Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 MEI 2003. - Wet tot wijziging van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.
Titre
11 MAI 2003. - Loi modifiant la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante.
Informations sur le document
Numac: 2003011309
Datum: 2003-05-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003011309
Date: 2003-05-11
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 3 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 1° en 2°, worden de woorden " Hoge Raad voor de Middenstand " telkens vervangen door de woorden " Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen ";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " Onder intersectorale beroepsbekwaamheid wordt verstaan de gemeenschappelijke eisen voor de uitoefening van verwante beroepsactiviteiten, die behoren tot een intersectorale categorie die wordt vastgesteld door de Koning. "
Art. 2. A l'article 3 de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1er, 1° et 2°, les mots " Conseil supérieur des Classes moyennes " sont chaque fois remplacés par les mots " Conseil supérieur des Indépendants et des Petites et Moyennes Entreprises ";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " Par compétence professionnelle intersectorielle, on entend les exigences communes pour l'exercice des activités professionnelles connexes qui appartiennent à une catégorie intersectorielle, telle qu'elle est fixée par le Roi. "
Art. 3. In artikel 4 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, bepalen dat de bepaling van het eerste lid niet van toepassing is op de uitoefening van de beroepsactiviteiten die Hij aanwijst. In afwijking van het eerste lid, wordt elke K.M.O., natuurlijke of rechtspersoon, tijdelijk vrijgesteld van het voorleggen van het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer wanneer zij zich onderwerpt aan een begeleiding in bedrijfsbeheer, georganiseerd door een erkende privé- of publieke begeleidingsstructuur die werd erkend, hetzij door het Participatiefonds, hetzij door de overheden die bevoegd zijn voor steun bij het oprichten van een onderneming, hetzij door de Koning in uitvoering van deze wet. De duur van deze vrijstelling is beperkt tot de duur van de vereiste ervaring om te voldoen aan § 3, 2°, van dit artikel. Na deze periode wordt de praktijkervaring bedoeld in § 3, 2°, van artikel, als volbracht beschouwd.
  In geval van erkenning van de in het vorige lid bedoelde structuur door het Participatiefonds of door de overheden die bevoegd zijn voor steun bij het oprichten van een onderneming, bepaalt de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit de duur, de minimale inhoud van de begeleiding in bedrijfsbeheer en de wijze waarop die wordt bevestigd. Wanneer de Koning zelf de erkenning geeft, bepaalt hij voorafgaandelijk ook de erkenningsvoorwaarden, de erkenningsprocedure, het verloop van de begeleidingsstructuur en het toezicht erop. ";
  2° in § 1, derde lid, vervalt het woord " evenwel ";
  3° in § 2, eerste lid, worden de woorden " de in § 1 bedoelde verplichting " vervangen door de woorden " de in § 1, eerste lid, bedoelde verplichting ";
  4° in § 2, eerste lid, worden de woorden " of de wettelijk samenwonende, " ingevoegd tussen het woord " echtgenoot " en de woorden " of door de partner ";
  5° in § 2, eerste lid, worden de woorden " drie jaar " vervangen door de woorden " zes maanden ";
  6° in § 2, eerste lid, worden de woorden " wordt geleverd door een uittreksel uit de bevolkingsregisters ", vervangen door de woorden " blijkt uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij wet van 8 augustus 1983 ";
  7° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer wordt geleverd door één van de volgende elementen :
  1° één van de akten die daartoe door de Koning worden aangewezen;
  2° een voldoende praktijkervaring onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;
  3° een gelijkwaardige akte van bekwaamheid, uitgereikt door de gefederaliseerde overheden die bevoegd zijn voor de voortdurende beroepsopleiding;
  4° een ander bewijsmiddel, waarvan de bewijswaarde volgt uit internationale verplichtingen. "
Art. 3. A l'article 4 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et après avis du Conseil supérieur des Indépendants et des Petites et Moyennes Entreprises, décider que la disposition de l'alinéa premier n'est pas applicable à l'exercice des activités professionnelles qu'Il détermine. Par dérogation à l'alinéa 1er, toute P.M.E., personne physique ou morale, se soumettant à un accompagnement à la gestion, organisé par une structure d'accompagnement privée ou publique agréée soit par le Fonds de participation, soit par les autorités compétentes en matière d'aide à la création d'entreprise, soit par le Roi en application de la présente loi, est dispensée temporairement de la preuve des connaissances de gestion de base. La durée de cette dispense est limitée à la durée de l'expérience requise pour satisfaire au § 3, 2°, du présent article. Au terme de cette période, l'expérience pratique visée au § 3, 2°, du présent article est réputée acquise.
  Lorsque l'agrément de la structure visée à l'alinéa précédent est effectué par le Fonds de participation ou par les autorités compétentes en matière d'aide à la création d'entreprise, le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la durée, le contenu minimum de l'accompagnement à la gestion et la manière dont il est attesté. Lorsque le Roi procède lui-même à l'agrément, il fixe en outre préalablement les conditions d'agrément, la procédure d'agrément, le fonctionnement de la structure d'accompagnement et son contrôle. ";
  2° au § 1er, alinéa 3, le mot " cependant " est supprimé;
  3° au § 2, alinéa 1er, les mots " obligation visée au § 1er " sont remplacés par les mots " obligation visée au § 1er, premier alinéa ";
  4° au § 2, alinéa 1er, les mots " ou le cohabitant légal, " sont insérés entre le mot " conjoint " et les mots " ou par son partenaire ";
  5° au § 2, alinéa 1er, les mots " trois ans " sont remplacés par les mots " six mois ";
  6° au § 2, alinéa 1er, les mots " est fournie par un extrait des registres de la population " sont remplacés par les mots " résulte du Registre national des personnes physiques, organisé par la loi du 8 août 1983 ";
  7° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. La preuve des connaissances de gestion de base est fournie par l'un des éléments suivants :
  1° un des titres retenus à cette fin par le Roi;
  2° une expérience pratique suffisante dans les conditions fixées par le Roi;
  3° un titre de compétence adéquat délivré par les autorités fédérées compétentes en matière de formation professionnelle continue;
  4° un autre mode de preuve dont la validité découle d'obligations internationales. "
Art. 4. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, eerste lid, worden de woorden " of de wettelijk samenwonende, " ingevoegd tussen het woord " echtgenoot " en de woorden " of door de partner ";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " drie jaar " vervangen door de woorden " zes maanden ";
  3° in § 2, eerste lid, tweede volzin, worden de woorden " wordt geleverd door een uittreksel uit de bevolkingsregisters ", vervangen door de woorden " blijkt uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij wet van 8 augustus 1983 ";
  4° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het bewijs van de beroepsbekwaamheid, zowel intersectoraal als sectoraal, wordt geleverd door één van de volgende elementen :
  1° één van de akten die daartoe door de Koning worden aangewezen;
  2° een voldoende praktijkervaring onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;
  3° een ander bewijsmiddel, waarvan de bewijswaarde volgt uit internationale verplichtingen. "
Art. 4. A l'article 5 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, alinéa 1er, les mots " ou le cohabitant légal, " sont insérés entre le mot " conjoint " et les mots " ou par son partenaire ";
  2° au § 2, alinéa 1er, les mots " trois ans " sont remplacés par les mots " six mois ";
  3° au § 2, alinéa 1er, deuxième phrase, les mots " est fournie par un extrait des registres de la population " sont remplacés par les mots " résulte du Registre national des personnes physiques, organisé par la loi du 8 août 1983 ";
  4° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. La preuve de la compétence professionnelle, tant intersectorielle que sectorielle, est apportée par l'un des éléments suivants :
  1° un des titres retenus à cette fin par le Roi;
  2° une expérience pratique suffisante dans les conditions fixées par le Roi;
  3° un autre mode de preuve dont la validité découle d'obligations internationales. "
Art. 5. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. De Koning kan onder meer, op verzoek van of na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, de koninklijke besluiten wijzigen of opheffen, die genomen zijn ter uitvoering van de wet van 24 december 1958 waarbij beroepsuitoefeningsvoorwaarden kunnen worden ingevoerd in de ambachts-, de kleine en middelgrote handels- en de kleine nijverheidsondernemingen en van de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van beroepswerkzaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen. "
Art. 5. L'article 6 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 6. Le Roi peut notamment, à la demande ou après avis du Conseil supérieur des Indépendants et des Petites et Moyennes Entreprises, modifier ou abroger les arrêtés royaux pris en exécution de la loi du 24 décembre 1958 permettant d'instituer des conditions d'exercice de la profession dans les entreprises de l'artisanat, du petit et du moyen commerce et de la petite industrie et de la loi du 15 décembre 1970 sur l'exercice des activités professionnelles dans les petites et moyennes entreprises du commerce et de l'artisanat. "
Art. 6. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 10. De volgende personen worden vrijgesteld van bewijs van ondernemersvaardigheden :
  1° de overlevende echtgenoot, de wettelijk samenwonende of de overlevende partner als meewerkende echtgenoot onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen geregeld bij het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, hetzij in een eerste fase tot 1 januari 2006 enkel op basis van de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector der uitkeringen en uitgevoerd bij het koninklijk besluit van 13 januari 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen, hetzij tot 1 januari 2006 op vrijwillige basis en vanaf dezelfde datum op verplichte basis aan het volledige statuut der zelfstandigen en die de beroepsactiviteit voortzet van een ondernemingshoofd dat zelf voldeed aan de gestelde eisen of er definitief van vrijgesteld was;
  2° de vennootschap die aan de gestelde eisen voldeed in hoofde van een overleden zaakvoerder of orgaan, wanneer diens overlevende echtgenoot, de wettelijk samenwonende of diens overlevende partner zaakvoerder of orgaan is geworden van de vennootschap. Gaat het om een partner, andere dan echtgenoot of wettelijk samenwonende, dan moet uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij wet van 8 augustus 1983, een samenwonen blijken van minstens zes maanden. "
Art. 6. L'article 10 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 10. Les personnes suivantes sont dispensées de la preuve des capacités entrepreneuriales :
  1° le conjoint survivant, le cohabitant légal ou le partenaire survivant, en tant que conjoint aidant assujetti au statut social des travailleurs indépendants réglementé par l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967, soit dans une première phase allant jusqu'au 1er janvier 2006 à l'assurance obligatoire pour maladie-invalidité, secteur indemnités et exécuté par l'arrêté royal du 13 janvier 2003 modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 1971 portant instauration d'une assurance contre les incapacités de travail en faveur des indépendants, soit jusqu'au 1er janvier 2006 sur base volontaire et à partir de la même date sur base obligatoire au statut complet des travailleurs indépendants et qui poursuivent l'activité professionnelle d'un dirigeant d'entreprise qui répondait lui-même aux conditions prévues ou qui en était définitivement dispensé;
  2° la société qui satisfaisait aux conditions dans le chef d'un gérant ou d'un organe décédé lorsque le conjoint survivant, le cohabitant légal ou le partenaire survivant, est devenu gérant ou organe de la société. Pour ce qui est du partenaire, autre que l'époux ou le cohabitant légal, une cohabitation d'au moins six mois doit résulter du Registre national des personnes physiques, organisé par la loi du 8 août 1983. "
Art. 7. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 13. Voor het vaststellen van de beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 3, neemt de Koning minstens de volgende criteria in overweging :
  1° de noodzaak aan kwaliteitsgaranties voor de consument;
  2° de bestaande onderwijs- en vormingsmogelijkheden, inzonderheid op het vlak van permanente vorming, en hun geografische spreiding;
  3° de technologische evolutie binnen de sector;
  4° de bestaande beroepsreglementering in de andere lid-Staten van de Europese Unie;
  5° de wetten en besluiten die niet genomen zijn in uitvoering van deze wet, en die specifiek van toepassing zijn op de betrokken sector. "
Art. 7. L'article 13 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 13. Pour la fixation de la compétence professionnelle, prévue à l'article 3, le Roi prend en considération au moins les critères suivants :
  1° la nécessité de garanties de qualité pour le consommateur;
  2° les possibilités existantes en matière de formation et d'enseignement, en particulier au niveau de la formation permanente, et leur répartition géographique;
  3° l'évolution technologique dans le secteur;
  4° les réglementations existantes dans les autres Etats membres de l'Union européenne;
  5° les lois et arrêtés réglementaires qui ne sont pas pris en exécution de la présente loi et qui sont d'application spécifique pour le secteur concerné. "
Art. 8. In artikel 15, §§ 1 en 3, van dezelfde wet, worden de woorden " rijkswacht " en " gemeentelijke politie " respectievelijk vervangen door de woorden " federale politie " en " lokale politie ".
Art. 8. A l'article 15, §§ 1er et 3, de la même loi, les mots " gendarmerie " et " police communale " sont respectivement remplacés par les mots " police fédérale " et " police locale ".
Art. 9. In artikel 17 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° In § 3 worden de woorden " op basis van de evaluatie, bedoeld in artikel 13 " vervangen door de woorden " overeenkomstig artikel 6 ".
Art. 9. A l'article 17 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Au § 1er, l'alinéa 2 est abrogé;
  2° Au § 3 les mots " sur base de l'évaluation prévue à l'article 13 " sont remplacés par les mots " conformément à l'article 6 ".
Art. 10. Hoofdstuk II van Titel II van dezelfde wet, bestaande uit de artikelen 19 tot 22, wordt opgeheven.
Art. 10. Le Chapitre II du Titre II de la même loi, comprenant les articles 19 à 22, est abrogé.
Art. 11. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-06-26/35, art. 1)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 11 mei 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister belast met Middenstand,
  R. DAEMS
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN.
Art. 11. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée le 01-07-2003 par AR 2003-06-26/35, art. 1)
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 11 mai 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre chargé des Classes moyennes,
  R. DAEMS
  Scellé du sceau de l'Etat,
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN.