'attestation de cette déclaration à sa demande;
  - le certificat à remplacer doit être joint à la demande de duplicata si ce dernier est demandé pour un motif autre que le vol, la perte ou la destruction.
  § 3. Le certificat de formation, en remplacement duquel un duplicata a été délivré, perd sa validité.
  Si, après la délivrance d'un duplicata, le titulaire rentre en possession du certificat de formation volé ou perdu, il est tenu de remettre immédiatement celui-ci à l'autorité qui l'a délivré.
  § 4. [1 ...]1
  
Art.20_WAALS_GEWEST.
   § 1. Als het opleidingsgetuigschrift is verloren gegaan, gestolen, beschadigd, onleesbaar geworden of vernield, kan een duplicaat aangevraagd worden bij de [1 examencommissie [2 ...]2]1.
  § 2. Om een duplicaat te verkrijgen :
  - doet de houder bij de dichtstbijgelegen politiedienst aangifte van het verlies, van de diefstal of van de vernietiging van zijn getuigschrift en hij voegt bij zijn aanvraag het attest van die aangifte;
  - dient het te vervangen getuigschrift bij de aanvraag om een duplicaat gevoegd te worden als dit wordt aangevraagd om een andere reden dan diefstal, verlies of vernietiging.
  § 3. Het opleidingsgetuigschrift dat vervangen werd door een duplicaat verliest zijn geldigheid.
  Indien de houder, nadat hem een duplicaat is afgegeven, opnieuw in het bezit komt van het gestolen of verloren opleidingsgetuigschrift, dient hij dit onmiddellijk terug te bezorgen aan de overheid die het heeft afgegeven.
  § 4. [1 ...]1
Art.20_REGION_WALLONNE.
   § 1er Si le certificat de formation est perdu, volé, détérioré, devenu illisible ou détruit, la délivrance d'un duplicata est demandée auprès [1 de la commission d'examen [2 ...]2]1.
  § 2. Pour obtenir la délivrance du duplicata :
  - le titulaire déclare au service de police le plus proche la perte, le vol ou la destruction de son certificat et joint l'attestation de cette déclaration à sa demande;
  - le certificat à remplacer doit être joint à la demande de duplicata si ce dernier est demandé pour un motif autre que le vol, la perte ou la destruction.
  § 3. Le certificat de formation, en remplacement duquel un duplicata a été délivré, perd sa validité.
  Si, après la délivrance d'un duplicata, le titulaire rentre en possession du certificat de formation volé ou perdu, il est tenu de remettre immédiatement celui-ci à l'autorité qui l'a délivré.
  § 4. [1 ...]1
HOOFDSTUK VIII. - Verlenging van het opleidingsgetuigschrift.
CHAPITRE VIII. - Prolongation du certificat de formation.
Art. 21. De geldigheid van het opleidingsgetuigschrift wordt telkenmale met vijf jaar verlengd indien de houder in de loop van het jaar dat aan de vervaldag van het getuigschrift voorafgaat een bijscholingsopleiding heeft gevolgd en geslaagd is in de bijhorende controletest. Enkel de categorieën waarvoor het getuigschrift geldig is komen hiervoor in aanmerking.
  De nieuwe geldigheidsperiode vangt aan vanaf de vervaldatum van het getuigschrift.
  [1 Indien de houder echter voor de twaalf maanden die aan de vervaldag van zijn getuigschrift voorafgaan een bijscholingsopleiding heeft gevolgd en geslaagd is in de bijhorende controletest, vangt de nieuwe geldigheidsperiode aan op de dag waarop de houder is geslaagd in de controletest.]1
  
Art. 21. La validité du certificat de formation est chaque fois prolongée de cinq ans si le titulaire a suivi, au cours de l'année précédant l'échéance de la validité du certificat, une formation de recyclage et réussi le test de contrôle correspondant. Seules les catégories pour lesquelles le certificat est valable sont prises en considération.
  La nouvelle période de validité débute à partir de la date d'expiration du certificat.
  [1 Toutefois, si le titulaire a suivi une formation de recyclage et réussi le test de contrôle correspondant avant le délai de douze mois précédant la date d'expiration de son certificat, la nouvelle période de validité débute à partir de la date à laquelle le titulaire a réussi le test de contrôle.]1
  
Art. 22. De bijscholingsopleiding heeft tot doel de basisopleiding op te frissen en de kennis van de bestuurders up-to-date te brengen. Ze heeft onder meer betrekking op de nieuwigheden :
  - op technisch gebied,
  - op juridisch gebied, en
  - op het gebied van de te vervoeren stoffen.
  De voorschriften die van toepassing zijn op de initiële opleiding zijn bij analogie van toepassing op de bijscholingsopleiding; de voorschriften die van toepassing zijn op het examen zijn bij analogie van toepassing op de controletest.
Art. 22. La formation de recyclage a pour but de rappeler les bases de la formation et d'actualiser les connaissances des conducteurs. Elle porte entre autres sur les nouveautés :
  - techniques,
  - juridiques, et
  - concernant les matières à transporter.
  Les prescriptions qui s'appliquent à la formation initiale s'appliquent par analogie à la formation de recyclage; les prescriptions qui s'appliquent à l'examen s'appliquent par analogie au test de contrôle.
HOOFDSTUK IX. - Controlebepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions de contrôle.
Art. 23. De door de [1 minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg behoort]1 of door zijn gemachtigde genoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit, van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit en de onderrichtingen van de minister of diens gemachtigde wat betreft de andere klassen dan klasse 1.
  De ambtenaren van de dienst der springstoffen van de federale overheidsdienst die het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 1 onder zijn bevoegdheid heeft waken over de toepassing van de voorschriften van dit besluit, de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit en de onderrichtingen van de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren of diens gemachtigde voor wat klasse 1 betreft.
  De ambtenaren krachtens of door dit artikel gemachtigd, zijn eveneens belast met :
  - het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen van de voorwaarden die door de bevoegde overheid werden vastgesteld voor het erkennen van de in artikel 8, beoogde instellingen;
  - het vaststellen of de voorwaarden voor de schorsing of het intrekken van de erkenning vervuld zijn.
  
Art. 23. Les fonctionnaires désignés par le [1 ministre qui a le transport par route des marchandises dangereuses dans ses attributions]1 ou par son délégué sont chargés de veiller au respect du présent arrêté, des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté et des instructions du ministre ou de son délégué pour ce qui concerne les classes autres que la classe 1.
  Les fonctionnaires du service des explosifs du service public fédéral qui a le transport de marchandises dangereuses de la classe 1 dans ses attributions veillent à l'exécution des prescriptions du présent arrêté, des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté et des instructions du Ministre qui a les Affaires économiques dans ses attributions ou de son délégué en ce qui concerne la classe 1.
  Les fonctionnaires habilités en vertu ou par le présent article sont également chargés de :
  - veiller au respect et de constater les infractions aux conditions fixées par l'autorité compétente pour l'agrément des organismes visés à l'article 8;
  - constater si les conditions pour la suspension ou le retrait de l'agrément sont remplies.
  
Art.23_WAALS_GEWEST. [1 De door de bevoegde overheid genoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit, van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit en de onderrichtingen van de bevoegde overheid of diens gemachtigde.
   De ambtenaren krachtens of door dit artikel gemachtigd, zijn eveneens belast met :
   1° het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen van de voorwaarden die door de bevoegde overheid werden vastgesteld voor het erkennen van de in artikel 8, beoogde instellingen;
   2° het vaststellen of de voorwaarden voor de schorsing of het intrekken van de erkenning vervuld zijn. ]1

  
Art.23_REGION_WALLONNE. [1 Les fonctionnaires désignés par l'autorité compétente sont chargés de veiller au respect du présent arrêté, des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté et des instructions de l'autorité compétente ou de son délégué.
   Les fonctionnaires habilités en vertu ou par le présent article sont également chargés de :
   1° veiller au respect et de constater les infractions aux conditions fixées par l'autorité compétente pour l'agrément des organismes visés à l'article 8 ;
   2° constater si les conditions pour la suspension ou le retrait de l'agrément sont remplies.]1

  
Art. 23_VLAAMS_GEWEST. [2 De door de minister of door zijn gemachtigde aangewezen personeelsleden zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit, van de ministeriële besluiten, genomen krachtens dit besluit, en van de onderrichtingen van de minister of zijn gemachtigde.
   De personeelsleden die krachtens of door dit artikel gemachtigd zijn, zijn ook belast met:
   - 1° het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen van de voorwaarden die door minister zijn vastgesteld voor de erkenning van de instellingen, vermeld in artikel 8;
   - 2° het vaststellen of de voorwaarden voor de schorsing of de intrekking van de erkenning vervuld zijn.]2
Art. 23 _REGION_FLAMANDE. [2 Les membres du personnel désignés par le Ministre ou par son délégué sont chargés de veiller au respect du présent arrêté, des arrêtés ministériels pris en vertu du présent arrêté et des instructions du Ministre ou de son délégué.
   Les membres du personnel habilités en vertu ou par le présent article sont également chargés de :
   - 1° veiller au respect et de constater les infractions aux conditions fixées par le Ministre pour l'agrément des organismes visés à l'article 8 ;
   - 2° constater si les conditions pour la suspension ou le retrait de l'agrément sont remplies.]2
Art. 24. § 1. De overtredingen van de besluiten vermeld in artikel 23, eerste lid, worden gestraft met de straffen gesteld in artikel 2, § 1, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over de weg, de spoorweg of de waterweg.
  § 2. De overtredingen van de besluiten vermeld in artikel 23, tweede lid, worden gestraft met de straffen gesteld in de artikelen 5 tot 9 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmede geladen tuigen.
Art. 24. § 1er. Les infractions aux arrêtés visés à l'article 23, alinéa 1er, sont punies par les peines visées à l'article 2, § 1er, de la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d'exécution des traités et actes internationaux en matière de transport par route, par chemin de fer ou par voie navigable.
  § 2. Les infractions aux arrêtés visés à l'article 23, alinéa 2, sont punies par les peines visées aux articles 5 à 9 de la loi du 28 mai 1956 relative aux substances et mélanges explosibles ou susceptibles de déflagrer et aux engins qui en sont chargés.
HOOFDSTUK X. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions transitoires.
Art. 25. § 1. De opleidingsgetuigschriften die voor het van kracht worden van dit besluit afgegeven werden blijven tot hun vervaldag geldig.
  § 2. Bij de verlenging van de geldigheid van de getuigschriften of bij hun vervanging door een duplicaat worden, vanaf het in voege treden van dit besluit, de opleidingsgetuigschriften van de :
  - categorieën A, B en C aangezien als opleidingsgetuigschriften van categorie II;
  - categorie D aangezien als opleidingsgetuigschriften van categorie I en III.
  § 3. Voor de opleidingen in uitvoering op de datum van het in voege treden van dit besluit, gebeuren de examens overeenkomstig het koninklijk besluit van 26 maart 1993 betreffende het opleidingsgetuigschrift voor bestuurders van transporteenheden die gevaarlijke, andere dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren.
  § 4. De erkenningen bedoeld in artikel 8, voor het in voege treden van dit besluit afgeleverd, blijven geldig. De voorwaarden vastgesteld in artikel 9 en in het bijzonder ten 4° zijn er nochtans van toepassing op.
  Voor de opleidingscursussen betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 1, is vanaf 1 januari 2005 een erkenning volgens de bepalingen van dit besluit vereist.
Art. 25. § 1er. Les certificats de formation, délivrés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables jusqu'à leur date d'expiration.
  § 2. Lors de la prolongation de validité des certificats ou de leur remplacement par un duplicata à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, les certificats de formation de :
  - catégories A, B et C sont considérés comme certificats de formation de catégorie II;
  - catégorie D sont considérés comme certificats de formation des catégorie I et III.
  § 3. Pour les formations en cours à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, les examens ont lieu conformément à l'arrêté royal du 26 mars 1993 relatif au certificat de formation pour les conducteurs d'unités de transport transportant par la route des matières dangereuses autres que les matières radioactives.
  § 4. Les agréments visés à l'article 8 délivrés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables. Toutefois les conditions fixées à l'article 9 et plus particulièrement le 4° leur sont applicables.
  Pour les cours de formation concernant le transport de marchandises dangereuses de la classe 1, un agrément conforme aux dispositions du présent arrêté est exigé à partir du 1er janvier 2005.
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XI. - Dispositions finales.
Art. 26. Het koninklijk besluit van 26 maart 1993, betreffende het opleidingsgetuigschrift voor bestuurders van transporteenheden die gevaarlijke, andere dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren, wordt opgeheven.
Art. 26. L'arrêté royal du 26 mars 1993, relatif au certificat de formation pour les conducteurs d'unité de transport transportant par la route des marchandises dangereuses autres que les matières radioactives est abrogé.
Art. 27. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004 met uitzondering van artikelen 15 tot en met 18 die in werking treden op de dag van bekendmaking van dit besluit.
Art. 27. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2004 à l'exception des articles 15 à 18 qui entrent en vigueur le jour de la date de publication du présent arrêté.
Art. 28. [1 De minister bevoegd voor economie, en de minister bevoegd voor Vervoer te Land zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.]1
  
Art. 28. [1 Le ministre qui a l'économie dans ses attributions, et le ministre qui a le Transport terrestre dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.]1
  
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. <KB 2007-08-03/58, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2007> Bijlage I. - ADR-opleidingsgetuigschrift voor de bestuurders van voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 18-07-2003, p. 38439).
Art. N1. <AR 2007-08-03/58, art. 12, 002; En vigueur : 01-11-2007> Annexe I. - ADR-certificat de formation pour les conducteurs de véhicules transportant des marchandises dangereuses.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 18-07-2003, p. 38439).
Art. N2. Bijlage II.
  De basiscursus van de initiële opleiding dient ten minste de volgende onderwerpen te behandelen :
  a) algemene voorschriften die op het vervoer van gevaarlijke goederen van toepassing zijn;
  b) belangrijkste gevaarstypes;
  c) informatie over de bescherming van het milieu door het toezicht op het vervoer van afvalstoffen;
  d) gepaste preventie- en veiligheidsmaatregelen voor de verschillende gevaarstypes;
  e) gedrag na een ongeval (eerstehulpverlening, verkeersveiligheid, basiskennis betreffende het gebruik van de beschermingsuitrusting, enz.);
  f) etikettering en gevaarssignalisatie;
  g) wat een bestuurder moet doen en niet mag doen bij het vervoer van gevaarlijke goederen;
  h) functie en werking van de technische uitrusting van de voertuigen;
  i) samenladingsverboden in éénzelfde voertuig of in éénzelfde laadkist;
  j) te nemen voorzorgen tijdens het laden en het lossen van de gevaarlijke goederen;
  k) algemene informatie betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid;
  l) informatie over multimodaal vervoer;
  m) de manipulatie en de stouwing van colli;
  n) een individuele praktische oefening inzake brandbestrijding;
  o) een individuele praktische oefening inzake eerste hulp;
  p) individuele praktische oefeningen die ten minste de bij een incident of ongeval te nemen maatregelen omvatten.
  De punten f), h) en j) worden beperkt tot hetgeen geldt voor de in artikel 3, § 3, van dit besluit beoogde transporten.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons koninklijk besluit van 29 juni 2003 betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren.
Art. N2. Annexe II.
   - Le cours de base de la formation initiale doit porter au moins sur les sujets suivants :
  a) prescriptions générales applicables au transport des marchandises dangereuses;
  b) principaux types de risques;
  c) information relative à la protection de l'environnement par le contrôle du transfert des déchets;
  d) mesures de prévention et de sécurité appropriées aux différents types de risques;
  e) comportement après un accident (premiers secours, sécurité de la circulation, connaissances de base relatives a l'utilisation d'équipements de protection, etc.);
  f) étiquetage et signalisation des dangers;
  g) ce qu'un conducteur de véhicule doit faire et ne doit pas faire lors du transport de marchandises dangereuses;
  h) objet et fonctionnement de l'équipement technique des véhicules;
  i) interdictions de chargement en commun sur un même véhicule ou dans un conteneur;
  j) précautions a prendre lors du chargement et du déchargement des marchandises dangereuses;
  k) informations générales concernant la responsabilité civile;
  l) information sur les opérations de transport multimodale;
  m) manutention et arrimage des colis;
  n) un exercice individuel pratique en matière de lutte contre l'incendie;
  o) un exercice individuel pratique en matière de premiers secours;
  p) des exercices pratiques individuels qui comprennent au moins les dispositions à prendre en cas d'incident ou d'accident;
  Les points f, h et j sont limités à ce qui est valable pour les transports visés à l'article 3, § 3, du présent arrêté.
Art. N3. Bijlage III.
  De specialisatiecursus van de initiële opleiding voor het verkrijgen van het opleidingsgetuigschrift van categorie II dient tenminste de volgende onderwerpen te behandelen, specifiek toegespitst op de in artikel 3, § 1, van dit besluit beoogde transporten :
  a) rijgedrag van de voertuigen, inclusief de bewegingen van de lading;
  b) specifieke voorschriften met betrekking tot de voertuigen;
  c) algemene theoretische kennis van de verschillende laad- en losinrichtingen van de voertuigen;
  d) bijkomende specifieke bepalingen betreffende het gebruik van deze voertuigen (keuringsdocumenten, kenmerken, signalisatie en etikettering, enz.).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons koninklijk besluit van 29 juni 2003 betreffende de opleiding van bestuurders van transporteenheden die andere gevaarlijke goederen dan radioactieve stoffen over de weg vervoeren.
Art. N3. Annexe III.
  Le cours de spécialisation de la formation initiale pour l'obtention du certificat de formation de la catégorie II doit porter au moins sur les sujets suivants qui concernent les transports visés à l'article 3, § 1er, du présent arrêté :
  a) comportement en marche des véhicules, y compris les mouvements du chargement;
  b) prescriptions spéciales relatives aux véhicules;
  c) connaissance générale théorique des différents dispositifs de remplissage et de vidange des véhicules;
  d) dispositions supplémentaires spécifiques concernant l'utilisation de ces véhicules (certificats d'agrément, marques d'agrément, signalisation et étiquetage, etc.).
Art. N4. Bijlage IV.
  De specialisatiecursus van de initiële opleiding voor het verkrijgen van het opleidingsgetuigschrift van categorie III dient tenminste de volgende onderwerpen te behandelen, specifiek toegespitst op in de artikel 3, § 2, van dit besluit beoogde transporten :
  a) gevaren eigen aan de ontplofbare en pyrotechnische stoffen en voorwerpen;
  b) de onderverdelingen binnen de klasse 1;
  c) specifieke voorschriften betreffende het laden, lossen en vervoer van goederen van klasse 1;
  d) specifieke voorschriften betreffende de voertuigen EXII en EXIII voor het vervoer van goederen van klasse 1;
  e) de nationale reglementeringen die betrekking hebben op het vervoer van goederen van klasse 1.
Art. N4. Annexe IV.
  Le cours de spécialisation de la formation initiale pour l'obtention du certificat de formation de la catégorie III doit porter au moins sur les sujets suivants qui concernent les transports visés à l'article 3, § 2, du présent arrêté :
  a) risques propres aux matières et objets explosibles et pyrotechniques;
  b) les sous-divisions de la classe 1;
  c) prescriptions particulières concernant le chargement, le déchargement et le transport de marchandises de la classe 1;
  d) les prescriptions particulières relatives aux véhicules EXII et EXIII destinés au transport de marchandises de la classe 1;
  e) les réglementations nationales relatives au transport de marchandises de la classe 1.
Art. N5. <INGEVOEGD bij KB 2007-08-03/58, art. 13; Inwerkingtreding : 01-11-2007> Bijlage 5. De specialisatiecursus van de initiële opleiding voor het verkrijgen van het opleidingsgetuigschrift van categorie IV dient ten minste de volgende onderwerpen te behandelen, beperkt tot hetgeen geldt voor de in artikel 3, § 4 van dit besluit beoogde transporten :
  a) algemene voorschriften die op het vervoer van gevaarlijke goederen van toepassing zijn;
  b) gevaren verbonden aan vloeibare brandstoffen;
  c) gepaste preventie- en veiligheidsmaatregelen voor de gevaren verbonden aan vloeibare brandstoffen;
  d) gedrag na een ongeval (eerste-hulpverlening, verkeersveiligheid, basiskennis betreffende het gebruik van de beschermingsuitrusting, enz.);
  e) etikettering en gevaarssignalisatie;
  f) wat een bestuurder moet doen en niet mag doen bij het vervoer van vloeibare brandstoffen;
  g) functie en werking van de technische uitrusting van de voertuigen;
  h) te nemen voorzorgen tijdens het laden en het lossen;
  i) algemene informatie betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid;
  j) de manipulatie en de stouwing van colli;
  k) een individuele praktische oefening inzake brandbestrijding;
  l) een individuele praktische oefening inzake eerste hulp;
  m) individuele praktische oefeningen die ten minste de bij een incident of ongeval te nemen maatregelen omvatten;
  n) rijgedrag van de tankvoertuigen, inclusief de bewegingen van de lading;
  o) specifieke voorschriften met betrekking tot de tankvoertuigen;
  p) algemene theoretische kennis van de verschillende laad- en losinrichtingen van de tankvoertuigen;
  q) bijkomende specifieke bepalingen betreffende het gebruik van de tankvoertuigen (keuringsdocumenten, kenmerken, signalisatie en etikettering, enz.).
Art. N5. Le cours de spécialisation de la formation initiale pour l'obtention du certificat de formation de la catégorie IV doit porter au moins sur les sujets suivants qui concernent les transports visés à l'article 3, § 4 du présent arrêté :
  a) prescriptions générales applicables au transport des marchandises dangereuses;
  b) danger lié aux carburants liquides;
  c) mesures de prévention et de sécurité appropriées aux risques liés aux carburants liquides;
  d) comportement après un accident (premiers secours, sécurité de la circulation, connaissances de base relatives à l'utilisation d'équipements de protection, etc.);
  e) étiquetage et signalisation des dangers;
  f) ce qu'un conducteur de véhicule doit faire et ne doit pas faire lors du transport de carburants liquides;
  g) objet et fonctionnement de l'équipement technique des véhicules;
  h) précautions à prendre lors du chargement et du déchargement;
  i) informations générales concernant la responsabilité civile;
  j) manutention et arrimage des colis;
  k) un exercice individuel pratique en matière de lutte contre l'incendie;
  l) un exercice individuel pratique en matière de premiers secours;
  m) des exercices pratiques individuels qui comprennent au moins les dispositions à prendre en cas d'incident ou d'accident;
  n) comportement en marche des véhicules-citernes, y compris les mouvements du chargement;
  o) prescriptions spéciales relatives aux véhicules-citernes;
  p) connaissance générale théorique des différents dispositifs de remplissage et de vidange des véhicules-citernes;
  q) dispositions supplémentaires spécifiques concernant l'utilisation des véhicules-citernes (certificats d'agrément, marques d'agrément, signalisation et étiquetage, etc.).