Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 MAART 2002. - Wet houdende wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-03-2002 en tekstbijwerking tot 20-10-2004)
Titre
22 MARS 2002. - Loi portant modification de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-03-2002 et mise à jour au 20-10-2004)
Informations sur le document
Numac: 2002014075
Datum: 2002-03-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002014075
Date: 2002-03-22
Moniteur: Voir
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Het tweede lid van artikel 15 van de wet van 21 maart 1991 over de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven wordt opgeheven.
Art. 2. L'alinéa 2 de l'article 15 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques est abrogé.
Art. 3. In artikel 156 van dezelfde wet wordt een punt 4° toegevoegd dat als volgt luidt : " het grensoverschrijdende vervoer, dit wil zeggen het deel van het traject dat op het nationale grondgebied gelegen is, door de treinen van de gewone dienst uitgevoerd tot aan de eerste halteplaats op het spoorwegnet aan de andere kant van de grens ".
Art. 3. A l'article 156 de la même loi un 4° est ajouté, rédigé comme suit : " le transport transfrontalier, c'est-à-dire la portion de trajet situé sur le territoire national du transport assuré par les trains du service ordinaire au-delà des frontières jusqu'au premier point d'arrêt situé sur le réseau ferroviaire ".
Art. 4. Het opschrift van hoofdstuk III van Titel V van dezelfde wet, voortaan artikel 159 tot 161ter omvat, wordt vervangen door het volgende opschrift : " Hoofdstuk III. Autonomie, financiën, boekhouding ".
Art. 4. L'intitulé du chapitre III du Titre V de la même loi, comprenant désormais les articles 159 à 161ter, est remplacé par l'intitulé suivant : " Chapitre III. Autonomie, finances, comptabilité ".
Art. 5. Artikel 161 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 5 februari 1997, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Artikel 161. Wat de N.M.B.S. betreft, wordt artikel 27, § 3, eerste lid, vervangen door de volgende bepaling :
  " Veertien dagen vóór de algemene vergadering bezorgt de raad van bestuur aan de minister onder wie het overheidsbedrijf ressorteert en aan de minister van Begroting de jaarrekeningen bepaald bij artikel 161bis, samen met het jaarverslag, het verslag van het college van commissarissen en het verslag van de raad van bestuur opgesteld op grond van het advies van het auditcomité waarin wordt voorzien door artikel 161ter, § 3, tweede lid. De algemene vergadering vindt plaats op de laatste werkdag van de maand mei van het jaar dat volgt op het betrokken boekjaar. ".
  In § 3, derde lid, van hetzelfde artikel, worden de woorden " 31 mei " vervangen door de woorden " 30 juni ".
Art. 5. L'article 161 de la même loi, abrogé par l'arrêté royal du 5 février 1997, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 161. En ce qui concerne la S.N.C.B., l'article 27, § 3, alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " Le conseil d'administration communique au ministre dont relève l'entreprise publique et au ministre du Budget quatorze jours avant la tenue de l'assemblée générale, les comptes annuels prévus à l'article 161bis accompagnés du rapport de gestion, du rapport du collège des commissaires et du rapport du conseil d'administration réalisé sur base de l'avis du comité d'audit prévu par l'article 161ter, § 3, alinéa 2. L'assemblée générale a lieu le dernier jour ouvrable du mois de mai de l'année qui suit l'exercice concerné. ".
  Au § 3, alinéa 3, du même article, les mots " 31 mai " sont remplacés par les mots " 30 juin ".
Art. 6. Een artikel 161bis dat luidt als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Artikel 161bis. § 1. Onderhavige paragraaf strekt tot de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 91/440/CEE van 29 juli 1991, gewijzigd door richtlijn 2001/12/CE van 26 februari 2001.
  Onverminderd artikel 27, § 1, voert de N.M.B.S. per burgerlijk jaar voor elk van de sectoren waarin het bedrijf actief is een analytische en algemene boekhouding, waarin een balans en een resultatenrekening in overeenstemming met het minimale genormaliseerde boekhoudplan zijn opgenomen. Wanneer één van die activiteitssectoren commerciële opdrachten en openbare dienstopdrachten omvat zoals bepaald in onderhavige wet, dan moeten deze boekhoudingen voor elk van deze opdrachten afzonderlijk worden gevoerd. De identificatie van deze activiteitssectoren zal gebeuren zonder afbreuk te doen aan de naleving van richtlijn 91/440/CEE van 29 juli 1991, gewijzigd door richtlijn 2001/12/CE van 26 februari 2001.
  De N.M.B.S. voert een specifieke boekhouding voor de investeringen. Ieder verschillend investeringsproject dat wordt gefinancierd overeenkomstig het van kracht zijnde meerjarige investeringsplan, zal een activarekening voorleggen met identificatie en valutadatum van de tegoeden en de tekorten voor elk van deze rekeningen. Het meerjarige investeringsplan preciseert de begrotingsbedragen die worden toegekend voor elk voornoemd investeringsproject, net zoals zijn meerjarige programmering.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden waaronder de investeringsprojecten zijn vrijgesteld van deze specifieke boekhouding.
  De N.M.B.S. vergoedt de rekeningen van de activiteitssectoren waarvan ze geld heeft geleend met een intrest die wordt berekend door rekening te houden met de marktvoorwaarden die van toepassing zijn voor bedrijven met een vergelijkbare financiële structuur.
  De N.M.B.S. legt iedere maand een verslag voor van de rekeningen per activiteitssector, samen met een verslag van de thesauriedienst, aan de minister onder wie het overheidsbedrijf ressorteert.
  § 2. De N.M.B.S. houdt zich uiterlijk tegen het boekjaar 2003 aan de in § 1 bedoelde verplichtingen, tenzij voor wat betreft het vijfde lid, dat uiterlijk tegen de afsluiting van het boekjaar 2001 in werking treedt. ".
Art. 6. Un article 161bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Article 161bis. § 1er. Le présent paragraphe vise à transposer partiellement la directive 91/440/CEE du 29 juillet 1991 modifiée par la directive 2001/12/CE du 26 février 2001.
  Sans préjudice de l'article 27, § 1er, la S.N.C.B. tient, par année civile, une comptabilité analytique et une comptabilité générale comprenant un bilan et un compte de résultats conformes au plan comptable minimum normalisé pour chacun des secteurs au sein desquels la société est active. Lorsque l'un de ces secteurs d'activités regroupe des missions commerciales et des missions de service public telles que définies dans la présente loi, ces comptabilités doivent être tenues séparément pour chacune de ces missions. L'identification de ces secteurs d'activité se fera sans préjudice du respect de la directive 91/440/CEE du 29 juillet 1991 modifiée par la directive 2001/12/CE du 26 février 2001.
  La S.N.C.B. tient une comptabilité spécifique pour les investissements. Chaque projet d'investissements différent, financé conformément au plan pluriannuel d'investissements en vigueur, présentera un compte d'actifs avec identification et date de valeur des avoirs et des déficits pour chacun de ces comptes. Le plan pluriannuel d'investissements spécifie les montants budgétaires alloués pour chaque projet d'investissements précité ainsi que sa programmation pluriannuelle.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, à quelles conditions les projets d'investissements sont dispensés de cette comptabilisation spécifique.
  La S.N.C.B. rémunère les comptes des secteurs d'activités prêteurs d'un intérêt calculé en tenant compte des conditions du marché applicables aux entreprises qui présentent une structure financière équivalente.
  La S.N.C.B. rend au ministre dont elle relève un rapport mensuel des comptes par secteur d'activités, accompagné d'un rapport du service de la trésorerie.
  § 2. La S.N.C.B. se conforme aux obligations visées au § 1er au plus tard à partir de l'exercice comptable 2003, sauf pour ce qui concerne l'alinéa 5 qui est d'application au plus tard pour la clôture de l'exercice comptable 2001. ".
Art. 7. Aan dezelfde wet wordt een artikel 161ter toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 161ter. § 1. De raad van bestuur richt een auditcomité, een benoemings- en bezoldigingscomité en een strategisch comité op.
  § 2. Het auditcomité en het benoemings- en bezoldigingscomité bestaan elk uit vier bestuurders, andere dan de gedelegeerd bestuurder. De raad van bestuur bepaalt de samenstelling en de werkingswijze van beide comités, overeenkomstig deze wet.
  Deze comités mogen de gedelegeerd bestuurder uitnodigen op hun vergaderingen; hij zetelt met raadgevende stem.
  § 3. Het auditcomité voert de taken uit die de raad van bestuur eraan toevertrouwt. Bovendien heeft het de opdracht om de raad van bestuur bij te staan via het onderzoek van financiële informatie, met name de jaarrekeningen, het jaarverslag en de tussentijdse verslagen. Het auditcomité staat ook in voor de betrouwbaarheid en de integriteit van de financiële verslagen inzake risicobeheer.
  Ten minste veertien dagen vóór de vergadering tijdens dewelke de raad van bestuur de jaarrekeningen opstelt, vraagt hij het advies van het auditcomité over deze rekeningen.
  De Regeringscommissaris en een externe auditeur die wordt aangesteld door de algemene vergadering van de aandeelhouders op voorstel van de raad van bestuur, nemen met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van het auditcomité.
  § 4. Het benoemings- en bezoldigingscomité brengt overeenkomstig artikel 162quater, zesde lid, een advies uit over de kandidaturen die door de gedelegeerd bestuurder worden voorgesteld met het oog op de benoeming van de leden van het directiecomité.
  De raad van bestuur bepaalt, op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, de bezoldiging en de voordelen die worden toegekend aan de leden van het directiecomité en aan de hogere kaderleden. De raad volgt deze kwesties op de voet.
  § 5. Het strategisch comité bestaat uit :
  1° de leden van de raad van bestuur;
  2° zes leden die de vakorganisaties vertegenwoordigen die zijn aangesloten bij een interprofessionele organisatie die zetelt in de Nationale arbeidsraad.
  De zetels worden aan deze vakorganisaties toegewezen overeenkomstig hun respectieve vertegenwoordiging binnen de N.M.B.S.
  Elk van de drie vakorganisaties heeft ten minste één vertegenwoordiger.
  Indien een vakorganisatie meer dan één vertegenwoordiger heeft, wordt elke taalrol vertegenwoordigd.
  Deze leden worden benoemd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Minister die bevoegd is voor de Spoorwegen.
  De vertegenwoordigers van de vakorganisaties worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
  Zij worden afgezet door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Het strategisch comité telt evenveel Franstaligen als Nederlandstaligen.
  § 6. Onverminderd de bevoegdheden die worden toegekend aan de raad van bestuur en aan het directiecomité, is het strategisch comité bevoegd voor :
  1° de uitwerking, de onderhandeling en de opvolging van de uitvoering van het meerjarige investeringsplan van de N.M.B.S., in overleg met het oriënteringscomité;
  2° de onderhandeling en de opvolging van de uitvoering van het beheerscontract, in het kader bepaald door de artikelen 3 tot 5 van deze wet, in overleg met het oriënteringscomité;
  3° het uitbrengen van een voorafgaand advies aangaande de beslissingen van de raad van bestuur over alle maatregelen die de tewerkstelling op middellange en lange termijn kunnen beïnvloeden;
  4° het uitbrengen van een voorafgaand advies aangaande de beslissingen van de raad van bestuur inzake algemene bedrijfsstrategie, dochterondernemingen, processen van fusies en overnames, algemeen personeels- en investeringsbeleid, het bedrijfsplan, de ontwikkeling van jaarlijkse financiën en budgetten en de verdediging van de concurrentiepositie.
  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden beschikt het strategisch comité over de verslagen van het auditcomité betreffende het onderzoek van de rekeningen van de onderneming.
  Inzake de opvolging van de uitvoering van het meerjarige investeringsplan en de uitvoering van het beheerscontract overhandigt het strategisch comité een jaarlijks evaluatieverslag aan de minister die bevoegd is voor de spoorwegen.
  Het strategisch comité kan op zijn vergaderingen leden van het directiecomité uitnodigen, die met raadgevende stem zetelen.
  De voorafgaande adviezen van het strategisch comité in het kader van zijn bevoegdheden zijn bindend, onder voorbehoud van de hierna bepaalde procedure.
  Wanneer de raad van bestuur niet akkoord gaat, dient die een nieuw ontwerp van beslissing in bij het strategisch comité dat dan binnen een termijn van tien dagen een nieuw advies kan uitbrengen. Indien de raad van bestuur met dit advies evenmin kan instemmen, kan hij ervan afwijken mits hij zijn weigering motiveert.
  De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze waarop de ontwerpen van beslissing die een voorafgaand advies vergen, worden ter kennis gebracht en meegedeeld aan het strategisch comité.
  § 7. De leden van het strategisch comité vormen een college. Zij kunnen hun taken onder elkaar verdelen.
  Om geldig samengesteld te zijn, moet het strategisch comité ten minste tien benoemde leden tellen.
  Om geldig zitting te houden, moet het strategisch comité bovendien een quorum van ten minste tien leden hebben.
  Het strategisch comité wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van bestuur.
  Bij staking van stemmen in het strategisch comité is de stem van de voorzitter beslissend. ".
Art. 7. Un article 161ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Article 161ter. § 1er. Le conseil d'administration constitue en son sein un comité d'audit, un comité de nominations et de rémunération et un comité stratégique.
  § 2. Le comité d'audit et le comité de nominations et de rémunération sont chacun composés de quatre administrateurs, à l'exclusion de l'administrateur délégué. Le conseil d'administration en fixe la composition et le mode de fonctionnement en se conformant à la présente loi.
  Ces comités peuvent inviter à leurs réunions l'administrateur délégué, qui y siège avec voix consultative.
  § 3. Le comité d'audit assume les tâches que lui confie le conseil d'administration. En outre, il a pour mission d'assister le conseil d'administration par l'examen d'informations financières, notamment les comptes annuels, le rapport de gestion et les rapports intermédiaires. Il s'assure également de la fiabilité et de l'intégrité des rapports financiers en matière de gestion des risques.
  Au moins quatorze jours avant la réunion au cours de laquelle il établit les comptes annuels, le conseil d'administration demande l'avis du comité d'audit à propos de ces comptes.
  Le commissaire du Gouvernement et un auditeur extérieur, désigné par l'assemblée générale des actionnaires sur proposition du conseil d'administration, participent avec voix consultative aux réunions du comité d'audit.
  § 4. Le comité de nominations et de rémunération rend un avis conformément à l'article 162quater, alinéa 6, sur les candidatures proposées par l'administrateur délégué en vue de la nomination des membres du comité de direction.
  Le conseil d'administration détermine, sur proposition du comité de nominations et de rémunération, la rémunération et les avantages accordés aux membres du comité de direction et aux cadres supérieurs. Il suit ces questions de manière continue.
  § 5. Le comité stratégique est composé :
  1° des membres du conseil d'administration;
  2° de six membres représentant les organisations représentatives des travailleurs affiliées à une interprofessionnelle siégeant au Conseil national du travail.
  L'attribution du nombre de sièges à ces organisations représentatives des travailleurs est faite en fonction de leur représentation respective au sein de la S.N.C.B.
  Chacune des trois organisations représentatives des travailleurs aura au minimum un représentant.
  Lorsqu'une organisation représentative des travailleurs a plus d'un représentant, chaque rôle linguistique est représenté.
  Ces membres sont nommés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur la proposition du Ministre ayant les Chemins de Fer dans ses attributions.
  Les représentants des organisations représentatives des travailleurs sont nommés pour un terme renouvelable de six ans.
  Ils sont révoqués par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Le comité stratégique est composé d'autant de membres d'expression française que de membres d'expression néerlandaise.
  § 6. Sans préjudice des compétences conférées au conseil d'administration et au comité de direction, le comité stratégique est compétent pour :
  1° l'élaboration, la négociation et le suivi de l'exécution du plan pluriannuel d'investissements de la S.N.C.B. en concertation avec le comité d'orientation;
  2° la négociation et le suivi de l'exécution du contrat de gestion, dans le cadre fixé par les articles 3 à 5 de la présente loi, en concertation avec le comité d'orientation;
  3° rendre un avis préalable aux décisions du conseil d'administration sur toutes les mesures susceptibles d'influencer l'emploi à moyen et à long terme;
  4° rendre un avis préalable aux décisions du conseil d'administration en matière de stratégie générale de l'entreprise, de filiales, de processus de fusions et acquisitions, de politique générale de personnel et des investissements, du plan d'entreprise, de l'évolution des finances et des budgets annuels, et de la défense de la position concurrentielle.
  Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, le comité stratégique dispose des rapports du comité d'audit concernant l'examen des comptes de la société.
  En ce qui concerne le suivi de l'exécution du plan pluriannuel d'investissements et l'exécution du contrat de gestion, le comité stratégique rend un rapport d'évaluation annuel au ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions.
  Le comité stratégique peut inviter à ses réunions des membres du comité de direction qui siègent avec voix consultative.
  Les avis préalables formulés par le comité stratégique dans le cadre de ses compétences revêtent un caractère contraignant, sous réserve de la procédure détaillée ci-après.
  En cas de désaccord du conseil d'administration, celui-ci introduit un nouveau projet de décision auprès du comité stratégique qui dispose alors de la faculté de formuler un nouvel avis dans un délai de dix jours. Lorsque le désaccord persiste, le conseil d'administration peut déroger à l'avis à la condition qu'il motive son refus.
  Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la procédure d'information et de communication au comité stratégique des projets de décision requérant un avis préalable.
  § 7. Les membres du comité stratégique forment un collège. Ils peuvent se répartir les tâches.
  Pour être valablement constitué, le comité stratégique doit compter au moins dix membres nommés.
  En outre, pour valablement tenir séance, le comité stratégique doit réunir un quorum minimum de dix membres.
  Le comité stratégique est présidé par le président du conseil d'administration.
  En cas de partage des voix au sein du comité stratégique, la voix du président est prépondérante. ".
Art. 8. In Titel V van dezelfde wet een hoofdstuk IIIbis invoegen dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk IIIbis. Het oriënteringscomité binnen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.
  Artikel 161quater. Binnen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt een oriënteringscomité opgericht dat hierna het oriënteringscomité wordt genoemd.
  Artikel 161quinquies. § 1. Het oriënteringscomité is samengesteld uit :
  1° de leden van de raad van bestuur;
  2° zes vertegenwoordigers, leden van de gewestelijke vervoermaatschappijen, die worden benoemd volgens de modaliteiten bepaald in een samenwerkingsakkoord.
  § 2. Het oriënteringscomité brengt adviezen uit, formuleert voorstellen en bezwaren betreffende alle maatregelen die een invloed kunnen hebben op de samenwerking met de gewestelijke vervoermaatschappijen.
  Het oriënteringscomité onderzoekt bovendien de gevolgen van het meerjarige investeringsplan voor de mobiliteit en voor de verbindingen met de lokale vervoersmodi.
  De voorafgaande adviezen van het oriënteringscomité in het kader van zijn bevoegdheden zijn bindend, onder voorbehoud van de hierna bepaalde procedure.
  Wanneer de raad van bestuur niet akkoord gaat, dient die een nieuw ontwerp van beslissing in bij het oriënteringscomité dat dan binnen een termijn van tien dagen een nieuw advies kan uitbrengen. Indien de raad van bestuur met dit advies evenmin kan instemmen, kan hij ervan afwijken mits hij zijn weigering motiveert.
  § 3. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de mededelingsprocedure tussen de raad van bestuur en het oriënteringscomité. ".
Art. 8. Il est inséré au Titre V de la même loi, un chapitre IIIbis rédigé comme suit :
  " Chapitre IIIbis. Le comité d'orientation au sein de la Société nationale des Chemins de Fer belges.
  Article 161quater. Il est créé un comité d'orientation au sein de la Société nationale des Chemins de Fer belges, ci-après dénommé le comité d'orientation.
  Article 161quinquies. § 1er. Le comité d'orientation est composé :
  1° des membres du conseil d'administration;
  2° de six représentants, membres des sociétés régionales de transport, nommés selon les modalités fixées dans un accord de coopération.
  § 2. Le comité d'orientation est compétent pour rendre des avis, formuler des suggestions et objections au sujet de toutes les mesures susceptibles d'influencer la coopération avec les sociétés régionales de transport.
  En outre, il examine les conséquences du plan pluriannuel d'investissements sur la mobilité et sur les connexions avec les modes de transport locaux.
  Les avis préalables formulés par le comité d'orientation dans le cadre de ses compétences revêtent un caractère contraignant, sous réserve de la procédure détaillée ci-après.
  En cas de désaccord du conseil d'administration, celui-ci introduit un nouveau projet de décision auprès du comité d'orientation qui dispose alors de la faculté de formuler un nouvel avis dans un délai de dix jours. Lorsque le désaccord persiste, le conseil d'administration peut déroger à l'avis à la condition qu'il motive son refus.
  § 3. Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la procédure de communication entre le conseil d'administration et le comité d'orientation. ".
Art. 9. Artikel 162 van dezelfde wet wordt opgeheven en vervangen door de volgende bepalingen :
  " Artikel 162. De artikelen 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 26 zijn niet van toepassing op de N.M.B.S.
  Artikel 162bis. § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit tien leden, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder. Ten minste een derde van zijn leden moeten van het andere geslacht zijn.
  § 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad benoemt de Koning een aantal bestuurders in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan de aandelen die de Staat bezit.
  De bestuurders worden gekozen overeenkomstig de complementariteit van hun competentie inzake financiële en boekhoudkundige analyse, juridische aspecten, hun kennis van de vervoersector, hun deskundigheid inzake mobiliteit, personeelsstrategie en sociale relaties.
  Een vacante functie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. In deze bekendmaking wordt aan de kandidaten gevraagd hun titels voor te leggen en wordt de termijn bepaald voor de indiening van de kandidaturen. De andere bestuurders worden vervolgens benoemd door de andere aandeelhouders.
  De door de Koning benoemde bestuurders kunnen slechts ontslagen worden bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. De bestuurders worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
  § 4. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot er een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig deze bepaling.
  § 5. Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad benoemt de Koning de voorzitter van de raad van bestuur onder de bestuurders. De voorzitter van de raad van bestuur behoort tot een andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder.
  Bij staking van stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
  De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse de boeken, brieven, notulen inkijken en, in het algemeen, alle documenten en geschriften van de N.M.B.S., met inbegrip van de gegevens en de documenten waarover de N.M.B.S. beschikt in de hoedanigheid van aandeelhouder. Hij kan van de leden van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de N.M.B.S. alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. Hij kan zich laten bijstaan door een door hem aangeduide accountant. De vergoeding van de accountant is ten laste van de N.M.B.S.
  § 6. Bij de uitoefening van hun mandaat en in het licht van de belangen van het bedrijf zijn de leden van de organen van de N.M.B.S. gehouden aan de discretieplicht.
  Artikel 162ter. Het directiecomité is belast met het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging wat dat bestuur aangaat, alsmede met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.
  De leden van het directiecomité vormen een college.
  Zij kunnen de taken onder elkaar verdelen. Met uitzondering van deze bedoeld in artikel 11, § 2, kan het directiecomité een aantal van zijn bevoegdheden delegeren aan één of meer van zijn leden of aan personeelsleden. Het kan de subdelegatie ervan toestaan.
  De delegeringen die krachtens onderhavige bepaling door het directiecomité worden toegekend, worden op straffe van nietigheid ter kennis van de raad van bestuur gebracht
  Artikel 162quater. Het directiecomité van de N.M.B.S. is samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder en de directeurs-generaal. Het aantal directeurs-generaal wordt bepaald door de raad van bestuur. Het directiecomité wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder.
  De gedelegeerd bestuurder wordt benoemd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hij wordt ontslagen door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  De directeur-generaal, die daartoe werd aangesteld door de raad van bestuur, en de gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigen gezamenlijk de onderneming in al haar handelingen, met inbegrip van de vertegenwoordiging in rechte.
  Alle akten van beheer of akten die de onderneming verbinden, worden gezamenlijk ondertekend door de gedelegeerd bestuurder en een directeur-generaal die daartoe werd aangesteld door de raad van bestuur.
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze directeur-generaal.
  De raad van bestuur benoemt de leden van het directiecomité, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder en na het advies te hebben ingewonnen van het benoemings- en bezoldigingscomité. Dit laatste moet vooraf een consultancybureau in human resources dat losstaat van de N.M.B.S. hebben geraadpleegd.
  Zij worden afgezet door de raad van bestuur. Zij mogen niet de hoedanigheid van bestuurder van de N.M.B.S. hebben.
  Alle leden van het directiecomité vervullen een voltijdse functie binnen de N.M.B.S. of in het kader van de vertegenwoordiging van de N.M.B.S.
  Artikel 162quinquies. § 1. Onverminderd artikel 161ter, § 4, worden de rechten, met inbegrip van de vergoeding, en de wederzijdse verplichtingen van de gedelegeerd bestuurder en van de leden van het directiecomité enerzijds en van de N.M.B.S. anderzijds, geregeld door een bijzondere overeenkomst tussen de betrokken partijen. Bij de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt de N.M.B.S. vertegenwoordigd door haar raad van bestuur met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder kan geen andere emolumenten ontvangen dan zijn vergoeding.
  De gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de staat of enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut voor de hele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op loonsverhoging.
  Als de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité zich op het ogenblik van zijn benoeming in een contractuele band bevindt met de Staat of met enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de hele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op loonsverhoging.
  § 2. De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast van de leden van de raad van bestuur. Zij bepaalt ook de bezoldiging van de leden van het strategisch comité en het oriënteringscomité. Zij houdt hierbij rekening met de prestaties van de mandatarissen, waarbij onder andere rekening gehouden wordt met hun lidmaatschap van de bij wet bepaalde comités. Zij houdt eveneens rekening met de doelstellingen van de onderneming.
  § 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van de N.M.B.S. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel hebben, dan kunnen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.
  Artikel 162sexies. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens een wet of door het organieke statuut van de N.M.B.S., is het mandaat van lid van de raad van bestuur, van het strategisch comité, van het oriënteringscomité en van het directiecomité onverenigbaar met het mandaat of met de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Wetgevende Kamers;
  3° minister of staatssecretaris;
  4° lid van de Raad of de Regering van een Gemeenschap of een Gewest;
  5° gouverneur van een provincie of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad;
  6° lid van het personeel van de N.M.B.S.; dit geldt uitsluitend voor de bestuurders en niet voor de gedelegeerd bestuurder.
  Bovendien is het mandaat van lid van het directiecomité onverenigbaar met het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  § 2. Wanneer één van de leden bedoeld in § 1 een inbreuk pleegt op de bepalingen van § 1, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn geacht van rechtswege zijn mandaat bij de N.M.B.S. te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
  Artikel 162septies. De bestuurders en de leden van het directiecomité verliezen hun mandaat van rechtswege op de leeftijd van vijfenzestig jaar.
  Artikel 162octies. Elke delegatie-akte legt duidelijk de bevoegdheden vast die het voorwerp van deze delegatie uitmaken. De delegatie wordt toegekend voor een duur bepaald door de raad van bestuur.
  Artikel 162nonies. § 1. De N.M.B.S. staat onder de controlebevoegdheid van de minister onder wie de spoorwegen ressorteren. Deze controle gebeurt door bemiddeling van een Regeringscommissaris, die wordt benoemd en ontslagen door de Koning op voordracht van de betrokken minister.
  De minister onder wie de spoorwegen ressorteren, kan één plaatsvervanger aanduiden voor het geval de Regeringscommissaris verhinderd zou zijn of om deze laatste bij te staan in zijn opdracht.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de Regeringscommissaris en zijn bezoldiging. Deze bezoldiging is ten laste van de N.M.B.S.
  § 2. De Regeringscommissaris waakt over de naleving van de wet, van het organieke statuut van de N.M.B.S. en van het beheerscontract. Hij ziet er op toe dat het beleid van de N.M.B.S., inzonderheid wat het beleid bij toepassing van artikel 13 betreft, de uitvoering van de taken van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
  De Regeringscommissaris brengt verslag uit bij de minister die bevoegd is voor de spoorwegen. Hij brengt verslag uit aan de minister van Begroting aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur, het directiecomité, het strategisch comité of het oriënteringscomité die een weerslag hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat.
  § 3. De Regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van het strategisch comité, het oriënteringscomité, de raad van bestuur en het directiecomité en heeft er raadgevende stem. Hij kan te allen tijde ter plaatse kennis nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de N.M.B.S. Hij kan van de leden van het strategisch comité en van de bestuurders, van de gemachtigden en de personeelsleden van de N.M.B.S. alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat.
  De N.M.B.S. stelt de Regeringscommissaris de menselijke en materiële middelen ter beschikking die nodig zijn voor de uitvoering van zijn mandaat.
  § 4. De Regeringscommissaris tekent binnen een termijn van vier dagen beroep aan bij de bovenvernoemde minister tegen elke beslissing die strijdig is met de wet, het organieke statuut of het beheerscontract.
  De termijn bedoeld in het bovenstaande lid wordt onderbroken door wettelijke feestdagen, zaterdagen en zondagen.
  Deze termijn gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, voor zover de Regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, op de dag waarop hij de kennisgeving van de beslissing heeft ontvangen. Wanneer een beroep wordt gedaan op de schriftelijke procedure bepaald in artikel 521, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen, begint de termijn te lopen op de dag waarop de Regeringscommissaris kennis heeft genomen van de aldus aangenomen beslissing. Het beroep is opschortend.
  In geval van weerslag op de algemene uitgavenbegroting van de Staat vraagt de minister die bevoegd is voor de spoorwegen het akkoord van de minister van Begroting.
  Heeft de minister onder wie de spoorwegen ressorteren, binnen een termijn van acht volle dagen, ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief, onverminderd de bepalingen van het laatste lid. De betrokken minister betekent de nietigverklaring aan het bestuursorgaan.
  Indien de minister van Begroting en de minister onder wie de spoorwegen ressorteren, binnen de in het voorgaande lid bedoelde termijn van acht dagen niet tot een akkoord komen, dan wordt over de aangelegenheid beslist binnen een termijn van dertig volle dagen, ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure.
  § 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur bij de minister die bevoegd is voor de spoorwegen, verslag uit over de uitvoering door de N.M.B.S. van haar taken van openbare dienst.
  § 6. Elk jaar brengt de minister die bevoegd is voor de spoorwegen, bij de Wetgevende Kamers verslag uit over de toepassing van de eerste titel en van deze titel.
  Artikel 162decies. De eerste dag van de twaalfde maand die voorafgaat aan de vervaldatum van het beheerscontract, legt de raad van bestuur van de N.M.B.S. de doelstellingen en de strategie van het bedrijf vast in een ondernemingsplan voor de duur van het beheerscontract, op grond van de mobiliteitsdoelstellingen die worden bepaald door de Ministerraad.
  Het ondernemingsplan moet volgende onderwerpen bevatten :
  1. De structuur en de eigenschappen van het vervoeraanbod op het spoorwegnet en de onthaalplaatsen;
  2. De relatie tussen het vervoeraanbod en de infrastructuurbehoeften uiteengezet in een voorstel van meerjarig investeringsplan; het meerjarige investeringsplan omvat de planning van de spoorweginvesteringen over meerdere jaren voor de verwerving, de aanleg, het onderhoud, het beheer en de exploitatie van de infrastructuur en de investeringen in het rollend materieel;
  3. Het personeelsbeleid;
  4. De evolutie van de exploitatierekening uitgedrukt in een financieel plan;
  5. De beschrijving van de algemene exploitatievoorwaarden betreffende de andere activiteitssectoren.
  De hierboven bedoelde punten 1 tot 4 worden, als noodzakelijk onderdeel van de uitvoering van de taken van openbare dienst en van het meerjarige investeringsplan, goedgekeurd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
  De andere onderdelen van het plan, waaronder het hierboven bedoelde punt 5, worden ter informatie overgemaakt aan de minister bevoegd voor de spoorwegen.
  Het ondernemingsplan wordt jaarlijks aangepast en aan de minister bevoegd voor de spoorwegen meegedeeld.
  Het ondernemingsplan vormt een voorafgaande voorwaarde voor de onderhandeling van het beheerscontract.
  Artikel 162unidecies. Onverminderd artikel 3, § 2, van de wet bevat het beheerscontract van de N.M.B.S. eveneens :
  1° voor wat het spoorvervoer betreft, het niveau van openbare dienstverlening dat bereikt moet worden op het spoorwegnet en zijn onthaalplaatsen;
  2° het meerjarige investeringsplan. ".
Art. 9. L'article 162 de la même loi est abrogé et remplacé par les dispositions suivantes :
  " Article 162. Les articles 18, 19, 20, 21, 22, 23 et 26 ne sont pas applicables à la S.N.C.B.
  Article 162bis. § 1er. Le conseil d'administration est composé de dix membres, en ce compris l'administrateur délégué. Un tiers de ses membres au minimum doivent être de l'autre sexe.
  § 2. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, un nombre d'administrateurs proportionnel aux droits de vote attachés aux actions détenues par l'Etat.
  Les administrateurs sont choisis en fonction de la complémentarité de leurs compétences telle que l'analyse financière et comptable, les aspects juridiques, la connaissance du secteur du transport, l'expertise en matière de mobilité, la stratégie du personnel et les relations sociales.
  La vacance de poste est annoncée par avis au Moniteur belge. Cet avis invite les candidats à faire valoir leurs titres et fixe le délai pour le dépôt des candidatures. Les autres administrateurs sont ensuite nommés par les autres actionnaires.
  Les administrateurs nommés par le Roi ne peuvent être révoqués que par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 3. Les administrateurs sont nommés pour un terme renouvelable de six ans.
  § 4. En cas de vacance d'une place d'administrateur, les administrateurs restants ont le droit d'y pourvoir provisoirement jusqu'à ce qu'une nomination définitive intervienne conformément à la présente disposition.
  § 5. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le président du conseil d'administration parmi les administrateurs. Le président du conseil d'administration appartient à un autre rôle linguistique que l'administrateur délégué.
  En cas de partage des voix au sein du conseil d'administration, la voix du président est prépondérante.
  Le président peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la S.N.C.B., en ce compris les informations et documents dont dispose la S.N.C.B. en sa qualité d'actionnaire. Il peut requérir des membres du comité de direction, des agents et des préposés de la S.N.C.B. toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires pour l'exécution de son mandat. Il peut se faire assister par un expert-comptable désigné par lui. La rémunération de l'expert-comptable incombe à la S.N.C.B.
  § 6. Dans le cadre de l'exercice de leur mandat et au regard des intérêts de la société, les membres des organes de la S.N.C.B. sont tenus à un devoir de discrétion.
  Article 162ter. Le Comité de direction est chargé de la gestion journalière et de la représentation en ce qui concerne cette gestion, de même que de l'exécution des décisions du conseil d'administration.
  Les membres du comité de direction forment un collège.
  Ils peuvent se répartir les tâches. A l'exception de celle visée à l'article 11, § 2, le comité de direction peut déléguer certaines de ses compétences à un ou plusieurs de ses membres ou à des membres du personnel. Il peut en autoriser la subdélégation.
  Les délégations accordées par le comité de direction en vertu de la présente disposition sont, sous peine de nullité, portées à la connaissance du conseil d'administration.
  Article 162quater. Le comité de direction de la S.N.C.B. se compose de l'administrateur délégué et des directeurs généraux. Le nombre de directeurs généraux est déterminé par le conseil d'administration. Le comité de direction est présidé par l'administrateur délégué.
  L'administrateur délégué est nommé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, pour un terme renouvelable de six ans. Il est révoqué par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  La société est valablement représentée dans ses actes, y compris la représentation en justice, par l'administrateur délégué et le directeur général, désigné à cette fin par le conseil d'administration, agissant conjointement.
  Tous les actes de gestion ou qui engagent la société sont signés conjointement par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cette fin par le conseil d'administration.
  L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du directeur général.
  Le conseil d'administration nomme les membres du comité de direction, sur proposition de l'administrateur délégué et après avoir pris l'avis du comité de nominations et de rémunération. Ce dernier aura, préalablement à son avis, consulté un bureau de conseil en ressources humaines externe à la S.N.C.B.
  Ils sont révoqués par le conseil d'administration. Ils ne peuvent avoir la qualité d'administrateur de la S.N.C.B.
  Tous les membres du comité de direction remplissent au sein de la S.N.C.B., ou pour la représentation de celle-ci, des fonctions de plein exercice.
  Article 162quinquies. § 1er. Sans préjudice de l'article 161ter, § 4, les droits, y compris la rémunération, et obligations mutuels de l'administrateur délégué et des membres du comité de direction, d'une part, et de la S.N.C.B., d'autre part, sont réglés dans une convention particulière entre les parties concernées. Lors de la négociation de cette convention, la S.N.C.B. est représentée par son conseil d'administration à l'exclusion de l'administrateur délégué. L'administrateur délégué ne peut percevoir d'autres émoluments que sa rémunération.
  L'administrateur délégué ou un membre du comité de direction qui, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien statutaire avec l'Etat ou toute autre personne de droit public relevant de l'Etat est mis de plein droit en congé pour mission selon les dispositions du statut en question pour toute la durée de son mandat. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à la promotion et à l'avancement de traitement.
  Lorsque l'administrateur délégué ou un membre du comité de direction au moment de sa nomination se trouve dans un lien contractuel avec l'Etat ou avec toute autre personne de droit public relevant de l'Etat, le contrat concerné est suspendu de plein droit pour toute la durée de son mandat. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à l'avancement de traitement.
  § 2. L'assemblée générale détermine la rémunération des membres du conseil d'administration. Elle détermine également la rémunération des membres du comité stratégique et du comité d'orientation. Elle tient compte à cette fin de la prestation des mandataires eu égard notamment à leur participation dans les comités prévus par la loi. Elle tient également compte des objectifs de l'entreprise.
  § 3. Les rémunérations visées aux §§ 1er et 2 sont à charge de la S.N.C.B. Si les rémunérations concernées comportent un élément variable, l'assiette ne peut comprendre des éléments ayant le caractère de charge d'exploitation.
  Article 162sexies. § 1er. Sans préjudice des autres limitations prévues par ou en vertu d'une loi ou dans le statut organique de la S.N.C.B., le mandat de membre du conseil d'administration, du comité stratégique, du comité d'orientation et du comité de direction est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :
  1° membre du Parlement européen;
  2° membre des Chambres législatives;
  3° ministre ou secrétaire d'Etat;
  4° membre du Conseil ou du Gouvernement d'une Communauté ou d'une Région;
  5° gouverneur d'une province ou membre de la députation permanente d'un conseil provincial;
  6° membre du personnel de la S.N.C.B. uniquement pour ce qui concerne les administrateurs, à l'exclusion de l'administrateur délégué.
  En outre, le mandat de membre du comité de direction est incompatible avec le mandat de bourgmestre, échevin ou président de centre public d'aide sociale.
  § 2. Lorsqu'un des membres visés au § 1er contrevient aux dispositions du § 1er, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès de la S.N.C.B., sans que cela ne porte préjudice à la validité juridique des actes qu'il a accomplis ou des délibérations auxquelles il a pris part pendant la période concernée.
  Article 162septies. Les administrateurs et les membres du comité de direction perdent de plein droit leur mandat à l'âge de soixante-cinq ans.
  Article 162octies. Tout acte de délégation identifie clairement les compétences faisant l'objet de cette délégation. La délégation est accordée pour une durée fixée par le conseil d'administration.
  Article 162nonies. § 1er. La S.N.C.B. est soumise au pouvoir de contrôle du ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions. Ce contrôle est exercé à l'intervention d'un commissaire du Gouvernement, nommé et révoqué par le Roi, sur la proposition du ministre concerné.
  Le ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions peut désigner un suppléant pour le cas d'empêchement éventuel du commissaire du Gouvernement ou pour l'assister dans sa mission.
  Le Roi règle l'exercice des missions du commissaire du Gouvernement et sa rémunération. Cette rémunération est à charge de la S.N.C.B.
  § 2. Le commissaire du Gouvernement veille au respect de la loi, du statut organique de la S.N.C.B. et du contrat de gestion. Il s'assure de ce que la politique de la S.N.C.B., en particulier celle menée en exécution de l'article 13, ne porte pas préjudice à la mise en oeuvre des tâches de service public.
  Le commissaire du Gouvernement fait rapport au ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions. Il fait rapport au ministre du Budget sur toutes les décisions du conseil d'administration, du comité de direction, du comité stratégique ou du comité d'orientation qui ont une incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat.
  § 3. Le commissaire du Gouvernement est invité à toutes les réunions du comité stratégique, du comité d'orientation, du conseil d'administration et du comité de direction et y a voix consultative. Il peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures de la S.N.C.B. Il peut requérir des membres du comité stratégique et des administrateurs, des agents et des préposés de la S.N.C.B. toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires à l'exécution de son mandat.
  La S.N.C.B. met à la disposition du commissaire du Gouvernement les ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de son mandat.
  § 4. Le commissaire du Gouvernement introduit, dans un délai de quatre jours, un recours auprès du ministre précité contre toute décision contraire à la loi, au statut organique ou au contrat de gestion.
  Le délai visé à l'alinéa précédent est interrompu par les jours fériés légaux, les samedi et dimanche.
  Ce délai court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du Gouvernement y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Lorsqu'il est recouru à la procédure écrite prévue à l'article 521, alinéa 2, du Code des sociétés, le délai court à partir du jour où le commissaire du Gouvernement a reçu connaissance de la décision ainsi adoptée. Le recours est suspensif.
  En cas d'incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat, le ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions demande l'accord du ministre du Budget.
  Si, dans un délai de huit jours francs commençant le même jour que le délai visé à l'alinéa 1er, le ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions n'a pas prononcé l'annulation, la décision devient définitive, sans préjudice des dispositions du dernier alinéa. Le ministre concerné notifie l'annulation à l'organe de gestion.
  Si le ministre du Budget et le ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions ne trouvent pas d'accord dans le délai de huit jours visé à l'alinéa précédent, il est statué dans un délai de trente jours francs commençant le même jour que le délai visé à l'alinéa 1er, selon la procédure fixée par le Roi.
  § 5. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport au ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions de l'accomplissement par la S.N.C.B. de ses tâches de service public.
  § 6. Chaque année, le ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions fait rapport aux Chambres législatives de l'application du titre premier et du présent titre.
  Article 162decies. Le premier jour du douzième mois qui précède l'expiration du contrat de gestion, le conseil d'administration de la S.N.C.B. fixe les objectifs et la stratégie de l'entreprise dans un plan d'entreprise pour la durée du contrat de gestion, élaborés sur base des objectifs de mobilité fixés par le Conseil des Ministres.
  Le plan d'entreprise contient obligatoirement :
  1. La structure et les caractéristiques de l'offre de transport sur le réseau ferroviaire et les points d'accueil;
  2. La relation entre l'offre de transport et les besoins en infrastructure traduits dans une proposition de plan pluriannuel d'investissement; le plan pluriannuel d'investissement contient la planification des investissements ferroviaires sur plusieurs années relatifs à l'acquisition, l'aménagement, l'entretien, la gestion et l'exploitation de l'infrastructure, ainsi que des investissements dans le matériel roulant;
  3. La gestion du personnel;
  4. L'évolution des comptes d'exploitation traduits dans un plan financier;
  5. La description des conditions générales d'exploitations relatives aux autres secteurs d'activités.
  Les points 1 à 4 visés ci-avant, en tant que partie nécessaire à l'exécution des tâches de service public et au plan pluriannuel d'investissements, sont approuvés par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Les autres composantes du plan, dont le point 5 visé ci-avant, sont communiquées à titre d'information au ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions.
  Le plan d'entreprise est adapté annuellement et est communiqué au ministre ayant les chemins de fer dans ses attributions.
  Le plan d'entreprise est une condition préalable à la négociation du contrat de gestion.
  Article 162unidecies. Sans préjudice de l'article 3, § 2, de la loi, le contrat de gestion de la S.N.C.B. contient également :
  1° en ce qui concerne le transport ferroviaire, les niveaux de services publics à atteindre sur le réseau et aux points d'accès au réseau;
  2° le plan pluriannuel d'investissements. ".
Art. 10. In de artikelen 4, § 2, eerste lid en 5, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, wordt het directiecomité begrepen als zijnde het strategisch comité.
Art. 10. Aux articles 4, § 2, alinéa 1er et 5, § 3, alinéa 1er, de la même loi, il y a lieu de comprendre le comité de direction comme étant le comité stratégique.
Art. 11. Dertig dagen na de inwerkingtreding van onderhavige wet lopen de mandaten van de bestuurders van rechtswege ten einde.
Art. 11. Trente jours après l'entrée en vigueur de la présente loi, les mandats d'administrateur prennent fin de plein droit.
Art. 12. Deze wet treedt in werking op de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad verschijnt.
  Het mechanisme waarin artikel 162decies, ingevoegd bij artikel 9 van deze wet, voorziet, treedt pas in werking na de goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, van het eerste beheerscontract dat is opgesteld met de organen van de (N.M.B.S. Holding) die werden aangesteld volgens de procedures bepaald in deze wet. <KB 2004-10-18/32, art. 34, 002 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 22 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Mobiliteit en Vervoer,
  Mevr. I. DURANT
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN.
Art. 12. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Le mécanisme prévu à l'article 162decies, inséré par l'article 9 de la présente loi, n'entre en vigueur qu'après l'approbation par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, du premier contrat de gestion établi avec les organes de la (S.N.C.B. Holding) mis en place selon les procédures définies dans la présente loi. <AR 2004-10-18/32, art. 34, 002 ; En vigueur : 01-01-2005>
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 22 mars 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Mobilité et des Transports,
  Mme I. DURANT
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN.