Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 JUNI 1990. - Koninklijk besluit waarbij een onderzoek bij steekproef naar de omvang van de varkensstapel op 1 april en 1 augustus 1990 wordt voorgeschreven.
Titre
8 JUIN 1990. - Arrêté royal prescrivant une enquête par sondage sur l'effectif du cheptel porcin au 1er avril et au 1er août 1990.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. Het Nationaal Instituut voor de Statistiek doet een onderzoek bij steekproef naar de omvang van de varkensstapel op 1 april en 1 augustus 1990.
Article 1. L'Institut national de Statistique fait une enquête par sondage sur l'effectif du cheptel porcin au 1er avril et au 1er août 1990.
Art. 2. Aan het onderzoek zijn onderworpen, de natuurlijke personen en rechtspersonen met bedrijfszetel in België die op de dag van het onderzoek, in enige hoedanigheid plantaardige of dierlijke produkten voortbrengen voor de verkoop, inbegrepen degenen die onder contract produceren, te weten : voor de plantaardige produkten, de beroeps- of niet beroepslandbouwers of -tuinbouwers, ongeacht zij al dan niet het produkt oogsten, en voor de dierlijke produkten, de houders van dieren.
Aan het onderzoek zijn eveneens onderworpen, voor zover zij ten minste één are uitbaten of dieren houden en ongeacht of zij al dan niet produkten voortbrengen voor de verkoop : de strafinrichtingen, kostscholen, rusthuizen, tehuizen voor ouderlingen en andere gelijkaardige instellingen, de godsdienstige of andere gemeenschappen, de onderzoek- en proefstations, de aanplantingsdiensten van openbare inrichtingen die voor de behoeften van deze laatsten voortbrengen en de bedrijven die van een onderwijsinrichting afhangen.
Aan het onderzoek zijn eveneens onderworpen, voor zover zij ten minste één are uitbaten of dieren houden en ongeacht of zij al dan niet produkten voortbrengen voor de verkoop : de strafinrichtingen, kostscholen, rusthuizen, tehuizen voor ouderlingen en andere gelijkaardige instellingen, de godsdienstige of andere gemeenschappen, de onderzoek- en proefstations, de aanplantingsdiensten van openbare inrichtingen die voor de behoeften van deze laatsten voortbrengen en de bedrijven die van een onderwijsinrichting afhangen.
Art. 2. Sont soumises à l'enquête, les personnes physiques et morales qui ont leur siège d'exploitation en Belgique, et qui, le jour de l'enquête et à quelque titre que ce soit, produisent en vue de la vente des produits végétaux ou animaux, y compris celles qui produisent sous contrat, à savoir : pour les produits végétaux, les agriculteurs ou les horticulteurs professionnels ou non, qu'ils récoltent ou non le produit et pour les produits animaux, les détenteurs des animaux.
Sont également soumis à l'enquête, pour autant qu'ils exploitent un are au moins ou qu'ils détiennent des animaux, qu'ils produisent ou non pour la vente : les établissements pénitentiaires, pensionnats, maisons de repos, hospices ou autres établissements similaires, communautés religieuses ou autres, les établissements d'expérimentation ou de recherches, les services de plantation d'organismes publics produisant pour les besoins de ceux-ci et les exploitations dépendant d'un établissement d'enseignement.
Sont également soumis à l'enquête, pour autant qu'ils exploitent un are au moins ou qu'ils détiennent des animaux, qu'ils produisent ou non pour la vente : les établissements pénitentiaires, pensionnats, maisons de repos, hospices ou autres établissements similaires, communautés religieuses ou autres, les établissements d'expérimentation ou de recherches, les services de plantation d'organismes publics produisant pour les besoins de ceux-ci et les exploitations dépendant d'un établissement d'enseignement.
Art. 3. De personen bedoeld in artikel 2 en de hoofden van de in dat artikel vermelde inrichtingen, wier bedrijfszetel of, indien er geen bedrijfszetel is, wier verblijfplaats zich in één van de in bijlage I aangegeven gemeenten bevindt, zijn gehouden aangifte te doen van de in bijlage II bedoelde dieren waarvan zij houder zijn respectievelijk op 1 april of 1 augustus 1990.
Art. 3. Les personnes visées à l'article 2 et les chefs d'établissement dont il est question dans le même article, qui ont leur siège d'exploitation ou, à défaut de siège d'exploitation, leur résidence dans une des communes citées à l'annexe Ier, sont tenus de déclarer les animaux mentionnés à l'annexe II, dont ils sont détenteurs respectivement au 1er avril ou au 1er août 1990.
Art. 4. De burgemeesters van de in bijlage I van dit besluit bedoelde gemeenten zijn speciaal belast met de uitvoering van het onderzoek en het toezicht op de werkzaamheden. De bevoegde gemeenteoverheid moet, onder het gemeentepersoneel, tellers aanstellen in voldoende getale, opdat de verrichtingen snel kunnen verlopen.
Art. 4. Les bourgmestres des communes visées à l'annexe I du présent arrêté sont spécialement chargés de l'exécution de l'enquête et de la surveillance des travaux. L'autorité communale compétente doit désigner parmi le personnel communal des agents recenseurs en nombre suffisant pour assurer la marche rapide des opérations.
Art. 5. Wanneer het vereiste aantal personen niet ter beschikking is onder het in artikel 4 bedoeld personeel, dient het college van burgemeester en schepenen, te gepasten tijde, de nodige voorstellen in te dienen bij de gemeenteraad met het oog op de aanwerving van het onontbeerlijk personeel.
Art. 5. Si parmi les personnes visées à l'article 4, le nombre nécessaire d'agents n'est pas disponible, il appartient au collège des bourgmestre et échevins de faire, en temps opportun, au conseil communal, les propositions nécessaires en vue du recrutement du personnel indispensable.
Art. 6. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de onderrichtingen die, door toedoen van de burgemeesters, aan de tellers gegeven worden.
De tellingslijsten worden door het Nationaal Instituut voor de Statistiek ter beschikking gesteld van de burgemeesters.
De tellingslijsten worden door het Nationaal Instituut voor de Statistiek ter beschikking gesteld van de burgemeesters.
Art. 6. L'enquête est exécutée suivant les instructions données aux agents recenseurs par l'intermédiaire des bourgmestres.
Les listes de recensement sont mises à la disposition des bourgmestres par l'Institut national de Statistique.
Les listes de recensement sont mises à la disposition des bourgmestres par l'Institut national de Statistique.
Art. 7. De op de tellingslijsten in te schrijven aangiften worden door de tellers op de bedrijfszetel ingezameld; indien er geen bedrijfszetel is, worden ze in de verblijfplaats van de tellingplichtige ingezameld.
Ze kunnen eveneens worden ingezameld op het gemeentebestuur, na oproeping door de bevoegde gemeenteoverheid van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde personen.
Ze kunnen eveneens worden ingezameld op het gemeentebestuur, na oproeping door de bevoegde gemeenteoverheid van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde personen.
Art. 7. Les déclarations à consigner sur les listes de recensement sont recueillies par les agents recenseurs au siège de l'exploitation, à défaut de siège d'exploitation, elles sont recueillies à la résidence de l'assujetti.
Elles peuvent également être recueillies à l'administration communale après convocation par l'autorité communale compétente, des personnes visées aux articles 2 et 3.
Elles peuvent également être recueillies à l'administration communale après convocation par l'autorité communale compétente, des personnes visées aux articles 2 et 3.
Art. 8. De tellers waken erover dat alle gevraagde inlichtingen naar waarheid en overeenkomstig de voorschriften worden verstrekt. Zij doen de nodige verbeteringen aanbrengen. Zo er aanwijzingen van een overtreding bestaan, moeten zij dit, door bemiddeling van de burgemeester, ter kennis brengen van het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
Art. 8. Les agents recenseurs veillent à ce que tous les renseignements demandés soient fournis conformément à la vérité et aux prescriptions. Ils font apporter les rectifications nécessaires. S'il existe des indices d'infraction, ils sont tenus de le signaler à l'Institut national de Statistique par l'intermédiaire du bourgmestre.
Art. 9. Nadat de teller aan de aangever lezing heeft gegeven van de door hem verstrekte inlichtingen, verzoekt hij hem zijn aangifte te ondertekenen.
Art. 9. Après avoir donné lecture au déclarant des renseignements qu'il a fournis, l'agent recenseur l'invite à signer sa déclaration.
Art. 10. De burgemeesters maken uiterlijk binnen de twee weken, te rekenen vanaf de datum van het onderzoek aan het Nationaal Instituut voor de Statistiek, bij een ter post aangetekende brief over.
Art. 10. Les bourgmestres transmettent la documentation de l'enquête sous pli recommandé à l'Institut national de Statistique, au plus tard dans les deux semaines à compter de la date de l'enquête.
Art. 11. De daartoe aangestelde ambtenaren en beambten kunnen ter plaatse de juistheid van de inlichtingen verstrekt op de tellingslijsten kontroleren.
De gemeentebesturen behoren alle maatregelen te nemen om de taak van deze aangestelden te vergemakkelijken.
De gemeentebesturen behoren alle maatregelen te nemen om de taak van deze aangestelden te vergemakkelijken.
Art. 11. Les fonctionnaires et agents commissionnés à cette fin peuvent contrôler sur place l'exactitude des renseignements portés sur les listes de recensement.
Les administrations communales sont tenues de prendre toute disposition pour faciliter la mission de ces fonctionnaires et agents.
Les administrations communales sont tenues de prendre toute disposition pour faciliter la mission de ces fonctionnaires et agents.
Art. 12. Overtreding van de bepalingen van dit besluit wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en gestraft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 19 tot 23 van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985.
Art. 12. Les infractions aux dispositions du présent arrêté sont recherchées, constatées, poursuivies et punies conformément aux articles 19 à 23 de la loi du 4 juillet 1962 relative à la statistique publique, modifiée par la loi du 1er août 1985.
Art. 13. Onze Minister van Economische Zaken en het Plan en Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Notre Ministre des Affaires économiques et du Plan et Notre Ministre de l'Intérieur sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bijlage I.
Annexe I.
Art. N1. Lijst der gemeenten voor het onderzoek op 1 april 1990.
Art. N1. Liste des communes pour l'enquête du 1er avril 1990.
Bijlage II.
Annexe II.
Art. N2. Varkens.
Art. N2. Porcs.
A. Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg.
B. Varkens met een levend gewicht van 20 kg tot minder dan 50 kg.
C. Mestvarkens (afgedankte beren en afgedankte zeugen inbegrepen) met een
levend gewicht :
a) van 50 kg tot minder dan 80 kg;
b) van 80 kg tot minder dan 110 kg;
c) van 110 kg en meer.
D. Fokvarkens met een levend gewicht van 50 kg en meer :
a) beren;
b) gedekte zeugen :
1° voor de eerste maal gedekte zeugen;
2° overige gedekte zeugen;
c) niet gedekte zeugen :
1° jonge nog niet gedekte zeugen;
2° overige zeugen.
Totaal van de varkens.
B. Varkens met een levend gewicht van 20 kg tot minder dan 50 kg.
C. Mestvarkens (afgedankte beren en afgedankte zeugen inbegrepen) met een
levend gewicht :
a) van 50 kg tot minder dan 80 kg;
b) van 80 kg tot minder dan 110 kg;
c) van 110 kg en meer.
D. Fokvarkens met een levend gewicht van 50 kg en meer :
a) beren;
b) gedekte zeugen :
1° voor de eerste maal gedekte zeugen;
2° overige gedekte zeugen;
c) niet gedekte zeugen :
1° jonge nog niet gedekte zeugen;
2° overige zeugen.
Totaal van de varkens.
A. Porcelets d'un poids vif de moins de 20 kg.
B. Porcs d'un poids vif de 20 kg a moins de 50 kg.
C. Porcs a l'engrais (y compris les verrats de reforme et les truies
de reforme) d'un poids vif :
a) de 50 kg a moins de 80 kg;
b) de 80 kg a moins de 110 kg;
c) de 110 kg et plus.
D. Porcs reproducteurs d'un poids vif de 50 kg et plus :
a) verrats;
b) truies saillies :
1° truies saillies pour la première fois;
2° autres truies saillies;
c) truies d'elevage non saillies :
1° jeunes truies non encore saillies;
2° autres truies.
Total des porcs.
B. Porcs d'un poids vif de 20 kg a moins de 50 kg.
C. Porcs a l'engrais (y compris les verrats de reforme et les truies
de reforme) d'un poids vif :
a) de 50 kg a moins de 80 kg;
b) de 80 kg a moins de 110 kg;
c) de 110 kg et plus.
D. Porcs reproducteurs d'un poids vif de 50 kg et plus :
a) verrats;
b) truies saillies :
1° truies saillies pour la première fois;
2° autres truies saillies;
c) truies d'elevage non saillies :
1° jeunes truies non encore saillies;
2° autres truies.
Total des porcs.